Blog

Abstractiepark7090: radicale kunstpraktijk


GROM, GROET, GROT; KWAT, TOET, SOP

Kunstenaarscollectief 7090 presenteert een absurde, kleurrijke en abstracte wereld op Cultura Nova, Gaudeamus en NDSM OPEN. Jan Nieuwenhuis ging kijken bij de eerste try-out.


0. 

‘ABSTRACTIEPARK7090’: 1 grote piramide, 7 monumentale kolommen, 3 gigantische ballonnen, een zwik orgelpijpen, 4 helikopters, 5 componisten, 4 geluidskunstenaars, oneindig veel spiegels, 1 schilder, 2 vormgevers, 3 performers, 1 geluidsman, 1 lichtman, 3 ceremonies en 1 klachtenloket.

Dit zo ongeveer zijn de bouwstenen van ‘ABSTRACTIEPARK7090’, een van de merkwaardigste en bijzonderste voorstellingen van het aankomende seizoen. Het is een wonderlijke wereld die kunstenaarscollectief 7090 heeft opgetrokken.

In 2015 maakten Koen Kaptijn en Nora Mulder de absurde en wonderschone voorstelling Huldebiet in samenwerking met Bert Hana. Dat trio vormt ook het brein achter het Abstractiepark.

Hoewel de titel direct associaties oproept heb ik me lang afgevraagd wat dat is, een Abstractiepark. Een soort Efteling waarbij Holle Bolle Gijs is teruggebracht tot zijn essentie: niets dan holte. Of een zweefmolen zonder de molen, want om het zweven gaat het. Misschien een spookhuis waarbij al het angstaanjagend bovennatuurlijke opeens natuurlijk wordt?

Of een achtbaan die daadwerkelijk oneindig is? In feite ligt dit allemaal niet eens zo heel erg ver van de werkelijkheid af. Ware het niet dat de werkelijkheid eerst geabstraheerd moet worden voordat er een Abstractiepark ontstaat.

‘ABSTRACTIEPARK7090’ is gevuld met abstracte attracties of installaties. De abstractie zelf is in feite een aftreksel, een versimpeling van een bestaande vorm, die door een meervoudige symboliek een dubbele functie krijgt. Die verdubbeling brengt een vormeloze onrust teweeg, waardoor er een constante gedaanteverwisseling in de fundering van het Abstractiepark ontstaat.

7090 legt onzichtbare relaties bloot tussen verschillende historische werelden en verankert die steevast in een geheel eigentijdse combinatie van beschikbare middelen. Geen dogmatisch kunstgeloof maar een stroom van associaties. Eerder in de geest van fluxustheoreticus, boekenmaker, en kunstenaar Dick Higgins dan vanuit de grote avant-garde componisten van de twintigste-eeuw. Hoewel ook die niet ver weg zijn. Ze liggen op de loer verscholen tussen de abstracties.

De dubbelzinnigheid van ‘ABSTRACTIEPARK7090’ is een onzekere ruimte die nooit tot rust komt. Dat wil niet zeggen dat het onhelder is. Het betekent vooral dat ‘het onzekere’ een fundamenteel onderdeel is van het Abstractiepark. Precies omdat het abstracte nimmer een versimpeling is maar altijd een verdubbeling die zich toont als een veelvuldige wereld. Een wereld die zich vanuit een ander perspectief steeds een nieuwe gedaante aanmeet.

Met de uitvoering daarvan, door installatie-attracties en ceremonies, is ‘ABSTRACTIEPARK7090’ ook een ritualisering van een bekende, maar binnenstebuiten gekeerde vormentaal, die toegang verleent aan een lege, holle en totaal raadselachtige ruimte.

Een muzikale ruimte die oneindig blauw is, of gebarsten pikzwart; een ruimte waarin Yves Klein al eens een sprong waagde met zijn Saut dans le vide. Toetreden tot het Abstractiepark is ook deelnemen aan de rite van de kunstervaring. Niet vanuit dogmatisch of cerebraal oogpunt maar wel om op dat punt te komen dat te allen tijde zal ontglippen en onbenoembaar blijft, maar wel voelbaar is.

Om die raadselachtigheid te betreden moet je een sprong wagen. Geen angstige waarbij je valt in het onbekende. Een sprong in de leegte die na verloop van tijd vulbaar blijkt en waarin je gaat zweven.

Een afbeelding van De Grom van Abstractiepark - De Grom
Abstractiepark7090 – De Grom

1. De Grom

Een van de Abstracties heet De Grom en bestaat uit zeven felgekleurde kolommen van vier meter hoog. Ze staan los van elkaar, verspreid in de open ruimte, en dragen een antieke monumentaliteit in zich. Er komt geluid uit, een constant veranderende collage van verschillende muzieken, gemaakt door Yannis Kyriakides, Bart de Vrees, Eric de Clercq, Ji Youn Kang, Huba de Graaff en Han Buhrs.

Het publiek wordt uitgenodigd om tussen de kolommen door te lopen, ze aan te raken, te beluisteren en vooral de muziek zelf te beïnvloeden. Met een druk op een knop, een draai aan een wiel of door een luik te openen verandert de geluidscollage. “De Grom,” zo schrijft 7090 op hun site, “gaat over het oergeluid: de ultieme schreeuw die ooit heeft geklonken en waaruit alle geluid is ontstaan.”

De zeven kolommen van De Grom roepen een soort oerharmonie der sferen op: een geluid dat altijd aanwezig is, ons altijd omringt en al sinds het begin der tijden door het universum golft. De Grom brengt al dat geluid voort in oneindige variatie.

Tegelijkertijd roepen de kolommen ook een Griekse mythologie op. Maar dan wel een oudheid gegoten in het moderne staal van Richard Serra. Het is haast of de kolommen geabstraheerd zijn van een Griekse tempel, opgericht voor de goden. Ze dragen alleen niets, zijn ongekroond zonder hoofdgestel.

Er is geen fysieke representatie van een episch verhaal uitgehouwen in een fronton bovenop de kolommen. Eerder torst De Grom als Atlas het hemelgewelf. Ze ondersteunt iets dat meer abstract is: een ultieme leegte waaruit alles is ontstaan. Maar wel een ervaarbare en gevulde leegte. Een leegte die analoog aan de stalen constructies van Serra betekenis krijgt door de interventie in de publieke ruimte.

De ruimte in Serra’s ‘The Matter of Time’ bijvoorbeeld, krijgt vorm door hem te accentueren met gigantische gebogen stalen platen. Daarin zit een wisselwerking tussen het staal en de ruimte, want enkel om het staal draait het niet en de leegte is niets zonder de installaties.

De zeven kolommen van De Grom rijzen op en stoten geluid uit. Ze resoneren in de ruimte en maken haar voelbaar. Het zijn klinkende gedenktekens die de alomtegenwoordigheid van deze paradoxale leegte, gevuld met geluid en betekenis, in het leven roepen.

Toch is De Grom niet enkel een imposant monument dat veraf staat in de tijd en de ruimte. De kolommen hebben een aantrekkingskracht door hun felle kleuren, hun grootsheid en het geluid dat ze uitstoten. Ze zijn benaderbaar. Ik als publiek ben onderdeel van de oerharmonie die ze voortbrengen. Ik kom er zelf uit voort en heb er invloed op. 

2. De Grot

Dan De Grot: een vier meter hoge piramide, uitbundig beschilderd door Marcel van de Berg. Aan de binnenkant bestaat de piramide volledig uit spiegels. “De oneindige reflecties maken de Grot tot plek voor abstracte zelfreflectie,” stelt 7090.

Dat wordt versterkt door een object in het midden: “een telefoon waar mensen in contact kunnen komen met het Klaagloket van Abstractiepark 7090 en een klacht indienen. De klacht mag natuurlijk ook een verborgen wens zijn of een gebed.” 

Op het eerste gezicht lijkt er aan een piramide niet zoveel te abstraheren, van de vorm valt weinig af te halen. Toch gaat er een symboliek schuil in de geometrische vorm. Meestal dienen piramides als graftombes, een veilige plek, diep verscholen achter meters steen, om de reis naar gene zijde te maken.

Dat gebruik is verwaterd in de eenentwintigste-eeuw. Toch heeft de piramide in het Abstractiepark een vergelijkbare functie. Net als in de doolhofachtige en donkere gangenstelsels waarbij aan oriënteren geen beginnen aan is, is het spiegelpaleis aan de binnenkant een ruimte waarin je niets anders kan dan verdwalen.

Alle zijden zijn bedekt met spiegels zoals de Infinity Mirror Rooms van Yayoi Kusama. Er is ook muziek. Of een soundscape eerder, een soort verrassingsei samengesteld door Kaptijn en Mulder. Speels klinkt er ruis, vergruisde vogelgeluiden, sinusachtige klanken en opnames van composities uitgevoerd door 7090 als trio. Het is een soort auditieve spiegel die ze zichzelf en de luisteraar voorhouden, de klinkende geschiedenis van 7090 op repeat.

Binnen in De Grot ben ik in eerste instantie op mijn oneindige zelf aangewezen, op de oneindige weerspiegeling daarvan. De Grot toont de onwerkelijke werkelijkheid: alle aspecten van jezelf in een oneindige variatie en reflectie.

Maar daarmee draag je jezelf ook ten grave: de confrontatie met het zelf in al zijn mogelijke facetten betekent ook het einde van je eigen voortbestaan; er is geen ontdekking meer mogelijk, geen ontwikkeling. Net als bij de Egyptenaren is de piramide van 7090 een graftombe, die een reis door het onwerkelijke aanbiedt.

Toch is er de mogelijkheid om te ontsnappen aan deze reflexieve, visuele en abstracte dood. Het spiegelpaleis aan de binnenkant nodigt uit tot zelfreflectie en biedt door het Klaagloket vermomd als telefoon de mogelijkheid jezelf te uiten in een absolute privé-ervaring. De telefoon gaat over, ik neem op en hoor een keuzemenu. Al luisterend en toetsend ontstaat er een speelse en labyrintisch reis door mijn eigen onderbewustzijn.

3. De Groet

De Groet ziet er uit als een binnenstebuiten gekeerd orgel. Drie gigantische ballonnen hangen boven een podium met daarop vreemde draaiende en tikkende machines, ontworpen door Yuri Landman. De ballonnen zijn met slangen verbonden aan kraantjes die uitmonden in orgelpijpen.

Doordat het publiek lucht uit de ballonnen door de orgelpijpen laat ontsnappen klinkt er een minimale en fragiele muziek. 7090 omschrijft De Groet als een ‘grappige en vrolijke fontein van geluid en een ode aan de magie die je voelt wanneer je een geluid voor het eerst hoort.’

Precies die speelsheid vind je in het Abstractiepark, het geluk dat je voelt bij een nieuwe muzikale ontdekking, een band, een fantastische compositie of de ervaring van een waanzinnige improvisatie. Het klanktapijt dat uit de orgelpijpen komt klinkt als een gemankeerde compositie van Morton Feldman, de muziek is wankel, ze sputtert, ijlt, piept en jankt.

De analoge machines van Landman, een soort miniatuur helikopters, tikken scheve ritmes als haperende drumcomputers. Het is een verademing, alsof Philip Glass en Steve Reich eindelijk hun constante dwingelanderige puls zijn kwijtgeraakt.

De ijle muziek en de scheve ritmes, samen zijn ze incongruent en bestaan enkel bij die gratie. Het is een barok en grotesk samengaan. Ze vragen erom gecombineerd te worden, het getik bij te stellen en te sleutelen aan de klank om het orgelpijpklanktapijt samen te weven met de ritmes.

Ik heb de kans zelf bestuurder te zijn van De Groet, een wonderlijk muziekinstrument annex luchtballon of misschien wel een buitenaardse vijgenboom. Ik bepaal de compositie, stel de ritmes bij tot ik hoor wat ik wil en de muziek gaat zweven.

De Groet nodigt uit tot een hemelvaart en tilt je op. Op de tast kan ik de muziek veranderen, ze is niet afstandelijk. Het orgel toont de onbegrijpelijkheid van muziek en maakt haar grijpbaar. De Groet verwelkomt en laat zien dat onbegrip geen plaatsheeft in muziek, hoe vreemd ze ook moge wezen.

‘Luister’ fluistert De Groet, de hemel barst open en vult zich met klank.

4. Ceremonies

Tot slot zijn er de drie ceremonies Kwat, Toet, en Sop. Het zijn performances geabstraheerd van bestaande stukken van Samuel Beckett (‘Quad II’, 1980), Dick Raaijmakers (‘Vier fanfares’, 1995) en Allan Kaprow (‘Soap’, 1965). Kaptijn, Mulder en Hana voeren ze uit tussen de abstracte attracties.

De drie ceremonies vertonen gelijkenissen met de bronnen waar ze van zijn afgeleid maar ‘Quad II’, ‘Vier fanfares’, en ‘Soap’ zijn vooral leidraden die ontrafeld worden. Ook hier regeert de abstractie op zoek naar essentie: er blijft een klank over, een actie, een beweging of een publieke interactie.

Het zijn overgangsmomenten, initiatierites wellicht, waarbij de toevallige passant wordt ingewijd en verwelkomd in ‘ABSTRACTIEPARK7090’.

Met deze ceremonies worden ook drie kopstukken herdacht, die ieder een ander facet van de twintigste-eeuwse avant-garde vertegenwoordigen. Iedere ceremonie is zowel een eerbetoon als een rituele processie. Een plechtigheid bijna, als teraardebestelling.

Niet zozeer omdat het tijd wordt afscheid te nemen van Beckett, Raaijmakers en Kaprow. Wel omdat het tijd wordt het culturele erfgoed van de twintigste-eeuw af te stoffen, toe te eigenen en productief te vernietigen.

Dat is niet kwaad bedoeld. Het heeft vooral iets weg van Walter Benjamins destructieve karakter: een productieve, vitale destructie. Of in de woorden van Benjamin: “Het destructieve karakter is jong en opgeruimd. Want vernietigen maakt jong, omdat het de sporen van onze eigen leeftijd uitwist; het vrolijkt op, omdat elk uit de weg ruimen voor de vernietiger een algehele vereenvoudiging van zijn situatie betekent, ja die tot de wortels blootlegt.” Destructie als abstractie. En een vrolijke ontdekkingstocht, want het resultaat is onbekend. Benjamin vervolgt: “Geen moment kan weten wat het volgende brengt. Het bestaande legt het in puin, niet omwille van het puin, maar omwille van de weg die zich erdoorheen baant.”

0. 

De Grot, De Grom, De Groet, Kwat, Toet, Sop, Griekse mythologie, Egyptisch dodenrijk, staal, metaal, telefoons, katten, paarden, orgelpijpen, tuinslangen, licht, ijle lucht, oneindig veel spiegels, kolommen, ballonnen, fontein, kraantjes, ritmes, klanken, strakke lucht, magie, Klaagloket, muziek, kleur, verf, et cetera, enzovoorts, en zo verder…

Het is veelzeggend voor 7090, een collectief dat voortkomt uit de hedendaagse gecomponeerde muziek, om zich te richten op een kunstpraktijk die radicaal anders is dan waar ze vandaan komt.

Waar 7090 aan het begin van de eenentwintigste-eeuw faam verwierf op de betrekkelijk geijkte paden van de naoorlogse componerende avant-garde, ontgint ze de laatste jaren een radicaal andere uitvoeringspraktijk. Het nieuwe van de zogenaamde hedendaagse muziek bleek toch al vrij oud.

Gedoodverfd in een doodlopende muziektraditie zocht 7090 naar nieuwe middelen, nieuwe taal, nieuwe media, nieuwe uitvoerders, nieuwe denkpatronen, nieuwe geluiden, nieuwe beelden, nieuw publiek, nieuwe problemen, nieuwe instrumenten en forceerde een uitbraak uit de muziekwereld.

Dat levert samenwerkingen op met schilders, acteurs, grafisch vormgevers, programmeurs, schrijvers, lassers en timmermannen. Net zo belangrijk als de componisten zijn Joris Speelman en Rodger Dignum, die verantwoordelijk zijn voor het ontwerp en de bouw van de metershoge installaties van ‘ABSTRACTIEPARK7090’.

Voorstellingen vinden plaats op onconventionele plekken, vaak in de publieke ruimte. Instrumentalisten bespelen hun instrument steeds minder en zijn veel vaker veelzijdig performer. De partituur is absoluut niet heilig. De partituur is vaak niet eens een vertrekpunt. Wat niet op de pagina past wordt juist opgericht.

Niet het een of het ander: dogma’s bestaan niet; er is niet één absolute kunst. Grenzen worden overschreden en blijken vloeibaar: muziek stroomt over in beelden, teksten verstarren en barsten open in verf en klank. Alles is mogelijk in ‘ABSTRACTIEPARK7090’.

De wereld van 7090 is onwerkelijk en abstract en tegelijkertijd hebben de abstracte attracties een grote aantrekkingskracht. Ze staan als een huis. Van een afstand trekken ze de aandacht. Trekken de bezoeker naar zich toe om langzaamaan dichterbij te komen. Om een wereld te betreden die niets anders dan betovert, verwart, abstraheert maar uiteindelijk kraakhelder toegankelijk is.

Want 7090 doet niets anders dan de deur openzetten voor verwondering. Achter de abstractie, in de versimpeling van bepaalde vormen, concepten en kunstwerken, schuilt een symbolieke vormenwereld die multi-interpretabel is. Een vormenwereld die zich opent en alle mogelijke associaties oproept. Hoe dichter ik bij kom, hoe meer er valt te ontdekken.

Bovendien valt op hoe makkelijk dat eigenlijk is en hoeveel plezier daarin zit. Bovenal: hoeveel plezier het oplevert om het Abstractiepark te betreden, je te laten meevoeren door 7090 en de confrontatie aan te gaan met het onbekende. Het onbekende is niet eng, het is vooral nieuwsgierig naar wie jij bent en wat je meebrengt.



– 24/8 t/m 1/9 op Cultura Nova (Heerlen)
– 6/9 r t/m 8/9, Gaudeamus Muziekweek (Utrecht)
– 28 en 29/9, NDSM OPEN (Amsterdam)



Reacties