Musica
Events

Wonderfeel 2016


Drie dagen muziek in de open lucht is op zich niet uniek. Maar wel als het gaat om een festival voor ‘klassieke’ muziek. René van Peer trok op avontuur.

Aart Strootman in Perforator (Beeld: René van Peer)

Aart Strootman in Perforator (Beeld: René van Peer)

Wonderfeel, dat zich afficheert met ‘3 dagen klassieke muziek in de natuur’, werd dit jaar voor de tweede keer georganiseerd op het bosrijke landgoed rond het hoofdkwartier van Natuurmonumenten in ’s-Graveland, net boven Hilversum. In deze idyllische omgeving, compleet met een riviertje waar je (met een beetje geluk) ijsvogeltjes in kunt zien duiken, vond in het weekend van 22 juli een groot aantal concerten plaats, verspreid over zes podia.
De programmeurs schotelden hun publiek een breed uitwaaierend programma voor. Daaruit bleek een ruim beeld van wat ‘klassiek’ kan inhouden. Muziek die zich uitstrekte van de vroege renaissance tot klanken die op het moment zelf ontstonden, met jazz, geïmproviseerde muziek, Arabisch repertoire – en mengvormen die verbeeldingsrijk én ontroerend konden zijn.

Aart Strootman

Liefhebbers van buitengewone, nieuwe klanken kwamen het best aan hun trekken op twee podia, Ongehoord en White Label. Daar was gitarist Aart Strootman te horen in vier sterk verschillende concerten, waarvan drie op een dag.

Ook vorig jaar was hij nadrukkelijk in het festival aanwezig geweest, in het ensemble Stargate en als solist, met een vier uur durende uitvoering van Electric Counterpoint van Steve Reich, dat hij laag voor laag opbouwde.

Met collega-gitarist Bram Stadhouders bracht hij in deze editie een akoestische, volledig geïmproviseerde set van bedachtzame muziek. Hun heldere, melodieuze klanken leken aan te komen waaien op de zachte bries die over het veld en rond het podium speelde.

Wat later maakte hij deel uit van het Haagse ensemble Klang dat in een uitgebreide bezetting Professor Bad Trip van de Italiaanse componist Fausto Romitelli uitvoerde. Het is een stuk dat met enige regelmaat de grenzen van de chaos lijkt op te zoeken, als een acrobaat die telkens weer op het punt staat zijn evenwicht te verliezen en in een schrikwekkende diepte te storten.

Die chaos is ogenschijnlijk. Romitelli heeft dit werk heel precies geconstrueerd, en de musici speelden hun partijen met grote concentratie. Door het inzetten van elektrische gitaar, basgitaar en slagwerk benaderde Klang bij vlagen de opwinding van een rockconcert, met wild rondfladderende stemmen in de schaduwen. Maar in andere gevallen werd de muziek licht en transparant, op het etherische af, zoals in een lange solo voor de cello in het tweede deel.

Julia Holter

Met zijn kwartet Temko speelde Strootman zijn eigen compositie Tannhäuser, geïnspireerd op de urenlange opera van Richard Wagner over deze middeleeuwse minnezanger, en op een tekst van dichter Han van der Vegt over een ontdekkingsreiziger die Venus (een zinnelijke vrouw op planetaire schaal) verkent.

Van Wagners opera heeft Strootman de eerste honderd seconden eindeloos ver opgerekt. Dit materiaal heeft hij omgewerkt en aangekleed voor pianist Rogier Telderman, slagwerker Ramon Lormans, en twee basgitaren (de snaren van tijd tot tijd ingekort met metalen knijpers) en bastrommels, beide bespeeld door hemzelf en Fred Jacobsson. De twee lieten boven de monumentaal dreunende bodem van de basinstrumenten rijke, veelkleurige wolken van boventonen verschijnen.

In een tweede deel, gebaseerd op de samenklanken bij de verschijning van de dood in Wagners opera, draaide Strootman een cilinder met snaren rond – een steeds doorgaande opeenvolging van tonen, die elektronisch geleidelijk van karakter veranderde. De drie andere leden van Temko produceerden ritmes met schudinstrumenten, elk in een andere maatsoort. Dit zorgde voor even bescheiden als hypnotische muziek, die pas stopte op het moment dat het samenstel van cycli weer bij het startpunt uitgekomen was, na een kwartier.

Op zaterdag maakte Strootman deel uit van het ensemble Perforator, rond hoboïste Marlies van Gangelen en elektronicaspeler Akim Moiseenkov. De musici, naast deze drie ook contrabassist Ernst Glerum en fagottist Jan Willem van der Ham, speelden Backbone.

Voor dit stuk hadden diverse componisten, onder wie de Zwitserse jazzpianist Nik Bärtsch, singer-songwriter Julia Holter, en Deerhoof-drummer Greg Saunier, een partituur van een A4-tje geleverd.

Het was een opvallend homogeen geheel, niet alleen doordat Perforator in de uitvoering veel vrijheid gegund was, maar ook door de rol van Moiseenkov. Met joystick en laptop vermenigvuldigde hij enkelvoudige tonen tot complexe akkoorden, die hij met simpele handbewegingen naar boven en beneden boog. Hij gaf met verschillende controllers (een daarvan in de vorm van een ring) diepte aan het geluid, dat soms lyrisch was, maar in een ommezien kon uitgroeien tot rockachtige proporties.

Miniatuurslagwerk

Joey Marijs van Slagwerk Den Haag speelt Underground (Beeld: René van Peer)

Joey Marijs van Slagwerk Den Haag speelt Underground (Beeld: René van Peer)

Uitgesproken stil was Underground van Australiër David Young, dat Slagwerk Den Haag zaterdag en zondag op het Ongehoord-podium speelde. Vier van de leden begonnen op het podium zelf, met steentjes en metalen buisjes die ze tegen elkaar tikten. Vervolgens liepen ze een voor een naar vier tafels, opgesteld voor het podium.

Op elk van die tafels lagen houten objecten: prachtig miniatuurslagwerk, ontworpen door Rosemary Joy. Wanneer een slagwerker het podium verliet, ging hij naar de eerste tafel en liet hij degene die daar bezig was doorschuiven naar de volgende, totdat het podium leeg was. Ze beklopten de objecten met knokkels en vingers, wreven erover, bliezen erop, tikten erop met dunne stokjes. Maar ook lieten ze de objecten bespelen door mensen uit het publiek, die nietsvermoedend achter de tafels plaatsgenomen hadden.

Nadat alle tafels bezet waren, ging de eerste weer naar het podium en schoven de anderen door, tot alle slagwerkers weer terug waren. Op het podium aangekomen speelden ze op een marimba rijke en volle akkoorden, die zich dromerig vlijden over het aanhoudende tikken, wrijven en raspen van de deelnemers achter de tafels – een geluid dat deed denken aan insecten in het gras en het bos.

Het lage volume, licht versterkt met microfoons, betrok alle aanwezigen bij deze muziek zonder melodie of vast ritme, ook de mensen die nauwelijks konden zien wat er gebeurde. Uitvoeren voor een groter publiek was een experiment, zei artistiek leider van het ensemble Fedor Teunisse. Eerder hadden ze het alleen gebracht voor mensen die achter de tafels konden zitten. Eigenlijk zou je de zachte klanken van Underground moeten kunnen meemaken in de grote zaal van Tivoli/Vredenburg, met zijn centraal liggende speelvlak de ideale omgeving voor een dergelijke geconcentreerde ervaring.

Gedurfde Ragazze

Hoornist Morris Kliphuis van Kapok en eerste violist Rosa Arnold van het Ragazze Kwartet spelen Terry Riley (Beeld: René van Peer)

Hoornist Morris Kliphuis van Kapok en eerste violist Rosa Arnold van het Ragazze Kwartet spelen Terry Riley (Beeld: René van Peer)

Even gedurfd waren de versies die het Ragazze Strijkkwartet uitvoerde van twee werken van Terry Riley, Sunrise of the Planetary Dream Collector en het iconische In C uit 1964, een van de eerste minimal-composities. Het eerste stuk, oorspronkelijk geschreven voor het Kronos Quartet, speelden ze met het jazztrio Kapok: hoornist Morris Kliphuis, gitarist Timon Koomen en drummer Remco Menting. Alle drie kregen ze ruimte voor een solo binnen het raamwerk van de compositie, terwijl het kwartet herhaalde patronen speelde als ondergrond. Individueel lieten de leden van Kapok horen hoe eigenzinnig en verbeeldingsrijk ze zijn, met een absolute glansrol van Koomen op slide-gitaar. Ragazze liet dit stuk naadloos overgaan in In C, waarvoor Koomen en Kliphuis van Kapok plaatsmaakten voor Slagwerk Den Haag, aangevuld met Remco Menting. Strijkers en percussionisten brachten een bijzonder speelse en lichte versie van deze compositie, waarin alles sprankelde en danste. Tenslotte voegden Koomen en Kliphuis zich weer bij de musici voor een werkelijk spetterende finale.

Spookstad

Merlijn Twaalfhoven leidt A Postcard from Aleppo in (Beeld: René van Peer)

Merlijn Twaalfhoven leidt A Postcard from Aleppo in (Beeld: René van Peer)

Het Ongehoord-podium was ook het toneel voor de ‘mini-opera’ A Postcard from Aleppo, waarin componist en altviolist Merlijn Twaalfhoven Nederlandse en Syrische musici bij elkaar bracht. Sinds mensenheugenis een bloeiend cultureel centrum in de regio is Aleppo in een paar jaar tijd teruggebracht tot een ruïne, een kapot geschoten spookstad waar de laatste bewoners hun bestaan rekken in wanhoop. Daarvan getuigden teksten die beurtelings werden voorgelezen door acteur Sabri Saad El Hamus en Sarah Akili Zegers. Met zang die recht uit het hart kwam zorgden zij en ud-speler Gharib voor diep ontroerende bijdragen, allebei zichtbaar en hoorbaar aangedaan door de strekking van hun liederen. Daar stak de geschoolde stem van Brigitte van Hagen vol kunstmatig vibrato kil en schril bij af.

Gezien zijn wens om mensen bij elkaar te betrekken was het begrijpelijk dat Twaalfhoven het publiek uitnodigde tot gemeenschapszang. Maar het klonk net zo ongeïnspireerd en gedwee als de zang van een parochie in een mis. Toch, met die minpunten, muzikaal en als gebaar beter geslaagd dan het rommelige optreden van het Orkest van Syrische Musici tijdens het Holland Festival. En meer aangrijpend.

Ook voor minder avontuurlijke oren was er genoeg te beleven tijdens Wonderfeel: muzikanten en ensembles die bekend zijn van populaire tv-programma’s, zoals Fuse en harpist Remy van Kesteren. Muziek van Schubert, bekende aria’s, zelfs wat operette, strijkkwartetten uit de Russische romantiek, een vioolsonate van Sergej Prokofiev door violiste Diamanda Dramm en pianiste Helena Basilova waar Akim Moiseenkov feërieke muziek omheen geplooid had.

Maar daarnaast ook deejays die de nacht met hun klanken opluisterden. Het festival, dat vorig jaar geplaagd werd door storm en kou, kan terugkijken op een zonnige, uiterst geslaagde tweede editie.


Reacties