Events

Het einde van Noisefest


De zevende en meteen allerlaatste editie van het legendarische Kortrijkse Noisefest mocht zich wentelen in een blakende zon (buiten) en een weinig memorabele concertnamiddag en -avond in de zaal van De Kreun, deel van Wilde Westen.

Gordijnen

De organisatie had de zaal wat kleiner gemaakt door een gordijn, waarachter een deel van de merchandise-stands hadden plaats genomen. Sommige van de acts, B.A.A.D.M. en Silken Tofu hadden er zich geposteerd. De grotere stand van het uitverkopende Wool-E Shop had zich buiten geïnstalleerd. Meer dan warm genoeg tijdens de onverwachte Indian Summer en bovendien een ideale plek voor elke bezoeker om rustig de aan halve prijs te koop aangeboden waar te bekijken tijdens het nuttigen van drank en rookwaar (wat in de concertzaal zelf uiteraard niet is toegelaten). Handig gezien, want zo kon iedereen tijdens een zelf gekozen ogenblik even rust nemen van de noise in de zaal, en in een aangename temperatuur de zuurverdiende centjes van eigenaar te laten wisselen.

We kwamen echter in de eerste plaats voor de resem acts. In de voorgaande edities was er steevast wel een act die erbovenuit stak (denk Puce Mary, Damien Dubrovnik), en we hoopten dat dit ook deze keer het geval zou zijn. Maar u had het al door, we hadden het bij het verkeerde eind. We gaan zeker niet zeggen dat het allemaal slecht was, integendeel. Maar iets verrassends of een act die eens iets anders deed dan wat er van hen werd verwacht, niet echt.

De trein

Kortrijk boven tijdens deze editie bovendien, want zowel de opener als de afsluiter zijn afkomstig uit de thuisstad van Noisefest. Jenci Vervaeke is niet alleen de bruloei bij het verschroeiende Vvounds. Hij heeft sinds een paar maanden ook het harshnoiseproject Et Dure op de rails gezet. Wat me er trouwens aan doet denken dat we meermaals naar het geluid van passerende treinen hebben geluisterd, de zaal van De Kreun ligt zowat naast de sporen van het Kortrijkse treinstation, en dat geluid eigenlijk soms interessanter vonden dan wat we in de zaal in de maag gesplitst kregen. Maar terug naar Et Dure. Een beetje een ondankbaar uur, zo rond half zes, om de festiviteiten te openen. Aan de andere kant was dit net niet de vuurdoop voor Vervaeke’s soloact, dus voor ‘smans gezondheid een goede keuze om hem te laten beginnen. We zagen hem een keer eerder, maniakaal schreeuwend en met intense haat zijn publiek provocerend, maar daar was deze keer niets van te merken. Hij slaagde er in een evenwichtige en opbouwende set licht verteerbare harsh noise te brengen, met slechts een enkele schreeuw en een sample van zijn op peuterleeftijd zijnde brabbelende dochter. Weinig tot geen agressie, wel een aangename opener, klinkend als een avondlijke soundscape waar we in onze zetel graag naar zouden luisteren.

Snor

Kevin Jansen heeft een resem incarnaties (Svartvit, Clamor, Qualm) als harsh noise monument uit Nederland. Deze keer mocht hij, als vaste waarde van het festival, eens aantreden als Erstwhile. Hij heeft net een eerste cassette uit met dit project (‘Forgotten Youth’ op Instruments of Discipline) en kwam zijn power electronics over ons uitgieten. Met zijn obligate plek en net niet Hitlersnorretje is de boomlang Jansen een imponerende verschijning, die dolgraag had gewild dat de mengtafelman van dienst (icoon Hein Devos) alles open zou gooien. Niet dus. Devos heeft voldoende ervaring, niet alleen met het geluid van deze zaal trouwens, om te weten wat hij wel en niet kan en wil doen met zijn knoppen. Hij slaagde er trouwens in om elke act optimaal te laten klinken, dus had hij groot gelijk om niet aan de wensen van Erstwhile in te gaan. Net daardoor bleef de set evenwichtig klinken in plaats van volledig overstuurd, en mocht Jansen schreeuwen tot hij erbij neerviel tijdens zijn set. Onze oren werden gespaard en in plaats van vervelend konden we nu genieten. Of toch een beetje, want eigenlijk hoorden we weinig tot geen verschil met al zijn andere projecten. Maar we beweren zeker niet een kenner te zijn, ook niet van het harsch noise genre in zijn geheel. We komen om ons te laten verrassen, twintig minuten (de tijdsduur die de meeste acts kregen toebedeeld, een ideale lengte voor dit soort acts) heerlijk lawaai te horen.

Dadde en weer dadde en nog meer dadde

De Duitse Mariela Rossi was de volgende aan de beurt. Ze is de vrouw van het heerschap dat vorig jaar als Sisto Rossi aantrad. We herinneren het ons niet meer, behalve de naam dan, dus echt bijzonder zal het niet zijn geweest. Dat was ook deze keer niet het geval, al juichen we toe dat Rossi ander bronmateriaal gebruikte (een radio, een antenne die schuurpapier over zich heen kreeg) en een aangename set vol kraakjes, ritselingen en ander geknisper wist neer te zetten. Maar toen wisten we nog niet dat er nog wel meer ruis en geknisper zat aan te komen. Communicatie en uitstraling was bij Mariela Rossi ver te zoeken. Een braaf meisje met een zelf gebreide trui, zo leek het wel, dat ook eens het podium op wilde. Zonder breinaalden weliswaar, al kan ook daarmee ongetwijfeld een stevig setje geknisperd worden.

Op de uitkijk

Als er eentje was waar we vooraf naar uitkeken, was het de set van Gentenaar Mathieu Serruys. We hoorden alleen maar positieve dingen over zijn album ‘On Germaine Dulac’, uitgebracht op het door hem mee gerund BAADM-label en ondertussen ei zo na uitverkocht. Hij werkt tijdens zijn optredens met analoge synthesizers en met reel-to-reel tapemachine en een bandopnemer. Hij begon uitermate goed aan zijn set, met verrassende geluiden en zijn manipulatie van de apparatuur die indruk maakte, voor zover we het allemaal konden bekijken natuurlijk. Zowat halfweg liep er plots iets mis, zaten er loeiharde tonen in de set (die naar wat we achteraf hoorden niet waren gepland) waarvan onze oren pijn deden, en dan zijn we weg. Oude rotten zonder oordoppen zoals ondergetekende, weten wanneer we beter het concert het concert laten en buiten een babbeltje gaan slaan. Serruys zou het probleem nog kunnen oplossen hebben en professioneel verder hebben gedaan, maar dat hebben we zelf niet meer meegemaakt.

Het Zweedse Blodvite mocht de eerste periode afsluiten, want traditioneel wordt er halfweg een half uurtje pauze ingebouwd, zodat wie wil een hapje kan gaan eten. Niet evident in de bouwwerf Kortrijk. We hadden zoals gewoonlijk zelf iets mee om te nuttigen, een laagje leggen alvorens we de Grimbergen Blond uit een flesje zouden proberen. Maes van ‘t vat is niet echt ons ding namelijk en een hele avond cola is ook niet wat een mens nodig heeft. Viktor Ottosson, zoals de Zweed op zijn padpoort heet, zou later nog aantreden als de helft van Sfär, met Mattias Gustafsson , maar mocht eerst zelf een portie harsh noise neerzetten. Behoorlijk maar niet echt denderend, professioneel klinkend maar niet echt overtuigend, was ook Blodvite meer van dadde en nog meer van dadde.

Tijd voor de grootheden

Na de pauze mocht het Amerikaanse Kakerlak, eigenlijk gewoon Nolan Throop die later nog met Sofie Herner op het podium zou kruipen, de feestelijkheden verder zetten. Hij hoort tot het selecte kliekje harsh noise artiesten die enige naam hebben gemaakt (al is dat uiteraard zeer relatief) en hij werkte samen met onder meer The Rita en Sewer Election , waarmee hij ook in Edwige lawaai mocht maken, een soort Amerikaans supercollectief van harsh noise artiesten. Zoals verwacht was het opnieuw meer van dadde, al klonk zijn set een stuk harder en professioneler, uitgebalanceerder ook, dan zijn voorgangers. Maar dat kan ook aan zijn apparatuur hebben gelegen, die misschien (we kennen er geen fluit van) van betere of duurdere kwaliteit was. In elk geval was zijn set net zo boeiend als alles op deze avond. Niet dus.

De kruisbestuivingen en samenwerkingen tijdens het gebeuren wijzen misschien ook op enige vorm van bloedarmoede en het nakende einde van het op zich schitterende initiatief dat Noisefest altijd al is geweest. Bij Sfär komen we voor de eerste keer Mattias Gustafsson tegen, die later nog als Altar Of Flies zou spelen. En Viktor Ottosson (Blodvite), die eerder al aan de bakjes mocht prutsen. Ze hebben nog niet echt veel samen gespeeld, en brengen een mengeling van veldopnames, analoge apparatuur en live gepruts met tapeloops, maar veel zoden zet het allemaal niet aan de dijk. Meer van dadde, wat ook een beetje was te verwachten, gezien de set die Altar Of Flies later zou brengen. Meer van dadde, inderdaad. Gustafsson, niet te verwarren met saxofonist Mats Gustafsson, bracht eerder dit jaar het schitterende album ‘Nattmusik’ uit op BAADM (tiens, dat hebben we hier eerder ook al zien passeren), maar had vandaag vooral zin in harsh noise en niet in subtiliteit. Waarmee we eigenlijk Sfär en Altar Of Flies over één noisekam scheren, maar dat ligt ook aan hun set natuurlijk.

Op de knieën

Tussendoor mocht het echter behoorlijk knisperen. Hoe klinkt het binnen? Het knispert. Sofie Herner, die ook als Leda musiceert en de helft is van het ondertussen ietwat bekendere Neutral (ook al eens eerder op Noiesefest gespeeld, en een zeer degelijke set neergezet), ging aan de slag met Kakerlak Nolan Throop, samen op de knieën, quasi verstopt in een hoek van het podium, prullend aan de bakjes en de boel doen knisperen. Het publiek zag uiteraard nauwelijks iets maar als licht industrial getinte soundscape had deze set wel iets. Misschien wel de beste act van de dag. Want de Finnen van Bizarre Uproar, de afsluiter van het noisegedeelte van Noisefest, bakten er eigenlijk maar weinig van. Veel blaten en weinig wol, zoiets. Met zijn tweeën, obligaat leren gezichtsmasker, wat zogenaamd vieze filmpjes, met wat dikke pisse (dixit Freddy De Vadder) in iemands gezicht als achtergrondbeeld en (toen hadden we het zelf al opgegeven) een rondfladderende lul die ergens op een foto werd vastgelegd. De joejoe joehoe van het publiek was een feit. Een echte fluit op een podium! Jawadde, de sensatie van de dag. Shockeren doet dit duo absoluut niet. De vieze filmpjes die aanhoudend werden geprojecteerd door Budafilmmedewerker Kevin Decoster in het café waren wat dat betreft (en qua blote tieten en kutten en lullen) een stuk interessanter.

Afsluiten met Onrust

Talent uit Kortrijk mocht de zevende en laatste editie afsluiten. Onrust aka Wendy Mulder dus, die met haar industrial donkere technobeats eigenlijk helemaal niet op haar plek stond. Heel wat mensen bolden het af, ze hadden het wel een beetje gehad en van ruimdenkendheid zijn harsh noise liefhebbers niet te beschuldigen. Het selecte clubje dat wel bleef staan, kreeg een degelijke set voorgeschoteld vol donkere en dansbare beats die aanschurkten tegen industrial en bonkende techno tegelijk, met Onrust die zelf helemaal opging in haar set en genoot van de aandacht van de resterende aanwezigen. Na een half uur wqas ook dit afgelopen, al wilde ze dolgraag nog een bisnummer spelen, als eerste van de dag. Na de sample van een spinnende kat, een kort bedankwoordje (dat eigenlijk door een van de organisatoren had mogen worden gezet) begon ze er aan. Zelf hadden we er genoeg van, al hoorden we nadien dat Jenci Vervaeke het numer ‘Tagore’ nog van enige woorden heeft voorzien. Wij moesten echter vroeg op, hadden het allemaal al enkele keren eerder gehoord (de Onrust-set dan) en veel om over na te genieten, hadden we niet gezien. Onze plaatjes ophalen bij Wool-E en dada. Niet naar meer van dadde, maar naar ons bedde.

Gezien: Noisefest: Final Edition, Wilde Westen @ De Kreun, 14 oktober 2017

Geserveerd door Wilde Westen, Geluidsoverlast!!! & Usain Bolt Records, ICW Incubate vzw for Between Noise & Silence

Tekst: Patrick Bruneel – Foto’s: Stephan Vercaemer

Comments

comments


Reacties


Geef een reactie