Tonershop is gemiddeld 40% voordeliger

Interview: Berlinde Deman

Kronkelige imperfectie als bevrijding

Berlinde Deman werd opgeleid als tubaïste, maar heeft de afgelopen jaren een fascinatie ontwikkeld voor de zeldzame zestiende-eeuwse serpent. ‘Plank 9’ is Demans debuutalbum als soliste op dit eigenzinnige blaasinstrument, dat ze verrijkt met ademgeluiden, zang en effectpedalen.
Berlinde Deman - (c) Laurent Orseau

Er is iets mysterieus aan het geluid van de serpent, het blaasinstrument dat zijn oorsprong vindt in de late Renaissance. Met zijn kronkelige, slangachtige vorm en zes bedienbare gaten lijkt het een kruising tussen een tuba en een houten blaasinstrument. Het instrument produceert een diepe, warme toon die tegelijk krachtig en fluisterend kan zijn – een stem die zich eeuwenlang liet horen in kerkkoren en militaire fanfares.
Berlinde Deman behoort tot de kleine kring hedendaagse musici die de serpent opnieuw tot leven brengt, zonder nostalgie, zonder reconstructie van het verleden, maar met het besef dat elk geluid een vorm van herinnering is. ‘De serpent heeft iets van een stem die te lang gezwegen heeft,’ zegt ze. ‘Wanneer ik speel, hoor ik de klank van ademhaling, van gebed, maar ook van rebellie.’
Deman speelt haar eerste instrument tuba in de excentrieke Belgische bigband Flat Earth Society en heeft albums uitgebracht met de Nederlandse geluidskunstenaar Rutger Zuydervelt (ook bekend als Machinefabriek), opgenomen met Dave Douglas (‘Secular Psalms’, op Greenleaf Music uit 2022), met het Brusselse Razen en in het trio BaarsBuisDeman met de Nederlandse rietblazer Ab Baars en trombonist Joost Buis. Recent bracht ze haar debuutalbum uit als serpentspeler, getiteld ‘Plank 9’: een poëtische verkenning van haar instrument, ademgeluiden, zang en effectpedalen. Via Zoom spreken we over de weg van discipline naar vrijheid, imperfectie, vrouwelijke rolmodellen in de muziek en over de charme van een instrument dat weigert te gehoorzamen.

Tuba

De fascinatie voor diepe klanken begon in Demans ouderlijk huis. ‘Mijn moeder speelde contrabas in een harmonieorkest. Ze gaf mij een voorbeeld: muziek is iets dat bij het leven hoort, niet iets dat uit competitie of discipline bestaat.’ Op een dag bracht ze een verroeste tuba mee naar huis, gevonden op een rommelmarkt. ‘Ik was acht jaar oud en gefascineerd door dat instrument: het was bijna even groot als ikzelf. De dirigent van het orkest kwam eens bij ons thuis en zag me ermee spelen. Hij zei: ‘We hebben bassen nodig in het orkest.’ Zo ben ik naar de muziekschool gegaan.’
De klassieke muziekwereld is nog altijd conservatief wat betreft rolverdeling voor instrumenten. Bij de koperblazers zie je nog steeds weinig vrouwen. ‘Vroeger kreeg ik constant die vraag: ‘Hoe is het om als vrouw in een mannenwereld te spelen?’ En ik dacht altijd: ik voel me gewoon muzikant, wat maakt dat uit? Maar als ik om me heen kijk, zie ik dat er in jazz en muziektheater inderdaad nog steeds weinig vrouwen zijn. Dus ja, ik moet daarover blijven praten. Ik hoop echt dat ik een soort rolmodel kan zijn en dat meisjes geïnspireerd raken om ook voor minder gebruikelijke instrumenten te kiezen.’

Bevrijding

Demans opleiding verliep klassiek, via het conservatorium. Toch ervoer ze die scholing gaandeweg steeds meer als verstikkend. ‘Conservatoriumonderwijs draait om beheersing,’ zegt ze. ‘Je wordt een vakmens, maar niet noodzakelijk een maker. Alles is gestoeld op replicatie: speel de juiste toon, geef de juiste klankkleur. Er is geen ruimte voor falen of twijfel. Terwijl precies daar de muzikaliteit begint. Ik ben twintig jaar bezig geweest met dat systeem. De afgelopen twintig jaar heb ik geprobeerd me daarvan los te maken.’ Omdat de tuba als buitenbeentje een veelzijdig instrument is, speelde Deman in allerlei genres: van symfonisch tot hedendaags, van muziektheater tot Balkanmuziek. ‘In mijn conservatoriumtijd begon ik met spelen bij Flat Earth Society, dat was een openbaring. Plotseling mocht ik fouten maken, improviseren, humor gebruiken in muziek. Muziek mocht leven, ademen. Dat was voor mij bevrijdend.’

Serpent

Op een album van Rabih Abou Khalil hoorde ze de serpent voor het eerst, gespeeld door Michel Godard. ‘Godard speelde iets wat ik niet kon plaatsen: een toon die meer leek op een zuchten dan op muziek. Het was melancholisch, zinnelijk, haast dierlijk.’ Ze ging naar huis en vond online: ‘serpent, verouderd, verdwenen, onspeelbaar.’ ‘Iedereen schreef dat het instrument te vals was om bruikbaar te zijn. Dat overtuigde me des te meer. Als iets ‘onspeelbaar’ heet, is dat meestal omdat men het niet wil begrijpen.’
Waar de tuba een helder, gecontroleerd timbre bezit, is de serpent poreus. Elke toon bleek een karakter op zich. ‘Bij de serpent heeft elke toon een afwijking. Geen toonhoogte is stabiel. Dat maakt de serpent tot iets wilds. Ik heb geleerd die onzuiverheid te omarmen. Muziek is geen optelsom van correcte noten, maar een organismische beweging. Je moet accepteren dat de serpent is wie ze is en daarmee improviseren. Iedere speler mag anders klinken. Dat is juist de schoonheid.’

Buigbaar

In het begin moest Deman echt zoeken naar de klank. Bepalen de ventielen bij een tuba precies welke buizen openstaan, dan zorgen de vingergaten bij een serpent voor een veel buigbaardere toon. ‘Ik heb later extra kleppen laten plaatsen voor de intonatie, maar het blijft een levend, grillig instrument. Toch is dat precies wat me eraan bindt. Ik was een beetje aan het doodbloeden op het conservatorium. Alles moest perfect zijn, precies zoals het in de partituur stond. De serpent heeft me daaruit gered.’
De serpent ontstond in de Renaissance, maar Deman bespeelt het instrument niet op de ‘oude muziek’-manier. Wat haar aantrok is niet de nostalgie, maar het idee van tijdsoverschrijding. ‘De serpent klinkt alsof ze weet dat ze vergeten is, maar weigert te sterven. Dat maakt het instrument radicaal eigentijds.’
‘Omdat er geen officiële serpent-opleiding bestaat, moest ik mijn weg zelf vinden. Ik ontdekte dat elke toon een eigen kleur heeft. De do klinkt bijvoorbeeld warm en rond, de re scherp en stoffig. Michel Godard zei me ooit: ‘Je kunt de serpent niet dwingen, ze leidt.’

Dat is mijn credo: omarmen wat er gebeurt, niet wat je verwacht.

Aanvaarden

De serpent werd Demans laboratorium voor experiment. Ze rekt haar klank op met pedalen, loopers en effecten. De serpent werd oorspronkelijk bespeeld in kerken, als ondersteuning van de gregoriaanse zang. Met de drogere akoestiek van de huidige concertzalen heeft het instrument het moeilijker. ‘Daarom gebruik ik pedalen: niet om te verbergen wat het instrument niet kan, maar om de klankruimte te openen. Ik gebruik pedalen niet om te controleren, maar om mezelf in een ongemakkelijke positie te brengen. In duo’s heb je altijd iemand die je opvangt, maar solo moet je het zelf dragen. Tijdens een opname voor Vrije Geluiden bijvoorbeeld, zei de producer dat we konden stoppen en opnieuw beginnen. Ik zei: ‘Nee, ik wil alles aanvaarden wat er onderweg gebeurt.’ Dat is mijn credo: omarmen wat er gebeurt, niet wat je verwacht.’

Stilte

De kern van Demans praktijk is luisteren: radicaal, aandachtig, traag. ‘We zijn niet meer gewend om echt te luisteren,’ zegt ze. ‘Alles is ontworpen om oppervlakkig te consumeren. Maar luisteren is een ethische daad. Het vraagt dat je aanwezig bent, dat je iets toelaat wat je niet kunt definiëren.’ Ze noemt het slow listening: luisteren zonder doel. ‘Ik zie het als een vorm van verzet tegen de constante versnelling waarin we leven. De serpent dwingt tot traagheid. Ze laat zich niet samplen of automatiseren. Haar adem behoort aan het nu.
‘Pauline Oliveros zei eens ‘Deep listening is listening to everything possible to hear.’ Ik probeer te luisteren naar wat bijna verdwijnt. De serpent is daarvoor ideaal: nooit helemaal vast, nooit definitief. Zelfs in de stilte blijft het instrument natrillen. Muziek stopt niet, maar blijft hangen als adem in een kamer.’
‘De mooiste respons van een publiek is stilte,’ zegt Deman. ‘Soms blijft het na afloop van een concert secondelang stil. Alsof niemand weet of het voorbij is. Daar leef ik voor.’ Voor Deman is stilte geen afwezigheid, maar een zone waar luisteren zich uitbreidt. ‘Dat moment na de klank: dat is waar muziek pas begint. Als mensen zich niet meer haasten, als ze niet weten of ze moeten klappen. In die verwarring ontstaat bewustzijn.’

Plank 9

De vraag naar de titel van haar solo-debuutalbum, ‘Plank 9’, brengt Deman aan het glimlachen. ‘De titel liep eigenlijk synchroon met wat zich thuis afspeelde,’ vertelt ze. ‘Mijn dochter was in een periode fanatiek bezig met handstand en had een soort magisch doel: plank negen, haar persoonlijke Heilige Graal. Voor mij werd plank negen een symbool van het onbereikbare.’ Het concept van grenzen opzoeken en comfort loslaten, schuurt volgens Berlinde met haar muzikale werkwijze. Ze reflecteert: ‘We hebben als mensen toch iets nodig dat ons uitdaagt, anders worden we lui. Mijn muziek komt opnieuw voort uit het verlaten van een comfortzone. Ik had geen uitgewerkt concept, het album groeide uit solo-onderzoek, uit een soort drang om vormen te genereren en uit te spelen.’
Wat haar album markeert, is de aanwezigheid van referenties aan vrienden en andere projecten: ‘Elk stuk bevat een knipoog, een echo van zijlijnen en ontmoetingen. Zo werd een gonzende bijenzwerm in de tuin van saxofonist Michel Mast een sonisch motief in ‘Hum of Bees’. En in ‘Tales of a Silhouet’ hoor je mijn dochter ‘Hier gaat-ie dan!’ zeggen. Het slotstuk van de plaat is nog donkerder van kleur geworden dan de rest van het album: de toestand van de wereld is in de muziek geslopen. Alsof de aarde uiteindelijk onbewoond blijft en enkel flarden van menselijke herinneringen resteren.’

Vond je dit artikel interessant?

Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontvang het beste van Gonzo (circus) rechtstreeks in je mailbox.

Nog meer nieuws krijgen over muziek en kunst?

Schrijf je in op de Gonzo (circus)-nieuwsbrief!