Interview: Laster

Op ‘Andermans Mijne’ heeft de Utrechtse blackmetalband eindelijk het progressieve geluid gevonden waar ze al lange tijd naar op zoek waren. De band vertelt onze schrijver Niels Tubbing over de spanning die zij ervaren tussen ‘de euforie van het ontginnen van nieuw terrein en de angst om het oude vertrouwde kwijt te raken’. In onze nieuwste editie lees je hoe de band die verschillende werelden samenbracht.
Laster - (c) SPKR

De Utrechtse band Laster rekt met hun recentste plaat ‘Andermans Mijne’ de grenzen op van wat nog als black metal bestempeld kan worden. Met verstaanbare Nederlandstalige zang en een helder, progressief geluid brengt dit drietal op imponerende wijze verschillende werelden bij elkaar.

Groei bevat zowel een euforische als een angstige kant.

Dinsdagavond vijf december 2023. Sinterklaasavond. Zowaar krijgen we een cadeau: het fijne online interview dat we hebben met de drie heren achter de band Laster. Met ‘Andermans Mijne’ heeft de Utrechtse groep onlangs hun vierde langspeler uitgebracht (de band debuteerde in 2012 met de demo ‘Wijsgeer & Narreman’). Ooit begonnen als blackmetalband, stapte Laster met elke nieuwe plaat steeds een beetje verder buiten het dogmatische raamwerk dat zo inherent is aan het genre, maar met hun jongste werk koppelen ze er zich zelfs vrijwel volledig van los. Een goed startpunt voor een lang gesprek waarin onderwerpen aan bod komen als psychologische zelfinzichten en een filosofische kritiek op de notie van uniciteit.

Leentjebuur

‘Ik ervaar een hele warme ontvangst van het album,’ vertelt zanger en gitarist Nicky Heijmen. ‘Veel mensen zijn echt enthousiast over wat we hebben gemaakt. Maar wat ik ook merk en zelfs interessant vind is dat er mensen zijn die het nu allemaal wel erg uitgekristalliseerd vinden. We hebben nu een volwaardige productie met volledig uitgedachte nummers en sommige luisteraars missen de rafelrandjes van ons oudere werk.’
Het bovenstaande raakt de kern van het nieuwste werk van Laster, waarbij de band ervoor heeft gekozen vanaf het begin het anders aan te pakken dan in het verleden. Waar eerdere albums voornamelijk vanuit jamsessies ontstonden, werd ditmaal voor een andere methode gekozen. ‘We zochten nu van meet af aan een bepaalde diepte in de muziek, zowel op technisch als qua sfeer,’ vertelt bassist Sylwin Cornielje. ‘We wilden onszelf uitdagen, onderzoeken welke aspecten van ons kunnen we nog niet verkend hadden en die incorporeren in een logisch geheel. Daarbij zijn we veel bezig geweest met de instrumenten naar elkaar toe te laten werken.’ Drummer Wessel Reijman vult aan. ‘Het hielp om alles een keertje uit te schrijven, om het voor ons te zien, bijvoorbeeld om tot een goede hook te komen. We hebben veel met ons drieën achter de computer gezeten om te bediscussiëren wat wel en niet werkte.’
Buiten de technische structuur van de nummers heeft de band ook veel tijd besteed aan het totaalgeluid van het album, waarbij de heldere productie opvalt. De intensiteit van het album vindt haar oorsprong niet in gruizige herrie, maar juist in een duidelijke, progressieve sound. Cornielje geeft aan dat dit een bewuste keuze is geweest. ‘We hebben altijd al een beetje moeite gehad met het verkrijgen van het precieze geluid waarnaar we op zoek waren. Onze muziek komt heel erg uit onszelf voort, waardoor we niet makkelijk leentjebuur kunnen spelen. Ik vond het zonde dat het progressieve karakter van onze muziek weinig naar voren kwam in eerder werk. Daarom ben ik deze keer specifiek op zoek gegaan naar mensen die progressieve metal in Nederland produceren. Dat bracht me bij Tymon Kruidenier. Hij heeft onder meer in de band Cynic gespeeld en weet waar hij het over heeft. We konden met de meest obscure, progressieve artiesten aankomen en hij wist meteen waar we het over hadden. Dat heeft duidelijk effect gehad op het resultaat.’
Toch hebben de heren zelf ook een actieve rol gehad in het opnameproces. Reijman, die zelf ook geluidstechnicus is en zijn eigen Catacomben Studio’s heeft in Utrecht, geeft aan dat ze met hun drieën veel naast Kruidenier hebben gezeten om input te geven. ‘Hij was de eindverantwoordelijke, maar uiteindelijk moet je er zelf echt bovenop zitten voor de details. We hadden ook zelf van tevoren al veel opgenomen. Daartoe heb ik aardig wat investeringen gedaan in onder meer een goede geluidskaart. We hebben de afgelopen jaren geleerd dat dit nodig is voor een diep, rijk geluid en dat kwam het resultaat wel ten goede.’

Symptomatisch

Naast het progressieve geluid speelt ook de zang een essentiële rol in de luisterervaring van ‘Andermans Mijne’. Op eerder werk bestond die zang veelal uit blackmetalgekrijs, hoewel er ook voor cleane zang een prominente rol was weggelegd. Deze keer heeft de groep het krijsen echter achterwege gelaten en ervoor gekozen om zang als wapen te hanteren. Dit betekende ook een nieuwe aanpak voor het totaalgeluid, waarbij het is gelukt om de zang zelfs intenser over te laten komen dan op eerdere albums. ‘Het was in het begin nog best wel zoeken voor Tymon. We vertelden hem dat we de zang zelf voor ons zagen als een soort vreemde combinatie tussen oude Arctic Monkeys, Beastmilk en Dødheimsgard. Dat was voor hem wel even puzzelen om de zang zodanig in de mix te krijgen,’ vertelt Cornielje. ‘We hebben er alleszins veel aandacht aan besteed. Ik denk dat de keuze voor cleane zang er juist voor zorgt dat Nicky nog intenser klinkt dan wanneer we voor krijsen hadden gekozen.’
Voor Heijmen zelf was het even wennen. ‘Voor mijn gebruikelijke geblèr gebruik ik een heel specifieke techniek, die ervoor zorgt dat ik hoog en schel klink, maar ook monotoon. Die monotonie wilden we vermijden en dus zijn we concreet gaan nadenken over welk type zang de nummers nodig hadden. Vrijwel het hele album bestaat uit cleane zang, maar daarbinnen is er tegelijkertijd een grote diversiteit aan stijlen. We hebben ons steeds afgevraagd: ‘Oké, wat werkt hier?’ Maar ook: ‘Wat zijn mijn capaciteiten als zanger?’’
Dit laatste is nog een klein vraagteken in aanloop naar een bijzonder optreden dat Laster in april zal geven op Roadburn. ‘Dan spelen we het album integraal en dat wordt nog wel een uitdaging voor mij,’ geeft een lachende Heijmen aan. Reijman voegt toe dat ze alle drie veel hooi op de vork hebben genomen. ‘Het nieuwe materiaal is een uitdaging om live te spelen, maar wel enorm leuk!’
De teksten die Heijmen zingt zijn deze keer allemaal van de hand van Cornielje. Met een licht absurdistische inslag weet hij het alledaagse op te tillen en in nieuwe, kernachtige perspectieven te plaatsen. Wat dat betreft doet het ons soms aan het werk van Luc de Vos denken, de helaas overleden zanger en gitarist van de Vlaamse band Gorki. De heren zijn er niet bekend mee, maar Cornielje zegt veel aandacht aan het schrijfwerk te hebben besteed. ‘Voor mij was het, mede door de andere manier van zingen door Nicky, belangrijk om rekening te houden met het metrum en het ritme van de woorden. Het is lang zoeken geweest, de teksten zijn over de tijdsspanne van een jaar geschreven en tot in de opnamestudio heb ik nog stukken aangepast. Nicky en Wessel hebben overigens ook veel bijgedragen aan de teksten.’
Niet alleen was het inpassen van de tekst in de muziek een lastige klus, vertelt Cornielje, ook de inhoudelijke totstandkoming kostte hem moeite. ‘Dat is wel symptomatisch voor mij. Ik vind het lastig om mijn diepe innerlijke gevoelens om te zetten in woorden. In het creatieve proces ben ik vaak te afhankelijk van wat zich van buitenaf aanbiedt. Dat is ook waar de titel ‘Andermans Mijne’ deels naar verwijst: naar het niet volledig jezelf kunnen blijven, naar een beweging naar buiten toe in het zoeken naar een vorm van veiligheid.’

Transformatie

We keren even terug naar de wereld van black metal. Een wereld die Laster inmiddels verlaten lijkt te hebben, hoewel ‘Andersmans Mijne’ zeker nog elementen van het genre bevat. De muzikale reis die de groep de afgelopen tien jaar heeft afgelegd lijkt er een die getekend wordt door het zich afzetten tegen de strikte regels van black metal. Aangezien het drietal een geesteswetenschappelijke achtergrond heeft (Cornielje en Reijman in filosofie, Heijmen in mediawetenschappen), sturen we aan op een beschouwing op deze reis vanuit die hoek.
We verwijzen naar de filosofie van de Fransman Gilles Deleuze, die onder meer heeft geschreven over rizomatische verbindingen binnen netwerken, structuren of organisaties (steeds nieuwe, heterogene connecties die zich vertakken op non-lineaire en niet-hiërarchische wijze) en ‘vluchtlijnen’ (het ontsnappen aan verwachtingspatronen binnen opgelegde kaders en het aangaan van onverwachte verbindingen in het leven door onbekende wegen te verkennen). Heijmen reflecteert hierop: ‘We komen uit een artistieke, maar ook hele conservatieve hoek. We zijn bekend met ‘black-metal-volgens-het-boekje’, wat je ook terughoort op oude demo’s die we als tieners maakten en in andere projecten waarin we actief zijn geweest. Maar als er iets centraal staat in het leven van een tiener dan is het wel je willen afzetten tegen geldende normen. We zijn onszelf daarom muzikaal gaan verbreden en kijken naar wat er nog meer mogelijk was. Meer vanuit een aangeboren vorm van rebellie dan dat we op een dag wakker werden en dachten: ‘Nu gaan we eens lekker afwijken!’.’
Cornielje geeft verdere duiding. ‘Het is een transformatie, dat vind ik belangrijk om te benoemen. Je noemt Deleuze, waarmee je naar een filosofie verwijst waarin er altijd sprake is van spanning. Het ene valt nooit te vervangen door het andere zonder daarmee een opening dicht te slaan. Ik zie daarin een parallel met de ontwikkeling die wij hebben gemaakt, met aan de ene kant de euforie van het ontginnen van nieuw terrein, en aan de andere kant de angst om het oude vertrouwde kwijt te raken. Daarin zit voor ons een constante spanning.’
Heijmen ziet een kwetsbaarheid in de genoemde transformatie. ‘We zijn ontzettend serieus in wat we doen, waarbij we ook een groot risico lopen door buiten de lijntjes te kleuren. Je weet dat je bepaalde connecties tenietdoet door een andere richting te kiezen dan verwacht wordt, in de hoop dat je in dat nieuwe veld vervolgens weer nieuwe verbindingen legt, zonder daarbij zekerheid te hebben dat dit ook gebeurt.’ Cornielje valt hem bij. ‘De kans bestaat dat je op muzikaal vlak faalt. Dat je een album maakt waarvan je spijt hebt, of dat door niemand wordt gewaardeerd, inclusief het label. Je kunt niet eeuwig en onbeperkt blijven experimenteren omdat je namelijk ook gevoed wil worden met positieve feedback. Daartussen zit ook een spanning.’
Reijman vat het kernachtig samen: ‘We hebben het over creativiteit toch? Die wordt gevoed door het maakproces. Je moet soms ook gewoon aan de gang gaan zonder je te veel bezig te houden met het eindresultaat. Tijdens het maken raak je weer geïnspireerd door het werk waar je mee bezig bent en de tijd die je eraan spendeert, door de stappen die je zet en door de nieuwe inzichten die je opdoet tijdens dat proces. Daarbij helpt het dat je door opgedane ervaring steeds minder vastzit aan een voorbeeld dat je in eerste instantie voor ogen hebt, wat in het begin van een carrière eerder het geval zal zijn, en sneller tot een eigen richting kan komen die jou voldoening geeft.’

Kenvermogen

Cornielje haalt de albumtitel er nog eens bij. ‘Onze sociale wereld ziet er zo uit dat iets compleet nieuws doen eigenlijk niet mogelijk is. Als je nieuwe muziek maakt dan bestaat die altijd uit een samenvoeging van reeds bestaande elementen. Misschien werkt de menselijke ontwikkeling wel zo, dat mensen dat wat al bestaat in de wereld integreren tot iets nieuws voor henzelf. Zelfs op microniveau, in emoties als afgunst of jaloezie, waarbij je onbewust wordt gestuurd door wat de ander heeft. ‘Andermans Mijne’ verwijst in zekere zin ook daarnaar. Naar het worstelen met het moderne idee van autonomie. Wat betekent dat in deze tijd? Bestaat het eigenlijk nog wel of is het meer een ideaal van streven naar zelfstandigheid en uniciteit? Waarom willen we allemaal zo uniek zijn? Als band willen we in de spiegel kijken en onszelf zien als een integratie van elementen die in de wereld bestaan en daar dan mee spelen. Dat vind ik een stuk inspirerender dan de romantische notie van iemand die op een berg staat en een goddelijke ingeving krijgt.’ Ook Heijmen ziet dit zo. ‘De ideeën die ik kan bedenken bestaan uit een veelvoud aan ideeën die al bestaan. Maar wanneer je iteratief te werk gaat bestaat de kans dat op een gegeven moment een materie of kennis ontstaat die zich net buiten je kenvermogen bevindt en dan wordt het interessant.’
Al pratende over inspiratiebronnen buiten muziek passeren nog Emmanuel Levinas en Timothy Morton, en belandt het gesprek nog op de invloed van iets dat zich ogenschijnlijk in een totaal ander hoek bevindt: videospellen. Heijmen ziet deze mediavorm als een mogelijke inspiratiebron voor alle andere kunstuitingen. ‘En dus ook voor muziek en beeld. Als je naar het beeldmateriaal kijkt dat we maken kun je invloeden uit de game-wereld herkennen. In onze video voor ‘Kunstlicht’ bijvoorbeeld zitten personages die T-poses (een standaardhouding voor het skelet van een 3D-model voordat het wordt geanimeerd, red.) aannemen. Deze zijn allemaal afgeleid van animaties van karakters uit een videospel. Voor mij persoonlijk zit er ook een hele warme connectie tussen ‘Andermans Mijne’ en een spel als ‘Disco Elysium’. Dat gaat over het veelvoud aan karaktereigenschappen in een persoon en hoe die voortkomen uit directe dan wel indirecte invloeden uit de omgeving.’ Ook de teksten bevatten volgens Cornielje verwijzingen naar games. ‘Bijvoorbeeld het intrigerende idee van onzichtbare muren, wanneer je in een spel niet naar bepaalde afgeschermde gebieden in een wereld kunt.’
Voorlopig lijkt de band Laster nog niet beperkt te worden door muren, zichtbaar of onzichtbaar. Het ziet er ook niet naar uit dat dit snel zal veranderen. En dat is goed nieuws.

Nog meer nieuws krijgen over muziek en kunst?

Schrijf je in op de Gonzo (circus)-nieuwsbrief!