Blog

TIP: Nieuwe wind door het digitale tijdschriftenlandschap


Alles moet digitaal, snel en vooral niet te diepgaand op internet. Toch? De muzikanten Iris Garrelfs en Nate Wooley  bewijzen dat dit anno 2012 ook anders kan. Het lijkt erop dat er  de laatste tijd een nieuwe muzikale wind waait door het veelbesproken digitale tijdschriftenlandschap. 

Twee schrijvers, van origine muzikant en kunstenaars, Iris Garrels en Nate Wooley, hebben de afgelopen maanden allebei een eigen online muziekmagazine gelanceerd. Het magazine van Garrelfs, ‘Reflections on Process in Sounds’  is een onderdeel van haar promotieonderzoek. Iris Garrelfs doet onderzoek naar de creatieve processen die geluidskunstenaars bezig houden. Het magazine focust in essentie op geluidsgerelateerde activiteiten, maar wil uiteindelijk een disciplinair overstijgend platform voor internationale kunstenaars worden. In korte en treffende omschrijvingen stipt ze in iedere editie van het magazine een aantal geluid-, beeld- of lichtkunstenaars aan die volgens haar de moeite waard zijn.

Grote vragen

De site, waarop het gratis magazine eenvoudig  te downloaden is, voelt aan als het persoonlijke opschrijfboek van Garrelfs, inclusief handgeschreven krabbels en een hele reeks eigenaardige close-up foto’s. De agenda en haar blog geven informatie over events waar je zeker heen moet, maar schrijft ook kritisch over avonden die je achteraf gezien beter ergens anders door had kunnen brengen. Over de avond Air I Breathe opening, Gazelli Art House, Rochelle School, London, 8th Sept 2011, 6pm, schrijft Garrelfs het volgende:Four artists, one of them sonic. Lots of frocks, hairdos and heels, very art opening. Many people I hadn’t seen in a while, so enjoyable gossip. Most work uninspiring.’  Garrels hanteert op haar site een persoonlijke toon, en daarom heb je als lezer het gevoel haar dagboek door te bladeren. En dat is prettig, want dit is een helder notitieboek met interessante en kritische aantekeningen. 

Het magazine zelf opent met een bescheiden inleiding van Garrelfs, waaruit blijkt dat we een interview met Alvin Lucier, een stuk over the Sound & Motion Improvisation Research Group in Helsinki en een artikel over Audio-Vision in real-time kunnen verwachten.
Geen makkelijke kost dus. Interessant zijn haar artikelen en invalshoeken zeker wel; omdat Garrelfs een academische én muzikale achtergrond heeft, worden de artikelen gekenmerkt door een prettig mix van informatie en  persoonlijk, muzikaal aanvoelingsvermogen. Grote vragen als ‘What comes first–the image or the sound?’ worden niet geschuwd. Garrels geeft als volgt antwoord op haar zelf geformuleerde vraag; ‘In biblical myth, the world began with a sound, a word was uttered and it started the process of everything in existence coming into being. This story of creation points toward an ancestral hierarchy of the senses where hearing is at the centre. Over recent centuries however, the visual sense has taken over as the primary source of information in Western culture.’  Stof die flink aanzet tot nadenken.

Cage

Gonzo (circus) had in de 112e editie een interview met een intense trompettist opzoek naar onsterfelijkheid. Nate Wooley, een van de meest extreme trompettisten van vandaag en morgen heeft naast zijn blaascarrière tegenwoordig ook een eigen, online magazine: ‘Sound American’.  De eerste uitgave van het internettijdschrift focust op geluidskunstenaar John Cage. ‘This is the YEAR OF CAGE. And, why not? John Cage is one of the most interesting and important thinkers of the 20th century. But, here’s where the confession comes in. I LOVE being contrary.’ Sound American is een blad vol -af en toe moeilijk te volgen- stellingnames. Wooley schrijft eigenlijk een beetje zoals hij componeert; soms moeilijk te volgen, maar in principe recht uit zijn hart. In het interview dat hij had met Gonzo (circus) lichtte hij het verband tussen hem en John Cage verder toe: ‘(…) Mensen als John Cage ontdeden hun muziek van ritme, harmonie en melodie. Een jaar of tien geleden heb ik voor mijzelf helemaal uitgeschreven waarmee ik die elementen in mijn hoofd kon vervangen. Melodie, ritme en harmonie werden vervangen door dichtheid, frequentie en stilte. Ik ben hier toen bewust op een andere manier over na gaan denken.’

Het online magazine behandelt een aantal denkers die in artikelvorm zijn relatie met John Cage toelicht. Op een van de eerste pagina’s van het magazine geeft Wooley het woord aan Rob Haskins. Haskins is universitair hoofddocent van muziek aan de universiteit van New Hampshire, waar hij les geeft undergraduate en graduate studies in de muziekgeschiedenis. Het artikel opent met een interessante stellingname: ‘The performances I heard on record sounded awful, and I couldn’t get over the idea that the music’s structure—if it had any structure at all—was wholly determined by chance. If the music was totally random, why should I bother listening to it carefully?’ Even later zegt hij het volgende: ‘And I soon became much more absorbed in the music of the minimalists, especially Steve Reich and Philip Glass; Glass, in particular, owed a debt to Cage with respect to the aural experience of music, but my realization of this fact would arrive years later. However, I do remember performing the first movement of Cheap Imitation while I was a Master’s student at Peabody; I heard the next day that one of my theory professors gravely warned my piano teacher, Lillian Freundlich, that I needed to be told to stop wasting my time playing such music; to her credit, Lillian delighted in my discoveries and encouraged them. I wrote a paper later—for that same professor—analyzing movements fromThe Perilous Night; I got an A. At the time, I thought it might be interesting to analyze more of Cage’s music, but I didn’t have any idea how to proceed.’ Een andere muzikale denker die zijn licht laat schijnen op John Cage is Jack Quartet.

Het Sound American magazine biedt de lezer daarnaast ook nog de kans om daadwerkelijk muziek te luisteren, in plaats van alleen academisch en muzikaal gefundeerde analyses te lezen. Dit noemt Wooley de Sound American Mix Tapes of John Cage’s Songbooks. Steeds fragmenten van ongeveer dertig seconden die bestaan uit eigentijdse versie van de Solo’s 6, 21, 22, 51, 57 en 59.

Zowel ‘Sound American‘ als  ‘Reflections on Process in Sounds’  worden gekenmerkt door een sterk musicologisch karakter. In combinatie met de persoonlijke en muzikale invalshoeken heeft dit in beide gevallen geleid tot een interessant, diepgravend magazine met empathie voor de besproken muzikanten.

 

 


Reacties