Interview: Jeff Parker

In een kleine twee decennia ontwikkelde Jeff Parker zich van Tortoise-gitarist tot smaakmaker binnen de hedendaagse Amerikaanse jazz. Een muzikant voor wie jazz en hiphop voortdurend elkaars katalysator lijken. ‘Eert uw vader en uw moeder’ lijkt het motto van zijn recente soloalbums.

In een kleine twee decennia ontwikkelde Jeff Parker zich van Tortoise-gitarist tot smaakmaker binnen de hedendaagse Amerikaanse jazz. Een muzikant voor wie jazz en hiphop voortdurend elkaars katalysator lijken. ‘Eert uw vader en uw moeder’ lijkt het motto van zijn recente soloalbums.

Alsof ze het erom doen. Op het podium van het Bimhuis spelen Jeff Parker en twee van zijn drie bandleden het hele concert zittend. Geen show, geen flitsende ‘outfits’, geen rock-‘n-roll attitude, geen ‘coole’ jazzpose. Het is alleen de muziek die telt. De gespeelde noten en de samenklank. En die zijn perfect. De muziek besluipt en overweldigt.

Dit voorjaar verscheen Parkers album ‘Suite for Max Brown’, dat min of meer een tweeluik vormt met ‘The New Breed’ uit 2016. De nieuwe plaat is opgedragen aan zijn moeder Maxine Brown, en heeft een jeugdfoto in zwart-wit van haar op de hoes, terwijl op de voorganger zijn inmiddels overleden vader te zien is. Een ‘statement’ van de man die bekend werd als gitarist van het postrockgezelschap Tortoise uit Chicago, maar steeds meer zijn eigen plek in het jazzcircuit weet te veroveren naast Nels Cline en Mark Ribot, die beiden pakweg tien jaar ouder zijn.

‘Een statement?’ Parker moet even over de vraag nadenken. Een maatschappelijke of politieke stellingname moet achter de twee albums niet direct gezocht worden. Niet op de manier zoals dat bijvoorbeeld bij Moor Mother het geval is. Ook is er geen sprake van traditionele ‘conceptalbums’. ‘Maar wat deze platen wel gemeen hebben is dat ik hier werkelijk mijn eigen muziek laat horen.’

Vrijheid

‘Ik heb altijd veel in groepen met en van anderen gespeeld. Ik hou erg van studiowerk – van de productiekant van de muziek. En sinds ik een aantal jaren geleden van Chicago naar Los Angeles ben verhuisd, heb ik voor het eerst mijn eigen ruimte waar ik kan opnemen en eindeloos aan die opnamen kan sleutelen. Daar heb ik veel tijd in gestoken. Vergelijkbaar met hoe we dat met Tortoise altijd hebben gedaan.’

‘Toen ik aan ‘The New Breed’ begon, werkte ik min of meer vanuit het idee van een hiphopproductie: componeren op basis van samples en het eindeloos bewerken daarvan. Het resultaat is heel erg strak en afgemeten. Daar voeg je dan als musicus weer improvisaties aan toe om het geheel organischer te maken. Maar op het podium wil je méér vrijheid – minder aan een strak schema van onwrikbare ritmes en samples vastzitten. Daarom worden bij de concerten veel samples live gespeeld of aangestuurd, zodat de muziek organisch blijft. Op het album ‘The New Breed’ waren die samples de basis, waarover we dan weer improviseerden, terwijl ik bij ‘Suite for Max Brown’ meer loops heb gebruikt.’

‘The New Breed’ en ‘Suite for Max Brown’ laten zich beluisteren als platen waarop vijftiger Parker al zijn muzikale ervaringen van de afgelopen decennia bijeen heeft geveegd. Het zijn niet de eerste albums onder zijn eigen naam, maar zo veelzijdig en innovatief als nu klonk hij voorheen niet.

Coltrane

Beide platen zijn verschenen bij het uiterst actuele label International Anthem uit Chicago, dat ook de thuishaven is van bijvoorbeeld slagwerker Makaya McCraven – in wiens groep Jeff Parker eveneens speelt –, klarinettist Angel Bat Dawid en het collectief Irreversible Entanglements met Camae Ayewa, alias Moor Mother. Het onderstreept de positie van Parker in de muzikale voorhoede.

Soms zijn een loop en samples de basis waarop Parker fel als gitarist tekeer kan gaan. Soms haalt hij er een andere muzikant bij, zoals bassist Paul Bryan, altsaxofonist en klavierspeler Josh Johnson, of slagwerker Jamire Williams, die gedrieën ook zijn liveband vormen. Soms een gast, zoals McCraven of zijn dochter Ruby Parker, die als zangeres te horen is in het enige wat r&b-achtige en uiterst aanstekelijke liedje van de plaat, ‘Build a Nest’.

Soms is Parker helemaal solo en zonder gitaar in de weer met sequencers, samplers en synths. En soms is er ook sprake van pure jazz, in de bijna traditionele zin van het woord. Dan laat hij zijn hele groep meespelen. In het Coltrane-stuk ‘After the Rain’ bijvoorbeeld. Of in het door tenorsaxofonist Joe Hendersons ‘Black Narcissus’ geïnspireerde ‘Gnarciss’.

‘Als ik iets in m’n eentje maak en het voelt af, dan is het voor mij ook af. Ik schreef trouwens ook géén van de stukken voor deze plaat op gitaar en speel zelfs niet in alle nummers gitaar. Ik beschouw mezelf in de eerste plaats als componist. Dat ik dat vooral ben neem ik me althans voor, haha. Maar ik ben absoluut ook een teamspeler, al heb ik daarin altijd mijn eigen stem en eigen geluid. Die echte jazzstukken op het album zijn bewust met een grotere band opgenomen. Ik hou van het geluid van mensen die op elkaar reageren en improviseren. Dat wil ik vasthouden.’

Parker begon in de vroege jaren negentig zijn professionele muziekcarrière, en is inmiddels op honderden albums te horen. Alleen al in 2016 verscheen er een tiental albums waar hij bemoeienis mee had. Van bescheiden sessiebijdragen, vooral aan jazzartiesten, tot het al genoemde ‘The New Breed’, het meest recente Tortoise-album ‘The Catastrophist’ en de solo gitaar-lp ‘Slight Freedom’.

AM-radio

En dat terwijl zijn ouders hem toch in eerste instantie naar pianoles hadden gestuurd. ‘Maar met die piano wilde het niet vlotten,’ zegt de in 1967 in de staat Connecticut geboren, maar in Hampton, Virginia, opgegroeide gitarist. ‘Dat lag aan de leraar; die was absoluut niet stimulerend. Ik was echter al heel jong geïnteresseerd in muziek. Mijn zus had een gitaar op haar kamer staan die ik al snel oppakte. Toen mijn ouders dat zagen mocht ik naar een gitaardocent en die bleek wèl heel inspirerend.’

Als jonge tiener, nog ruim voordat hij aan het Berklee College of Music in Boston zou gaan studeren, speelde hij mee met funkhits die op de radio voorbijkwamen. ‘Zo heb ik het in feite geleerd. In de jaren 1970 had je AM-radio waarop je vooral de baspartijen hoorde. En die speelde ik dan mee, met duim en twee vingers zoals bassisten dat doen.’

Na een studie aan Berklee is voor veel jazzmuzikanten New York de logische volgende stap. ‘Maar het idee om meteen naar New York te gaan, kwam op mij nogal intimiderend over. Daarbij is die stad ontzettend duur en was ik in zoveel verschillende muziek geïnteresseerd, dat ik nog niet zeker wist of ik wel jazz wilde spelen. Ik kon een baan krijgen bij Tower Records in Chicago en besloot die aan te nemen, zodat ik ook mijn studieschuld kon afbetalen. En Chicago bleek de perfecte stad voor mij, met een levendige muziekscene en veel mogelijkheden om in clubs te spelen.’

Wie zoekt op Discogs, vindt als vroegste opname waarop Parker te horen is een album van saxofonist Ernest Dawkins en diens New Horizons Ensemble uit 1993; twee jaar nadat de gitarist zich in Chicago heeft gevestigd. ‘Dat was een groep in de stijl van het Art Ensemble of Chicago, maar ook Art Blakey. Een swingband en tegelijk heel vrij.’

Communiceren

‘Zo heb ik toen ook de muzikanten van Tortoise leren kennen. Zij waren fans van de New Horizons, spraken mij aan en we raakten bevriend. Hun achtergrond was rock en vooral punk, die van mij jazz. Wat we gemeen hadden was dat we allemaal nieuwe muzikale dingen wilden uitproberen. Het was een leerzame tijd met veel experimenteren.

Ja, het klopt wel dat ik speltechnisch veel meer geschoold was en dat zij al verder waren met het experimenteren met ‘sounds’ en structuren. Dat was juist de uitdaging. Toen ik Tortoise in de zomer van 1994 voor het eerst live zag, werd ik echt weggeblazen. Het was iets wat ik nog nooit had meegemaakt. Ik had ook niet het idee dat ik dat groepsgeluid wilde veranderen of zelfs verbeteren. Maar ik wilde er wel graag aan bijdragen.

Het was niet zo dat ik muzikaal meer onderlegd was dan de anderen. John McEntire had bijvoorbeeld aan een conservatoriumopleiding klassieke percussie gestudeerd. En hij kende het werk van allerlei twintigste-eeuwse componisten waar ik geen weet van had. De uitdaging was om die verschillende kennis onderling te communiceren.

Het verschil tussen Tortoise en andere rockbands is dat de nummers bij Tortoise in de studio tot stand komen en bij de meeste bands in de oefengarage. We componeren echt in de studio. Iedereen draagt daaraan bij. Als de stukken af zijn, dan moeten we ze eigenlijk helemaal opnieuw leren uitvoeren in een live-situatie. Wat dat betreft kwam ‘The Catastrophist’ uit 2016 wat moeizamer tot stand, omdat John Herndon en ik op dat moment naar Los Angeles waren verhuisd. We zijn trouwens van plan om te proberen dit jaar weer een nieuw Tortoise-album te maken.’

Het eerste album van de groep waarop Parker te horen is, is ‘TNT’ uit 1998. Maar hij speelt al eerder live met de band mee. En hij gaat meer muzikale samenwerkingen aan. Bijvoorbeeld met kornettist en componist Rob Mazurek, met wie hij talloze groepen oprichtte, waaronder het met elektronica experimenterende Isotope 217.

Behelpen

Die samenwerkingen zijn meestal meer ‘jazz’ dan Tortoise, maar incidenteel is Parker ook te horen op meer (post)rock georiënteerde platen van groepen als HIM of Smog. En op een album van singersongwriter Nina Nastasia uit 2010, samen met zijn huidige bassist Paul Bryan en producer Steve Albini. Ook opmerkelijk is ‘Tortex’, een ontmoeting tussen Tortoise en The Ex in 1998 in de ‘In the Fishtank’-serie van platenlabel Konkurrent. Een album waar de gitarist met gemengde gevoelens aan terugdenkt.

‘Het was allemaal eigenlijk een beetje, eh… behelpen. We hadden in totaal twee dagen en moesten aan de slag zonder elkaar ooit werkelijk te hebben ontmoet. Sommige stukken klinken als Tortoise waarbij The Ex een beetje probeert mee te doen en sommige als Ex-songs waar Tortoise op meespeelt. Maar een werkelijke symbiose werd het nergens.’

‘Voor mij persoonlijk maakt het niet veel verschil of ik met jazzmusici of met rockmusici speel, zolang ik maar mijn eigen stijl en mijn eigen stem kan laten doorklinken. Goed, in logistieke zin zijn er wel verschillen tussen het rockcircuit en het jazzcircuit, maar hoe meer ervaring je daarin krijgt hoe gemakkelijker je je in beide sferen beweegt – als een soort amfibie zal ik maar zeggen.’

De jazzscene van Chicago bestond en bestaat uit tal van kliekjes, beaamt Parker. Die rond wijlen Fred Anderson en het Art Ensemble of Chicago, die rond Ken Vandermark en ander vrije improvisatoren, die rond Tortoise. ‘Maar eigenlijk heb ik zelf altijd met iedereen kunnen spelen.’

Entertainmentindustrie

In 2013 besloot Parker naar Los Angeles te verhuizen. ‘In Chicago bleef ik na ruim twintig jaar te veel in hetzelfde circuitje ronddraaien. Ik had echt verandering nodig. In Los Angeles is ook heel veel muziek, maar het verschil is groot. Daar draait het allemaal om commercie, om de entertainmentindustrie van film en televisie, terwijl de scene in Chicago draait om creativiteit en clubs. Ja, ik heb in Los Angeles ook al wat commerciële dingen kunnen doen. Nu en dan een beetje filmwerk, maar minder platensessies. Dat is op z’n retour.’

Maar dat Parker steeds vaker samen met de immens populaire Meshell Ndegeocello op het podium – en trouwens ook al op de plaat – verschijnt, is dat eveneens een exponent van zijn toetreden tot het meer commerciële Californische circuit? ‘Mm, nou nee. Dat zou ik zo niet willen zeggen. Michelle doet veel verschillende, interessante dingen. Maar dat ik nu met haar werk heeft zeker ook met mijn verhuizing naar Los Angeles te maken. In Chicago zou ik veel minder snel met haar in aanraking zijn gekomen.’

Als jazzgitarist improviseert Jeff Parker veel. Maar bijna altijd binnen de meer gestructureerde muziek. In het vrije improv-circuit zie en hoor je hem zelden. Op een enkele uitzondering na. In 2003 speelde hij voor ‘Out Trios, Vol. 2’, een cd vol impro-noise, samen met slagwerker Michael Zerang en elektronicamuzikant Kevin Drumm. Een prima plaat, overigens.
‘Wow, vind je? Je bent de eerste die dat zegt,’ reageert de gitarist. ‘Ik heb dat ook altijd een erg leuk project gevonden. Destijds heb ik dat trio trouwens zelf samengesteld. Ik zou toch weer eens naar dat album moeten luisteren.’

Nog meer nieuws krijgen over muziek en kunst?

Schrijf je in op de Gonzo (circus)-nieuwsbrief!