Basklarinetfestival Banner

Pauze: Vlaamse onderstroom

Nederlandstalige alternatieve muziek uit de jaren 1980

‘Dromen zijn vervlogen’ is een opmerkelijk compilatiealbum van alternatieve Nederlandstalige muziek uit Vlaanderen (1980-1988). Samensteller Niek Hilkmann doorzocht voor Excelsior Recordings de oeuvres van Belpop-iconen en vrijwel vergeten artiesten, op zoek naar Nederlandstalige parels. Maar was er zoiets als een Vlaamse onderstroom? Leonor Faber-Jonker spreekt in een lijvig artikel Hilkmann en artiesten Gerry Vergult (Aroma di Amore/Bange Konijnen/Fred A.), Walter Verdin (Pas de Deux/De Kreet) en Sylvie Honnay (Mensen Blaffen), naast hedendaagse muzikanten Alex Deforce en Miriam Hochberg (Sterk Water).
Pauze - Niek Hilkmann

‘Dromen zijn vervlogen’ is een opmerkelijk compilatiealbum van alternatieve Nederlandstalige muziek uit Vlaanderen (1980-1988). Samensteller Niek Hilkmann doorzocht de oeuvres van Belpop-iconen en vrijwel vergeten artiesten, op zoek naar Nederlandstalige parels. Maar was er zoiets als een Vlaamse onderstroom?

Het was vechten tegen de bierkaai.

Een verzamelalbum, dat is onoverkomelijk een canonisering van een bepaalde beweging, groep of tendens in de muziek. ‘Dromen zijn vervlogen’ (naar het nummer van Peter Praet & Praeters) doet dat voor Vlaamse, Nederlandstalige alternatieve muziek uit de postpunkjaren. Maar was er werkelijk zo’n stroming of is hier sprake van een constructie achteraf? En was er inderdaad, zoals samensteller Hilkmann constateert, weinig uitwisseling tussen België en Nederland? Naast Hilkmann sprak ik vertegenwoordigde artiesten Gerry Vergult (Aroma di Amore/Bange Konijnen/Fred A.), Walter Verdin (Pas de Deux/De Kreet) en Sylvie Honnay (Mensen Blaffen), naast hedendaagse muzikanten Alex Deforce en Miriam Hochberg (Sterk Water). Hoe wordt de draad van de jaren 1980 nu opgepakt?
Hilkmann ontvangt me in zijn knusse huis in Rotterdam-West, waar boeken, cactusstekjes en kunstwerken een subtiele spiegeling vormen van de bezigheden van deze muzikant (hij is aanvoerder van Kwartet Niek Hilkmann), onderzoeker en kunstenaar met een voorliefde voor stadsnatuur en de Nederlandse taal. Hoewel hij ook een goedgevulde platenkast heeft, is hij naar eigen zeggen geen ‘verzamelaar-verzamelaar’. De muziek voor zijn verzamelalbum speurde hij op via fora, blogs en torrents, Discogs, platenzaken en ‘half-functionerende archiefwebsites’. Zo ontdekte hij obscure liedjes als ‘De Grote Dag’ van Rosse November, uit 1982. Hilkmann: ‘Die single is gemaakt op een plek in Lennik waar moeilijk opvoedbare kinderen terecht konden. Ze geven hierop uiting aan hun wereldbeeld: een soort apocalyptisch kernplaatje. Dat soort dingen die doordrenkt zijn van de tijdsgeest vind ik heel interessant.’ Een speurtocht naar de makers volgde. ‘Uiteindelijk kwam ik uit bij Ronald Tielemans, de zanger van de B-kant van die single, ‘Aan de top’, die dus niet eens meedoet op het nummer dat nu op de plaat staat. Hij had zelfs nog foto’s bewaard.’

Marcel

Voor Niek Hilkmann (36) is ‘Dromen zijn vervlogen’ zijn tweede compilatiealbum, nadat hij eerder ‘De toekomst laat me koud’ (2024) samenstelde. Daarmee ontsloot hij alternatieve Nederlandstalige popmuziek uit de jaren 1980 uit eigen land. Hilkmann: ‘Het begon met de vraag ‘Wat was eigenlijk het tegengeluid van de commerciële Nederpop?’ Daar ben ik toen heel bewust naar op zoek gegaan.’ De nieuwe dubbel-lp is hierop een vervolg. Want wat was er in diezelfde tijd gaande aan de andere kant van de grens? Waar bij het eerste compilatiealbum de Nederpop van een band als Doe Maar als contrastvloeistof diende – het moest vooral niet te populair zijn – was Hilkmanns zoektocht dit keer minder afgebakend. Want alternatieve Nederlandstalige popmuziek wist in België soms wél tot de mainstream-media door te dringen. Zo staat een grotere Belpop-naam als Arbeid Adelt! naast het meer experimentele Mensen Blaffen en ronduit obscure plaatjes van een band als Wolfgang en lang vergeten theatergezelschappen.
Als Nederlander is het voor Hilkmann (en voor schrijver dezes) nog niet eenvoudig grip te krijgen op het Vlaamse muzieklandschap van de jaren 1980. Hilkmann: ‘Ik heb de jaren 1980 natuurlijk überhaupt niet bewust meegemaakt, maar de muziek van de Nederlandse verzamelaar kan ik wel goed plaatsen ten opzichte van die Nederpop, ook omdat mijn ouders me daar als kind mee hebben doodgegooid. Voor België was dat toch anders omdat ik niet doordrongen was van de positie van die acts.’ Hilkmann, bedachtzaam: ‘Ik weet bijvoorbeeld niet wat Marcel Vanthilt voor de gemiddelde Belg betekent.’ Toch durft hij wel te stellen dat een begrip als ‘tegencultuur’ minder eenduidig is in de Belgische context. ‘Bijna iedereen weet wel wat Arbeid Adelt! is, maar voor mij als Nederlander is het heel moeilijk om dat niet als alternatieve muziek te zien. Dan kom je erachter dat er best een grote overlap is tussen die alternatieve scene en wat ‘commercieel’ of ‘algemeen goed’ is.’

Contract

Vraag de artiesten op de compilatie naar hun positie ten opzichte van de mainstream en het beeld wordt nog gecompliceerder. Pas de Deux, de Leuvense groep rond Dett Peyskens, Hilde van Roy en Walter Verdin, deed in 1983 stof opwaaien toen zij het onverwacht tot het Eurovisiesongfestival schopten met hun minimalistische art-music. Walter Verdin: ‘Ik was op het bureau van Ward Bogaert, hoofdproducer van de afdeling lichte muziek bij de BRT, om reclame te maken voor ons eerste plaatje. Hij zag de video die ik daarbij had gemaakt en vroeg toen of we zin hadden mee te doen met de preselectie: er was net een groep weggevallen. Ik heb ja gezegd, want dat was twee keer op TV komen.’ Met het nummer ‘Rendez-vous’ stonden zij tussen de ‘kanjers’; grote populaire namen. De jury koos uitgerekend hun nummer onder luid gejoel van het aanwezige publiek. België bleek er niet klaar voor. Op het Songfestival eindigde Pas de Deux uiteindelijk op de achttiende plaats.
Na het Songfestival-debacle besloot Verdin zich op zijn videokunst te concentreren. Hij had er toen al een hele carrière in de Belpop op zitten. Met Specimen & The Rizikoos had hij ‘Storingen’ opgenomen, dat verscheen op de inmiddels klassieke Belpop-verzamelaar ‘Get Sprouts’ (1980). In datzelfde jaar verscheen zijn Nederlandstalige plaat ‘Cinema’, het resultaat van jaren Vlaamse liedjes schrijven. Verdin: ‘Polydor Records bood me een contract aan voor drie platen in het Nederlands, maar dat heb ik geweigerd. Ze wilden een Vlaamse zanger hebben als een soort antwoord op Raymond van het Groenewoud, die bij EMI zat. Maar die rol wilde ik niet spelen. Ik was ondertussen naar Talking Heads en Brian Eno aan het luisteren.’ Vanaf 1980 experimenteerde hij jarenlang op de afdeling Audiovisuele Diensten van de KU Leuven, opnames die onlangs het daglicht zagen op het album ‘PINGPONG’ (2025). ‘Met dat soort muziek was ik bezig: eerder muzikale experimenten dan Vlaamse liedjes’.

Bierkaai

Uit een andere hoek komt Gerry Vergult (alias Fred Angst) die op de verzamelplaat staat met zijn band Aroma di Amore, het duo Bange Konijnen en solo als Fred A. Vergult: ‘Ik ben opgegroeid met klassiekers als de Beatles en Led Zeppelin, maar punk heeft mij wel aangezet om zelf muziek te gaan maken. Om het simpel te zeggen, wij konden niet goed genoeg spelen om Led Zeppelin na te spelen, maar toen kwam de punk en hadden wij meteen het gevoel ‘dat kunnen wij ook’. Zo is er in de jaren 1970 een hele scene geboren vanuit dat do-it-yourself-idee.’ Enkele artiesten die zo begonnen, zoals De Kreuners of The Kids, slaagden er met een opgepoetst geluid in ‘de deur in te trappen van de reguliere media’. Vergult: ‘En dan zijn er een aantal artiesten, waar ik mezelf toe reken, die altijd consequent hun eigen ding bleven doen. Het was voor ons vechten tegen de bierkaai om een plaatsje binnen de muziekscene te krijgen. We hebben wel platen gemaakt met een zekere weerklank en een schare fans gekregen, maar door de mainstream media werden we niet voor vol aanzien.’
De verhalen van Pas de Deux en Aroma di Amore illustreren dat de ‘Vlaamse onderstroom’ eerder uit verschillende stroompjes lijkt te bestaan. De een stond op het Songfestival, de ander was overtuigd ‘do-it-yourself’. Punk loopt als een breuklijn onder het oppervlak. Verdin beaamt: ‘De meeste nummers die op de plaat staan komen eerder uit de jeugdcultuur van die tijd.’ Zelf heeft hij ‘nooit tot punk behoord’. Verdin: ‘Ik was niet rock-‘n-roll of agressief genoeg daarvoor.’ Hij groeide op luisterend naar Vlaamse zangers als Johan Verminnen en Kris De Bruyne, voorbeelden voor zijn Vlaamse plaat. Verdin: ‘Veel nummers op de verzamelaar zijn eigenlijk meer een reactie tegen die Vlaamse kleinkunst. Ook het tijdschrift HUMO heeft een grote rol gespeeld in die jaren. Zij waren anti-Vlaamse kleinkunst en hebben mijn Vlaamse plaat ook zeer slecht beoordeeld – en sindsdien ook Pas de Deux, want ik was dus een Vlaamse zanger, hè?’

Paard

Wat de uiteenlopende artiesten op ‘Dromen zijn vervlogen’ verenigt is de Nederlandse taal. In de underground was het niet vanzelfsprekend om in het Nederlands te zingen, benadrukt Vergult. ‘In de jaren 1980 werd daar op neergekeken. Als je in het Nederlands muziek bracht dan werd je ofwel in de categorie van charmezangers ingedeeld, ofwel in de kleinkunst. Heel veel jonge mensen wilden punk spelen, maar toch niet in het Nederlands! Punk kwam overgewaaid uit de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, dat was Engelstalig. Wij zijn vanuit het punkideaal gestart maar hebben ons sterk gemaakt om consequent in de eigen taal te zingen. Als je dingen uit die tijd herbeluistert is dat vaak erbarmelijk Engels. Je eigen taal kan je het best en Elvis Peeters, de zanger van Aroma di Amore, was en is nog steeds een heel goed tekstschrijver. We wilden ook een boodschap overbrengen. De teksten van Elvis waren zeer geëngageerd en daarmee bereikten we ook een publiek dat we met Engelstalige teksten wellicht niet hadden bereikt.’
De redenen om voor het Nederlands te kiezen verschillen per artiest, en zelfs per nummer. Waar Aroma di Amore een boodschap wilde uitdragen, bediende Pas de Deux zich van verschillende talen, al naar gelang wat de muziek paste. Mensen Blaffen, een aan Aroma di Amore gelieerde band met funkinvloeden, bracht dan weer surrealistische teksten in het Frans en Nederlands, de eerste en tweede taal van zangeres en tekstschrijver Sylvie Honnay. Honnay: ‘Ik probeerde vooral een gevoel onder woorden te brengen, gelijk een schilderij of tafereel. Het ging mij eigenlijk om de klanken, die helpen het beeld te vormen. Nederlands is weer een heel andere taal dan Frans. Het is een harde taal. In een van mijn teksten gebruik ik het woord ‘uitgerekt’, wie gebruikt zo’n woord in een liedje? Of een ‘steigerend paard dat behang van de muren haalt’, allemaal rare klanken en beelden die samenkomen. Ik was wel een van de enigen die zo’n wartaal gebruikte om een gevoel op te roepen. Er waren sowieso niet veel mensen die in het Nederlands zongen. Nederlands was niet populair, iedereen zong in het Engels. Maar ik wilde me op die manier uitdrukken en dat heb ik gedaan. Doordat we in onze eigen taal zongen zijn we ook vrij uniek geweest.’

Herfstig

Met de compilatie wilde Hilkmann onderzoeken hoe Nederlandstalige bands uitdrukking gaven aan de tijdsgeest. Slechts een enkele band verwijst expliciet naar maatschappelijke misstanden, zoals Frontaal (‘Haal het geld waar het zit / Dus bij hem die het bezit’); de meeste teksten zijn meer ambivalent. Hij signaleert in de uiteenlopende nummers een strategie van ‘absurdistisch verzet’. Hilkmann: ‘In vergelijking met Nederlandse bands hebben Vlaamse teksten vaker een satirisch element. In Nederland wordt het eerder een opgestoken vuist. Dat satirische is vaak ook niet een eenduidige maatschappijkritiek maar meer een algemeen geklier (lacht). Er zijn best wat muzikanten die het niet erg vinden om een beetje de paljas uit te hangen om de ‘goede smaak’ van de dag tegen te gaan. Er is natuurlijk ook een grotere satirische traditie dan hier.’
Het is een cliché, maar – zoals dat gaat met clichés – wel één waar waarheid in schuilt. Vergult: ‘Zelf kan ik niet zo schrijven, maar in de teksten van Elvis Peeters uit de begintijd zit veel absurdisme en surrealisme.’ Zijn eigen teksten als Fred A. worden gekenmerkt door een weemoedig existentialisme, maar Bange Konijnen, zijn duo met Peeters is uitgesproken humoristisch. ‘Dat was een poging om een soort muzikale komedieshow te brengen. Onze inspiratie kwam overigens uit Nederland, van Freek de Jonge. Het was een beetje de draak steken met het mediagebeuren en de Bekende Vlaming-cultuur.’ Een enigszins vergelijkbaar uitgangspunt had de musical ‘Adeline’ van theatergroep De Kreet, waar Verdin deel van uitmaakte. ‘We noemden het musical, maar het was zeker geen Studio100-musical die wij maakten. Met de voorlopers van die musicals dreven we eerder een beetje de spot.’
Zowel Aroma di Amore als Mensen Blaffen maakten in de loop van de jaren een evolutie door. Vergult: ‘Zeker in het begin namen we politieke toestanden op de korrel met de nodige humor, maar de muziek werd na verloop van tijd een beetje ernstiger.’ Honnay: ‘Ons geluid evolueerde van een beetje gekke, experimentele muziek naar wat hardere garagerock. Ik denk dat de teksten ook wel wat donkerder werden. In het begin ging het over het ‘Braziliaanse woud’ en de ‘hippopotame’.’ ‘Modderman’ (het nummer op de verzamelaar, lfj) is meer herfstig.’ Dat had overigens een persoonlijke inslag. Honnay, geen fan van het regenachtige klimaat van België, verliet kort daarna de band om naar Spanje te migreren.

Bescheidenheid

Hoe zat het met uitwisseling tussen Nederland en België? Met Pas de Deux heeft Verdin een kleine tour gedaan in Nederland waarbij onder meer de Melkweg werd aangedaan. Van dat concert staat hem een positieve recensie bij. ‘Maar van echte uitwisseling was geen sprake.’ Als er al sprake was van kruisbestuiving, dan gebeurde dat op kleine schaal in het alternatieve circuit. Zo namen Aroma di Amore hun mini-lp ‘De sfeer van grote dagen’ op in de studio van de Eindhovense band Nasmak, met zanger/bassist Theo van Eenbergen (alias Theo van Rock). Ook Mensen Blaffen nam hun laatste plaat met hem op. Honnay: ‘We hebben ook bij hem gelogeerd, dus we moeten wel in Eindhoven gespeeld hebben.’ Hilkmann: ‘De ironie wil dat De Brassers misschien nog wel het meest in Nederland hebben gespeeld van al die bands.’ De reputatie van De Brassers – niet commercieel, wel roemrucht – reikte bij wijze van uitzondering over de landsgrenzen, mede dankzij een spraakmakende reportage van de VPRO (1981).
In deze jaren waren het vooral de Belgische muzikanten die in de gaten hielden wat er in Nederland gaande was. Vergult: ‘Mijn allereerste plaatjes waren van Golden Earring en Shocking Blue. Dat was dan meer commercieel, maar in de jaren 1980 kreeg je The Ex, De Kift, Nasmak. De Div was een van onze favorieten.’ Het Nederlandse tijdschrift Vinyl werd in Vlaanderen gelezen en Paradiso en de Melkweg werden gezien als dé podia om te spelen.
Vergult: ‘In de jaren 1970 en ook wel 1980 keken we wat muziek betrof heel erg op naar Nederland. Dat was de nasleep van de hippietijd: in Nederland had je hippe vogels, daar mocht je ongebreideld wiet roken op straat. Er was een grote permissiviteit en tolerantie die er toen bij ons in het katholieke Vlaanderen nog niet was. We hadden wel wat contact met bands als Nasmak en Tröckener Kecks maar over het algemeen stelden we ons bescheiden op. We gingen onze nek niet uitsteken als ‘kleine Belgen’. Ik denk dat we een ongezonde bescheidenheid hadden in die tijd; niet alleen in de muziek, maar in het algemeen.’

Ondergronds

De release van ‘Dromen zijn vervlogen’ past in een groter patroon van herwaardering voor muziek uit de periode. Hilkmann: ‘Het is nog steeds geen volksvermaak, maar het werk van labels als Stroom, Onderstroom en Walhalla Records heeft een basis gelegd voor interesse in dit soort muziek. Die labels brengen re-releases van De Brassers, Fred Angst en Mensen Blaffen.’ Vergult: ‘Het is een boutade, maar hoe langer je bezig bent, hoe groter de kans dat iemand je eens goed gaat vinden. We beschouwden onszelf als overlevers. De laatste tien jaar is een hernieuwde belangstelling voor de jaren 1980 vanuit muziekliefhebbers van een totaal nieuwe generatie en daar is Niek een voorbeeld van.’ Honnay: ‘Het is verbazingwekkend dat mensen ons nog kennen. Ik kreeg onlangs een foto toegestuurd van een jong persoon op een optreden met een T-shirt van Mensen Blaffen. Ik weet niet waar ze die halen. Er is nog altijd een ondergronds leven aan de gang daar, zonder ons.’
Op de albumpresentaties speelt Hilkmann nummers van de verzamelplaat met onder meer Miriam Hochberg (Sterk Water). Net als haar generatiegenoot Hilkmann schrijft Hochberg haar teksten meestal in het Nederlands en laat zij zich inspireren door Nederlandstalige muziek uit de jaren 1980. Die voorliefde is ‘toevallig ontstaan’. Hochberg: ‘Toen we begonnen met optreden met Sterk Water kregen we te horen dat het erg op muziek uit de jaren 1980 lijkt.’ Zo leerde ze de muziek van Fred Angst kennen. ‘Dat verwoordt zo mooi het treurige gevoel dat je als mens kan hebben.’ Brusselaar Alex Deforce, die zal optreden met het Nederlandse burger service, maakte iets soortgelijks mee: ‘Ik kom oorspronkelijk uit de hiphop en ben van daaruit andere genres ingedoken. Nachtdichter (zijn samenwerking met Victor De Roo, lfj), daarvan wist ik niet welk genre dat was, maar het werd door veel mensen als jaren 1980 of wave gezien.’

Taalbarrière

Ook nu nog is Nederlandstalige alternatieve muziek, zowel in Nederland als Vlaanderen, een niche. Deforce laat zich inspireren door de Franstalige spraakzang van Serge Gainsbourg en ‘Elle et Moi’ van Max Berlin. Maar Nederlandstalige spraakzang wordt niet snel geaccepteerd. ‘In het Frans is dat al snel ‘sexy, nice’, maar in het Nederlands is het: ‘hmm, beetje moeilijk’.’ Toch lijkt het Nederlands aan populariteit te winnen. Hilkmann: ‘Ik merk wel dat er ook weer Nederlandstalige alternatieve muziek wordt gemaakt door mensen die weer veel jonger zijn dan ik, zoals De Vergissing of Desinteresse. Ook vindt de muziek van de Nederlandse verzamelplaat weerklank. Elias [Elgersma] van The Homesick bijvoorbeeld coverde laatst opeens een paar nummers die daarop staan.’ Intussen ziet Vergult in zijn nieuwe thuisstad Gent veel jonge Nederlandstalige bands in cafés spelen. ‘Geitenvel bijvoorbeeld, een naam waarvan ik hoop dat die binnen de kortste keren in Nederland over de tongen zal gaan.’
Inmiddels kijken Belgische muzikanten al lang niet meer op naar het Nederlandse muzieklandschap. In de jaren 1990 was er een omslag, toen bands als dEUS en K’s Choice ongekend populair werden in Nederland. Deforce: ‘Maar dat zijn Engelstalige bands. In het Nederlands wordt het moeilijker. Onlangs was in het nieuws dat Pommelien Thijs de eerste Nederlandstalige artiest uit België is die in de Nederlandse Top-100 staat in dertig jaar tijd. Terwijl alle ge-autotunede Nederlanders hier wel aan bod komen.’ Net als in de jaren 1980 vindt er uitwisseling plaats op kleine schaal. Het debuut van Deforce kwam uit op het Amsterdamse label Knekelhuis en hij werkte samen met burger service en Endfest; Sterk Water nam hun album op met de Gentse muzikant Tobin Verdonck. Toch valt er volgens Hilkmann nog veel te winnen: ‘Ik vind het onbegrijpelijk hoe weinig kruisbestuiving er is geweest en hoe weinig er nog altijd is, vooral als je bedenkt hoeveel dingen wèl gelijk zijn. De taalbarrière is er al niet.’ Met zijn plaat wil hij dan ook een alternatieve muziekgeschiedenis schrijven. ‘Omdat ik als Nederlander een plaat maak over België ga je je eigen muziekgeschiedenis in twijfel trekken. Dat vind ik eigenlijk het interessantste. Dat je gaat nadenken over wat die kruisbestuiving had kunnen zijn – of zou kunnen worden.’

GC187 - Cover Gonzo (circus)

Dit artikel verscheen eerder in Gonzo #187

Nog meer nieuws krijgen over muziek en kunst?

Schrijf je in op de Gonzo (circus)-nieuwsbrief!