Gogbot Special: Interview – Richard Vijgen

Technologie oefent een groeiende, maar soms onzichtbare invloed uit op het dagelijkse leven. Kunstenaar/ontwerper Richard Vijgen maakt met zijn interactieve, grootschalige installaties deze abstracte invloeden zichtbaar. Maarten Buser sprak hem over Vijgens werken die te zien zijn in Museum of the Future (Gogbot).
Richard Vijgen - Hertzian Landscapes (2019)

Technologie oefent een groeiende en onzichtbare invloed uit op het dagelijkse leven. Kunstenaar/ontwerper Richard Vijgen (1982) verbeeldt met zijn interactieve, vaak grootschalige installaties abstracte zaken, zoals draadloze signalen. Zo kun je figuurlijk en ook vaak letterlijk je positie bepalen. Verschillende van zijn projecten zijn nu te zien in Museum of the Future, de expositieruimte van Gogbot.

Van tachtig procent van wat er in je leven gebeurt, weet je niet hoe het werkt.

Een lappendeken aan schermen of bijna impressionistische puntenwolken: Richard Vijgens installaties als ‘Through Artificial Eyes’ (2022), ‘Hertzian Landscapes’ (2019) en ‘Architecture of Radio’ (2016) maken hun technologische insteek direct duidelijk. Van die wolken bijvoorbeeld voel je meteen aan dat ze voor data staan. ‘Soms hoor ik iemand over mijn installaties zeggen: ‘Wauw, wat interessant. Ik wist niet dat data er zo uitzien.’ Maar zo zien gegevens er helemaal niet uit; iemand heeft een keuze gemaakt om ze op deze manier te verbeelden. Datavisualisatie heeft een met fotografie vergelijkbare schijn van objectiviteit en betrouwbaarheid, terwijl de resultaten vaak heel subjectief zijn. Daarom ben ik er altijd duidelijk over dat mijn installaties míjn verbeelding zijn.’

Informatie-explosie

Volgens Vijgen was het aanvankelijk niet zijn bedoeling om installaties te maken voor kunstinstellingen, hoewel zijn werk daar wel bleek aan te slaan. Dat bood hem een nieuw perspectief: ‘Ik kon dingen doen die niet direct een praktisch nut hadden, maar die ik wel verder wilde onderzoeken.’ Vijgen is opgeleid als grafisch ontwerper – ‘dus eigenlijk als iemand die informatie structureert’ – en dat zie je nog terug in zijn werk. ‘Die studie was begin jaren 2000 nog erg gericht op drukwerk, met name boeken. Zo’n ontwerp maakte ik dan met een iMac, die op de kunstacademie alleen een middel was, maar nooit een onderwerp op zich. Het vak dat ik leerde had net zoveel of zo weinig te maken met ICT als met pakweg geneeskunde. Tegelijkertijd vond ik de computer erg interessant als medium.’
Tijdens zijn studie kwam hij een online archief tegen, Project Gutenberg, met daarin een paar duizend boeken waarvan het auteursrecht was verlopen. Die waren als een tekstbestandje online gezet. ‘Ik vond die schaalvergroting interessant: hoe zou je zo’n grote bibliotheek kunnen vormgeven en elk boek een eigen design meegeven? Handmatig lukt dat niet. Ik heb mezelf toen leren programmeren en heb een systeem geschreven dat op basis van metadata automatisch een ontwerp genereert voor een boek. De keuze van het lettertype kon dan bijvoorbeeld afhangen van hoelang het al geleden was dat de auteur overleed.’ Lachend: ‘Daar zat trouwens ook iets opstandigs in: ik was niet zo goed in zaken als boekontwerp en typografie.’ Ondertussen was ook de tijdsgeest aan het veranderen. ‘De eerste sociale media kwamen op. Mensen begonnen hun eigen websites te bouwen. Het was duidelijk dat er een informatie-explosie op komst was, waarmee je moést leren omgaan.’

Vertaalslag

Hij besloot zich verder te verdiepen in datavisualisatie. ‘Je maakt dan eigenlijk een vertaling: van iets onzichtbaars naar een verbeelding. Hoe je die vertaalslag maakt is subjectief. Als ik een kleur wil koppelen aan steeds hoger wordende getallen, laat ik die beeldelementen dan steeds blauwer of steeds roder worden? Kies ik voor een groeiende of juist een krimpende stip? In principe kan niemand zien welke keuzes aan die verbeelding ten grondslag liggen, omdat ze in de code besloten zijn.’
Een dergelijk gebrek aan transparantie is kenmerkend voor hedendaagse technologie. ‘In de afgelopen vijftig jaar zijn bij veel processen computers betrokken geraakt, of ze zijn inmiddels volledig gedigitaliseerd. Daardoor zijn ze ook abstracter en onzichtbaarder geworden, bijvoorbeeld door draadloze communicatie of door algoritmes. Van ongeveer tachtig procent van wat er in je leven gebeurt, weet je niet hoe dat werkt. Je blijft een passieve ontvanger en dreigt dan de regie te verliezen over een steeds groter deel van je omgeving.’

Radiofrequenties

Vijgen probeert daar met zijn installaties tegenwicht aan te bieden, door vaak letterlijk het onzichtbare een zichtbare vorm te geven. Denk daarbij aan ‘Hertzian Landscapes’: een grote projectie, die het elektromagnetisch spectrum verbeeldt binnen een bepaald bereik. ‘Als bezoeker loop je langs het scherm en op basis daarvan zoom je eigenlijk in op een specifiek deel van het spectrum. Je ziet dan wat er op dat moment aan signalen opgevangen kan worden in de ruimte om je heen. Ook kun je de bronnen van de radiofrequenties zien. Het gaat mij er niet om dat je weet van welke aanbieder het netwerk is, maar dat je bijvoorbeeld merkt dat de frequenties afkomstig zijn van een magnetron, of van een passerend vliegtuig. Zo merk je dat zulke apparaten invloed uitoefenen op je dagelijkse leven.’
Vijgen probeert altijd een soort gelaagdheid aan te brengen in zijn werk. ‘In eerste instantie wil ik iets maken dat intuïtief is en je op een zintuigelijk niveau aanspreekt, via beeld, geluid en interactiviteit. Vervolgens probeer ik een laag toe te voegen die je in staat stelt om je te verdiepen in de data, door de visuele structuur te ‘lezen’. Die leesbaarheid draagt bij aan de ervaring, maar zorgt ook voor grip op wat je ervaart. Je kunt bovendien vaak letterlijk je positie bepalen ten opzichte van de data.’ Denk bijvoorbeeld aan ‘Architecture of Radio’, dat je via een tablet je omgeving laat scannen, om zo draadloze signalen bloot te leggen.

Verwondering

Dankzij Vijgens installaties kun je toch enig inzicht krijgen in die tachtig procent van je leven waar je niets van weet. ‘Ik wil aanknopingspunten bieden om toch een beeld en een gevoel te krijgen bij hedendaagse technologie, ook als je geen expert bent. Ik creëer liever frictie dan te oordelen of iets goed is of juist slecht. Er mag ook best verwondering ontstaan; dat je zo’n verzameling onzichtbare signalen mooi vindt. Ik presenteer het radiospectrum bijvoorbeeld als een soort landschap waarin je kunt verdwalen. Dan ben je actiever bezig dan wanneer je alleen een passieve ontvanger bent van de technologie.’

Nog meer nieuws krijgen over muziek en kunst?

Schrijf je in op de Gonzo (circus)-nieuwsbrief!