Dankzij beklijvende passages op onder meer het Kraak Festival, BRDCST en in De Nor, deed haar naam de voorbije jaren als een lopend vuurtje de ronde. Eind april brengt de Belgische violiste en componiste Elisabeth Klinck haar langverwacht solodebuut ‘Picture A Frame’ uit bij het Zwitserse label Hallow Ground.
De ene keer met duizelingwekkende arpeggio’s, dan weer met een hartverscheurende fragiliteit. De in Brussel wonende Elisabeth Klinck (1995) laat tijdens haar soloconcerten geregeld een diepe indruk achter. Tot enkele jaren geleden was haar muzikale habitat nochtans eentje van orkesten en ensembles, waarmee ze klassiek repertoire vertolkte alsook hedendaagse muziek (Nemø Ensemble). Geleidelijk brak ze uit die bubbel van het klassieke circuit, waardoor ze de voorbije twee jaar onder meer te zien was als improvisator in duo met bassist Nils Vermeulen en in verschillende bezettingen tijdens het Summer Bummer Festival in 2022. Ook in de theaterzaal gooide ze recent hoge ogen, musicerend en turnoefeningen uitvoerend op een evenwichtsbalk in het bejubelde ‘One Song’ van Miet Warlop en als speciale gast aan de zijde van Benjamin Abel Meirhaeghe en Valgeir Sigurðsson in ‘The Art Of Listening’. Ondertussen werd de drang groot om haar eigen muziek op de wereld los te laten. Op een bergtop in de Spaanse Pyreneeën blikte ze een tijd geleden haar eerste soloplaat in. Daarin is de viool zoals verwacht het hoofdingrediënt, maar door toevoeging van elektronica en veldopnamen is het resultaat een dromerig en veelgelaagd werkstuk geworden. Boven een koffie doet ze in Antwerpen het relaas over de totstandkoming van haar album.
Klooster
Hoe ben je ertoe gekomen je plaat in de bergen te gaan opnemen?
‘Twee jaar geleden belde ik Oscar Claus (producer, red.) met de vraag of hij mijn soloplaat wilde opnemen. Het idee was van in het begin dat het een wisselwerking zou zijn tussen de ruimte, de viool en de captatie ervan. Ik zocht dus niet zomaar iemand om mijn plaat op te nemen maar iemand die mee in een project wilde stappen. Toevallig had hij net de sleutels in handen gekregen van het leegstaande Theresia-klooster in Gent, waar we dan vier dagen hebben opgenomen, van de lege slaapvertrekken tot de gigantische kapel. Hoewel dat uiteindelijk tot weinig concrete muziek heeft geleid, hadden we door die ervaring een duidelijk idee van hoe we de plaat wilden opnemen, namelijk ver van de bewoonde wereld, waar we op ons eigen tempo konden leven en werken. Oscar stelde voor om naar de Spaanse Pyreneeën te gaan, zijn tante heeft daar een huisje op een berg. We hebben dan een busje ingeladen met allerlei opnamemateriaal, enkele synths, een orgeltje en wat boeken en zijn vertrokken.’
Wist je op voorhand wat je wilde opnemen?
‘Ik had wel ideeën, vooral vertrekpunten en schetsen. Bepaalde sferen waren helder, ik wou sowieso enkele puur akoestische nummers, eenvoudige melodieën waarbij de complexiteit zit in de manier van opnemen. Ik wilde ook zeker een drone-nummer en een collage met field recordings. Maar daarrond was er nog veel vrijheid om te experimenteren en dingen op het moment zelf te laten ontstaan. In het proces is het resultaat soms anders uitgedraaid dan gepland. ‘Kiki’ is daar het meest extreme voorbeeld van. We zijn vertrokken van een hele hoge melodie, maar die is totaal verdwenen door dingen toe te voegen en te stapelen.’
Magie
Oscar Claus wordt prominent vernoemd in verband met de totstandkoming van deze plaat. Wat is zijn rol precies?
‘Initieel waren de rollen duidelijk, Oscar zou, met zijn expertise, de klank van de viool op mijn soloplaat mee vormgeven. Maar het is wat ingewikkelder uitgedraaid. Omdat we zo goed bleken te kunnen samenwerken, die trip naar de Pyreneeën hebben ondernomen en in de loop daarvan ook nog eens een koppel zijn geworden, heeft de plaat en alles daarrond iets magisch gekregen. We zaten daar totaal geïsoleerd en leefden volgens ons eigen ritme. Zijn rol is dus breder dan louter het opnemen. Zo speelde hij ook bepaalde stukken in en is er een nummer waarop we samen improviseren op het orgeltje. We hebben veel gepraat over zijn rol en zijn uiteindelijk tot de conclusie gekomen dat het woord ‘producer’ het best in de buurt komt, al dekt die vlag de lading niet helemaal. Je zou het kunnen vergelijken met het werk van een dramaturg, die kruipt in het hoofd van de regisseur en creëert zo samen met de regisseur het werk. Ik geloof sowieso niet in de kunstenaar als geïsoleerde maker.’
Geldt dat ook voor de video’s die de plaat vergezellen?
‘Klopt, bij de video’s die Grégoire Verbeke maakt is Oscar ook betrokken. Het zou totaal onnatuurlijk aanvoelen moest ik dat plots alleen gaan zitten uitdenken. Dat zou voelen alsof ik Oscar brutaal uit een familieportret knip. Het is ook veel leuker om daar samen over na te denken en dat met ons drieën vorm te geven.’
Was het oorspronkelijk de bedoeling om veel elektronica te gebruiken? Je maakte eerder de akoestische solo-opname ‘Woning Jozef Schellekens’, een digitale release voor het HUIS-label van Christophe Albertijn.
‘Die opname zie ik meer als een project van Christophe. Hij vroeg mij om te improviseren, wat ik heb gedaan. Uiteraard is het mijn viool die je hoort, maar het project voelt als een momentopname. ‘Picture A Frame’ is veel meer een sculptuur waaraan geboetseerd is, waar tijd over is gegaan en waarmee we hebben geleefd. Het idee om elektronica te gebruiken is gegroeid uit ons kloosterbezoek. We wilden dezelfde fysicaliteit en tactiliteit als bij de viool; elektronica die ademt en kraakt. Het meeste is live opgenomen door een versterker en behalve in ‘Kiki’ en ‘Betty’s Nap’ is er weinig geëdit. Van bij aanvang wilde ik dat mijn viool niet geprocesst werd. Ik wilde een dialoog tussen de pure en ruwe vioolklank en de elektronica, die twee geluiden laten contrasteren maar ook in elkaar laten vloeien waardoor ze soms niet van elkaar te onderscheiden zijn.’
Intiem
Het is ook mooi hoe je bepaalde details en geluiden uitvergroot. Op ‘Winter Song’ hoor je naast de flageoletten ook elk bijgeluid van de strijkstok en zelfs omgevingsgeluid. Een klankenspectrum op zich.
‘Veel platen van vandaag zijn helemaal opgekuist en klinken vaak eng perfect, maar ik hoor graag een ruige korrel en de menselijkheid achter een plaat. Tijdens opnames gebeuren soms magische dingen die dan voor altijd gecapteerd zijn. ‘For Wilma Nikunne’ is zo’n voorbeeld. We waren wat aan het prutsen op het orgeltje op de patio en namen het op met een simpele Zoom-recorder. Het was niet de bedoeling dat het op de plaat terechtkwam maar het werkte zo goed – de timing, een toets die niet werkte – je voelt en hoort de plek bijna wanneer je er naar luistert. Door alle randgeluiden, van ruis tot het geluid van mijn vinger op de snaar, in de nummers te laten en extra in de verf te zetten laat ik de luisteraar heel dicht komen. Het is best een intieme plaat. (lacht) Deze intimiteit zoek ik trouwens ook op als ik live speel.’
Je plaat verschijnt bij het Zwitserse Hallow Ground, een label met een zekere filosofie én een mooi artiestenrooster: Kali Malone, Mats Erlandsson, David Tibet, et cetera. Hoe ben je daar terechtgekomen?
‘Met de hulp van enkele mensen had ik mijn muziek naar verschillende labels gestuurd die geïnteresseerd zouden kunnen zijn. Tot mijn verbazing was er behoorlijk wat interesse. Ik had eigenlijk al afspraken gemaakt met een label uit België toen ik een bericht op Instagram kreeg van Hallow Ground. Ze vroegen of ik hun e-mail had ontvangen – die bleek ik mijn spamfolder te zitten. Ze bleken mijn plaat dolgraag te willen uitbrengen. Ik heb dat andere label dan moeten teleurstellen, maar ik kon deze kans echt niet laten schieten. Wat me aantrekt aan Hallow Ground is dat ze muziek zoeken die een fysieke sensatie teweegbrengt, iets wat ik ook nastreef als performer. Het loskomen van de tijd is daar ook mee verbonden, wat we trouwens ook met onze trip naar de Pyreneeën wilden bereiken. Door mijn klassieke opleiding ben ik gedrild om in een tijdschema te leven: een half uur om te eten, daarna een uur dit oefenen enzovoort. Ik ben nog elke dag bezig om me daarvan los te koppelen.’
Zoeken
Je hebt op enorm korte tijd een reputatie opgebouwd en dat zonder echte fysieke release. Dat is best uitzonderlijk toch?
‘Ik was me hier eigenlijk niet van bewust, maar dat is inderdaad best speciaal als ik er zo over nadenk. Ik herinner me nog één van mijn laatste vioollessen bij mijn leerkracht Aki Saulière, ergens net voor Corona. Ik was toen heel zoekende en wist niet waar ik heen wilde met muziek. Ik voelde me niet thuis op het conservatorium en was daar best ongelukkig. In die les vertelde ik haar dat ik een plaat wilde opnemen, mijn eigen muziek wilde maken en spelen. Daar is dat zaadje geplant. Hoewel ik geen idee had hoe en wat heeft ze mij altijd gesteund in mijn zoektocht, helemaal niet evident in de klassieke wereld en daar ben ik haar enorm dankbaar voor. Beetje bij beetje zijn er kansen en mensen op mijn pad gekomen die me de ruimte en het vertrouwen hebben gegeven om te experimenteren en zo mijn eigen taal te ontwikkelen. Aki zei me in een les ooit iets wat eigenlijk onbewust een rode draad vormt in mijn werk: ‘Tu dois sculpter ton son’. Elke noot heeft een begin, een midden en een einde en het is met de strijkstok dat je elke toon vormgeeft: eerst elke noot apart, dan in de grotere muzikale boog. Je zoomt eigenlijk de hele tijd in en uit. Zo werk ik nog steeds: ik sculpteer mijn klank op een heel intuïtieve manier, zowel op viool als met elektronica.’