Kaap Schermer: 38. Overdaad

Toen ik nog in een platenwinkel werkte, was er weleens een klant die bij het zien van alle nieuwe platen verzuchtte: ‘Ik houd het allemaal niet meer bij, hoor’. Destijds deden we dat schamperend af als geklaag van iemand die te oud was, maar nu, vijfentwintig jaar later, begrijp ik ongeveer wat hij bedoelde.
Kaap Schermer

Toen ik nog in een platenwinkel werkte, was er weleens een klant die bij het zien van alle nieuwe platen verzuchtte: ‘Ik houd het allemaal niet meer bij, hoor’. Destijds deden we dat schamperend af als geklaag van iemand die te oud was, maar nu, vijfentwintig jaar later, begrijp ik ongeveer wat hij bedoelde.

Ik was me er bewust van dat goedkope technologie en internet de drempels voor het maken en distribueren van muziek dramatisch hebben verlaagd, maar ik had er nog nooit een getal bij gezien. Tot ik afgelopen september een artikel las waarin de CEO van Universal schatte dat er ongeveer 100.000 nummers per dag werden uitgebracht. Waar dat getal precies vandaan kwam bleef onvermeld, maar er was niemand die het tegensprak. Recenter berekende Billboard dat er vorig jaar alleen al via SoundCloud gemiddeld 123.000 nummers bij waren gekomen. Per dag. Bij dat soort getallen zakt de moed me in de schoenen. Niet omdat ik nog de ijdele hoop koester om ‘bij’ te zijn (alsof ik dat ooit was), maar omdat het inspeelt op het holle gevoel dat consumentisme met zich meebrengt: de suggestie dat je geluk afhangt van alsmaar meer bezittingen. Zelfs als je je beperkt tot de genres waarvan je weet dat je er van houdt, zou je eindeloos kunnen blijven skippen en nog steeds het knagende gevoel houden dat je een geweldige nieuwe artiest gemist hebt. En kan ik me als muziekliefhebber nog straffeloos terugtrekken in een eigen bubbel, de artiesten die al die muziek maken worden gedwongen voor hun inkomen steeds meer ‘content’ te creëren, terwijl de te verdelen koek niet meegroeit. Mede daardoor was optreden de manier geworden om de kost te verdienen, maar dat kan inmiddels een heel eigen vorm van kapitalistische overdaad met zich mee brengen. Eerder waren er rellen rond Ticketmasters dynamic pricing, een mechanisme dat, net als bij beurskoersen, ticketprijzen aanpast aan de vraag, en dat de prijs voor onder meer Bruce Springsteen-kaartjes opdreef naar soms duizenden dollars. ‘Of Springsteens prijsstrategie een succes wordt, zal ervan afhangen of het ‘het was de prijs waard’-concerten worden. Gezien zijn track record zet ik mijn geld op Bruce’, verdedigde iemand de werkwijze in Harvard Business Review; dat ‘Bruce’ dat track record vestigde door decennia voor normale prijzen op te treden, bleef buiten beschouwing. Als zelfs een man van het volk als Springsteen zich hiermee inlaat, lijkt de eindzege van het kapitalisme in zicht. Maar niet als het aan The Cure-voorman Robert Smith ligt. De band had voor zijn Amerikaanse tournee bewust afgezien van dynamic pricing, in een poging kaarten betaalbaar te houden. Maar bij Ticketmaster zijn ze niet voor één gat te vangen, en bovenop de zeer schappelijke ticketprijzen – vanaf $20, kom daar nog maar eens om bij een band van die maat – werden allerlei eufemistische toeslagen in rekening gebracht, in totaal soms zelfs hoger dan de ticketprijs zelf. Zo bleek een fan $11,65 ‘servicekosten’, $10 ‘faciliteitstoeslag’, en een ‘verwerkingstoeslag’ van $5,50 betaald te hebben. Waar andere artiesten zelden verder gaan dan mopperend getwitter, ging Smith verhaal halen – met resultaat. Hij kreeg Ticketmaster zover een deel van de in rekening gebrachte kosten terug te betalen. Geen slecht begin; ‘HET SYSTEEM DAT WINST WAARDEERT BOVEN MENSEN IS WAT ECHT VERANDERD MOET WORDEN’ twitterde Smith vervolgens, karakteristiek in hoofdletters. Amen. Overigens wachten diezelfde Cure-fans al bijna vijftien jaar op een nieuw album. Ik voel met ze mee, al is het op die manier wel een stuk overzichtelijker dan 123.000 tracks per dag.

Nog meer nieuws krijgen over muziek en kunst?

Schrijf je in op de Gonzo (circus)-nieuwsbrief!