Bindwerk Lang: This Must Be The Place

Muziek is van niet te onderschatten invloed op je leefomgeving, wil Shain Shapiro met zijn boek

De Canadees Shain Shapiro is iemand die achter de schermen werkt, maar de laatste jaren van niet te onderschatten invloed is geweest. De grote uitdaging waar hij voor staat: lokale overheden overtuigen van de niet te overschatten positieve impact die muziek kan hebben op onze leefomgeving.

Dat kunst en cultuur in menig mensenleven een prominente rol vervullen, wordt niet altijd evenredig gewaardeerd met aandacht vanuit lokale of nationale overheden. Dikwijls komen er krantenberichten voorbij over poppodia die in zwaar weer verkeren, vergrijzende of verdwijnende lokale bandscenes, en ontbrekende of gebrekkige infrastructuur om nieuw talent te ontwikkelen. En hoe door de toenemende dominantie van streamingdiensten er wel steeds meer geld in de muziekindustrie omgaat, maar dat die welvaart alleen een weg naar de top weet te vinden en de kleine spelers in de schaduw achterlaat. Toch zijn er redenen om optimistisch te zijn. Er zijn ook (lokale) overheden die muziek de laatste jaren op een actievere, bewustere manier in hun beleid zijn gaan opnemen om zo bovenstaande problemen te lijf te gaan. Dat komt onder andere door mensen als Shain Shapiro, wiens nieuwe boek ‘This Must Be The Place: How Music Can Make Your City Better’ over dat onderwerp gaat.

Omgevingsverbeteraar
Het boek is zowel de persoonlijke geschiedenis van Shapiro’s carrière als een van de meest vooraanstaande figuren op het gebied van cultuur- en muziekbeleidsadvies, als een handleiding voor beleidsmakers om in hun eigen stad muziek beter in hun omgevingsplannen op te nemen. Het voornaamste doel van dit boek is om, in de nasleep van de pandemie, ervoor te zorgen dat men muziek gaat zien als iets wat niet afhankelijk is van de omgeving, maar daar zelf juist grote impact op kan hebben. Of in de woorden van Shapiro: ‘a city where music thrives is a city that thrives’, doelend op de aanzuigende werking die een bruisende muzieksector kan hebben.
In ‘This Must Be The Place’ laat Shapiro zien hoe muziek sinds jaar en dag van ondergeschikt belang is bevonden in het opstellen van beleid. Het boek geeft voorbeelden van concertzalen die moeten sluiten omdat inwoners van slecht geïsoleerde nieuwbouwwoningen over geluidsoverlast klagen, een verbod op de verkoop van alcohol bij livemuziek ingezet wordt naar aanleiding van ongerelateerde geweldsincidenten, en regelgeving die gebaseerd is op negentiende-eeuwse, nooit geactualiseerde. Het zijn allemaal misplaatste ‘single issue’-benaderingen die in Shapiro’s woorden als een lelijke Jenga-toren op elkaar gebouwd zijn, om niet te spreken van de onderliggende vooroordelen die er vaak in doorschijnen. Daarbij zijn het wetten en regels die te veel vanuit het eigen (vaak witte, mannelijke) perspectief zijn opgesteld, zonder alle gevolgen ervan goed te doorzien. In Shapiro’s ideaalbeeld zou de rol van muziek al vanaf het begin van het opstellen van beleid mee in overweging genomen worden.

Succesverhaal
Op het eerste gezicht klinkt de opzet van het boek misschien wat droog, en dat is het bij vlagen ook wel, maar Shapiro weet zijn verhaal toch innemend genoeg op te tekenen zodat je als leek je aandacht erbij houdt. Via zijn persoonlijke verhalen maakt hij duidelijk hoe muziek niet alleen op persoonlijk niveau belangrijk is, maar ook een gemeenschap als geheel kan ondersteunen en de leefomgeving kan bevorderen. Ondertussen legt hij op knappe wijze de spanning bloot tussen het persoonlijke van muziek en het onpersoonlijke van beleidsvoering. Zijn verhalen gaan niet over rozengeur en maneschijn. In een stad als Londen vielen in de periode tussen 2010 en 2014 concertzalen met bosjes tegelijk om. Gemotiveerd om een taskforce op te zetten om daar iets aan te doen, stuitte hij bij de stadsdiensten van Londen op onverschillige reacties: ‘er was immers toch overal al muziek’ en ‘muziek gebeurt toch wel.’
Shapiro tekent de manier waarop hij in 2015 voor het eerst een conferentie organiseerde in Brighton en daar Londense beleidsmakers naartoe wist te lokken als een soort kwajongensfantasie op. Aanleiding voor die timing en locatie was de conferentie die voorafging aan het festival The Great Escape, waar professionals uit de muziekindustrie toch wel aanwezig zouden zijn en dus zonder al te veel extra moeite konden aansluiten bij de conferentie. De kaartverkoop verliep stroef, maar door het overgrote deel van de overgebleven tickets weg te geven, kon Shapiro zijn conferentie als ‘uitverkocht’ bestempelen, en durfde de Londense burgemeester de gok aan om ook langs te komen.
De conferentie was geslaagd, Shapiro wist te overtuigen en de taskforce kwam er. Daarnaast stelde Londen in 2016 een Night Czar aan die het hele proces moest gaan leiden. Het project heeft onder andere teweeg gebracht dat projectontwikkelaars die nabij een concertzaal willen bouwen de verantwoordelijkheid dragen om hun nieuwe woningen geluidsdicht te maken. Een soortgelijk verhaal doet Shapiro over zijn werk in Huntsville, Alabama, waar hij een conferentie organiseerde om de stad, in het verleden vaak overschaduwd door het beroemde nabijgelegen Nashville, meer in de kijker te kunnen zetten als muziekstad. Die missie slaagde, en Huntsville werd in 2022 uitgeroepen tot ‘best place to live’ in de Verenigde Staten. Muziek kan dus, volgens Shapiro, een plek kracht bijzetten.

Optimisme
Shapiro heeft de coronapandemie, ondanks alle tegenslagen die ermee gepaard gingen, als kans gezien. Doordat concerten zoals we ze daarvoor kenden niet meer plaats konden vinden, was het voor overheden opeens belangrijker dan ooit om actief beleid op te stellen voor livemuziek. Het diende als levend experiment, dat Shapiro uiteindelijk als geslaagd beschouwt: op steeds meer plekken in Europa, de Verenigde Staten en Australië zie je inmiddels dat lokale overheden muziekcommissies in het leven roepen. Muziek is voor een gemeente steeds minder iets wat je voor lief kan nemen, maar juist iets om actief aandacht aan te besteden, om er zowel financieel als maatschappelijk profijt uit te halen. Voor beleidsmakers die hiermee aan de slag willen, dient het vijfde hoofdstuk van het boek als een handleiding met verschillende aandachtspunten. In nog zo’n kwajongensverhaal eindigt Shapiro met een epiloog waarin hij zijn fantasie de vrije loop laat, en zijn ideaalbeeld voor de toekomst schetst.
‘This Must Be The Place’ is vermakelijk om te lezen, maar er valt ook wel wat op het boek aan te merken. Shapiro neemt soms grote stappen in zijn argumentatie, waarbij je je soms af gaat vragen of de toename in levenskwaliteit ondanks, of, zoals de auteur beweert, inderdaad dankzij de rol van muziek komt. Daarnaast heeft het boek wel een heel nadrukkelijk westerse, Angelsaksische blik, ofschoon het als universeel verhaal gepresenteerd wordt, en gaat het alleen over grote steden. Daarnaast slingeren de verschillende voorbeelden en verhalen van Shapiro soms als een wirwar door elkaar heen. Toch is de nieuwe manier waarmee Shapiro in het boek kijkt naar de rol van muziek in de stad meer dan de moeite waard. Het valt dan ook te hopen dat het boek in de juiste, relevante handen terechtkomt.

Nog meer nieuws krijgen over muziek en kunst?

Schrijf je in op de Gonzo (circus)-nieuwsbrief!