Vermenigvuldigt u!


Zich voortplanten. Buck, de eerste man op aarde, zou niets liever willen. Maar in deze boekenselectie wordt vooral de ongemakkelijkheid van de bloedverwantschap centraal gesteld. Fleur Jaeggy’s fictieve families zijn niet bepaald liefdevol, en de sterke tweelingband in de nieuwe worp van Maryse Condé eindigt in een bloedbad. Vermenigvuldigt u zich misschien dan toch liever op papier.

Gieren

Bij de betere literaire uitgeverijen uit het buitenland zit Fleur Jaeggy al een tijdje in het fonds, dus het werd tijd dat we ook in het Nederlandstalige gebied de Zwitserse schrijfster beter zouden leren kennen. Dat precies uitgeverij Koppernik Jaeggy bij ons introduceert is geen toeval: ze hebben duidelijk een neus voor straffe literatuur.
Voor ons liggen de roman ‘SS Proleterka’ en de verhalenbundel ‘Ik ben de broer van XX’. Lezers die niet goed opletten kunnen zich snijden aan het messcherpe proza van de Zwitserse schrijfster, maar dat lijkt ook haar intentie te zijn. In ‘SS Proleterka’ neemt ze ons mee op een cruiseboot die langs de Griekse kust vaart. Johannes nodigt zijn 16-jarige dochter mee uit op deze rondvaart, een dochter die hij verder nauwelijks kent: hij is al lang niet meer samen met haar moeder, een bekende pianiste. Zij laat de zorgen voor haar dochter over aan haar moeder die Johannes nauwelijks bezoekrecht toekent. Twee bloedverwanten dus die totaal van elkaar en zichzelf vervreemd zijn. Jaeggys personages leven niet, ze lijden. Ze zijn zich voortdurend bewust van de ellende van het bestaan. Ziekte, dood, moord en zelfmoord zijn thema’s die herhaaldelijk terugkomen. Naarmate de reis verdergaat, wordt die vervreemding bij de 16-jarige verteller ook fysiek, wanneer ze met bemanningsleden naar hun kajuit meegaat.
‘SS Proleterka’ is een ongemakkelijk en somber boek, maar dan wel op een stilistisch hoogstaande manier geschreven. Fraai is hoe Jaeggy de vervreemding ook weet te vatten in het vertelperspectief: de ik-verteller maakt voortdurend plaats voor de onpersoonlijk benoemde ‘Johannes’ dochter’ en ook andere personages krijgen geen namen, maar worden in relatie tot Johannes weergegeven. Zo beschrijft de ik-verteller haar moeder steeds als ‘Johannes’ voormalige echtgenote’. Op die manier toont Jaeggy duidelijk de afstand die bestaat tussen al de personages. Van liefdevolle familietaferelen is hier geen sprake.
Dat Jaeggy familie als een bron van lijden ziet, blijkt uit ook verschillende verhalen in ‘Ik ben de broer van XX’. Het titelverhaal maakt dat al op de eerste pagina duidelijk. Daarin antwoordt een 8-jarige op de vraag wat hij later worden wil met: ‘Als ik groot ben, wil ik doodgaan.’ De personages in deze verhalenbundel bevinden zich altijd op het randje van de waanzin en in sommige gevallen tuimelen ze gaandeweg de afgrond in. Zelfs als de Zwitserse verhalen schrijft over literaire zielsverwanten als Ingeborg Bachmann of Joseph Brodsky laat ze alle hoop achterwege. Zo vertelt ze een anekdote over Bachmann die ze laat eindigen met een bezoek aan het brandwondencentrum waar de Oostenrijkse schrijfster terechtkwam nadat er brand uitbrak in haar appartement en waar ze uiteindelijk ook zou sterven.
Jaeggy cirkelt vaak als een gier om haar personages heen, in steeds kleinere cirkels, om dan op het einde de afdaling in te zetten. Ze schrijft daarbij geen woord te veel op, elke zin precies op de juiste plaats. Krachtige misantropische literatuur. (tow)
Fleur Jaeggy, Ik ben de broer van XX / SS Proleterka (Amsterdam: Koppernik, 2019)

Flugabwehrkanone

De opzet van de grafische roman ‘Buck, de eerste man op aarde’ van Frederik Van den Stock is in zowel letterlijke als figuurlijke zin groots: niet alleen stelt het beeldverhaal zich ten doel een groot deel van de menselijke ideeëngeschiedenis samen te vatten, óók is dit gedaan in een vrij flink zoekplaatformaat. Voor die grote afmetingen is echter niet voor niets gekozen: ze bieden plaats voor Van den Stocks speelse en originele tekeningen.
In geuren en kleuren wordt verteld over het levensverhaal van hoofdpersonage Buck, de verpersoonlijking van bovengenoemde ideeëngeschiedenis. Nadat het Bijbelse ‘in den beginne’ als startschot heeft geklonken, valt Buck het verhaal én de wereld in. Hoewel de omringende wereld hem eerst nog betovert, maakt die aanvankelijke paradijselijke rust langzaam plaats voor hem teisterende, existentiële problemen. De last van een ogenschijnlijk zinloos bestaan, (onbeantwoorde) seksuele verlangens en een daardoor ontstane eenzaamheid keren Buck tegen de door hem eerst zo gewaardeerde schepping. Deze frustratie blijkt de katalysator van zijn intellectuele groeispurt, die zich op een vrij absurdistische wijze voltrekt: zonder enige lineariteit schieten Bucks uitvindingen in een merkwaardige volgorde kriskras van het ene tijdvak naar het andere. Zo legt Buck pas nadat hij zich tot visionair kunstenaar heeft ontpopt zich toe op de uitvinding van het schrift – vooral om zich ervan te verzekeren dat hij later in geschiedenisboeken geroemd zal worden.
Ook dieren, stammend uit verschillende tijden, leven in Van den Stocks tekeningen soms opmerkelijk gebroederlijk samen. Zo laten een schildpad, mopshond (pug) en stegosaurus zich zonder opzien achter elkaar door Buck van naam voorzien. Zulke tijdsvluchten zijn niet alleen erg geestig, maar trekken ook de goede intenties achter Bucks razendsnel op elkaar volgende uitvindingen in twijfel: ze benadrukken dat zijn ideeën vrij vlug corrumperen. Bijvoorbeeld wanneer het vuur en het smelten van ijzererts, twee van Bucks vroegste uitvindingen, al snel leiden tot het gebruik van een zelfverdedigingswapen: door een 8,8 cm Flugabwehrkanone 37 op zijn Schepper te richten, probeert Buck zich tegen de hem teisterende problemen te wapenen – overigens zonder veel succes.
Iedere vooruitgang lijkt zo bij te dragen aan Bucks onherroepelijke val. Door zijn zelfontplooiing vervreemdt Buck steeds meer van zijn oorspronkelijke verbondenheid met de natuur. Op die manier speelt ‘Buck, de eerste man op aarde’ met de vraag naar de zin van het leven, en levert onder meer kritiek op de overschatting van technische vooruitgang.
Hoewel het beeldverhaal doorspekt is van geslaagde subtiele (en minder subtiele) grappen, kent Van den Stocks beeldverhaal zodoende ook een serieuze kant: het werk herinnert aan de pracht van de natuur en de dieren die daarin leven – een wereld die in het streven naar vooruitgang weleens over het hoofd wordt gezien. Geruggensteund door een uitgebreide fauna-index achter in het boek, laat Van den Stock een rijk scala aan nog levende en al uitgestorven dieren op de achtergrond de revue passeren. In combinatie met het oranje, roze en geel die Van den Stocks gevarieerde en bonte landschapstekeningen kleuren, vormt het boek een geslaagde ode aan die natuur. De mens steekt soms metaforisch bleekwit af tegen Van den Stocks soms paginabrede kunstwerken. Met zijn grafische roman levert hij een zeer geslaagd werk af, dat knap balanceert tussen speelse, gevatte grappen en een serieuze ondertoon. (tb)
Frederik Van den Stock, Buck – de eerste man op aarde (Heverlee: Uitgeverij Oogachtend, 2019)

Molussië

Alleen ‘morele fantasie’ kan ervoor zorgen dat de technologische ontwikkeling ons niet opslokt, aldus Günther Anders (1902-1992). Daarom voegde hij met zijn eigen filosofie en vooral zijn experimentele schrijfstijl de daad bij het woord en schreef hij zeer speelse teksten die de lezer in een grenzeloos gedachte-experiment meenemen naar zijn imaginaire land Molussië. Via deze weg kon Anders met zijn (soms geheel fictieve) filosofische teksten reflecteren op de tijd waarin hij leefde en de gangbare culturele gebruiken. Zo schreef hij zijn eerste teksten over Molussië naar aanleiding van ‘Mein Kampf’.
In het door Uitgeverij Vleugels opnieuw uitgegeven verhaal ‘de vooroudermoord’, dat is geschreven in 1951 en is aangevuld in 1973, doet Anders fictief onderzoek met betrekking tot rituelen rond de dood. Hij geeft ons een academisch overzicht van het etnologisch onderzoek over de rituelen en taboes van dit volledig uit zijn duim gezogen volk. De academische vorm wordt compleet door een rammelende structuur van voetnoten waarin Anders verwijst naar de werken van fictieve Molussologen en aanhangsels waarin hij uitgebreid uitweidt over belangrijke Molussische culturele uitingen. Het onderzoek eindigt met een commentaar op het ritueel van ‘de vooroudermoord’ waarin je de draad vervolgens volledig kwijtraakt en het commentaar uitmondt in een filosofische analyse van kunst en spel.
De Molussiërs houden er bijzondere begrafenisgebruiken op na omdat er weinig plek is om de doden te begraven. Maar gelukkig hebben ze daar een oplossing voor: het ritueel van de vooroudermoord. Alleen hoe dat ritueel precies gaat, daar wordt door Molussologen eindeloos over getwist. Want hoe moet de door de Molussiërs geëerde en bevreesde totem-rinoceros en zijn afschrikwekkende rol in de begrafenisrituelen begrepen worden? Zijn de emoties die worden gevoeld bij de eeuwenoude rituelen echt of niet, en moeten die eigenlijk wel gevoeld worden om het ritueel te doen slagen? En wat is gory nou precies?
Anders neemt de lezer mee in de spannende tocht naar het dodenrijk die de Molussische zonen moeten afleggen, en vergeet daarbij geen enkel aspect. De vaak idiote details vergroten het absurdisme van het fictieve onderzoek en maken het lezen een groot plezier. Maar wat kan beginnen als een enigszins bizarre beschrijving kan in een voetnoot of aanhangsel een interessante reflectie worden op bijvoorbeeld het fenomeen van heiligheid of de rol van muziek bij rituelen. Terwijl hij het academische schrijven op de hak neemt, heeft Anders toch een boek geschreven dat rijk is aan ideeën en open vragen. Of misschien juist daarom. Anders’ politieke engagement bestaat uit het laten voelen hoe onbegrensd de fantasie is: ‘de vooroudermoord’ is hier een prachtig voorbeeld van. (lvv)
Günther Anders, De vooroudermoord (Bleiswijk: Uitgeverij Vleugels, 2019)

Scheneschopperij

Nieuwe Vide’s achtste ‘Journal Of Humanity’ bespreekt tegencultuur in al zijn gelaten. Elk jaar brengt het Haarlemse cultuurhuis een magazine uit dat reflecteert op de thema’s waaromheen ze werkten. De afgelopen drie jaar was dat dus tegencultuur. In eerste instantie wilden redacteurs Lennard Dost en Ytje Veenstra een samenvatting uitbrengen van de bevindingen die ze verzamelden. Toch leek het hun interessanter om verschillende essays te bundelen, die individueel reflecteren over tegencultuur. De overkoepelende vraag die gesteld wordt, verwoordt die reflectie voldoende: is er nog ruimte voor subculturen in een neoliberale wereld waar alles in de richting van de eenheidsworst wordt geduwd?
Laten we om te beginnen de gehanteerde definitie van tegencultuur als criterium voor deze essays bovenhalen. ‘Tegencultuur bestaat uit subculturen wiens normen en waarden verschillen van de mainstream.’ Er is duidelijk ruimte ingebouwd om elke vorm van tegencultuur toe te laten. Dat toont zich ook scherp in de teksten. De essays zelf verschillen enorm van onderwerp. Het openingsstuk van Alice Ridge is een historisch beargumenteerde tekst over Malinese tegencultuur in de jaren 1960. Het stelt de westerse bril van tegencultuur flink in vraag. Na de onafhankelijkheidsverklaring in 1960 kreeg de Malinese jeugd ineens de vrijheid om zichzelf uit te drukken. Het juk van de Franse kolonisator werd afgeworpen en dus keerde de jeugd zich er ook vanaf. Het eindresultaat is een verbluffend interessante combinatie van Malinese, Europese en Afro-Amerikaanse cultuur. Door de import van platen van Jimi Hendrix en James Brown kreeg de jeugd het gevoel dat ze onderdeel was van een globale tegencultuur.
‘Counter Culture Now’ bevat ook twee teksten van Gonzo (circus)-medewerkers Theo Ploeg en George Vermij die toevallig beiden vaporwave als vorm van tegencultuur aanhalen. Daarover lees je ook meer in deze editie van Gonzo (circus). Volgens Ploeg refereert vaporwave naar het verleden, zonder ermee te dwepen. Het is geen vorm van nostalgie. Vermij leent zijn pen uit als filmcriticus en gebruikt zijn liefde voor Memory Hole als aanzet. Dit collectief compileert typische homevideo’s tot angstwekkende en bizarre taferelen. David Lynch meets ‘America’s Funniest Home Video’s’. Ook wij verloren een uurtje van onze tijd in deze vijver van intrigerende amateurbeelden. ‘Counter Culture Now’ toont zijn sterkte in de diversiteit aan stemmen.
Toch zijn er enkele essays, waaronder ‘The Revolution Will Be Televised’ van Manuel Luis Martinez, die na het lezen voelen alsof ze een conclusie of een pagina extra verschuldigd zijn aan de lezer. De nieuwste ‘Journal Of Humanity’ is een vluchtige bloemlezing van tegencultuur die inspireert tot een dieper onderzoek naar het onderwerp. (fs)

Lennard Dost & Ytje Veenstra (ed), Counter Culture Now – Nieuwe Vide’s Journal of Humanity #8 (Haarlem: Nieuwe Vide, 2019)

Antisprookje

Het verhaal van ‘Het onwaarschijnlijke en droevige lot van Ivan en Ivana’ heeft een simpele premisse: het volgt hoe een op het incestueuze af aan elkaar verknochte tweeling, die in armoedige omstandigheden op Guadeloupe opgroeit, door spelingen van het lot steeds meer van elkaar vervreemd raakt. Ivana integreert overal waar de tweeling terechtkomt: op de Cariben, in Mali en uiteindelijk in Parijs. Ivan daarentegen vindt nergens zijn plek en radicaliseert uiteindelijk.
Dat Maryse Condés roman niet goed afloopt, is al op te maken uit de titel, die eerder doet denken aan het geesteskind van een of andere mistroostige Russische schrijver. Dat is allerminst het geval, maar het lot is evengoed tragisch.
Condé, die vorig jaar de alternatieve Nobelprijs voor Literatuur kreeg toegekend, is vooral bekend van haar epos ‘Ségou’, waarin ze aan de hand van een familiegeschiedenis het negentiende-eeuwse politieke klimaat van Noord-Mali schetst. Net zoals de personages in Ségou, vormen de lotgevallen van Ivan en Ivana een vergelijkbare springplank: de roman lijkt uiteindelijk niet zozeer over hun levensverhaal te gaan, maar meer over de culturele tendensen van hun omgeving en over het vertellen zelf. De leefomgeving van de tweeling is een ingewikkeld cultureel amalgaam. Dit komt door hun opvoeding door een katholieke Guadeloupse moeder en helderziende voodoo-oma, een Franse opleiding op hun Caribische school, Ivans gedesillusioneerde vrienden die zichzelf in de Koran verliezen en de soms wel erg militante ideeën van de Négritude. In de roman wordt gereflecteerd op politieke thema’s als racisme en geweld, en Condé nam de aanslagen op Charlie Hebdo als vertrekpunt. Er wordt een beeld geschetst van de armoede die in Ivan en Ivana’s deel van Guadeloupe onoplosbaar lijkt te zijn en ook de dynamiek van de terreur en militaire corruptie in Mali blijkt hun parten te spelen.
De verteller maakt in de beschrijving van hun jeugd en tijd in Mali geregeld gebruik van plaatselijke termen en spreekwoorden, waardoor, met behulp van de ‘Verklarende woordenlijst’ achter in het boek, deze plekken steeds tastbaarder worden. In de terugblik op het leven van de tweeling beschikt de verteller niet altijd over alle informatie, wat hij of zij ook rijkelijk toegeeft in momenten waarin de dialoog wordt aangegaan met de lezer. Condé speelt door deze onderbrekingen in het verhaal een gevat spel met de verwachtingen van de lezer. Geschiedschrijving is altijd mensenwerk, en kan worden geaccepteerd of niet. De verteller lijkt met de lezer te twisten over de interpretatie en geloofwaardigheid van de vertelde feiten en over wat de daadwerkelijke sleutelmomenten zijn in Ivan en Ivana’s verhaal.
Hoewel Condé met haar romantitel al de ‘onwaarschijnlijke en droevige’ lotsbepaling lijkt te verklappen, doet dit niet af aan de leeservaring: deze is alsof je in een trein zit waarvan de vraag niet is óf, maar wanneer deze zal ontsporen. Ivan radicaliseert beetje bij beetje en het taboe van de verliefdheid die Ivana en Ivan voor elkaar voelen drijft ze steeds verder uit elkaar. Door haar speelse vertelkunst biedt Condé in dit moderne antisprookje geen eendimensionale cultuurkritiek, maar legt ze eerder hedendaagse pijnpunten bloot, en daagt de lezer uit daarover iets te vinden. (lvv)

Maryse Condé, Het onwaarschijnlijke lot van Ivan en Ivana (Amsterdam: Uitgeverij Orlando, 2019)


Dit artikel verscheen eerder in GC #152.

Koop deze editie in onze webshop!

Reacties