Interview: Folly Group

Folly Group kijkt met de bril van een laptopproducer naar postpunk, wat dansbare oorwormpjes oplevert alsof Gilla Band in een badje van polyritmische dance is gevallen. Het levert een dansbare, geëngageerde, maar niet altijd even vrolijke plaat op. De Engelse band ziet namelijk weinig reden om vrolijke liedjes te schrijven, vertelt Louis Milburn aan onze schrijver Tjeerd van Erve.
Folly Group - (c) Matt Ritson

Eind oktober, mail: of ik het Londense collectief Folly Group wil interviewen over hun debuut ‘Down There’. Uiteraard, heerlijke plaat! Folly Group kijkt met de bril van een laptopproducer naar postpunk, en dat levert dansbare oorwormpjes op, alsof Gilla Band in een badje van polyritmische dance is gevallen.

De wereld beschreven door Madness bestaat niet meer.

Feest dus in huize Van Erve, waar ook meteen de ep’s ‘Awake & Hungry’ (2021) en ‘Human & Kind’ (2022) worden toegevoegd aan de playlist. Twee ep’s waardoor Folly Group een jaar geleden al op de radar stond voor een Signalement. Maar op dat moment zat het kwartet uit Londen net midden in het opnametraject van deze eerste lp. Een lang traject van bijna anderhalf jaar, waarbij vrijwel alle opnames plaatsvonden in de nachtelijke uren, in studio’s waar ze na sluitingstijd relatief heimelijk terechtkonden omdat één van de bandleden een sleutel had. ‘Ik denk niet dat er veel daglicht is komen kijken bij deze plaat,’ lacht zingende drummer Sean Harper, ‘en dat is terug te horen in de sfeer in de muziek.’
Nauwelijks twee weken na het mailtje kijken Sean Harper, Tom Doherty en Louis Milburn vanuit de eigen koude kamer in Londen een woonkamer in het regenachtige Nederland in. Een verdeling over plaatsen die exemplarisch lijkt voor de werkwijze van de band. Alle vier – percussionist Kai Akinde-Hummel is er niet bij wegens een verplichting bij een andere band – dragen gelijkwaardig bij aan het schrijfproces van de band. Blockbuilding noemt Harper het. ‘We werken eigenlijk een beetje zoals danceproducers. Vanop een leeg scherm werken met blokjes die we in elkaar schuiven of aanvullen, als in een audio-programma.’

Pingpong

Volgens Harper, daarin bevestigd door Milburn en Doherty, zit er een waaier aan mogelijkheden verborgen in de werkwijze die in elektronicamuziek gangbaar is, waarbij de stilte als canvas gebruikt wordt. Door van een leeg laptopscherm te vertrekken en vervolgens de stilte te verbreken met elk denkbaar geluid, vallen veel remmingen weg. Bij een traditionele gitaarbandformatie word je al sneller beperkt door de output van de gebruikelijke instrumenten. Voor Folly Group is het de uitdaging om vanuit de layering, sampling en blockbuilding van elektronicaproducers naar een meer traditionele gitaaropstelling toe te werken.
De werkwijze is een onverwacht geschenk van Covid-19 – de band werd net voor de eerste lockdowns opgericht – maar bleek al snel de perfecte manier van werken voor het kwartet. Tijdens de lockdowns werden ideeën gedeeld in de groepswhatsapp, waarop de andere groepsleden aan het ontleden en deconstrueren gingen, om bij een compleet nieuw resultaat uit te komen. Een geluk bij een ongeluk, al werkte het ook omdat alle vier de leden, naast hun gezamenlijke muziek, ook nog in meer of mindere mate bezig zijn met het maken van elektronische muziek. Nummers ontstaan niet uit jams met de vier in een en dezelfde ruimte, maar pingpongen al knutselend en samplend van de ene woning naar de andere en weer terug alvorens ze in de oefenruimte aankomen. Handig, ook al omdat ze alle vier gewoon een baan hebben naast de band. Daarnaast sluit het ook aan bij het idee achter Folly Group als collectief, waarin alle leden een even groot aandeel hebben en niet het idee bestaat dat een of twee voortrekkers het leeuwendeel moeten dragen, met de andere leden als satellieten eromheen draaiend.

Madness

Die samenwerking resulteert op ‘Down There’ in een in duister ondergedompelde ondergrondse spanning, die volgens de band voortkomt uit de nachtelijke opnamesessies, die over achttien maanden gespreid waren. Niet alleen het gebrek aan daglicht, maar ook de gekozen thematiek schilderen de sombere wereld waarin de plaat is ontstaan. Vervreemding en onbegrip in een samenleving die niet meer lijkt aan te sluiten bij de wereld waarin de band is opgegroeid. Zo is ‘Strange Neighbour’ – een van de nummers die voorafgaand aan de plaat al de wereld zijn ingeslingerd – een reactie op ‘Our House’ van Madness. ‘De wereld die Madness beschrijft, bestaat niet meer,’ aldus Louis Milburn. ‘Ik woon in een wijk waar elke week wel mensen verhuizen – je weet niet meer wie naast je woont. Dat is niet dat oude vertrouwde huis in het midden van de straat met vriendelijke en bekende buren. Je groet elkaar nog wel, maar je kent elkaar niet meer. Je bent ook niet meer zo geneigd om te investeren in sociale contacten. Het haalt de sociale cohesie uit de Londense wijken.’

Dissociatie

De onderwerpen die Harper en Milburn in hun teksten stoppen liggen erg dicht bij de band zelf. De teksten zijn zo persoonlijk dat ze bij de ontvanger net een dissociatief element in zich krijgen, bijvoorbeeld door een frase oneindig te herhalen, totdat ze alle betekenis kwijtraakt. Die dissociatieve sfeer komt ook in de video’s terug. Zo wordt het eerder genoemde ‘Strange Neighbour’ door de videomakers van Clump Collective gecombineerd met een compleet absurdistische video waarin een stuk vlees uit de schouder van een van de bandleden een eigen leven gaat leiden en hem uiteindelijk zelfs compleet vervangt in zijn vriendenkring. Een even vermakelijke als verontrustende video, maar dat bevalt de band wel. Volgens Harper is het zelfs een van de mooiste momenten binnen het proces, het moment dat iemand een video bij een van je nummers maakt: ‘Dan krijg je voor het eerst te zien wat jouw werk doet met de gedachten van een ander, dat is een kans die je niet vaak krijgt.’ Het loont volgens hem dan ook dat de sfeer van de plaat zo goed wordt weergegeven in de video, net als in de tweede clip die Clump Collective voor Folly Group heeft gemaakt.
‘Het uitgangspunt van deze plaat, al toen de nummers amper meer dan ideeën waren, was wel het idee dat we door de hele plaat heen eenzelfde sfeer wilden neerzetten. Dat sfeer niet zomaar een behang was tegen de nummers aan,’ geeft Louis Milburn aan wanneer we dieper ingaan op de ondergrondse stroom van desillusie die door de postpunk-aderen van deze plaat stroomt. ‘Het lijkt mij vrij onmogelijk om in deze tijd een vrolijke plaat of een vrolijk nummer te schrijven. Als je om je heen kijkt, zeker vandaag in Engeland, zie ik daar geen enkele reden toe.’
Dat neemt niet weg dat we wel nog mogen dansen. Op deze heerlijke duistere dansbare postpunk-oorwormpjes, of op de remixes die de band zelf maakte.

Nog meer nieuws krijgen over muziek en kunst?

Schrijf je in op de Gonzo (circus)-nieuwsbrief!