transit_skyscraper_gonzo
Blog

Archief: Harmony Korine


Op zoek naar de perfecte defecten

Op het Filmfestival Rotterdam is de Amerikaanse cultregisseur van ‘Gummo’ (1997) en ‘Julien Donkey-Boy’ (1999) aanwezig om zijn nieuwste film, ‘Trash Humpers’, voor te stellen. Wie niet van zijn stijl of thematiek houdt, mag van Korine gelijk wegblijven.

Harmony Korine - Foto: Ruth Timmermans

De Amerikaanse regisseur Harmony Korine (1973) roept nogal wat tegenstrijdige reacties op. Beroemde collega’s als Werner Herzog zien in hem een vernieuwer en prijzen zijn eigenzinnige filmtaal. “Hij is een duidelijke vertegenwoordiger van een generatie filmmakers die een nieuwe positie inneemt. Het zal de wereld van de film niet gaan domineren, nou en?” Anderen vinden zijn onderwerpen en beeldtaal te experimenteel. Het publiek lijkt soms moeite te hebben zijn films in het geheel uit te zitten, zo ook tijdens het internationale filmfestival van Rotterdam. Na tien minuten staan de eerste mensen op en verlaten de zaal waar zijn laatste film, ‘Trash Humpers’, wordt getoond.

Hifi of lofi?

‘Trash Humpers’ is Korines vierde langspeelfilm in vijftien jaar. Tussendoor regisseerde hij clips voor Sonic Youth, Will Oldham en Cat Power – waaraan hij een zekere celebrity-status heeft overgehouden. Tevens maakte hij naam als co-scenarist voor de film ‘Kids’ (1995) van Larry Clark over een groepje losgeslagen New Yorkse skateboarders die hun tijd doden met drugs en seks. In 1997 werd Korine in culturele kringen in een klap beroemd als regisseur met ‘Gummo’, over een Texaans dorpje waar de bewoners zijn getekend door armoede en verveling. Korine zelf voelt geen enkele druk om commerciëlere films te maken. Verantwoordelijkheid naar anderen kent hij evenmin. “Ik wil alleen maar films maken zoals ik ze voel en zie. Als iemand mijn film ziet en er niet van houdt, ga ik niet eens in discussie. Een mening is niet meer of minder waard dan een andere.”Hifi of lofi?
De eisen die de kijker anno 2010 aan beeldkwaliteit stelt, zijn steeds meer voer voor allerlei bespiegelingen door mediatheoretici. Enerzijds zijn er high definition – heb jij al hdmi-aansluitingen in huis? – en 3D – binnenkort ook in jouw huiskamer! – anderzijds schromen we niet om zo veel mogelijk beeld van zo beroerd mogelijke kwaliteit op zo klein mogelijke schermpjes binnen te halen. Of juist zo groot mogelijke schermen: YouTube op je tv of in de filmzaal is geen uitzondering meer. Hoe beslissen we op welk formaat en in welke resolutie we welk beeld tot ons nemen? Is het de inhoud? De waarde van de inhoud? Maken we het onderscheid tussen dagdagelijks ‘beeldverbruik’ (als een constante stroom arbeidsvitaminen) en hoogwaardige visuele ervaringen voor bijzondere momenten? Of laten we ons toch leiden door marketing, zoals de overdonderende reclame voor ‘Avatar’ ons al maanden wil doen geloven?
Het meest besproken – vooral in de mainstream filmpers – aan ‘Trash Humpers’ is de beroerde beeld- en geluidskwaliteit. Alsof je een oude VHS-cassette onder het stof vandaan hebt gehaald en nog eens langs de versleten magneetkoppen van je vintage videorecorder laat lopen. Het resultaat: wazig beeld, stoorstrepen, aanduidingen voor de editor (forward, rewind…) en een ontregeld geluid. In de bioscoop worden deze bedoelde en onbedoelde ‘defecten’ uitvergroot door een blow-up of transfer naar het nog steeds gangbare vertoningsformaat op 35 mm. De kijker heeft de indruk te maken te hebben met een amateuristisch in elkaar geknutselde home-video. Deze werkwijze – die ook refereert aan bijvoorbeeld de lofi-muziekstroming die begin jaren 1990 opkwam, en natuurlijk aan de vroege videokunst – roept niet alleen irritatie op bij zelfs de meest ‘geharde’ filmkijker, maar is ook intrigerend.
Nu zijn blow-ups van films opgenomen met mobiele telefoons of kleine mobiele camera’s naar 35 mm de afgelopen jaren meer gemaakt. Cyrus Frisch – dat andere enfant terrible van de hedendaagse film – deed het in ‘Waarom heeft niemand mij verteld dat het zo erg zou worden in Afghanistan?’ (2007). Was het resultaat aanvankelijk nog erg pixelig en maagontregelend, recente films laten zien dat de kwaliteit van kleine mobiele camera’s de afgelopen jaren sterk is verbeterd. De regisseur krijgt meer mogelijkheden en flexibiliteit, maar het spannende pionierswerk is er nu wel een beetje af. De hele wereld kan films of filmpjes van een redelijke beeld- en geluidskwaliteit maken met de mobiele telefoon of kleine flip hd-camera. Hoe kan de geëngageerde of experimentele filmmaker zich nog onderscheiden zonder gevangen te zitten tussen de immer groeiende technische mogelijkheden en onze dubbelzinnige omgang met ‘beeldcultuur’? Volgens Korine gaat het echter om iets anders. Wat voorop moet staan, is het gevoel dat je met een film wilt uitdrukken. Techniek kan je daarbij helpen, maar is ook niet meer dan dat. “Film is geen commercial”, zegt hij.

Gecultiveerd imperfectionisme

Still uit Trash Humpers

Korine ging daarom op zoek naar een werkwijze om juist de feel van ‘Trash Humpers’ over te brengen op het grote doek. Om deze opeenvolging van momenten, zonder lineaire logica of inhoudelijk verband, vast te leggen, greep hij – als kind van de jaren 1980, toen hij zijn eerste videocamera in handen kreeg – terug naar VHS. Het geheel diende er immers uit te zien “als found footage, een oude tape die je in een bebloede ziploc op een illegale stort hebt gevonden”, aldus Korine. Bovendien werd het geluid niet nabewerkt: door het afwisselend gebruik van microfoons bevestigd aan de camera en aan de acteurs zelf, heeft de kijker de helft van de tijd geen idee waar het over gaat, terwijl de andere helft van de tijd de absurde dialogen of vals gezongen liedjes akelig luid klinken. De montage op twee videorecorders, waarbij deze gemanipuleerd werden door er vreemde voorwerpen in te steken, brengt de kijker niet echt terug in een ‘comfort zone’.
Maar Korine ging nog een stukje verder bij het maken van deze film. Zo werd er nauwelijks gerepeteerd, behalve om de met afstotelijke maskers getooide acteurs – onder wie hijzelf – in het personage te laten kruipen. Tijdens het opnameproces sliep hij met zijn crew onder bruggen, in greppels, op industrieterreinen en de andere non-descripte plaatsen die het decor vormen van ‘Trash Humpers’. Op de vraag of hij hiermee de suggestie van bewakingscamera’s wil wekken – die er onder andere op gericht zijn om afwijkende, maar niet noodzakelijk criminele gedragingen uit onze samenleving te bannen – antwoordt Korine ontkennend. Hij wil geen vragen oproepen en niet op een expliciete manier misstanden aan de kaak stellen. Hij zoekt evenmin naar dieper liggende oorzaken.
Hoewel het gebruikte procedé nog het best valt te omschrijven als het in de ether gooien van een rauwe field recording en Korine een en ander een nonchalante uitstraling tracht te geven, is ‘Trash Humpers’ op een bepaalde manier toch geëdit. De edit cultiveert juist het imperfectionisme: de scènes zijn op enkele uitzonderingen na aan elkaar vastgeplakt in de volgorde waarin ze zijn gefilmd. Stiekem toont hij zich zelfs een tikkeltje perfectionistisch, want “als ik het geluid had willen bewerken, was het einde zoek geweest.” Ook Korine blijkt dus te worstelen met de tegenstelling tussen perfectie en zijn eigen gekoesterde uitgangspunten.

Sinistere figuren

Still uit Gummo

“Ik wilde een film maken zoals een diavoorstelling of een fotoalbum: enkel een opeenvolging van beelden”, zo sprak Korine jaren geleden over zijn debuutfilm ‘Gummo’. Hij heeft duidelijk nog steeds dezelfde intenties. “Mijn films gaan over het leven: ze zijn tegelijk alles en niets. Ze zijn als persoonlijke stemmingen.” Al zijn films, hoe verschillend in stijl en onderwerp ook, kenmerken zich door een aaneenschakeling of aaneenrijging van losse beelden en fragmenten. Er is geen begin, midden en einde. Geen goed of kwaad. Geen 21ste-eeuws underground manifest. Korine kiest bewust voor die aanpak. Ook het leven is volgens hem geen groots geheel waarin alles elkaar voortdurend beïnvloedt en ordelijk samenkomt. “Is er een bedoeling in het leven? Nee, dat denk ik niet. En waarom zou ik iets anders willen laten zien dan het leven zelf?” Dat maakt het voor de toeschouwer wel moeilijk een begrip van zijn films te vormen.
Over betekenis wil Korine het dan ook niet hebben. Hij heeft eenvoudigweg zelf geen idee. “Ik maak geen films om dingen uit te leggen, maar om te experimenteren. Ik wil emoties en pure gebeurtenissen laten zien. Woorden kunnen dit niet uitdrukken. Het gaat bij mij om vreemdere, diepere dingen die komen van nog afschuwelijkere plekken.” Woonachtig in het zuiden van de Verenigde Staten voelt hij zich wel aangetrokken door de buitenissige figuren uit zijn dagelijkse omgeving die zich moeilijk laten passen in een ‘negen-tot-vijf levensstijl’. Toch moeten we daar niets achter zoeken, aldus Korine. “Waarom houden sommige mannen van zwarte vrouwen met grote borsten en ik van blondines met grote borsten? You just love it!”
Het verhaal van Trash Humpers kan in een paar zinnen worden samengevat. Het gaat over drie gemaskerde figuren die hun tijd verdrijven met het oneerbaar bespringen van vuilniscontainers en het vernielen en in brand steken van dingen in stegen en leegstaande huizen in Nashville, de plaats waar Korine ook woont. Zijn de kids uit ‘Gummo’ misschien volwassen geworden in ‘Trash Humpers’? Niet volgens Korine. “Ik hanteer geen vast thema in mijn films. Ik wil ook niet worden veroordeeld tot de maker die alleen oog heeft voor excentriekelingen en weirdo’s. De plaatsen en karakters uit mijn films zijn echt. Daar is niets aan verzonnen. Ze bestaan. Alleen wil niemand ze zien. De filmindustrie in Hollywood voorop.” Volgens Korine toont hij de wereld oprechter dan veel van zijn collega’s. “Diep van binnen voel ik dat ik de meest unieke Amerikaanse filmmaker van het moment ben, buiten Clint Eastwood, omdat ik mensen niets op de mouw speld, maar ze de werkelijkheid laat zien.”
De vergelijking met Eastwood lijkt op het eerste gezicht nogal vreemd. Kenmerken zijn films zich juist niet door hun morele lading – met een duidelijke patriottische, ethisch conservatieve en ultraliberale stempel – en de duidelijke boodschap voor de kijker? Korine ziet toch een onderstroom bij hem. “Natuurlijk, ik zie de moralistische insteek en het feit dat dit een breed publiek aanspreekt. Maar vooral in zijn oudere films bracht hij een donker, sinister laagje aan dat het geheel verontrustend maakte.”

Creatieve destructie

Still uit Julien Donkey-Boy

Als Korine iets duidelijk wil maken, dan is het wel dat hij niets aan iemand anders wil opdringen. “Ik geef niets om de wereld, ik voel niets.” Maar Korine doet zijn autonome kunstje – films maken zonder concessies te doen aan het publiek en het marketing- en distributiespel. Of zelfs het publiek wegjagen – tegenwoordig wel vanuit een comfortabele positie, gesteund door het productiebedrijf van Franse modeontwerpster Agnès B. Zij was ook co-producent van ‘Mister Lonely’, Korines vorige film uit 2006 over imitatoren van beroemde mensen, die in Nederland en Vlaanderen slechts sporadisch is vertoond.
Veel wil Korine over die samenwerking echter niet loslaten en dat maakt de film ‘Trash Humpers’ ook dubbel: enerzijds een extreme ervaring op een rommelige manier vastleggen en tonen aan het publiek, maar anderzijds weten dat er wel een behoorlijke crew en productiebudget achter de film zitten. “Ik ben niet dom, wil ook niemand misleiden. Ik weet dat mijn films op het randje zijn, maar ze zijn niet gevaarlijk. In ieder geval wil ik er de wereld niet mee veroveren.” Die houding roept onvermijdelijk de nodige vragen op. Want waar draaien zijn films nu om? Wil hij grenzen verleggen of de regels van het medium volledig aan zijn laars lappen? “Ik wil het publiek niet behagen. Lopen ze weg, prima. Dan hebben ze in ieder geval een afweging gemaakt. En als dat betekent dat ik geen films meer kan maken… oké, ik zal daarover verdrietig en teleurgesteld zijn, maar uiteindelijk zal ik weer wat anders gaan doen.”
De ‘trash humpers’ slaan tv-schermen stuk, eten pannenkoeken met afwasmiddel, doen elkaar de duvel aan met rotjes, en tussendoor mishandelt een dik jongetje – als een lofi-reïncarnatie van Chucky, de behekste pop uit ‘Child Play’ – met een ijzingwekkende lach een plastic pop. De ongein van het populaire tv-programma Jack-Ass ligt op de loer, maar wie aandachtig kijkt en zijn klassiekers kent, voelt dat Korine toch ook betekenislaag op betekenislaag stapelt. Naast het tonen van de werkelijkheid is het tonen van de schoonheid die in vernieling zit een belangrijke drijfveer. Glimlachend vertelt hij over zijn ontmoeting met schrijver-journalist Hunter S. Thompson. (Korine was er getuige van hoe Thompson, een paar maanden voor zijn dood, de hal van het sjieke Hollywood-restaurant Chateau Marmont kwam binnenstuiven om er de inboedel kort en klein te slaan.) Of hij zich dan ook kan vinden in de omstreden uitspraak van componist Karlheinz Stockhausen, die net na 9/11 de vernietiging van de Twin Towers ‘het grootste kunstwerk ooit gemaakt’ noemde? Plotseling afstandelijk antwoordt hij dat hij de terroristen wel kan volgen in hun transcendente ideeën over het kwaad en vanuit een soort van innerlijke, naturalistische kracht ernaar streven om de boel in brand te steken. “Destructie kan net zo mooi zijn als dingen opbouwen of creëren. Maar er zijn wel grenzen.” Hij zou het geen zelfcensuur willen noemen, maar toch. “Destructie die leidt tot zoveel dodelijke slachtoffers is voor mij te werkelijk en tegelijk te onwerkelijk.”

Meer info

Auteurs

Marc Schuilenburg en Ruth Timmermans

www

www.harmony-korine.com

In de zaal

Trash Humpers speelt vanaf 7 april 2011 in aantal Nederlandse bioscopen.

Comments

comments


Reacties


Geef een reactie