1. Kate Carr
I don’t think you can hear but people largely discussed dogs all the way back to central London
Vertical London
Persistence of Sound
Field recordist Kate Carr ondernam een traject in Londen dat haar van het laagste punt van de stad (20 meter onder de zeespiegel) naar het hoogste (gelegen op 240 meter boven de zee) bracht. Op haar route, die ze trouwens wandelde op nieuwjaarsdag, nam ze het omgevingsgeluid op. Londen is nooit stil, er is altijd wel ergens een geluid te horen. De beschrijvingen van die geluiden werden de titels. Carr nodigt je uit op een sonische reis die ooit een echte reis was. En samen met haar verdwalen in deze eindeloze geluiden en klanken.
2. Ava Rabiat
Piekło Niebo
Szał Wirtualnych Ciał
FUU
Ava Rabiat wilt de verstrengeling tussen mens en machine een soundtrack geven. Gedragspatronen als loops, emoties als berekenbare patronen, veldopnamen in duet met computergegenereerde geluiden. Taal als verkenning van emotie maar ook als door computers uitgesproken klanken. Geluiden en ideeën in symbiose, zonder uitgesproken doem- en eureka-voorspellingen. Toch maakt ‘Szał Wirtualnych Ciał’ een uiterst ingetogen en breekbare indruk waarbij somberte lonkt in fluisterende jazztronica en een subtiele opgetogenheid zich een weg baant door het ietwat melancholische geluid. Het knisperend ritmische ‘Piekło Niebo’ hier als introductie.
3. Cinna Peyghamy
La Nesque
Music for Tombak & Synth
Other People
Experimentele geluidskunst in dialoog met de Perzische tombak. Traditie versus technologie, en daarin zoekt de in Frankrijk geboren, met Iraanse roots, Cinna Peyghamy zijn persoonlijke identiteit als muzikant. Zijn instrumentarium is de tombak en een set contactmicrofonen. Die klanken registreert hij, moduleert hij en zo creëert hij een heel eigen universum van geluiden dat zijn culturele traditie verbindt met hedendaagse elektronische muziek. Zijn klankenpalet is intussen een heel persoonlijk en eigen verhaal geworden. Het is muziek die nauw aan het hart ligt. En dat hoor je zonder twijfel op het wondermooie ‘Le Nesque’.
Zie interview in GC#191.
4. Margenrot
Suna No Onna
Antuni
Rosa 15
Margenrot (Lusia Kazaryan) diept op ‘Antuni’ inspiratie op uit Armeense cultuur en gezang en verwerkt onder meer (veld)opnamen in lagen elektronica, zoals gesprekken van haar familie of een liturgie van de Katholieke Kerk. ‘Antuni’ (Armeens voor ‘thuisloos’) is een album dat thema’s als nationale identiteit en bestemming onderzoekt: wat betekent het om thuis te zijn? Op ‘Suna no Onna’ horen we een onheilspellende pianomelodie onder een driftige beat, unheimisch doordenderend. Tussendoor horen we voorzichtige, haast verbaasd klinkende kreten, gehaald uit de gelijknamige film van Hiroshi Teshigahara (zo vermoeden wij toch). Tegen het einde van het liedje komt er nog een omineus synthmelodietje bij. Een existentiële zoektocht in de vorm van experimentele elektronika, maar eigenlijk net zo goed een track die perfect had gepast als introtune van een spannende misdaadserie.
5. Tyondai Braxton
Multiplay
Splayed Werks
Erased Tapes
Met heftige ritmes en gefragmenteerde klanktexturen lijkt op ‘Multiplay’ meteen de toon gezet. Toch is er in dit knetterende landschap ruimte voor een opvallend organisch geluid: vogelgezang. Terwijl de twee met elkaar verweven worden, valt op hoe deze twee ogenschijnlijke tegenpolen in hun intensiteit en verrassende opgeknipte staccato toch ook veel gemeen hebben en elkaar soms echoën. Een geslaagde track van de Amerikaan Tyondai Braxton (bekend als oprichter van Battles en zoon van legende Anthony Braxton) in de geest en stijl van Autechre.
6. Walter Verdin (and various artists)
Minimalize – Céline Gillain Rework
Minimalize Your Reworks
Cortizona
‘Minimalize’ van Walter Verdin, uit 1981, dat speciaal gemaakt werd voor een video-installatie, klinkt als een soundtrack bij het Pong-computerspel. Het nummer wordt 45 jaar later in de handen geduwd van een fijne selectie artiesten die er elk op hun manier mee aan het werk gaan. Het DNA van die artiesten sijpelt doorheen hun bijdrage. De Brusselse Céline Gillain herneemt de woorden van het nummer, vertraagt het ritme, gooit er analoge ritmes uit de jaren 1980 overheen en maakt het muzikaal nog net iets meer minimaal dan het al was. Van alle overdaad ontdaan, benadrukt zij de absurditeit van de woordenklanken.
7. dadan karambolo
squirrel stare
urban planning
SPLOT
‘urban planning’ is niet alleen het langspeeldebuut van dj, producer en medeoprichter van het SPLOT-collectief, dadan karambolo, maar ook de allereerste langspeler uitgebracht bij datzelfde SPOT. Het album deint in al zijn rauwheid mee op de ritmes van grime en dubstep. Zijn spannende en experimentele bass-sound, weerspiegelt karambolo’s persoonlijke indrukken van het leven in Sępolno, een groene wijk in Wrocław vol lintbebouwing. Of hij nu de verveling van die buurt of de spanning van de wijk in klanken omzet, de dub-elementen en bassritmes werken intens verslavend waarbij ‘squirrel stare’ instant een hartje kreeg.
8. Cheikh Mohamed El Beydi
Hbabi
My Heart is Dust Before Him (21st Century Gasba from Algeria)
Hive Mind
Uit de gaspa, een rietfluit uit het westen van Algerije, komen melodieën die als een wesp rond je oren zoemen. Het instrument hoort oorspronkelijk thuis in Bedoïense folktradities en ceremoniemuziek, maar speelt in de hedendaagse gaspa-stroming (een genre dat raakt aan raï-muziek) een hernieuwde glansrol, wat het label Hive Mind aanzette een compilatie te maken. Op ‘Hbabi’ worden de hypnotiserende klanken van de gaspa aangevuld met een mijmerende zanger (Cheikh Mohamed El Beydi), repetitieve drumcomputerritmes en een uitbundig gillende achtergrondzangeres.
9. Shakin Hand
Sundance
Shakin Hand
Melodic Records
De broers George en Freddie Hunter uit Manchester bewandelen op hun titelloze plaat zeer geslaagd het midden tussen indierock en slowcore. Het geluid doet soms denken aan de catchy (maar subtiele) melodieën van Pinback. Opener ‘Sundance’ lijkt rustig en lieflijk voort te kabbelen, maar in de onderstroom schuilt een duistere tekst die ruikt naar verrotting en verdorvenheid, zich begevend op het terrein van ofwel existentiële ineenstorting ofwel van een politiek onrein geweten.
Zie interview in GC#191.
10. Tokyo Bedroom Orchestra
Yuuge
Tsuioku
Kitchen Label
Zoals de naam ‘Tokyo Bedroom Orchestra’ eigenlijk al weggeeft, is ‘Yuuge’ een lied dat haast op fluistertoon klinkt. Verstilde zang, voorzichtige gitaar, ijle strijkers, vaak gedrenkt in effecten en zich traag voortbewegend. Het zijn liedjes, losjes geïnspireerd op de natuur in Saitozaki (Japan), die tot kalmte manen. Het woord ‘Orchestra’ in de projectnaam zet je wellicht op het verkeerde been: TBO is namelijk een solo-project van de Japanner Hiro Nakamura, die met ‘Tsuioku’ een overtuigende klankomgeving schetst.
11. NZIRIA
Veleno feat. Iceboy Violet
SYYSMA
DRACO
Emotionele gabber. Of zoals Nziria het zelf noemt: hard neomelodic, een hybride sonische ruimte die Napolitaanse neo-melodische muziek en hardcore gabber combineert met kwetsbaarheid, clubcultuur en Italiaanse zeemzoetigheid. In hun teksten gebruikt Nziria woorden die refereren naar lokale queer-iconen. Intimiteit en ruwe kracht. Op ‘Veleno’, met hulp van een gastbijdrage van Iceboy Violet, bijt Nziria zich stevig vast in de tristesse die de grauwe vulkanische ondergrond herbergt.