SOMA: “Wie heb je verder zoal in deze reeks geïnterviewd?”
Gonzo (circus): “Nou, het is allemaal al een tijdje geleden, maar dat waren mensen als Mike Patton, Howe Gelb, de countryzanger Jim White, Steve Von Till van Neurosis …”
SOMA: “Ha! Daar hebben we al meteen een aanknopingspunt.”
Familie en vrienden
SOMA: “Een hoop mensen met wie ik werk, hebben ondertussen een gezin, en dat is natuurlijk fantastisch. Maar voor mij is familie ‘de mensen met wie ik werk’; daar heb ik een hechte band mee. Maar ’t is natuurlijk iets compleet anders om een gezin met kinderen te hebben, om getrouwd te zijn. Voor mij – ’t is bijna een cliché voor muzikanten maar in mijn geval werd het bewaarheid – kwam het erop neer dat één van de twee altijd op reis was, en de ander niet. Maar ik ben me toen ook gaan realiseren dat ik in zekere zin heel bevoorrecht ben, en dat dit de weg is die ik moet gaan. En die gaat gepaard met een aantal offers.
Maar het verschilt van persoon tot persoon. Iemand als Steve is getrouwd met kinderen, en die is z’n beste werk ooit aan ’t maken … z’n laatste plaat is ongelooflijk, de liveshows zijn strak gefocust. Maar voor mij draaide het uit op een slechte ervaring.”
In hoeverre was je biologische familie van invloed op wie en wat je nu bent?
SOMA: “Nou, m’n vader in elk geval heel erg, alhoewel ik dat nauwelijks doorhad toen ik met muziek begon. Hij was zeer gekant tegen het hele idee van een gesetteld leven, met een regelmatige job. En hij was altijd bezeten van kunst en muziek; hij heeft me van alles leren kennen – Led Zeppelin, Prince, The Who, al die dingen – toen ik klein was. Bovendien: hij was een architect, dus er hing bij ons nogal wat creativiteit in de lucht. Niet dat hij me expliciet aanmoedigde, maar ik werd door hem geïnspireerd doordat ik van hem als kind leerde om die dingen te waarderen.
Een aantal jaar geleden besloot ik: ‘Wat heb ik in feite te verliezen? Ik kan altijd terug naar advertising, art direction, wat dan ook. Ik red me wel, dus het is geen probleem. Ga er gewoon voor.’ Het moet voor hem wel een beetje ongewoon zijn om wat ik doe als een beroep te beschouwen – ik zit dan ook nog eens in zo’n niche. Dat is vreemd voor iemand die in een tijd opgroeide waarin je letterlijk een kunstopleiding moest volgen om kunstenaar te worden. In de sixties was die wereld veel kleinschaliger, net zoals de maatschappij en de economie. En het was een volledig andere tijd op het vlak van communicatie. Interlokaal bellen, dat deed je éénmaal per jaar, om je grootmoeder een fijne verjaardag te wensen of zo. En voor onze generatie is er zo veel mogelijk geworden. Je kunt op één dag in contact komen met vijftig mensen uit vijftig verschillende steden. Tegenwoordig kun je op een relatief makkelijke en goedkope manier een band leren kennen uit de Oekraïne, of eender waar ter wereld – dat kan de vorige generatie nauwelijks vatten.”
Voor ons in Seattle waren black en death metal bijna experimentele muziek, omdat het simpelweg niet bestond daar.
Muziek
SOMA: “Ik las een boek van een vriend van mij, Julian Cope, over Japanse rockmuziek. Het heet ‘Japrocksampler’, a real killer book. In de inleiding beschrijft hij hoe de Japanse cultuur na de Tweede Wereldoorlog zich op het westen begon te richten. Dat gebeurde eerst in de jazzmuziek. Tot in de jaren 1970 evolueerden ze daar pijlsnel van een xenofoob land naar een eh …”
Ze slagen er daar in akelig perfecte replica’s te maken van de westerse popcultuur …
SOMA: “Ja, ze slorpen die op als een spons …”
… zodanig dat het onwerkelijk wordt …
SOMA: “Op sommige momenten is het zeer bizar ja. Maar zo waren er dus Japanners die in Frankrijk werkten in de jaren 1950 en 1960, waar op dat moment de musique concrète werd ontwikkeld. En toevallig is er dan één van die kerels die dat ontdekt, en mee terugneemt naar Japan – dat is bijna een mirakel! Tot op dat punt had de Japanse muziektraditie niets te maken met de Westerse. En het grappige is: tegenwoordig is experimentele muziek compleet geïntegreerd daar. ’t Is natuurlijk nog niet mainstream, maar het wordt op een vreemde manier aanvaard in brede culturele kringen.”
Daarover gesproken: je wordt algemeen beschouwd als een muzikant die losgebroken is uit het keurslijf van de metalscene. Hoe ervaar je dat eigenlijk zelf, is het daadwerkelijk zo, of heb je eerder het gevoel dat het de rest van de wereld is die achteraf is gevolgd?
SOMA: “Ik ben nooit echt … zo’n keurslijf is volgens mij gewoon een kwestie van perceptie. Als tiener ben je natuurlijk op zoek naar een identiteit, en dan vereenzelvig je je al vlug met bijvoorbeeld muziek, vanwege de ideeën die erachter zitten. Maar ik groeide op in Seattle, en daar is het begrip van metal toch anders dan hier in Europa. Vooral in het Noorden is het een welomlijnd begrip, ook inzake lifestyle, interesses, mode. In Seattle waren er pakweg vijftien mensen die geïnteresseerd waren in undergroundmuziek. Voor ons waren black en death metal bijna experimentele muziek, omdat het simpelweg niet bestond daar. Intussen is dat wel verbeterd, denk ik. Maar ik heb mezelf dus nooit op die manier beperkt geweten.”
Je miste die hele achtergrond van het genre.
SOMA: “Ik wou gewoon geen oogkleppen dragen, dat heb ik nooit gedaan. Ik heb altijd van zware muziek gehouden, maar ik luisterde ook naar The Melvins, bijvoorbeeld, en Miles Davis, allerlei elektronische muziek ook. Dat interesseerde me meer dan mezelf op één ding vast te pinnen.
Maar wat ik nu zelf speel, en dat heeft waarschijnlijk ook met technische skills te maken, kwam gewoon voort uit m’n ontmoeting met Greg Anderson, met wie ik tot op heden samenwerk. We besloten gewoon van: “let’s start playing something super-fucking heavy”. We hielden allebei van Hellhammer, en we waren dol op Celtic Frost en Disembowelment, en al die extreem laag gestemde zware bands. Het was bijna een onderneming, weet je. Gewoon ervoor gaan, waarom niet? Dat leek ons een fris, nieuw idee. Dat was in feite het kernidee van Sunn O))).
Natuurlijk hebben we veel geluk gehad, en we hebben de kansen gekregen om een brug te slaan. Zoals toen we op All Tomorrow’s Parties speelden, op uitnodiging van Autechre. Dat was een belangrijk moment. Je zag mensen denken van ‘Hm, wat doen díe hier? Misschien zijn ze toch het overwegen waard.’.”
Visuele kunsten
Je werkt ook als grafisch ontwerper. Beïnvloedt dat je muzikale werk, en vice versa?
SOMA: “Een paar jaar terug waren ze veel nauwer met elkaar verbonden, vooral in het project genaamd ‘Khanate’ – daarin probeerde ik echt iets aparts te doen met link tussen het visuele design en de muziek. Tegenwoordig zijn beide eerder supplementair. Ik bedoel, het zijn geen compleet verschillende concepten. Alleen is het ontwerpen wat naar de achtergrond verschoven. Jammer genoeg, want wanneer ik me in een project vastbijt, kan ik er echt van genieten.”
Had je een opleiding als graficus, of was het ook iets waar je eerder bent ingerold?
SOMA: Ik heb wat lessen gevolgd ja, maar … Uiteindelijk kwam ik in New York terecht in de reclame, als vetbetaalde art director. Ik werkte zeventig uur per week, met zo’n idiote creative director die in m’n nek stond te hijgen, compleet wars van smaak of gevoel voor stijl. ’t Is echt bizar te zien wie het daar voor het zeggen heeft, en wat een strijdperk het is, ook. Ik ben blij dat ik daar weg ben, al heb ik er ook van geleerd. Uiteindelijk spaarde ik wat geld bij elkaar, en ik besloot een maandje te stoppen, andere dingen te doen, zien wat er zou gebeuren.”
(plechtig) En hij heeft nooit meer omgekeken!
SOMA: (glimlacht) “Nou ja, werken in een hokje, zelfs al ben je dan dingen aan’t creëren …”
Creativiteit is dan een relatief begrip.
SOMA: “Zo’n structuur eromheen bouwen man, dat klopt toch niet. Laten we zeggen: als je met zoiets bezig bent terwijl er mensen achter de schermen aan de touwtjes trekken, dan is de kans klein dat het resultaat de geschiedenis in gaat als conceptueel briljante kunst.
Maar ik hou van ontwerpen, en muziek was sowieso altijd erg visueel voor mij. Ik word aangetrokken door iets dat m’n verbeelding stimuleert. De vraag is dan: hoe vertaal ik het abstracte gevoel dat ik ervaar in iets concreets dat het kan overbrengen?”
En vind je ’t ooit een ongemak dat je dan soms beperkt wordt door het concept dat je wordt opgelegd?
SOMA: ´Nee, helemaal niet. Kijk, alles welbeschouwd voel ik me echt bevoorrecht, want al die bands waarmee ik werk, al de artiesten en platenlabels waar ik van hou, vragen me om voor hen te ontwerpen. Ben je gek! Ik ben dol op die muziek, het is me een genoegen. Meestal komt dat dus wel goed. Alleen de deadlines kunnen wel eens een obstakel vormen. (lacht). Tijd is meestal een probleem. Of beter: tijdmanagement (lacht).
Vandaag heb ik in de trein uit Parijs wat kunnen werken aan een opdracht voor een Earth/Sir Richard Bishop-split. Ik was echt blij dat ik me daar die twee uur mee mocht bezighouden. Het nummer van Earth is enkel Carlson (Dylan Carlson, gitarist, dv) solo, en Sir Richard Bishop is een verbazingwekkende gitarist, dus ik vind het een eer, in feite.”
Literatuur
Heb je ook wat kunnen lezen in de trein?
SOMA: “O ja, die ‘Japrocksampler’ dus. Veel geschiedkundige achtergrond, niet alleen op muziekgebied, maar ook sociaal-cultureel. Dat is al veel gedaan over de kunstwereld, maar nog nooit binnen de context van rockmuziek. Dus tja, ik ben momenteel een boek over muziek aan ’t lezen (lacht).”
Geschreven door Julian Cope, dat is de man van The Teardrop Explodes?
SOMA: “Inderdaad. In de vroege jaren 1990 kreeg hij nogal wat aandacht met een boek genaamd ‘Krautrocksampler’, waarmee hij meteen die hele Duitse scene in kaart bracht, met al de belangrijke mensen en platen. Dat is zo’n beetje het standaardwerk op dat gebied.
Maar hij heeft zich intussen ontwikkeld tot een soort van … esotherische archeoloog. Hij heeft nog andere boeken geschreven, waaronder twee fantastische koffietafelboeken, het eerste heet ‘The Modern Antiquarian’, en het is een gids voor megalieten op de Britse eilanden, it’s fucking awesome. Hij beschrijft de geschiedenis van al die stenen cirkels. Het tweede deel, ‘The Megalithic European’ is vergelijkbaar, maar concentreert zich op de Benelux, Scandinavië, de mediterrane eilanden.”
Religie en filosofie
Is dat iets waar je zelf veel mee bezig bent, spiritualiteit, of filosofie? Death and black metal vertonen nogal eens een fascinatie met de duistere kant van de geesteswereld.
SOMA: “Ik moet zeggen, toen ik in die muziek geïnteresseerd begon te raken, zo rond m’n zestiende, woonde ik nog bij m’n ouders. Ik had op dat moment nog weinig besef van filosofie.”
Ben je religieus opgevoed?”
SOMA: “Nee, niet echt.”
Of echt niet?
SOMA: “Het was gewoon niet van zo’n groot belang. Ik ben niet gekant tegen godsdienst, maar ik vind wel dat religieuze gemeenschappen soms erg beknottende en hypocriete trekken kunnen hebben, die schadelijk zijn voor de rest van de gemeenschap (lacht). Maar er zijn ook veel goeie kanten aan, weet je, en mensen hebben godsdienst meestal als een positief gegeven in hun leven. Dus ik heb besloten daar niet meer over te oordelen.”
Men zoekt nu eenmaal naar een vorm van spiritualiteit, dat is een menselijke drang. Is dat voor jou ooit een factor geweest die meespeelt in je werk?
SOMA: “O ja, dat is compleet waar het om draait voor mij. Gaandeweg ging ik er wat doordachter mee om, beredeneerder ook, maar in feite blijft het een zoektocht naar een ander soort ervaring, die je gewone waarneming overstijgt maar toch kan doordringen – en dat is toch wat men verstaat onder spiritualiteit. Iets voorbij je tijdskader of gemoedsgesteldheid.”
Zeker met Sunn speel je toch ook met beelden die daarnaar refereren. Jullie dragen wijde gewaden, en de keren dat ik je aan het werk zag kwam er veel rook aan te pas.
SOMA: “Yeah, that’s what Sunn’s for, de werkelijkheid opblazen en verdraaien, zodat je hem op een totaal andere manier gaat beleven. Dat krijg je met fantastische opvoeringen van muziek, of bij een goeie film … of in een kerk (verontschuldigend lachje). Voor veel mensen staat dat gelijk aan een ontmoeting met God, denk ik. Zo’n Italiaans omaatje dat tweemaal per week naar de mis gaat, om even uit haar dagelijks leventje los te komen.”
Zelfs losgekoppeld van de godsdienst, kan een eredienst een emotioneel geladen ervaring zijn.
SOMA: “Dat heb je wanneer een grote groep mensen tegelijk een meditatief of sterk emotioneel moment doormaken, dat voelt religieus aan. Weet je, dat kon je voelen in New York na 9/11. Dat was de enige keer dat ik in een grootstad was, waar iedereen tegelijk met hetzelfde begaan was. Dat hele gevoel was als het ware … gekristalliseerd. Alsof er een onderstroom van energie aan de oppervlakte was gekomen. Natuurlijk duurde dat maar een paar dagen, en daarna voelde je de sfeer weer wegzakken.
En die ervaring was gepland door mensen die goed wisten waarmee ze bezig waren. Ze rekenden erop dat die gevoelens zouden verkrampen in een religieuze koorts. En dat is gebeurd. En het heeft de Amerikaanse perceptie compleet lam geslagen, en haar prioriteiten volledig overhoop gegooid.”
Is dat de reden waarom je bent weggetrokken? Tegenwoordig woon je in Parijs.
SOMA: “Niet alleen daarom. Dat zou een beetje idioot zijn, niet? ‘Ik verlaat de Verenigde Staten omdat ik George Bush haat.’ Wat heeft die te maken met je leven, of zelfs de plaats waar je leeft?
Nee, ik kwam gewoon op een punt waar ik veel projecten deed in Europa, er veel rond toerde. En ik ben hier best graag, ik houd ervan allerlei verschillende plekken te verkennen. Natuurlijk zou ik dat ook in de Verenigde Staten kunnen doen, maar momenteel kies ik ervoor dat hier te doen.
Film
Oké, laten we eindigen met een trivia vraag. Heb je ooit aan een film meegewerkt?
SOMA: “Alleen een soundtrack voor een DVD. Maar die richting wil ik zeker uit; wat ik nu doe met theater, is er al mee verwant. Ik ben al wel door regisseurs benaderd, maar het is er gewoon nog niet van gekomen.”
Stel dat je een regisseur zou mogen uitkiezen om mee te werken, die het nauwst aansluit bij je eigen muziek en visuals, wie zou dat dan zijn?
SOMA: “Tarkovsky. Zijn film Stalker is een belangrijk onderdeel van mijn creatieve vocabulaire, zijn idee van timing en ritme – echt een schitterende film. Maar dat zal nogal moeilijk zijn … hij is nogal dood, niet?”
Het was een fantasievraag, dus je hebt recht op een fantastisch antwoord. Hartelijk dank voor het gesprek!