November Music

Interview: Leyla Aydoslu

Kijken met je hele lichaam

Waarnemen is volgens Leyla Aydoslu (Antwerpen, 1987) een lichamelijke ervaring. Daarom nodigt de constructie van haar beelden je uit om eromheen te lopen en intensief te kijken. Als je goed oplet, blijken massieve beelden namelijk toch kwetsbaar te zijn.
Leyla Aydoslu - ‘Hellen Müllers Balcony’ in FRED&FERRY (2024), foto Tomas Uyttendaele

‘Ik vind het fijn om mezelf én anderen uit te dagen om grenzen te verleggen als het gaat om het idee van wat een goede sculptuur is,’ vertelt Leyla Aydoslu. ‘Herkenning is een heel snelle manier van waarnemen; soms te snel. In mijn werk probeer ik daarom vaak een soort vervreemding op te roepen, om het kijken te vertragen en zelfs te onderbreken. Er zijn weliswaar allerlei herkenningspunten en associaties, maar het beeld laat zich niet automatisch en eenduidig categoriseren. Daardoor word je als kijker uitgenodigd om onderzoekender te kijken.’

Ik speel graag met verwachtingen: blijft dat beeld wel staan?

Taal

Aydoslu’s sculpturen ondergraven dan ook actief je verwachtingen. De vormen en materialen roepen allerlei herkenbare associaties op, maar ze verwijzen niet eenduidig naar één object of betekenis. Evenmin zijn de materialen makkelijk vast te pinnen. Aydoslu werkt graag met gips, papier-maché en afgedankte voorwerpen die ze op straat vindt. ‘Ik ben opgeleid als schilder en heb daardoor weinig meegekregen van de basistechnieken voor beeldhouwen. Schilderen deed ik heel spontaan. Ik was niet echt geïnteresseerd in afbeeldingen, maar in het opbouwen van het kunstwerk: wat krijg je als je steeds iets weghaalt of juist toevoegt? Een herkenbaar beeld of een beeld dat binnen je verwachtingen valt, kan door een ingreep ineens iets anders worden.’
Al tijdens het schilderen begon Aydoslu andere materialen te betrekken bij haar kunstwerken, die aanvankelijk nog aan de muur hingen, maar inmiddels vaak in de ruimte staan of aan het plafond hangen. ‘Mijn werk is eigenlijk organisch gegroeid van twee- naar driedimensionaal. Naarmate mijn werk ruimtelijker werd, begon het zich ook vanzelf te verhouden tot mijn omgeving. Architectuur, het stedelijk landschap, objecten en lichamelijke vormen zijn daardoor steeds meer als associaties in mijn werk aanwezig, zonder dat ik ze letterlijk probeer af te beelden. Kunst kan een nieuw soort taal zijn, die afwijkt van automatisch en functioneel waarnemen. Het is belangrijk om daarbij wel een ingang te hebben, via herkenbare vormen en associaties. Die verander, vervorm en vermeng ik vervolgens. Daardoor ontstaat er een beeld dat niet langer eenduidig is.’

Schaal

Terwijl Aydoslu’s sculpturen groter en ruimtelijker werden, werd ook het lichaam een belangrijk referentiepunt. ‘Dan gaat het deels om mijn eigen lichaam tijdens het maakproces: hoe kan ik materialen manipuleren, hoe groot kan ik iets maken en hoe kan ik het in de ruimte plaatsen? Maar mijn eigen lichaam is niet alleen een instrument waarmee ik kunst maak, maar ook de meetlat waarmee ik schaal ervaar.’
Ook de kijker zal het eigen lichaam moeten inzetten om die schaal te kunnen aanvoelen. ‘Ik werk nu aan een reeks vat-achtige sculpturen. Vaten zijn echte basisvormen, die doen denken aan gebruiksvoorwerpen, maar ook aan lichamen. De beelden hebben een binnenruimte, die je deels via de buitenkant kunt zien. Ik breng vaker spleten of andere openingen aan in mijn sculpturen, waardoor je naar binnen kunt kijken. Het is interessant om open te zijn over de constructie, omdat dat de monumentale uitstraling van beelden ook weer relativeert. Wat eerst massief en onaantastbaar lijkt, blijkt als je van naderbij kijkt opgebouwd, kwetsbaar en veranderlijk te zijn. Je ziet dan twee verschillende karakters in hetzelfde kunstwerk. Door dat ‘kijkje achter de schermen’ ga je jezelf vragen stellen over de monumentaliteit. Ik maak graag werk dat tegelijkertijd robuust en fragiel oogt. Je kunt dan met verwachtingen spelen: blijft dat beeld wel staan?’

Betrokkenheid

Voor Aydoslu hangt de hoge mate van betrokkenheid van de toeschouwer samen met die van haarzelf als maker. ‘Als je al van tevoren beslist hoe het eindresultaat eruit gaat zien, ontzeg je jezelf veel uitdagingen. Ik vertrouw tijdens het maken op mijn intuïtie. Daarmee bedoel ik níét dat ik zomaar aanvoel of iets goed of slecht is. Ik probeer te begrijpen wat er in het beeld gebeurt en waarom ik op een bepaalde manier reageer. Tegelijk vraag ik me af waar mijn ideeën over wat geslaagd is eigenlijk vandaan komen. Ook die opvattingen probeer ik tijdens het maken in vraag te stellen.’
Ze legt uit hoe ook de ruimte waarin de beelden staan, bijdraagt aan een lichamelijke kijkhouding. ‘Ik ben altijd al iemand geweest die graag dingen maakte en niet gelukkig werd op de schoolbanken. Voelen en aanraken stimuleren me. Ik vind het aantrekkelijk om iets hoog te hangen of juist laag; om je tussen de sculpturen door te laten lopen of er omheen. Omdat je het beeld niet vanuit één standpunt volledig kunt overzien, bouwt je ervaring ervan zich geleidelijk op terwijl je eromheen beweegt. Daarom ben je eigenlijk verplicht om rond te lopen. Omdat je al die aspecten niet in één keer kunt zien, vorm je het beeld in je hoofd.’

Aanwezigheid

Aydoslu plaatst een hand net onder haar keel. ‘Kijken blijft vaak beperkt tot dit niveau: de ogen en de hersenen. Ik vind het interessant om dat proces te verstoren. Als je een sculptuur niet meteen thuis kunt brengen of vanuit één standpunt kunt begrijpen, word je gedwongen om langer te kijken en je eigen eerste indruk opnieuw te onderzoeken. Misschien ontstaat betekenis juist in die ruimte tussen wat je enerzijds denkt te herkennen, en anderzijds wat zich uiteindelijk niet helemaal laat vastleggen.’

GC192 - Cover Gonzo (circus)

Dit artikel verscheen eerder in Gonzo #192

Bibliografie
Eerder in Gonzo
Mind The Gap

Vond je dit artikel interessant?

Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontvang het beste van Gonzo (circus) rechtstreeks in je mailbox.

Nog meer nieuws krijgen over muziek en kunst?

Schrijf je in op de Gonzo (circus)-nieuwsbrief!