INTERVIEW Taso

Taso is samen met het Teklife-collectief van DJ Rashad verantwoordelijk voor nieuwe geluiden in footwork. Daarmee haalde hij de dansmuziek uit Chicago uit haar niche en richting de club

Taso is samen met het Teklife-collectief van DJ Rashad verantwoordelijk voor nieuwe geluiden in footwork. Daarmee haalde hij de dansmuziek uit Chicago uit haar niche en richting de club. Hugo Emmerzael ontmoette hem in Los Angeles om te praten over zijn werk en de nalatenschap van DJ Rashad.

Het is maar een paar minuten wachten voor het huis van Anastasios Skalkos in Los Angeles als de footworkproducer – beter bekend als Taso – komt aansnellen in zijn gloednieuwe zwarte BMW. “So sorry! Heb je lang moeten wachten?” Dat viel wel mee, maar toch. “Dit is niet de beste buurt. Deze straat gaat nog wel, maar hier om de hoek had je niet willen staan wachten.”
Dat Taso niet overdrijft blijkt later wanneer zijn huisgenoot, een graffitikunstenaar die bijverdient als acteur, schatert als ik vraag of de graffiti voor hun huis door hem is gedaan. “RIP PRIMO, dat is door een gangsterbende gespoten voor een vriend die ze hier hebben verloren.” Als we de buurt buiten beschouwing laten geniet de Grieks-Amerikaanse muzikant hier van het goede leven. Als hij niet over de wereld tourt met zijn op club georiënteerde footwork, hangt hij hier rond met zijn hond, rookt hij wiet en maakt hij beats.

USB-sticks

Dat maken van beats doet hij haast non-stop. Als onderdeel van footworkcollectief Teklife staat hij net als de in 2014 overleden oprichter DJ Rashad bekend om zijn onafgebroken stroom aan producties. “Dat is de filosofie van Teklife”, beaamt Taso. “Deel uitmaken van Teklife veranderde mijn relatie met muziek. Ik realiseerde me dat ik niet meer dan een kick, bass, snare, hi-hat en sample nodig heb om een van mijn betere nummers te maken. Teklife-oprichters DJ Rashad en DJ Spinn hebben mijn brein opnieuw geprogrammeerd. Mijn benadering tot muziek is versimpeld, maar tegelijkertijd ga ik technischer te werk op het gebied van drumprogrammering en arrangementen.”
Het is precies de combinatie van recht voor z’n raap-beats en finesse in het audio design die Taso een fascinerende artiest maakt in de nog betrekkelijk jonge, internationale wereld van footwork. Wie deze hyperactieve underground dansmuziek draait op feesten of in de club, weet hoe lastig sommige nummers te mixen zijn. In Chicago, waar het mutantenkindje van juke al zo’n twintig jaar wordt gemaakt, produceren artiesten in rap tempo nummers op honderdzestig beats per minuut met hun MPC’s, de iconische samplers van Akai waarop hele nummers gespeeld, gecomponeerd en gearrangeerd kunnen worden. Met dikwijls summiere mixing en mastering worden die nummers online gezet, op USB-sticks uitgewisseld of op feesten gespeeld. Het nummer kan geweldig zijn, maar de lofi-kwaliteit van de mixage voel je op de dansvloer.

Audiopuristen

Toen footwork rond 2011 werd uitgebracht op grotere undergroundlabels als Planet Mu en Hyperdub, verschenen er nummers met zulke secure audiomixage dat ze op feesten wereldwijd als een bom insloegen. Vergelijk de huis-tuin-en-keukenkwaliteit van de ‘Crack’-compilaties, samengesteld door een online footworkverzamelaar, met die van Planet Mu’s ‘Bangs & Works’ om het verschil te horen. Met gebroken ritmes, minimale drumgeluiden en gecompliceerde arrangementen klinkt footwork als geen andere clubmuziek. De verhoogde kwaliteit van de mixage zorgt ervoor dat footwork nu ook echt kan concurreren met dominantere clubgenres zoals trap en drum-‘n-bass. Grof gezegd is footwork van een lokale niche uit Chicago uitgegroeid tot een genre voor audiopuristen dat wereldwijd wordt geproduceerd, gespeeld en gedeeld.
Taso probeerde zijn beats al het beste te laten klinken ver voordat hij footwork maakte. Zijn jaren ervaring als gitarist, pianist en drummer paste hij toe op de software waarin hij zijn beats samenstelt. “Alle digitale muzieksoftware start op met honderdtwintig beats per minuut als de standaardinstelling, dus ik heb als tiener alleen maar in dat tempo elektro-achtige muziek gemaakt. Rond 2012 maakte ik echter van alles: harde boom bap, r-‘n-b-achtige dubstep, hardcore dubstep, diepe elektronica. Ik zat diep in jungle en UK bass. Mijn producties waren eclectisch, maar door mijn achtergrond als audio engineer wist ik ze te mixen en ze consistent goed te laten klinken in de lage frequenties. Rond dat moment kwam Teklife om de hoek kijken. Nu staat mijn Ableton standaard op honderdzestig.”

Mengelmoes

Rond 2012 begon DJ Rashad aan zijn expansiedrift. Hij stond twintig jaar eerder aan de wieg van footwork. In dat jaar was hij van plan om zijn Teklife-crew uit te breiden, nieuwe artiesten toe te voegen en het geluidspalet uit Chicago te verbreden. Via internet kwamen Taso en Rashad met elkaar in contact. Ze speelden samen op feesten en produceerden muziek in Taso’s huis in Los Angeles. Uiteindelijk werd Taso ingewijd tot Teklife. “Ik leerde de muziek kennen onder hun hoede. Daarna lieten ze me los en begon ik met killen.”
Voor Taso betekende het een opeenstapeling van al zijn muzikale invloeden. “Footwork liet het me toe om een mengelmoes te maken van alles waar ik van houd: hiphop, trap, snelle house en jungle. Er zijn gehalveerde ritmes, polyritmes en triolen. Er zijn samples en live instrumenten. Het is de beste muziek ooit.”
Wat Teklife van Taso terugkreeg was een nieuwe modus operandi, of eerder een nieuwe vibe waarin footwork zou kunnen werken. In Chicago werd footwork vaak gemaakt met het idee dat lokale breakdancers erop zouden battelen. Daarom hing er een bepaalde sfeer rond het genre, die lastig was om in mee te gaan voor wie er niet bekend mee was.
Taso, geboren en getogen in Boston en volwassen geworden aan de westkust van de Verenigde Staten, heeft zich die stijl eigen gemaakt en er vervolgens een eigen draai aan gegeven, die al snel aansloeg in de westerse popcultuur. Zijn muziek is net zozeer beïnvloed door de footwork van DJ Rashad als door de G-funk van Dr. Dre, de dubstep van Skream en de jungle van Goldie. Als hij zijn carrièrepad schetst, zegt Taso dat hij zich in een rijtje naast superproducers als Scott Storch (producer voor 50 Cent, Beyoncé en Jay-Z), Rick Rubin (Run DMC, Beastie Boys) en Mario C (Beastie Boys) wil scharen.

Playstation

Mario C is nu Taso’s leermeester. Elke week leent hij Taso een stoffige synthesizer, die hij oppoetst, restaureert en er een nummer mee maakt. Tijdens ons gesprek geeft Taso me een demonstratie van het huidige model, een oude Yamaha met toetsen die loszitten. Zenuwachtig draait Taso in zijn slaapkamerstudio aan alle knopjes en schuift hij aan alle wieltjes. De Yamaha lijkt er even geen zin in te hebben, en opgelucht samplet Taso wat noten als de synth wel begint te reageren. “Dankzij Mario heb ik veel meer beschikking tot livesamples. Elk nummer dat ik nu maak heeft zijn eigen synthesizerdesign. Op mijn volgende album wil ik alleen maar zulke livesamples gebruiken.” Hij laat een voorproefje horen: een epische bossa nova opgenomen door Mario, met zijn inmiddels herkenbare diepe drums. “Het is muziek voor buiten de club, maar dan wel met mijn eigen handtekening”, merkt hij trots op.
Via Mario C gaat er een nieuwe wereld voor Taso open, maar het is nog steeds DJ Rashad waar hij het meest aan heeft gehad. “Hij is de beste muzikant en dj die ik ooit heb gezien. Hij heeft niet alleen mijn carrière, maar ook mijn leven veranderd.” In 2012 brachten Rashad, Spinn en Teklife-jonkie Manny enkele dagen door in Taso’s huis. Ze blowden, dronken lean (codeïne met Sprite), speelden NBA op de Playstation en maakten muziek. Vier van de nummers die ze toen maakten eindigden op ‘Double Cup’, een album van DJ Rashad dat hij als een Trojaans paard footwork in de club wist te krijgen. Dat album belichaamt alles waar footwork om draait: soulvolle bassmuziek, zwoele samples van de Rhodes-piano, scherpe drumarrangementen, energieke clubstompers, minimalistische acidsamples, op hol geslagen jungle breaks, kleurrijke synthesizerloopjes en een stevige dosis gangster machismo. Het is mede aan Taso te danken dat die elementen zo goed uit de verf komen.

Nalatenschap

“Ik kan voor altijd naar die vier nummers luisteren”, blikt Taso met enige nostalgie terug naar ‘Double Cup’. “Ze behoren nog steeds tot het beste wat ik ooit heb gemaakt.” Een korte tijd konden de mannen van Teklife genieten van de deuren die door het album waren geopend. “Aan de westkust begon ik footwork te spelen voor rijke Burning Man-hippies. Die vonden de muziek wel cool, maar begrepen het niet. Het blijft me daarom verbazen hoe in het buitenland een feest kan losbreken als er footwork wordt gedraaid.”
Teklife toerde in de nasleep van ‘Double Cup’ over de wereld. Het bleek echter een korte zegetocht voor Rashad. Hij stond bekend om zijn veel te drukke tourschema en hevig drugsgebruik, maar zijn overdosis aan heroïne in 2014 had niemand verwacht. Net op het moment dat Teklife een enorme impuls kreeg, viel de spirituele mentor weg. Het blijft een gevoelig onderwerp voor alle leden van Teklife. Taso blikt terug: “Niemand heeft ooit gedaan wat wij met Rashad deden op die nummers. Er zijn miljarden mensen op de wereld en er was maar één Rashad. Vergeet dat nooit. Als je je dat realiseert, dan realiseer je je ook waar Teklife voor staat. Als iemand zo geprezen werd voor wat hij deed, is het fucked up dat hij zo snel overleed. Hij was alles, Teklife is no joke.”

Altaar

Net zoals na het verlies van een messias is de Teklife-crew de muziek alleen maar serieuzer gaan nemen na het overlijden van Rashad. In Taso’s slaapkamer staat een klein altaar waarop een cd- en vinylexemplaar van ‘Double Cup’ is geplaatst. Ernaast staan een foto van Rashad en een fles codeïne. Afgelopen jaar heeft Taso met andere leden van Teklife een label opgericht waarop elk lid zijn eigen album uit kan brengen. Taso was met ‘New Start’ de tweede die een fysieke solorelease op vinyl kreeg. “Het is een droom die uitkomt. Ik weet niet wat Rashad verder voor ogen had voor the life, the Teklife, maar we wisten wel dat hij zijn eigen distributienetwerk en businessmodel wilde hebben om het merk te beschermen. Voor ons is het niet eens een business. Teklife is alles wat we hebben: het is onze familie, onze nalatenschap en ons bestaansrecht.”
Het is die liefde voor de muziek en voor de Chicago-cultuur die footwork zo aanstekelijk maakt. Via het internet heeft die zich wereldwijd verspreid zonder de grassroots-insteek uit het oog te verliezen. “Wat houd ik toch van het internet”, verzucht Taso als hij na een joint een pot thee voor ons zet. “Deze muziek is via het internet mijn toegang tot de wereld geweest. Mijn paspoort kreeg ik in minder dan een jaar vol. Nu zit ik hier met jou in Los Angeles thee te drinken en over footwork te praten. En het is nog lang niet over. We gaan nog steeds verder. Het enige wat ons nu nog rest is eropuit gaan om het echt te doen.”

Tekst: Hugo Emmerzael

Nog meer nieuws krijgen over muziek en kunst?

Schrijf je in op de Gonzo (circus)-nieuwsbrief!