Blog

Een nieuw muzikaal manifest: ‘Wij eisen een nieuwe toekomst van muziek, en een muzikale toekomst’


Door Adam Harper – Vertaling Maarten Schermer – Beeld Kees Peerdeman

We eisen de toekomst van muziek, en een muzikale toekomst. Dat wil zeggen: we eisen nieuwe, grotere gedachten, communicatie, en representatie in relatie tot geluid en in relatie tot elkaar.

Mind The Gap #100

We kunnen niet langer ieder product in de iTunes store, of elke top 40-hit die goud of platina wordt, of de grote componisten, vereeuwigd in marmer, of eeuwen in de concertzaal, of de meest gekoesterde nummers van de platenverzamelaar, of alle instrumenten in alle orkesten, of alle noten op alle toonladders op alle partituren, of al het geluid in de wereld, gebruiken als afbakening van de horizon van onze verbeelding.

We moeten iets verder en dieper voorbij deze horizon vinden. Maar onze taak is niet om de regels en de formules te vinden die ergens diep verborgen zijn in dat ding dat we denken te begrijpen: muziek. Muziek zit er niet op te wachten te worden begrepen; haar rol is het begrip zelf te moduleren en te hervormen, op steeds nieuwere manieren. We kunnen niets meer doen dan haar opties steeds verder open te houden. Onze taak is niet dat ene, grootste muzikale werk te vinden, en het op te richten als een monument in de menselijke geschiedenis. Onze taak is om regels en voorkeuren, sinds mensenheugenis uitgehouwen in steen, aan stukken te slaan, en vervolgens te herbouwen, om ze dan opnieuw te verbrijzelen.

Het is juist in het kapot maken en het herbouwen dat de essentie van de menselijke artistieke handeling besloten ligt, in dat moment van energie en actie, proces en ontstaan, en niet in zijn bestendigheid. We zijn er zeker van dat er een toename in culturele capaciteit kan zijn, in informatie en mogelijkheden, in opties, maar we zijn ook zeker dat er verliezen zullen worden geleden. Onze taak is ook om waarlijk te genieten van zowel het nieuwe, als van dat wat verloren is gegaan, zelfs nog terwijl het door onze vingers glipt.

Communicatie

Maar waarom hebben we behoefte aan nieuwe muziek? De horizon van onze verbeelding lijkt immers behoorlijk breed te zijn – misschien wel breder dan ooit tevoren, hoewel waarschijnlijk minder diep dan voorheen. Hierin ligt het probleem besloten. Dit idee zal ons doen veronderstellen dat we grotendeels klaar zijn met het componeren van nieuwe muziek, dat de concertzaal, de platenzaak, het museum gebouwd is, en dat het vullen, er uit kopen en onderhouden het enige is dat we hoeven doen.

De globale samenleving lijdt aan hetzelfde probleem – de illusie van volledigheid, de duurzaamheid van de status quo, het einde van de geschiedenis. Het lijkt vaak dat het vrije markt-kapitalisme het enig mogelijke systeem is en dat het alle rijkdom bevat of zal bevatten die de mensheid ooit zal hebben. Het lijkt er vaak op dat fossiele brandstoffen en het verhogen van de CO2-uitstoot de enige manier is waarop we een beschaving kunnen runnen. Het lijkt regelmatig dat het publieke het moet afleggen tegen het private, dat het individu de enige zinvolle meetbare eenheid van deze beschaving is, en dat hun passies en problemen van hen zijn, en van hen alleen. Het lijkt vaak alsof we niets kunnen doen, anders dan achterover leunen en van de rit genieten. Het lijkt vaak zo dat het enige dat we echt nodig hebben onze desert island discs zijn, aangespoeld als we zijn op onze eigen, brandende, levenloze eilanden. Al het andere doet niets anders dan het tekort voeden.

Het lijkt vaak dat muziek een vorm van vermaak is, maar het is één van de belangrijkste middelen van communicatie van onze soort. Door de manier waarop ze klinkt en door de manier waarop ze wordt uitgevoerd, vertegenwoordigt ze ons allemaal, onze gevoelens, identiteit en verlangens. Muziek is een stem die maar al te vaak niet wordt meegeteld. Het is een gedachte die door het neurale net dat onze planeet is, heen schiet.

Ik herhaal, de taak van muziek is nooit voltooid of vastgelegd. Muzikale mogelijkheden zijn aan meer beperkingen en ongelijke verdelingen onderworpen dan op eerste gezicht lijkt. Je weet bijvoorbeeld misschien dat er vele andere manieren zijn om muziek te ervaren dan alleen er naar te luisteren, alsof het een ding is. Je kunt er interactie mee aangaan, je kunt het zelf maken, op welke manier je ook wil. Je hoeft niet te wachten op de professionals, het optreden, of de commerciële release. Verder zijn er subtiliteiten, fusies en vreugden in de muzikale taal die we nog niet hebben ontdekt, die onder of voorbij onze huidige gewaarwording liggen, vergelijkbaar met de tijd voordat je ooit iets uit die ene exotische keuken had geprobeerd, of die kleur aan de regenboog had toegevoegd.

Een eeuw geleden publiceerde de futuristische schilder en componist Luigi Russolo zijn beroemde manifest ‘The Art of Noises’. Honderd jaar later publiceert Gonzo (circus) magazine een nieuw manifest, geschreven door Adam Harper – de auteur van ‘Infinite Music’. Daarbij hoort een speciale dubbele jubileumeditie van Mind The Gap-cd. De 100ste editie van onze huiscompilatie bevat 13 exclusieve tracks van muzikanten die de toekomst van muziek laten horen. De tracklist vind je hier. Gonzo (circus) #113 + Mind The Gap #100 bestellen kan hier.

Lawaai

We kunnen verder kijken, en er komt nog meer aan. Toch is het eerste en enige pad naar deze toekomst dat we niet weten wat muziek in de toekomst zal zijn. We weten niet eens wat het in het heden is, of in het verleden, niet volledig. Het is vanuit deze erkenning dat we het enige juiste perspectief kunnen krijgen waarmee de ruimte die de toekomst zal bezetten, werkelijk kan worden voorbereid. Alles wat we weten over de toekomst, is dat het landschap van concepten waarmee we de muzikale productie van vandaag, en die van de afgelopen honderden en zelfs duizenden jaren, begrijpen, anders zal zijn.

Hoe verder en onverschrokkener we de toekomst in gaan, hoe meer afwijkend dit landschap waarschijnlijk zal zijn. Als we dit inzicht naar zijn logische conclusie volgen, ontdekken we dat er een hypothetisch oneindig aantal concepten zijn waarmee we muzikale productie begrijpen, wat misschien ook wil zeggen dat er geen enkel muzikaal concept die naam waardig zal zijn, of geen die absoluut zijn.

Op deze manier beschouwd is muziek een signaal, maar bij het uitlezen van het signaal komt ook lawaai mee. Als er één ding is dat je kan zeggen over de muziekgeschiedenis, dan is het dat de muziek van de toekomst altijd lawaai geweest is. Er zijn vele definities van dit woord, maar de meest breed toepasbare is ‘ongewenst geluid’. Het is niet alleen de luidruchtigheid van twintigste-eeuwse musici als Schönberg, Stravinsky, Varèse en Russolo die dit beginsel illustreert, maar ook die van iedere eerdere eeuw, waarvan de lawaaierigheid tegenwoordig zo geaccepteerd is, dat we haar amper meer kunnen waarnemen. De verhouding tussen lawaai en signaal (of muziek) neemt altijd af, maar er is werkelijk geen enkele reden om daarom te denken dat het lawaai van morgen is overwonnen.

Welk effect zou dit verschil, dit oneindige verschil, op de muziek hebben zoals wij (die denken te) kennen? We zouden kunnen beginnen met de concepten die we in het verleden, en sommige aspecten van heden, gebruikten (of meenden te gebruiken) om muziekproductie te begrijpen: melodie, harmonie, ritme, compositie, uitvoering, stijl, instrumentarium, componisten, toehoorders. Voor sommigen onder ons belichamen deze concepten de verheven wetten van de muziek, maar de muzikanten van de toekomst zullen ons duidelijk maken dat het bot gereedschap was. Ze zullen net zo lijken als de vier elementen van Plato naast het periodiek systeem van hun toekomst; of, om nog een stap verder te gaan, naast het Standaardmodel van de deeltjesfysica, waarvan de impact zo sterk gevoeld werd in CERN afgelopen jaar. En het zal het nog erger worden. Zelfs de meest progressieve muziekliefhebber die vandaag de dag leeft, zou de muziek van de toekomst als hartverscheurend lawaaiig ervaren.

Getransporteerd naar de vijfendertigste eeuw zou je mensen kunnen treffen die naar minuscule uitbarstingen luisteren, uitbarstingen die niet anders klinken dan lawaai, als korte elektrische schokken, en die deze uitbarstingen uitwisselen en er alles in vinden wat ze nodig hebben voor een muzikaal leven dat ze vele malen rijker achten dan welk ander in de menselijke historie dan ook. Je zou protesteren, en vragen wat er met Beethoven en Miles Davis en Michael Jackson is gebeurd, maar zij zouden zijn achtergelaten als gereedschappen uit de steentijd of als de medische toepassing van bloedzuigers. Onbegrijpelijk misschien, maar tegelijk is het zo dat het brein van je verre afstammelingen zich zo heeft ontwikkeld, dat, zowel neurologisch als cultureel, die lawaai-erupties voor hen een rijkdom hebben die je zelf niet kunt verwerken. Ga je ze vertellen dat ze fout zitten, dat ze godslasterlijk hebben vernietigd wat goed is? Misschien is het niet meer dan passend dat je tegen die tijd waarschijnlijk al dood bent.

Creatieve destructie

Laten we dan gewoon wat ‘goed’ is en wat behoorlijke muziek zou zijn aan kapot slaan. Zo kunnen we verder gaan, van concept naar concept, tot er niets overblijft dan volledig lawaai, dat wil zeggen, volledige muziek.

  • De melodie
    Het is allemaal melodie, niets is melodie. Eisen dat muziek een melodie heeft, is eisen dat er zich op het hoofd van iedere dame of heer een onberispelijk gepoederde pruik bevindt. Gedurende decennia hebben meer en meer van ons zich gerealiseerd dat muziek geen melodie behoeft om ons te fascineren en ons in compleet nieuwe mensen te veranderen. Een melodie is slechts één soort structuur van muzikale informatie. We zijn niet langer gebonden aan ideeën over de lengte van de traditionele melodie, over haar bereik, timbre, verandering in de tijd, en gebruik van muzikale parameters.
    De muziek van de toekomst zal worden uitgesplitst in structuren van continuïteit en één of ander verschil, en we zullen die structuren koesteren, maar ze zullen geen melodieën zijn zoals we die traditioneel kennen. Er zijn al complete muzieklevens gewijd aan alternatieve structuren zoals de groove, de riff, de loop, de sample, de drop, de textuur, en het zijn alleen de meest verstokte luisteraars die hier over klagen. Maar zie: dit patroon, deze beweging weg van het traditionele concept, zal worden herhaald op een grotere, vreemdere en meer fundamentele schaal in de muziek van de toekomst.
  • Harmonie
    Misschien wel het eerste muzikale gereedschap dat is aangescherpt door moderniteit, en nog vele keren daarna in haar geschiedenis. Zeggen dat er geen wetten zijn die bepalen welke noten wel en niet samengaan betekent vandaag de dag tenminste 130 jaar oud zijn. Het zou kunnen zijn dat er slechts twee waarheden zijn over het harmonische proces: alles is harmonieus en alles is vals. En met de tijd bewegen de opvattingen simpelweg tussen die twee uitersten heen en weer. In de achttiende eeuw werden parallelle drieklanken gezien als een muzikale ramp. Tegenwoordig zouden de meeste luisteraars, en misschien zelfs de meeste muzikanten, training nodig hebben om te horen wat de parallelle drieklank überhaupt anders maakt dan de rest van conventionele harmonie.
    Er zijn verbanden in de muziek van de toekomst die een eigenaardige nostalgie voor de term ‘harmonie’ zullen opwekken, en de makers zullen er een buitengewoon plan voor hebben dat we niet zullen begrijpen.
  • Ritmes
    Als een muzikaal domein waarvan de mogelijkheden eveneens al zijn uitgebreid, zouden de ritmes van de toekomst zo subtiel kunnen zijn dat vandaag niemand hun verschuivingen en werking zou opmerken, of zo vrij en onbelangrijk dat de muziek iedere relatie met tijd schuwt, afhankelijk van de gekozen taal. Uiteraard hoeft een ritme zich niet aan de duur van een melodie of een loop te houden. Ritme is de microsonische oscillatie die aan ons verschijnt als zijn eigen dimensie en toonhoogte, en ook als de geboorte en het uitdoven van sterren en beschavingen.
  • Het werk
    Hier raken we aan de zorgen van vandaag de dag. Het zou zo kunnen zijn dat in de muziek van de toekomst de aantrekkingskracht van gecomponeerde werken binnen het geheel van de muzikale beleving niet dominanter zal zijn dan bijvoorbeeld dat de aantrekkingskracht van herhalingen in vergelijking met de opwinding van nieuwe sportwedstrijden, of de aantrekkingskracht van een enkele foto in vergelijking met een constant veranderend landschap.
    In de toekomst zullen we ons afvragen hoe het mogelijk is dat wij ooit geloofden dat muziek alleen maar zo kon zijn als het een precies afgemeten brok was – een ‘stuk’ – van een wezenlijke gedachte, waarvan we serieus geloofden dat het herhaald zou kunnen worden. In de toekomst zullen er geen muzikale ‘werken’ meer zijn, maar eerder ruimtes waarin we binnen kunnen gaan, en naar terug kunnen keren, waarvan de inhoud door ons en door anderen veranderd zal worden, en waarvan de ramen zullen oplichten en verduisteren met de gang van de seizoenen.
  • De uitvoering
    De muzikanten van de toekomst zullen zich misschien een tijd herinneren waarin er slechts een paar podia waren voor muziek, en slechts een paar manieren waarop die podia konden worden benut. Op het internet, in onze ogen, in onze gedachten en in onze leefomgevingen openen zich aan de lopende band nieuwe muzikale platformen. Sterker, al die dingen zijn onze leefomgevingen. We kunnen er van uitgaan dat de grens tussen ‘de uitvoering’ en ‘het leven zelf’ een continuüm wordt, en vervolgens zal oplossen, zoals het in een aantal gevallen al gedaan heeft. In ieder geval zal de formele en officiële aard van de uitvoering worden opgebroken, in een bredere, meer evidente herhaling van de recente verschuiving van black tie als concertkleding naar meer vrijblijvende kleding. Op een dag zullen we ons misschien überhaupt niet meer omkleden voor welke muzikale bezigheid dan ook.
  • De stijl
    Dit is een van de meest fel betwiste onderwerpen, met name binnen de undergroundmuziek, maar er valt eigenlijk weinig over te zeggen. Muziek zal in een bepaalde stijl zijn, of niet. Ze zal iets van ergens anders herhalen, of niet, precies zoals we wel of niet willen. We hopen dat niemand hier een oorlog over zal beginnen.
  • Het instrument
    De wereld van de toekomst zal dusdanig flexibel zijn, hopen we, dan haar muzikanten niet langer een scherpe scheidslijn zien tussen de aard van instrumenten die we kopen, verkopen en onderhouden, en ieder ander muzikaal voorwerp dat we vandaag al bezig zijn op te doeken.. ‘Waarom was die popsong, die sonate, die plaat, die mp3-speler, dat multimediaspel, niet ook een muziekinstrument, terwijl jullie er wel, zoals jullie toegeven, op speelden en er zo muziek mee maakten’, zullen ze zeggen. En wij, die dan al lang en breed vergaan zullen zijn, zullen niet in staat zijn te antwoorden.
  • De componist
    Muziek gemaakt door een enkel, individueel mens, of zelfs door een specifieke groep mensen, is een oud verhaal over het ontstaan van de wereld. We beginnen nu al langzaam te beseffen dat muziek is gecreëerd door iedereen die haar gehoord heeft, dat ze zo goed als toevallig door het universum is uitgevonden. Wanneer we de toekomst bezoeken, zal blijken dat er muziek uit machines komt waarvan we de verscheidenheid aan menselijke en niet-menselijke onderdelen niet zullen kunnen doorgronden, en het zal ons beangstigen zoals de zaklamp de pre-neolithische mens zou beangstigen. De toekomst zal er relatief onbewogen onder blijven.
  • Het publiek
    We kunnen ons toch zeker niet ook nog van het publiek ontdoen!? In de zin dat we hopen dat er een groep participanten is wiens rol simpelweg is om getuige te zijn van het ‘geluid’. De muziek en het publiek zouden geen tegenovergestelde partijen in een uitwisseling moeten zijn, maar niet van elkaar te onderscheiden in een holistische, wederkerige vorm van samen muziek maken. Er is nog steeds waarneming, maar het publiek zou niet langer op afstand moeten staan, in een ondergeschikte rol. We hopen dat de muzikale creativiteit van de toekomst collectief en eenvoudig toegankelijk zal zijn, en ook flexibel op manieren die hedendaagse elektronische muziek nog maar net is begonnen toe te passen. Met een veeg van een vinger over een scherm, in de lucht of in de geest, zou het voor ook maar de vaagst geïnteresseerde mogelijk moeten zijn om vertolkte of opgenomen muziek te genereren, en de karakteristieken ervan oneindig te moduleren. Dit zal niet een zuiver solipsistische aangelegenheid zijn, maar onderdeel van een subliem muzikaal project waarin vele duizenden deelnemers samenwerken; ieder individu luisteraar, componist en instrument in één enkel proces. Het zal niet zijn te reduceren tot melodieën, harmonieën, ritmes, composities, eenmalige optredens, of tot een enkele verantwoordelijke componist, of tot een spektakel, gericht op een publiek. Het zal oneindig continu zijn, en tegelijk op ieder moment eindeloos in alle verschillen die het geheel magnifiek maken.
  • Muziek
    Tot slot, uiteraard, het laatste concept dat we zullen onttronen en ontbinden: muziek zelf. Op zijn minst zal de definitie ervan radicaal gereïnterpreteerd worden in de komende era’s. De ‘muzikanten’ van de toekomst zullen het waarschijnlijk volkomen met ons oneens zijn over wat het precies is dat ze maken.

J.S. Bach zal zijn weggestormd uit het concert van Throbbing Gristle, en Throbbing Gristle zou zijn weggestormd uit lege tempels. Muziek, de wereld en het leven zullen hun kooien verlaten, het oor zal terugkeren naar de hersenen en er zal alleen nog beweging zijn van de informatie van de gedachte.

Comments

comments


Reacties


Geef een reactie