Blog Nieuws

Deze maand staat West Wednesdays in het teken van Geluid, een nieuwjaarsprogramma met geluidskunst, beeldende kunst, film en een Tienminutencollege. West Wednesdays is een alliantie van kunstinstellingen en -initiatieven in Amsterdam West | het Hallenkwartier. Iedere tweede woensdag van de maand openen wij van 18 tot 21 uur onze deuren met extra programma in de Hallen, in woonwerkpand Tetterode, op het WG-terrein en op straat; individueel en in samenwerking, voor een breed publiek en in alle mogelijke kunstdisciplines.

Geluid Recensies

Als er één ding is dat altviolist Oene van Geel kenmerkt, dan is het zijn ongeremde speelplezier. Hij is zo iemand waarvan je meteen denkt, dat hij gewoonweg móet spelen. Hij kan niet anders. Mogelijk is het dwangmatig, misschien zelfs een obsessie, maar dan wel met een aanstekelijke energie. Doorgaans is hij te horen in groepen als Zapp4 en The Nordanians, en treedt hij op met een indrukwekkend aantal musici, zoals Michel Banabila. Op ‘Sudoku’ is hij ook solo te horen. Tot op zekere hoogte, tenminste. Hij heeft zichzelf in de eerste vijf nummers vermenigvuldigd, zodat hij digitaal een heel ensemble vormt. Hij laat zijn fantasie de vrije loop, danst met zichzelf in ‘Seven Riffs’, plaatst zich in een omgeving van metal viool en kraakdoosjes in ‘Theotuma’. Maar Van Geel is bovenal ook een sociaal muzikant. Hij kan het toch niet laten om ook andere mensen op dit solo-album mee te laten spelen. De overige zeven nummers zijn duetten met bevriende musici als basgitarist Mark Haanstra, met wie hij in ‘Maribor’ even heel snel gelijk oploopt, in een late echo van John McLaughlins Mahavishnu Orchestra. Het klinkt allemaal heel enthousiast, en Van Geel kan laten horen hoe goed hij thuis is op zijn instrument, en hoeveel muzikale verbeeldingskracht hij heeft. Maar hij is ook bescheiden, en gunt zijn medespelers het volle licht. Een mooie eigenschap, al zou je hem graag vaker op het eerste plan horen. ‘Sculptures’, het langste nummer van de cd, is ook het minst gestructureerd. het is een duet met de jonge pianist Matteo Mijderwijk, die net als Van Geel blaakt van de energie. Soms ontaardt hun spel in doelloos gerommel, om daar dan ineens glorieus bovenuit te stijgen.



Op 1 november ontvangt Peter Bruyn immers in het Rotterdamse Worm tijdens een speciale avond de naar zijn volhardende, onafhankelijke en kritische manier van muziekjournalistiek bedrijven vernoemde ‘Peter Bruyn Penning’. Want aan wie anders dan de inspirator van deze prijs moesten Worm en Gonzo (circus) dit ereteken voor de eerste keer uitreiken? Breng Gonzo (circus) #118 mee en je kunt er bij zijn aan een gereduceerd tarief. Kun je er niet bij zijn? Het uitgebreide interview met Peter Bruyn zal in elk geval tot nadenken stemmen.
Matana Roberts speelde onder andere met Thee Silver Mt. Zion Orchestra en Godspeed You! Black Emperor, maar treedt de laatste jaren zelf meer op de voorgrond, onder andere met haar epische ‘Coin Coin’ project. Aan kenner Guy Peters vertelt ze uitgebreid over de wortels van het project en haar eigen wortels. Net als Matana Roberts dook ook Huerco S. in de Amerikaanse geschiedenis, en die erfenis verwerkte hij in ‘Colonial Patterns’, zijn bejubelde nieuwe album vol minimalistische, weinig dansbare dansmuziek dat Jannis van de Sande nachtenlang wakker hield. Factory Floor brengt dan weer uiterst dansbare muziek en de jaren 1980 zijn nooit veraf, maar toch klinkt het verrassend van nu, aldus Wilfried Jans. Wie ambient zegt, kan op dit moment niet om de Italiaan Fabio Orsi heen: hij stuurt ons melancholische muzikale postkaarten uit het verleden. Maarten Schermer en Nico Kennes ontrafelden zijn werkwijze. Het gesprek van Koen Lauwers met Pete Kember of Sonic Boom had ook makkelijk een retrotrip kunnen worden, maar de voorman van het legendarische Spaceman 3 blijkt goed op de hoogte van huidige muzieklandschap: tijd voor een zeer uitgebreide luistertest dus.
Van Rotterdammer Banabili komt dit najaar een rist nieuwe samenwerkingen uit. En ook Felix Kubin heeft nieuwe projecten op stapel staan: van een nieuw album onder eigen naam tot een compilatie-album met undergroundmuziek uit Oost-Europa. Oscar Smit mocht voorproeven en de vragen stellen. Net zo’n bezige bij is de in Tirana wonende kunstenaar/filosoof Vincent W.J. van Gerven Oei: vanaf een afstandje neemt hij in een gesprek met Theo Ploeg de stand van de democratie en de kunsten in West-Europa op. Denkvoer! Peter Vianen trok het museum in voor drie tentoontellingen: ‘Dread’, ‘Dark Matters’ en ‘Stop Making Sense’.
En geen Gonzo (circus) zonder essays en columns: Dimitri Vossen kijkt kritisch naar Bandcamp: in tegenstelling tot bijvoorbeeld Spotify lijkt alsof de band alles zelf in handen heeft, maar is dat wel zo? En hoe lang duurt de pret nog voor ook dit een speeltje wordt van de muziekbizz? Harold Schellinx raapte jarenlang bekraste, kapotte en vale cassettetapes op tijdens zijn wandelingen door de stad: hij is dan ook de juiste man om naar aanleiding van het boek ‘Cracked Media’ zijn hoogst persoonlijke ‘kraak’-verhalen te vertellen (tip: do try this at home). Op het label van A Hack and A Hacksaw komt binnenkort ‘Mountain of Tongues’ uit: een compilatie veldopnames met volksmuziek uit de Kaukasus. De in Jerevan wonende etnomusicoloog Rik Adriaans schreef een boeiend mini-essay over deze hier onbekende rijke muziektraditie. De Geluidsarchitect vertelt u waarom de anafoor een doodzonde is in de muziekschrijverij. Allemaal met prachtige illustraties van Wouter Medaer.
Nog onbekend maar bemind door de Gonzo (circus)-redacteuren: Hayden Chisholm, El Mahdy Jr., Eagulls, Moontroop, 30,000 monkies, En verder een berg recensies en tips voor niet te missen concerten, festivals en tentoonstellingen.
En ook Mind The Gap is nog steeds aanraakbaar: een cd in een mooi hoesje met illustratie van Kees Peerdeman. Met exclusieve nummers van Sonic Boom & Delia Derbyshire, Fabio Orsi en Sebastian Plano. En nog 12 andere nummers, o.a. van Chelsea Wolfe, 30,000 Monkies en Minniza.

GC #114 Abonnees Geluid Recensies

Sinds Rutger Zuydervelt alias Machinefabriek in Rotterdam woont, lag een samenwerking met stadsgenoot Michel Banabila natuurlijk zeer voor de hand – al lijkt het Zuydervelt weinig uit te maken waar de artiesten wonen waar hij mee samenwerkt. Die lijst is lang, en groeit gestaag, net als zijn discografie. Stilistisch beslaat ze drones, noise, musique concrète, glitch, soundscapes, geluidskunst, et cetera. Ook Banabila’s carriere is lang, rijk en zeer divers. Zo zeer, dat het niet te doen is in beperkte termen de stijlen waarin hij gewerkt heeft samen te vatten. Naast jazz, ambient, Wereldmuziek – allemaal in allerlei mutaties – is er veel dat simpelweg buiten gangbare categorieën valt. Hun samenwerking heeft een mooie plaat opgeleverd, die binnen de grenzen blijft van wat je van deze twee artiesten samen zou verwachten. De losse geluidskunst van Zuydervelt krijgt ondersteuning van meer gestructureerde klanken van Banabila – denken we, want we moeten raden naar wie waar verantwoordelijk voor is geweest – maar als geheel voelt het vooral als Machinefabriek. De plaat begint en eindigt met twee gedragen stukken, waarin de kleine details opeens verschijnen respectievelijk langzaam verdwijnen, als insectenleven dat opeens actief wordt met het verschijnen van de zon, en aan het einde van de dag weer langzaam de holen en gaten opzoekt. Tussen die twee uiteinden vinden we vooral droney nummers met veel microgeluiden, soms warm en ingetogen, zoals ‘Slow Waves I’ en ‘Flares’, soms mysterieus, zoals het einde van ‘Dead Air’, maar soms ook onverwacht agressief. ‘Onverwacht’ omdat die uitbarstingen het heersende gevoel van (bij gebrek aan een beter woord) vriendelijkheid doorbreekt. ‘Dead Air’ begint met veel gepiep en gesis en flarden radio, en ook ‘Bad Wiring’ komt in dat gebied terecht, maar uiteindelijk zijn het maar korte verstoringen van de overkoepelende sfeer van een mooie, maar niet heel verrassende cd.

GC #108 Abonnees Geluid Recensies

Banabila is al heel wat samenwerkingsverbanden aan gegaan, live en op plaat. Zo speelde hij met Yasar Saka, Bahia El Idrissi, Joshua Samson, Eric Vloeimans en Mete Erker. Laatstgenoemde staat stevig in de jazz en was/is te horen in tal van formaties, waaronder Eric Van Der Westen’s Quadrant, Ardvark, Jazzmeteors en zijn eigen groep. Beide weten dus wat samenwerken is, en dat doen ze op ‘Route Planner’ goed. Ook samen niet voor het eerst, overigens. Eerder begeleidden ze een voorstelling van choreografe Conny Janssen en werkte Erker mee aan de cd ‘Fields Of Flowers’. Bananila’s instrumentale muziek is altijd sterk gekenmerkt door een mengsel van elektronische ambient en etnische (meest Afrikaans en Oriëntaals aandoende) elementen. Dat pakte veelal uit in aangename, maar zelden meeslepende muziek. Vakkundig gemaakt, maar te weinig variërend om te blijven verrassen. Op ‘Route Planner’ vinden we die elementen weer terug, zoals in het titelnummer en in ‘SaxVoizStreetWalk’. Het is Erker die met zijn spel laatstgenoemde track een prettig rauw randje geeft. Ook in een rustig nummer als ‘You Little Wonder’ is het niet het geluid van Banabila, dat zelfs bijna ouderwets klinkt, maar het spel van Erker dat de aandacht grijpt. Toch laat Banabila zich ook van een interessante kant horen, die de laatste jaren al vaker doordrong. In ‘Skyscrapers’ horen we sterke elektronische percussieve klanken, een stevige ritmebasis, een jazzy sfeertje en Erkers schreeuwende sax. En in ‘Deep In The Forest’ wordt het mooie spel van Erker gecombineerd met een abstracter en eigentijds geluid van Banabila. Daar wil ik ‘Route Planner’ wel volgen.

GC #103 Abonnees Geluid Recensies

De Rotterdammer Michel Banabila bouwt gestaag aan een indrukwekkend oeuvre. Zijn eerste album kwam uit in 1983. Een jaar later stond hij al op het TegenTonen Festival in Amsterdam. Zijn discografie mag er dan ook zijn. Uit de titel van zijn nieuwe album zou je al kunnen opmaken dat het om een enigszins experimenteel album gaat, waar eerder door hem gehanteerde stijlen als wereldmuziek en jazz geheel ontbreken. Het is dan ook even schrikken als de cd begint: hij opent met een stevige elektronische knal, waarna een eerste track met een stevige portie rauwe elektronica volgt die net zo goed door Cobra-schilder Karel Appel gemaakt zou kunnen zijn. Vanaf het tweede nummer keert de rust weer wat terug. Weliswaar blijft Banabila experimenteren met elektronica, maar er zit meer lijn in. Zo krijgen we veel elektronische noise en pulsen te horen. In ‘A Cold Winter Over Europe’ is dat in de vorm van noisy EBM en in ‘Machinery Aesthetics’ gaat de muziek meer naar IDM. Breekpunt van het album is ‘More Signals From KrakRot’, een tien minuten durende ambienttrip gemaakt met de Pools geluidskunstenaar Zenial. De twee tracks hierna hebben ook een ambient-karakter maar klinken toch iets experimenteler dan het werk wat we al kennen van Banabila. Dit album is deels geïnspireerd door de beroemde elektrotechnicus Nicolai Tesla (1856-1943). Sommige stukken zijn gebruikt bij de dansproductie ‘Zout’ van Conny Janssen. Wat mij betreft mag Banabila blijven experimenteren met elektronica. Misschien nemen labels als Warp of Karaoke Kalk dan wel eens contact met hem op.

GC #102 Abonnees Geluid Recensies

Het koste me enige moeite om uit te vinden wat er precies aan de hand is met de vier tracks op deze zeer gelimiteerde 10inch. Per uitvoerende artiest staat er één titel op, gevolgd door een remix door de andere. Van Scanner gaat het om ‘The Radiance Of A Thousand Suns Burst Forth At Once’ afkomstig van de gelijknamige cd uit 2005. Hierop klinkt het als een redelijk up-tempo elektronische song met melancholieke strijkers. Banabila voert in zijn bewerking van dit nummer trompettist Eric Vloeimans ten tonele die de strijkers naar de achtergrond blaast. Hierdoor toveren Vloeimans en Banabila ‘The Radiance…’ om tot een zwoele downtempo song met een sfeer die herinnert aan het beste vanJon Hassell. Scanner bewerkt zijn eigen song tamelijk radicaal. Ook hij mixt de violen weg en schroeft het tempo flink op waardoor zijn mix meer aansluit bij de dubstep-achtige muziek van anno nu.
‘Ears Tell Us Where We Are In Space’ is een Banabila titel afkomstig van zijn album ‘Precious Images’ (2008). Het is dan bijna meer een track van gitarist Anton Goudsmit( The Ploctones) die er naar hartelust jazzy op improviseert. Scanner skipt de gitaar praktisch helemaal en maakt er een up-tempo elektronische song van met wat melancholieke achtergrond vocals. Ook Banabila laat, onder het alter ego Bob Badoubah, in zijn nieuwe mix Goudsmit verdwijnen en vervangt hem door de trompet van Vloeimans. Die klinkt eerst sfeervol en dowmtempo maar na een onverwachte break gooit hij alle remmen los en wordt er stevig op los gejamd.
Kortom een 10inch met vier avontuurlijke tracks. Jammer dat de originele versies ontbreken want aan de hand daarvan komt goed naar voren hoe knap en radicaal de remixen zijn.