Interview: Ann Eysermans

Het blaffen, janken en slobberen van een hond, voor Ann Eysermans is het vruchtbaar materiaal om muziek mee te maken. Dat deed ze dan ook voor haar nieuwe album ‘Moonlight Shadoh’. Die onverwachtse combinatie is niet nieuw voor haar. Eerder gebruikte ze al, in samenwerking met treinbestuurders, de geluiden van treinen als basis voor haar partituren. ‘Ik rek ze uit of verkort ze, gebruik ze als beat,’ vertelt ze in onze nieuwste editie aan René van Peer.
Ann Eysermans - (c) Kristof Van Den Bergh

Locomotieven met harp. Composities gebouwd op de geluiden van haar hond Shadoh. Maar ook beelden van mieren die uitzwermen onder dreigende muziek. Ann Eysermans beperkt zich niet tot een discipline, én ze houdt van onverwachte combinaties.

Mijn favoriet is de 55 diesellocomotief. Die huilt.

Jachtige ritmes, schril piepende remmen, zachte zang, een stuitende elektronische bas. Vervolgens een onverwachte omslag. Vrolijke akkoorden op een toetsinstrument, een trage baslijn. En het diepe blaffen van een hond. Het nummer heet ‘PUMST’, de hond heet Shadoh. Het album draagt de titel ‘Moonlight Shadoh’. Ann Eysermans, de bedenker van dit fraais, is zich er terdege van bewust dat die titel de hit van Mike Oldfield tevoorschijn roept. Eenmaal uit de fles is die geest daar niet zo gauw terug in te stoppen. Maar die ben je kwijt zodra je het album gaat beluisteren. Shadoh vormt een vast onderdeel van de plaat. ‘Een kruising tussen van alles’, aldus Eysermans. ‘Zwart met een klein beetje wit. Er zit labrador in en staffordshire. En verschillende kruisingen van de ouders.’ In de tien nummers hoor je de karakteristieke hondgeluiden van Shadoh: blaffen, janken, slobberen. Die geluiden heeft Eysermans gesampled, elektronisch behandeld, en vervolgens ritmisch en melodisch ingepast in muzikale constructies. Het blaffen neemt de vorm aan van een stevig dansritme. In het titelnummer zingt Eysermans een gevoelig duet met het janken van Shadoh.

Non-binair

Het is een eigenaardige wereld die je binnenstapt wanneer je kennismaakt met het universum van Ann Eysermans. In die wereld gaan fascinatie en een zekere afstandelijke beschouwing hand in hand. Wetenschap en emotie staan elkaar niet in de weg. Wat ze te vertellen heeft, doet ze niet alleen in muziek, maar ook in stilstaand en bewegend beeld, en in woord. En soms ook in een combinatie van beide, zoals in haar ‘non-binary poems’. Gebaseerd op de taal van computers bestaan die uit reeksen nulletjes en eentjes. Non-binair, omdat ze doorgestreept zijn. Bovendien zijn ze voor het oog eerder beeld dan taal. De vraag is of die reeksen ook zinnige boodschappen opleveren als ze omgezet zouden worden in letters en woorden.
Het is ook een wereld van ogenschijnlijk ongerijmde combinaties. In een video getiteld ‘Looking For Gustave’ zie je mierenkoninginnnen, omgeven door werksters, tijdens hun verwoede klim naar een hoog punt om vandaar uit te zwermen. Eysermans begeleidt dit tafereel met omineuze muziek. Zodoende voorziet ze de instinctieve handeling van de insecten, die uit zijn op expansieve migratie, van een emotionele dimensie.
De fascinatie die ze sinds haar vroege jeugd heeft voor treinen is ook aanleiding geweest voor een bijzondere combinatie. Opnamen van diesellocomotieven zijn een integraal onderdeel geworden van composities voor harp, uitgebracht op ‘For Trainspotters Only’. Het is een album dat in de verte doet denken aan ‘El Tren Fantasma’ van Chris Watson. Voor dat album maakte hij ook muziek met opnamen en samples van treinen. Maar terwijl Watson daarvoor naar Mexico afreisde, heeft Eysermans het dichter bij huis gezocht, in België. Bovendien heeft zij er instrumenten aan toegevoegd die ze zelf bespeelt.

Treinbestuurder

‘Als vijfjarige zat ik mee in de stuurpost van de trein van Antwerpen naar Oostende, en mocht ik zelf de trein besturen’, vertelt ze over haar fascinatie. Twee familieleden van haar zaten bij de Belgische spoorwegmaatschappij, de NMBS. ‘Een was treinbestuurder en de ander was instructeur. Die ervaring is me altijd bijgebleven. En die grote machines, die een ziel hebben, die prachtige klanken kunnen produceren. Die oude locomotieven die tot ons collectief geheugen behoren, die zijn nostalgie. Voor mij zijn die heel aanwezig, vanwege die lange fascinatie. Maar ook voor andere mensen, als ze die geluiden terughoren, zijn dat verloren klanken, omdat die machines niet meer rijden.’
‘Ik heb voor dit project alle treinklanken in beschouwing genomen. Het opstarten, de compressor, claxon, de toeren die ze maken, de ventilatoren. Ook als je datzelfde idee zou toepassen op elektrische treinen zijn er geluiden die je kunt gebruiken. Het openen van de deuren, het afremmen. Dat is een klankwereld op zich. Als je dat zou bestuderen en analytisch beluisteren, valt daar ook wel wat uit te halen. Absoluut. De elektrische treinen, de series 23, 27 en 21 van de NMBS, die zijn allemaal heel verschillend in geluid. En dat geldt uiteraard ook voor de diesellocomotieven.’

Huilen

‘Mijn favoriet is de 55 diesellocomotief. Die huilt. Die kan echt huilen als je die voorbij hoort rijden. Als die zijn toeren draait, heeft dat een huilend geluid. Een heel, heel triest geluid. Dat zeg ik niet als enige. Ook de treinbestuurders met wie ik heb samengewerkt voor dat project, vinden dat. En die zeggen ook dat die locomotieven een ziel hebben. Het was heel fijn om vast te stellen dat zij dat ook zo ervaren.’
‘Het geluid van de 60 is veel minder expliciet. Dat blijft zo’n beetje in dezelfde dynamiek. Maar als de 51 opstart, dat knalt gewoon. Dus ja, hoe omschrijft je dat? Dat zit in heel kleine nuances. De ene is meer donker, de andere is lichter. De 62, 63 en de 60 hebben een compressor die een tikkend geluid voortbrengt. Dat is op mijn plaat te beluisteren. De compressor van de 51 heeft een heel ander geluid, ook met opstarten en stilleggen.’
Die geluiden gebruikte ze als basis voor een partituur met instructies die ze aan twee treinbestuurders gaf. Aan de hand daarvan moesten de machine opstarten. Wanneer ze de compressor aan moesten zetten, wanneer ze moesten claxonneren, en hoe vaak. ‘Ik heb dat helemaal uitgeschreven op een A3-papier. Hoe ze de luchtslangen moesten bedienen. Hoeveel toeren ze moesten draaien. Het stilleggen van de machines. Dat hebben we gerepeteerd. De harppartij nam ik voor mijn rekening.’

Fosforescentie

Alsof dat nog niet genoeg was, heeft Ann Eysermans ook treingeluiden gecombineerd met het verschijnsel van fosforescentie, het nalichten van een substantie nadat er licht op gevallen is. Ze maakte er een doctoraat van binnen haar studie experimentele muziek aan de Vrije Universiteit Brussel. ‘De treinen en het verschijnsel ‘glow in the dark’ waren twee werelden die me heel hard fascineerden. Ik ben op zoek gegaan naar gemeenschappelijke elementen, bijvoorbeeld het noodhamerkastje in de trein dat oplicht als er panne is. Daar heb ik muziekdoosjes van gemaakt. Dat onderzoek is met allerlei experimenten terecht gekomen op een website. Maar mijn droom was eigenlijk een fuga te schrijven voor vier diesellocomotieven, en die live uit te voeren.’
‘Vorig jaar heb ik eindelijk live een ‘Prelude Voor Twee Locomotieven En Harp’ kunnen realiseren voor het festival Trains & Tracks van Europalia. Voor de plaat heb ik ook een fuga gecomponeerd, en heb ik een nieuwe versie van de prelude gemaakt. Je kunt dan veel beter contrapuntisch werken. Als je dat zou willen uitschrijven voor een live uitvoering, zou je een partituur van twee meter lang moeten maken. Ik heb dat nu achter me gelaten. Vijf jaar doctoraalonderzoek en dan dit project. Het was tijd voor iets anders.’

Quasi-gevoelig

Dat werd dus de hond Shadoh. Haar aanpak kwam in grote lijnen overeen met de manier waarop ‘For Trainspotters Only’ tot stand kwam. Eysermans omschrijft Shadoh als een speciaal dier in haar leven. ‘Ik had al een reeks van 27 gedichten geschreven voor, over en met mijn hond. Het zijn quasi-gevoelige gedichten in een nieuwe bundel die ik in eigen beheer uitbreng. En dan bedacht ik dat het voor een tweede plaat misschien heel fijn zou zijn om iets met hem te doen. Hij is hier altijd aanwezig als ik aan het werken ben.’
‘Maar het klopt dat er niet gigantisch veel verschil is qua opzet: het opnemen van zijn geluiden en die contrapuntisch te gebruiken. Ik rek ze uit of verkort ze, gebruik ze als beat. Ik heb die oneindige mogelijkheden geëxploreerd, keuzes gemaakt, en die verwerkt tot nummers. Eigenlijk weer met de harp en andere instrumenten die ook op de eerste plaat staan. Ik heb de geluiden van Shadoh niet live van begeleiding voorzien. Het idee was om alledaagse hondengeluiden esthetisch te maken. Voor mij als componist was het de opgave om ze te verweven met instrumenten en er muziek van te maken. Het kan ook een grappig effect hebben, wanneer zijn blaf een beat wordt. Maar het is tegelijkertijd een serieus dansritme.’
Eysermans is nu bezig aan een project rond vertraging. In de expo ‘We Are Nowhere and It’s Now’ is bijvoorbeeld haar werk ‘Pitruspluis’ te bekijken, een reeks tactiele composities met het witte sponsachtige merg dat ze zorgvuldig uit stengels van de pitrusplant haalde. ‘Dat heeft heel veel tijd genomen. Het idee erachter is om een proces zo traag mogelijk te maken. Vertraging was ook al onderdeel van ‘For Trainspotters Only’, het tweede nummer van de B-kant van die plaat heet ‘De Vertraging’. Ik heb er ook filosofische ideeën in verwerkt als de gelaagdheid in tijd, het blok universum in onze ruimtetijd. ‘Pitruspluis’ raakt aan de vraag of een kunstwerk meer waard is naarmate er meer tijd in wordt gestoken, naarmate het proces vertraagd wordt.’

Nog meer nieuws krijgen over muziek en kunst?

Schrijf je in op de Gonzo (circus)-nieuwsbrief!