Blog

Bob Dylan


Verrassing of toch een beetje verwacht? Op 13 oktober 2016 won songwriter Bob Dylan de Nobelprijs Literatuur. Gonzo (circus) vroeg medewerkers, opiniemakers, schrijvers en muzikanten naar hun mening. Is die Nobelprijs voor Dylan terecht of was die toch beter naar een (bijna dode) schrijver in de klassieke betekenis van het woord gegaan?

Gonzo (circus)-medewerker en freelance journalist Peter Bruyn

Peter Bruyn - Foto: Michel Mees (www.michelmees.nl)

Peter Bruyn – Foto: Michel Mees (www.michelmees.nl)

“Verbaasd, nee verbijsterd ben ik bij hij lezen van de hoon en zurigheid die de afgelopen uren door de tijdlijn van mijn Twitteraccount stroomden. En dat terwijl ik dacht toch vooral serieuze muziek- en kunstliefhebbers te volgen. Is de haat tegen de ‘babyboomergeneratie’ inmiddels zo sterk dat geen enkele ‘sixtiesmuzikant’ meer iets goeds kan doen, was het eerste dat mij door het hoofd schoot.
Nou ben ik zelf iets te jong om ‘babyboomer’ te zijn en daarbij niet eens zo’n enorme Dylan-fan – Leonard Cohen, Phil Ochs, Neil Young en Lou Reed gaan mij stuk voor stuk meer aan het hart – maar deze Nobelprijs is natuurlijk volkomen verdiend. Althans, niet minder verdiend dan wanneer die naar de alom genoemde en geroemde Philip Roth of welke andere al jarenlang genomineerde dan ook zou zijn gegaan. Alleen de literaire punk Houellebecq had ik het misschien nog wel een tikkeltje meer gegund, maar dat terzijde.
Zo’n prijs is een symbool, zoals Dylan een symbool is. Dat past. Dat de als Zimmerman geboren singersongwriter in de omgang – vooral in de jaren 1960 – vaak een empathieloze en opportunistische eikel bleek te zijn, zoals de omvangrijke Dylanliteratuur ons inmiddels heeft geleerd, speelt ook geen enkele rol. Net zo min als het feit dat hij de laatste jaren zijn ziel moeiteloos verkocht – op een vaak erg komische wijze, dat moet gezegd – aan IBM, Chrysler en andere kapitalistische bedrijven die een zak geld voor hem op tafel zetten.
Wat telt is dat Dylan als geen ander ervoor gezorgd heeft dat de rocktekst boven de onbenulligheid uitgetild werd en dat hij daarmee het breedst denkbare publiek bereikte. Halverwege de jaren 1960 reeds. Van beatmis (‘Blowing in the Wind’) tot Vietnamdemonstratie (‘Masters of War’).
Dat bijna haiku-achtige regels als ‘Don’t follow leaders, watch the parking meters’ de doorsnee Trump-aanhanger boven de pet gaan is nog daar aan toe. Maar dat de schrijver van teksten als ‘Desolation Row’, ‘Sad-Eyed Lady of the Lowlands’ en ‘Memphis Blues Again’ nu de Nobelprijs krijgt is niet alleen terecht met betrekking tot Dylan zelf, maar ook een gedeeltelijke genoegdoening voor het feit dat een voorbeeld als Allen Ginsberg hem nooit gehad heeft.
“All the tired horses in the sun
How’m I supposed to get any ridin’ done? Hmm.” (Self Portrait, 1970)”

Muzikant Glen Steenkiste

Glen Steenkiste“Voor mij loopt mijn ontdekken van Bob Dylan samen met mijn interesse in ‘The Anthology Of American Music’. Ik ben dan ook vooral fan van Dylans begindagen. Muziek van na 1966 heb ik zelfs met moeite gehoord. Dus een kenner ben ik verre van. En mijn kennis van literatuur is beperkt, dus of het al dan niet terecht is dat Dylan de Nobelprijs Literatuur heeft gewonnen, kan ik niet echt beoordelen.

Wat wel een feit is, is dat Dylan tekstueel popmuziek heeft veranderd. Daar is best al veel over geschreven. Wat mij vooral aan Dylan interesseert is hoe hij zich op oude Amerikaanse muziek heeft gebaseerd om zijn eigen wereld op te bouwen waar hij tal van zelf uitgevonden rollen heeft in gespeeld. Een deel is mooi neergeschreven in het boek ‘The Old, Weird America’ van Marcus Greil waar de link gelegd wordt tussen ‘The Anthology Of American Music’ en Dylan zijn jaren met The Band. Dylan is vertrokken vanuit de traditie om zo zijn eigen universum te maken dat nu als heel waardevol wordt ervaren. Een mooie les voor veel muzikanten die traditie afdoen als oude, suffe boel en voor wie vernieuwing heilig is.”

Literatuurwetenschapper/dichter Kila van der Starre

Kila van der Starre. Foto door Linda van den Berg

Kila van der Starre. Foto door Linda van den Berg

“De toekenning van de Nobelprijs voor Literatuur aan Bob Dylan is vanuit literatuurwetenschappelijk perspectief ontzettend boeiend en belangrijk. Ik zal dan ook met veel interesse de discussies hierover volgen de komende tijd. Als je een institutionele definitie van literatuur hanteert – literatuur is alles wat wij literatuur noemen – dan heeft de erkenning van liedteksten als literatuur door zo’n prestigieus instituut natuurlijk een enorme invloed. Historisch gezien is het heel normaal om gezongen teksten als literatuur te beschouwen – denk aan Homerus en Sappho, die de Zweedse Academie ook noemt – maar de reacties op de toekenning laten duidelijk zien dat de tijden zijn veranderd. Ik zie veel boze reacties op social media. Mensen die stellen dat teksten die niet in boeken staan geen literatuur kunnen zijn. Mensen die veronderstellen dat de volgende VSB Poëzieprijs nu net zo goed naar De Dijk zou kunnen gaan. De hiërarchie tussen tekstdragers wordt maar weer eens benadrukt: gezongen of gesproken teksten staan lager in de rangorde dan gedrukte teksten in boeken. Los van in hoeverre die teksten gebruikmaken van dezelfde poëtische technieken. En die opmerking over De Dijk? Blijkbaar mogen alle gezongen teksten over één kam worden geschoren (Bob Dylan of De Dijk, één pot nat), maar onderscheiden teksten in boeken zich op basis van literaire kwaliteit.”

Dylan-hater en autotune-voorvechter Joost Heijthuijsen

(©) Jostijn Ligtvoet

(©) Jostijn Ligtvoet

“Een dichter vat de wereld economisch, een schrijver creëert een rijk universum. En wat doet fucking wind blowing Bob Dylan, de binnensmonds mompelende mondharmonicaspeler, de poor man’s Leonard Cohen? Ik zou het niet weten. Als je nog nooit een fatsoenlijk boek hebt geschreven, nog nooit een legendarische zin hebt uitgesproken, als je met je nasale gedram nog nooit een werkelijke invloed had op de wereld (behalve dan misschien op die man met die Hurricane), als je slechts een warrige werkelijkheid schept in je teksten (domme mensen verwarren warrig vaak met poëtisch), als je voorbeelden, de mensen van wie je schaamteloos jatte (Guthrie, Hank Williams) van een veel grotere invloed waren op de Amerikaanse liedkunst, een liedkunst waaraan jouw enige bijdrage was dat je haar salonfähig maakte bij babyboomers die daarna massaal gingen Dylan-duiden, waarom zou je dan de fucking Nobelprijs voor de fucking literatuur krijgen? Met je mondharmonica. Ik zou het niet weten.
Je moet het niet fout zien, my friend. Dylan verdient meer. Alles kan literatuur zijn en hij was een van de beste personages uit 90210. En ik ben geen reactionair, geloof in wat experts meervoudige geletterdheid noemen. Zoals muziek geen noten meer nodig heeft, en beeldende kunst geen lijst, heeft literatuur ook geen letters nodig. Literatuur gaat erover hoe de auteur kan uitdrukken wat hij wil. Daarom verdiende Winston Churchill in mijn ogen de Nobelprijs voor literatuur. Zijn aforismen waren grappig, zijn toespraken legendarisch. Daarom moeten we de Dylans van deze wereld blijven bevechten. We moeten doorgaan tot het eind. We moeten blijven vechten tegen Dylan op internet, we moeten vechten in polemieken en nooit overgeven. Want Dylan geeft valse hoop. Straks krijgt Jay-Z ook nog de Nobelprijs voor de economie voor zijn bijdrage aan de leer van het husselen. Of krijgt Pierre Kartner, de tekstdichter van het Smurfenlied nog een prijs zijn bijdrage aan het la la la-la la la.”

 

 

 

 

Meer reacties worden later gepubliceerd en aangekondigd via social media.
Reacties verzameld door Maarten Buser & Ruth Timmermans.

Bob Dylan picture by Xavier Badosa (creative common license).

Comments

comments


Reacties


Geef een reactie