Interview: Studio Plastique

Waarom zou je je als ontwerper beperken tot lampen, als je je aandacht kunt richten op het stroomnet waar ze aan hangen? Het designduo Studio Plastique combineert een grote nieuwsgierigheid met een dito bereidheid tot samenwerking.
Studio Plastique

Waarom zou je je als ontwerper beperken tot lampen, als je je aandacht kunt richten op het stroomnet waar ze aan hangen? Het designduo Studio Plastique combineert een grote nieuwsgierigheid met een dito bereidheid tot samenwerking. Solo-expositie ‘Current Age’ in Z33 draait om het opbouwen van een nieuwe relatie tussen mens en elektriciteit.

‘Als je binnen je eigen bubbel blijft, kun je geen veranderingen realiseren.’

Zelfs buiten beschouwing latend dat elektriciteit letterlijk een groot deel van de tijd niet kan worden waargenomen, speelt ze een vrijwel onzichtbare rol in het dagelijks leven, niet in de laatste plaats omdat haar aanwezigheid zo vertrouwd is. Het in Brussel gevestigde ontwerpersduo Studio Plastique – Theresa Bastek (1990) en Archibald Godts (1990) – probeert tijdens de solo-expositie ‘Current Age’ in Z33 in Hasselt stroom juist zichtbaar te maken.

Visualisering is cruciaal tijdens de expositie en in het oeuvre van Studio Plastique. Of zoals Godts het uitlegt: ‘Wij geloven dat je pas een relatie met iets kunt opbouwen als je het kunt waarnemen. Veel problemen ontstaan doordat die band ontbreekt; bijvoorbeeld tussen mens en elektriciteit. Processen en producten opnieuw ontwerpen, kan een nieuwe relatie doen ontstaan.’

Zichtbaar

Studio Plastique richt zich al langere tijd op fenomenen en grondstoffen die gemakkelijk over het hoofd worden gezien, terwijl ze een grote rol spelen in de samenleving – of dat zouden kunnen doen. Voor ‘Out of the Woods’ (2019) richtten de twee zich onder meer op manieren om andere grondstoffen dan alleen hout uit het bos te halen. Weer een ander project, ‘Common Sands’ uit 2020, draaide om zand. Dat zit vrijwel overal in: van computerchips en glas tot tandpasta. Dit onderzoek resulteerde in een serie glazen eet- en drinkgerei, gemaakt van het zand uit weggegooide apparaten.

Zo wordt het onzichtbare en alledaagse zichtbaar en net wat minder alledaags. ‘Common Sands’ werd getoond tijdens ‘Transitions’ (2020), een (digitale) groepsexpositie bij zowel het designplatform MAD Brussels als tijdens de Dutch Design Week van het afgelopen jaar.

Daaraan nam Studio Plastique deel met geestverwante designers en ontwerpstudio’s als Open Structures en Rotor DC, die zich richten op grote veranderingen en overgangen in de huidige samenleving. Het oeuvre van het duo past binnen een aantal tendensen en ontwikkelingen die bezoekers aan bijvoorbeeld de Dutch Design Week – waar het duo verschillende keren aan deelnam – bekend voor zullen komen: niet alleen het milieubewustzijn en de aandacht voor productieprocessen en de circulaire economie, maar ook de sterke onderzoekcomponent en zelfs een enigszins conceptuele inslag. Dat de naam ‘Studio Plastique’ associaties oproept met plastic is opmerkelijk, misschien een beetje provocatief, maar tegelijk verwijst de naam naar plasticiteit: het vermogen van iets om een nieuwe gedaante aan te kunnen nemen – om opnieuw gevormd te kunnen worden.

Absurd

Voor wie wat minder thuis is in design, zullen Bastek en Godts wellicht atypische ontwerpers zijn, die zich niet per se richten op het bedenken van een meubel of een ander soort gebruiksvoorwerp. Maar zoals Godts het kernachtig stelt, in relatie tot ‘Current Age’: ‘Waarom zou je een lamp willen ontwerpen als je je kunt richten op het stroomnet?’

Volgens Studio Plastique verandert de rol van de ontwerper naar gelang de maatschappij verandert. Een fysiek eindresultaat is bovendien voor het duo geen verplichting – zeker als je je bedenkt hoeveel afval er is. Godts: ‘Er is te weinig nagedacht over wat je met een product moet doen wanneer zijn levenscyclus erop zit en wat er met de grondstoffen moet gebeuren waar het van is gemaakt. Dit is een kwestie waar ontwerpers zich recent mee bezig zijn gaan houden en waarin ze hun verantwoordelijkheid in nemen. Het is eigenlijk absurd dat je iets bestelt dat binnen een paar dagen vanuit China bij je wordt bezorgd, om het een paar dagen later weg te gooien.’

Bastek gaat daarop in: ‘Voor zulke kwesties is te lang geen aandacht geweest. Dat bewustzijn is nu aan het ontstaan – maar toch, beter laat dan nooit. Industrieën kunnen niet langer bepaalde fenomenen negeren, zoals de impact van vervuiling.’

Volgens het duo kunnen ontwerpers een belangrijke rol spelen in het opnieuw nadenken over industrieën – en daarmee ook een belangrijke duw geven in het hervormen daarvan. Dat doen Bastek en Godts niet alleen: voor hen is het een tweede natuur om samen te werken met onderzoekers, praktisch ingestelde vakmensen, en andersoortige experts van diverse pluimage. De handen ineenslaan is noodzakelijk om veelomvattende kwesties aan te pakken.

Bastek: ‘Bij veel bedrijven werd duurzaamheid op de kaart gezet door de communicatieafdeling, maar er was niet per se de kennis in huis om die doelen ook echt te realiseren. Ontwerpers kunnen dan helpen om ideeën om te zetten in echte veranderingen.’ Godts: ‘Design proberen we daarbij te benaderen als iets gemeenschappelijk. Als ontwerpers zijn we ook matchmakers.’

Maar ook voor designers kan het moeilijk zijn om buiten de eigen kaders te kijken. Voor ‘Current Age’ interviewde Studio Plastique dan ook onder meer academici, start-ups op het gebied van nieuwe technologieën en lobbyisten voor groene stroom. Bastek stelt: ‘Als je binnen je eigen bubbel blijft, kun je geen veranderingen realiseren.’

Gedachteloos

Ook de relatie met elektriciteit is er een die toe is aan verandering, vertelt Bastek: ‘Het is heel normaal om gedachteloos elektriciteit te consumeren. Pas als je dat gedrag onder de loep neemt, kun je weer nadenken over hoe stroom wordt geconsumeerd of gegenereerd.’ Daarom belicht ‘Current Age’ verschillende technologische en maatschappelijke perspectieven.

De expositie bestaat uit een viertal kamers die Bastek en Godts omschrijven als ‘hoofdstukken’ die aan de hand van installaties verschillende aspecten van elektriciteit en stroomvoorziening belichten. Bastek: ‘De onderwerpen zijn het gebruik van elektriciteit, het opwekken ervan, de distributie en de sensorische ervaring: het kijken naar en voelen van stroom.’ ‘Current Age’ omvat onder meer een serie thermografische prints van elektronische apparaten, zoals een laptop. De opgewekte warmte in kaart brengen is immers een manier om elektriciteit zichtbaarder te maken.

Godts vertelt meer om de uitdagingen rondom elektriciteit: ‘Die is op zichzelf niet echt een grondstof, eerder een soort gemeengoed, maar heeft wel enorme infrastructuren nodig die de wereld en het dagelijks leven in heel sterke mate vormgeven. We hebben daarom ook een installatie gemaakt die de nachtelijke wereld toont; hoofdzakelijk westerse landen en hun infrastructuur. Aan de hand van de mate van verlichting kun je op deze kaart zien waar veel elektriciteit wordt gebruikt, en waar juist niet. Dat laatste kan zijn omdat daar geen aansluiting is, of omdat de mensen daar verstandiger omgaan met stroom. Je ziet zo ook dat de toegang tot het stroomnet ongelijk verdeeld is over de planeet.’

Een gerelateerd werk is geënt op botanische tekeningen, vult Bastek aan: ‘Onze tekeningen zijn gebaseerd op opengewerkte stroomkabels en tonen de infrastructuur als iets wat organisch is; zoiets als een plant of de aders in een lichaam. Tegelijkertijd staat er informatie bij over bijvoorbeeld hoeveel kilometer lang zo’n kabel kan zijn.’ Zo combineert Studio Plastique technische informatie met een frisse verbeelding.

Betovering

Hoewel ‘Current Age’ volop stilstaat bij de uitdagingen van elektriciteit, blijft er ruimte voor de betovering. Het is veelzeggend dat het laatste hoofdstuk van de expositie aan dat laatste gewijd is, aan de hand van een interactieve installatie waarin je een vonk rond ziet springen. Bastek: ‘Wist je dat het woord electrician eigenlijk een combinatie is van electricity en magician?’ Godts springt daarop in: ‘Elektriciteit was aanvankelijk een soort gimmick; iets grappigs, maar nutteloos. Pas later werd stroom iets met een nuttige toepassing, maar ze is eigenlijk nog steeds magisch: hoe je energie van de ene plek naar de andere kunt verplaatsen en waar je van alles mee mogelijk kunt maken, zoals het Skypegesprek dat wij nu voeren.’

Die verwondering terugbrengen is een mooi startpunt om opnieuw na te denken over de relatie tussen mens en elektriciteit. Dat is zeker nodig, want naast de ongelijke verdeling, zijn er ook veel uitdagingen van technischer aard. Godts: ‘Het wereldwijde elektriciteitsnet is praktisch, maar daardoor denk je soms ook niet buiten de gebaande paden, of vraag je je niet echt af wat de pijnpunten en behoeften zijn. We stellen graag vragen over zulke onderwerpen, waar maar één groot verhaal over lijkt te zijn. Maar is dat ook het beste, of is er nooit bij stilgestaan dat er andere mogelijkheden zijn?’

Het stroomnet is zo’n onderwerp dat een frisse blik behoeft, want er zijn genoeg nadelen. Godts: ‘Black-outs zijn echt een probleem, omdat je een domino-effect krijgt met allerlei netwerken die op elkaar aangesloten zijn – dat wordt een enorme puinhoop. Bovendien, als Afrikaanse landen bijvoorbeeld moeten wachten tot ze aangesloten worden op het al bestaande net, moeten ze nog lang wachten. Daarom kijken we ook naar gedecentraliseerde en binnenlandse alternatieven, ook op het gebied van nieuwe technologie. Wordt het bijvoorbeeld niet eens tijd dat laptops niet langer passieve gebruikers zijn, maar ook actief hun eigen stroom gaan genereren?’

Nog meer nieuws krijgen over muziek en kunst?

Schrijf je in op de Gonzo (circus)-nieuwsbrief!