Musica

Living Earth


Hoe na te denken over klimaatverandering, een fenomeen dat in alle opzichten ongekend is? Kunstenaars en filosofen reizen af naar het Hoge Noorden en wagen een poging. Maarten Schermer dook in de verslaglegging van hun belevenissen.

In de periode 2014-2016 cureerde het Amsterdamse Sonic Acts-festival een drietal reizen naar het grensgebied van Noorwegen en Rusland, in het kader van Dark Ecology. Binnen dat project kwamen kunst, technologie, muziek en wetenschap samen om te reflecteren op de relatie mens en de natuur in het Antropoceen, het tijdperk waarin de mens een nadrukkelijke en grootschalige invloed heeft op aarde, atmosfeer en klimaat.

Putje
‘Living Earth’ vormt de verslaglegging in woord en beeld van die reizen, in het bijzonder naar de Noorse stad Kirkenes en de Russische nederzetting Nikel. De nikkelwinning, waar het Russische dorp haar naam aan ontleent, heeft grote impact gehad op de lokale natuur en ecologie, nadat er in de jaren 1930 enorme reserves ontdekt werden. Het is een plaats van overgangszones: tussen landen, tussen mens en natuur, tussen land en zee, tussen vervuiling en ongereptheid, invloed en onbeduidendheid, zonder dat er scherpe grenzen getrokken kunnen worden en waarin veel verborgen blijft. Een omgeving die kunstenaars op het lijf geschreven is. Zo beschrijft Justin Bennett ’s werelds diepste boorgat (dat er op de foto uitziet als een onooglijk putje), vindt Marijn de Jong in zijn foto’s een soort opgewekte desolaatheid in Nikel en hebben de foto’s van Femke Herregraven iets spookachtigs door de immensiteit van dat wat je juist niet ziet.

Agrilogistiek
Een beeld dat het boek onherroepelijk oproept, is dat van de ongenaakbare natuur. Wonen in Nikel betekent het constant moeten weerstaan van de druk van weer en wind. Een omgeving waarin de mens het eerder lijkt af te leggen tegen de natuur dan andersom. Maar schijn bedriegt – wat er lokaal aan de hand lijkt, is niet wat er globaal gebeurt. Volgens Timothy Morton, huisfilosoof van het project, is de schaal zelfs zodanig dat ons klassieke begrippensysteem ontoereikend is om het probleem op een zinvolle manier te beschrijven. Klimaatverandering is volgens hem een ‘hyperobject’, een entiteit met zo’n grote ruimtelijke dimensie en tijdschaal, dat het traditionele ideeën over wat het überhaupt is onbruikbaar maakt. Het is een van de waardevollere bijdragen van Morton, die soms de neiging heeft liever een rits ingewikkelde filosofische concepten bij elkaar te proppen, dan de tijd te nemen om zijn punt op een toegankelijke manier uiteen te zetten.
Een ander interessante stelling van Morton is dat de taal en logica waarmee ecologie wordt beschreven, doordrenkt is van wat hij ‘agrilogistieke’ invloeden noemt: een manier van denken die haar oorsprong heeft in de logistiek van de agricultuur die sinds het begin van de landbouw, circa elfduizend jaar geleden, grote delen van onze cultuur bepaalt. Net als andere denkers uit de hoek van de Object-Oriented Ontology, zoals Graham Harman, vindt hij dat we dergelijke denkrichtingen, waarin de mens bewust of onbewust centraal staat, los moeten laten, willen we ooit een kans maken een werkelijke oplossing te vinden voor klimaatverandering.

Schaakspel
Een interessante bijdrage in dat licht is die van Berit Kristoffersen. Deze geografe en expert op het gebied van de Noorse olie- en milieupolitiek licht het geopolitieke schaakspel rond de exploitatie van de poolzone toe. Ze constateert dat de Noorse staat neigt de mogelijkheden die door klimaatverandering zijn ontstaan prioriteit te geven boven het bestrijden ervan. Opmerkelijk voor een land waarvan een van de gigantische nationale investeringsfondsen zich bewust heeft teruggetrokken uit steenkoolinvesteringen – al zijn ook dat aspecten van het hyperobject klimaatverandering, dat zich niet in simpele tegenstellingen laat vangen.
‘Living Earth’ biedt dan ook geen oplossingen, maar aanknopingspunten om verder te denken en discussiëren. Om, zoals een van de organisatoren de doelstellingen van Dark Ecology beschreef, samen schijnbaar onmogelijke ideeën te ontwikkelen om de donkerste uitingsvormen van het Antropoceen te bevechten. Het is hard nodig.


Dit artikel verscheen eerder in GC #135.

Koop deze editie in onze webshop!

Reacties