LABELREPORT Boussiphone

Het Marokkaanse label Boussiphone herschiep het Marokkaanse muzieklandschap. Van de jaren 1950 tot de vroege jaren 1990 was het bepalend voor de muziekscene van het land, en werd het een belangrijke culturele leverancier voor de Marokkaans-Europese diaspora. Gerd De Wilde trok naar de bron: de familie Boussif in Casablanca.

Het Marokkaanse label Boussiphone herschiep het Marokkaanse muzieklandschap. Van de jaren 1950 tot de vroege jaren 1990 was het bepalend voor de muziekscene van het land, en werd het een belangrijke culturele leverancier voor de Marokkaans-Europese diaspora. Gerd De Wilde trok naar de bron: de familie Boussif in Casablanca.

Er zijn vele labels die iconisch, legendarisch, grensverleggend of, heel bescheiden, invloedrijk worden genoemd. Labels als Motown, Warp, Factory, Island of Studio 1 hebben die adjectieven zeker verdiend en ze worden geëerd met talloze boeken, documentaires of artikelen. Er zijn echter ook labels waarover nooit een boek of artikel werd geschreven, althans niet in de westerse pers, maar die toch generaties muzikanten hebben afgeleverd en gevoed zonder wie de muziekgeschiedenis er toch anders zou uitzien. Daarvoor moeten we terug naar het Marokko van 1950.

Platenkruidenier

Mohammed Boussif heeft een kleine papierwaren- en boekenwinkel in Casablanca. Hij fleurt zijn winkeltje op met een grammofoonspeler en enkele Egyptische 78-toeren platen. Dag na dag schalt muziek van de Egyptische superster Oum Khaltoum er uit de koperen speaker, tot zijn klanten vragen waar ze die muziek kunnen kopen. Als goede zakenman wist Boussif dat probleem wel op te lossen. Eerst verkoopt hij nog zijn eigen platen, na ze uitgebreid beluisterd te hebben. Maar al snel zoekt hij contact met distributeurs en breidt zijn aanbod uit met nieuwe 78-toeren platen.
Er gingen steeds meer 78-toeren platen over de toonbank en Boussif begrijpt niet alleen dat hij er meer mee kan verdienen dan met schrijfwaren, maar ook dat er vraag is naar lokale muziek, Marokkaanse muziek. Het epicentrum van de muziekproductie in de Arabische wereld ligt op dat moment in Egypte en Libanon. Grote orkesten met goed getrainde muzikanten, grote opnamestudio’s, meesterlijke arrangeurs en echte sterren zoals Oum Khaltoum, Mohammed Abdel Wahab of Ismahane. Het Libanese label Baidaphon en de Egyptische tak Cairophon zorgden voor de opnames en distributie van albums over de Arabische wereld. In Marokko is er op dat moment niets van dat alles.

Ballingschap

Er is bovendien een toenemende roep om onafhankelijkheid. Het is de tijd om het eigen culturele en muzikale erfgoed te herwaarderen. Het is tijd voor eigen sterren en een eigen koers. Mohammed Boussif begrijpt dit als geen ander en hij richt een kleine studio in, achter in de winkel maakt hij de eerste eigen opnames. Een van deze opnames is meteen een patriottisch lied door Bouchaib Bidaoui ‘Khoutna Ya Islam’ dat oproept tot de terugkeer van Mohammed V. Meteen een erg gewaagde zet, want op het moment van de uitgave bevindt de sultan zich nog in ballingschap in Madagaskar. De Franse overheerser had hem in 1953 vervangen door zijn verre verwant, de onpopulaire Mohammed Ben Araafa. Het uitbrengen van zo’n lied had Boussif een gevangenisstraf of erger kunnen opleveren.
De ballingschap van Mohammed V was echter een kantelpunt en het verenigde de Marokkanen tegen het Franse protectoraat. Voor de nationalisten was het de zoveelste bemoeienis in Marokkaanse soevereiniteit, het andere deel van de bevolking zag Mohammed V als hun religieus leider. Er breekt hevig verzet uit en na drie jaar gewapende strijd wordt Marokko in 1956 onafhankelijk van Frankrijk en wordt sultan Mohammed V tot koning gekroond.
Muziekfanaat en debuterend uitgever Boussif scoort met zijn gewaagde patriottische uitgave. Vanaf dat moment wordt hij hofleverancier: hij mag alle concerten van buitenlandse en binnenlandse sterren aan het hof van de zeer geliefde koning Mohammed V, die in 1961 overlijdt, organiseren. Dat legt hem zeker geen windeieren.

Africson

De zaken als muziekuitgever gaan goed, maar voor het persen van de platen moeten de Boussifs toch naar Frankrijk. Alle opnamebanden gaan naar Pathé of Decca in Parijs en komen enkele maanden later terug als shellacs (shellac is een materiaal waarop albums geperst werden, n.v.d.r.). De importrechten en de omslachtige en trage manier van werken stoten de Boussifs oudste zoon en zakenpartner, Ali, tegen de borst. Met de nodige sturm und drang en trots besluit hij om de lat hoger te leggen: ook het productieproces moet onafhankelijk kunnen gebeuren.
Ali Boussif schoolt zich bij en leert het métier in de Parijse Pathé-studio’s. In 1967 koopt hij de eerste eigen platenpers aan. Het is een belangrijke stap voor de ‘Industrie Africaine des Disques’ of Africson, zoals de logistieke poot van het label zou gaan heten. Er volgt ook een drukkerij voor hoezen, en vier vrachtwagens toeren met een mobiel geluidssysteem het ganse land rond. Tot in de kleinste gehuchten worden platen verkocht op markten.
Vanaf dat moment is Marokko ook muzikaal onafhankelijk van Frankrijk en voor het eerst kunnen muzikanten er hun eigen muziek opnemen én uitgeven. Een stap die niet alleen voor het eigen label belangrijk was, maar ook voor een veelheid aan andere kleine labels die vervolgens het levenslicht zouden zien: Gamm, Koutoubiaphone, Casaphone, Châabiphone et cetera. Allemaal maken zij gebruik van de infrastructuur die door Boussiphone werd uitgerold. Elk van hen krijgt vanaf dan de kans om een eigen artistieke visie na te streven en de Marokkaanse scene te doen bloeien. Bovendien vinden ook muzikanten uit Mauritanië en Algerije de weg naar Casablanca om daar hun muziek op te nemen. Op het toppunt van het succes draaien de vier persen vrijwel non-stop. Boussiphone brengt uiteindelijk rond de de 3500 uitgaven uit.

Diaspora

Naast de ‘muzikale onafhankelijkheid’ is Boussiphone ook een pionier in het exporteren van de Marokkaanse muziek. In 1964 sluit België een bilateraal akkoord met Marokko om economische migranten aan te trekken en de Belgische economie aan te zwengelen, Frankrijk had een jaar eerder al hetzelfde gedaan. Duizenden arbeiders en hun families settelen zich ver van hun vaderland.
Vijftig jaar geleden betekent ver van huis een mentale verwijdering: geen Skype, WhatsApp, satelliet-tv of goedkope vluchten. Bij deze economische migranten ontstaat een behoefte aan tastbare stukjes van hun eigen cultuur. Samen met de economische diaspora zendt Boussiphone dan ook zijn zonen uit, in dit geval de broers van Ali. Abderrahim Boussif komt naar Brussel en Miloud Boussif gaat naar Parijs. Daar beginnen ze hun eigen winkels om Boussiphone-producten te verkopen aan cultuurhongerige Marokkanen. De winkels worden culturele draaischijven, die naast elpeeverkoop ook gala-avonden met Marokkaanse sterren organiseren, studio’s bouwen waar in België gevestigde muzikanten hun opnames kunnen maken die dan ter plaatse én in Marokko worden verdeeld.
Als in de jaren 1980 video een toegankelijk medium wordt, wordt Boussivision geboren. Er worden circa vijfduizend vhs-uitgaven met opnames van Gnawa-avonden, comedy of berberfilms geproduceerd. Voor de komst van satelliet-tv is dit voor de Marokkaanse gemeenschap in België de enige manier om iets van het thuisfront te zien. Vanuit Marokko worden bovendien de verschillende doelgroepen in de diaspora fijnmazig bediend: in België vooral muziek van de Riffijnen uit Noord-Marokko, in Frankrijk worden vooral titels met artiesten uit de Midden-Atlas verkocht.

Lomax

Veel van de muziek die door Boussiphone wordt uitgebracht is ‘rauwe’ traditionele volksmuziek. Iets als A&R of een talentscout bestaat niet en de opnames worden in de meeste gevallen door Ali Boussif zelf gemaakt. Wie tot in de studio’s van Boussiphone geraakt krijgt een contract, een opname en een plaat. Succesvolle artiesten mogen later ook terugkomen voor nieuwe uitgaven. Een verdieping van de studio’s is als appartement ingericht zodat muzikanten van heinde en verre er terecht kunnen. In sommige gevallen wordt er ook op locatie opgenomen. Vergelijkbaar met Alan Lomax, de befaamde etnomusicoloog zonder wie een groot deel van het muzikale erfgoed uit de Verenigde Staten van de vroege twintigste eeuw nooit gedocumenteerd zou zijn, legde Boussif het muzikale erfgoed van Marokko uitgebreid vast. Wanneer ik Boussif opzoek in Casablanca, haalt hij, enigszins breedsprakerig, herinneringen op aan deze tijd: ‘Ik denk dat ik op een bepaald moment elke levende Berbermuzikant voor mijn microfoon heb gehad.’
Vanaf 2000 doven de uitgave-activiteiten van Boussiphone geleidelijk uit. Satelliet-tv en internet maken het moeilijker om films en muziek te verkopen aan een publiek dat steeds meer toegang heeft tot andere markten en verkoopkanalen. Bovendien dient zich binnen de familie geen overnamekandidaat aan. Met een omvangrijke catalogus en vijfenveertig jaar muzikale bedrijvigheid valt er echter nog heel wat te herontdekken in het verleden van de familie Boussif.


Muzikanten en makers over Boussiphone

Guido Minisky van Acid Arab: “Boussiphone springt er wat mij betreft niet per se bovenuit, maar het zijn wel de releases op Boussiphone waar we helemaal ondersteboven van waren toen we begonnen met het luisteren naar Arabische muziek. De platen van Imazighene of een nummer als ‘Waqtash Fet’hem’ van Les Frères Magri vind ik nog steeds waanzinnig!”

Ook Badr Khiyat aka Dj Dex Le Maffo van het collectief Hadra Electroniques uit Rabat dat Maghrebijnse folk en elektronica in hun avonden vermengt, getuigt: “Boussiphone was een heel open label. Je vindt er obscure artiesten die in een lokaal dialect uit de Souss-regio in het midden van Marokko zingen tot de grote sterren als Ahmed El Bidaoui of de Frères Megri. Het is geweldig dat zij zo onze muzikale roots hebben vastgelegd. Het is zonde dat er nog zo weinig belang aan wordt gehecht.”

Ook het Gentse Radio Martiko kwam Boussiphone op het spoor nadat ze vorig jaar de elpee van de Marokkaanse organist Abdou El Omari opnieuw uitbrachten. Oorspronkelijk verscheen deze op het Gamm-label, maar de opnames werden door Boussiphone gemaakt en in de Boussiphone-archieven vonden ze ook nog twee onuitgegeven elpees die intussen ook op het Radio Martiko-label verschenen. Momenteel pluizen zij de catalogus verder uit op zoek naar onuitgegeven parels. Wordt vervolgd.


Essentiële Boussiphone-releases (1965-1975)

Si Daty et Mounina
Labtayt Aadal
Twee Mauritaanse artiesten die graag gezien waren bij Boussiphone. Triest en bezwerend, rauw maar diep. Toen Ali Boussif er voor de eerste keer mee naar de soek in Casablanca trok, barstten de omstaanders spontaan in huilen uit. De muziek was prachtig en bovendien was dit soort muziek nooit eerder op plaat vastgelegd. Mensen werden niet alleen getroffen door de schoonheid, maar ook door de status die deze muziek bereikt had.

Aisha El Khadem & Amar El Moki
Lamouima
Repetitieve trancemuziek die haar effect niet mist, niet in het minst op de zangeres zelve. Tijdens de opnames raakte zij zo ‘bezeten’ dat ze meermaals afgevoerd moest worden uit de studio om tot zichzelf te komen. Had met een Warning: explicit trance!-sticker moeten verschijnen.

Orchestre National Mauritanien
Ahl Nana
Alweer een Mauritaanse release, heerlijk pure muziek van de familie Ahl Nana. Vader met zonen en dochters die liefdesliedjes brengen uit een tijd toen de mensen nog eenvoudig waren en de harten nog op de tongen lagen.

Robert Saghir
L’Oriental
De luisteraar die geen Arabisch begrijpt, mist een belangrijk aspect van de Marokkaanse muziek. Nummers als ‘Gazel au fond de la nuit’ (van Gnawa Diffusion) of deze van Robert Saghir lichten een tipje van die sluier op. In de typisch Arabische melismatische zangstijl (waarbij een zanger een woord of lettergreep in verschillende toonhoogten zingt) beklaagt Saghir zich, gedeeltelijk in het Frans, over hoe men hem steeds ‘de oosterling’ blijft noemen terwijl hij toch niets verkeerd doet. ‘On m’appelle l’oriental et pourtant je fais pas de mal.’

Farkat Ali
Ya Ya
Naast de beroemd geworden Nass El Ghiwane waren er tientallen andere groepjes die spaarzame trancenummers brachten waarin vooral de bendirdrum en de samenzang de nummers voortstuwen. In het nummer ‘Ya Ya’ krijg je het gevoel dat je naar een Navajonummer luistert, waarin je soortgelijke ‘hey ya’-chants vindt en een bijna identiek percussie-instrument als de bendir. Culturele verwarring of de blauwdruk van een universele trancemuziek op aarde?

De Boussiphone-winkel bevindt zich aan de Fonsnylaan nabij station Brussel-Zuid. Online kun je releases vinden bij Groove Collector en Discogs.

Van 1 t/m 22 september 2017 is de tentoonstelling Boussiphone – aan de bron van de Marokkaanse Muziek’ te bekijken in Brass’art in Molenbeek, Brussel. brassartdigitaalcafe.be

 

Tekst: Gerd De Wilde

Nog meer nieuws krijgen over muziek en kunst?

Schrijf je in op de Gonzo (circus)-nieuwsbrief!