The Night Of The Unexpected 2012

Zonder twijfel kan deze editie van het avontuurlijke visitekaartje van de Gaudeamus Muziekweek weggezet worden als de minst avontuurlijke en meest mislukte aflevering tot nu toe. Zelfs het publiek liet het afweten, of ging er voortijdig vandoor.

Nate Wooley foto Herre Vermeer
Nate Wooley. Foto: Herre Vermeer

Het voor de 10e keer georganiseerde muziekspektakel met twee gouden regels – zo’n 20 minuten spelen, verschillende acts op diverse plekken in de zaal, direct achter elkaar – bezit nog steeds een gouden formule, maar begint juist op dit jubileum toch echt tekenen van vermoeidheid te vertonen. Dat de programmering alleen nog maar in de grote zaal plaatsvindt en de bar daar dicht is, mag gerust als een hele vooruitgang gezien worden. Je vermijdt zodoende haastig rondrennen tussen de bovenzaal en de grote zaal, en nodeloos irritant geklets achterin. Maar dan moet de programmering uiteraard wel wat te bieden hebben.

Tromp Percussion en Slagwerk Den Haag trappen af onder de naam Microphones Quartet, met vier door veiligheidshelmen beschermde muzikanten die ieder met twee microfoons het binnenste van een vleugel te lijf gaan. Daar sta je dan, naakt, midden in de zaal, en word je van alle kanten gepakt. Een soort gangbang op de snaren, met stuiterend, grommend en knetterend vuurwerk.

Het hoogtepunt van de avond vindt plaats op dezelfde plek als waar in eerdere edities verrassingen als Project Wildeman en Lunapark van zich lieten spreken, namelijk voor de bar. Ditmaal de vier wilde wijven van het Ragazze Kwartet, met zowel klassiek als middeleeuws aandoend, razendsnel spel op drie violen en een cello. Strakke koppen, robuuste bewegingen en geschreeuw dat varieerde van enthousiast tot ijzingwekkend. Gepiep en gekras uit alle hoeken, gaten en posities, maar ook zinderend en energiek spel. Hee, dat kan ook nog met een strijkinstrument, moeten de vrouwen ooit hebben gedacht. En in collectieve gekte gaan ze er nog voor ook.

Theoretisch gezien is de overgang naar het vioolspel van Monica Germino een inkoppertje, maar na het maximale spel van het Ragazze Kwartet komt haar knappe maar wat doorsnee rechttoe rechtaan strijkwerk als mosterd na de maaltijd. Technisch speelt ze ongetwijfeld beter dan haar voorgangers, maar qua intensiteit haalt haar door elektronica ondersteunde duet het daarbij vergeleken voor geen millimeter.

Het Ragazze Kwartet verschijnt nog een keer, maar nu op het grote podium en vergezeld van hoorn, gitaar en drums oftewel Kapok. Een trio dat onlangs de Dutch Jazz Competition won, en het debuutalbum Flatlands uitbracht op het label van Kyteman. Vooral de hoorn maakt het geluid van Kapok uit duizenden herkenbaar, en draagt het geheel op uitmuntende wijze. Het drietal maakt complexe knutselwerkjes die altijd weer uitmonden in zwierige jazzstukken, filmische spanningsbogen of – hier in Paradiso – ietwat loze stukjes – maar gelukkig duurt dat laatste nooit lang. Waarschijnlijk komt Kapok beter tot z’n recht in intieme setting, met hun introverte, sferische vertellingen. Ragazze voegt een extra, bloedmooie laag toe, en de gevoelige, ruimtelijke jazz die zo wordt uitgebouwd, mag er meer dan zijn.

Aan de kant van de bar zit Nate Wooley op een stoel, en hij houdt het uiteinde van zijn trompet tegen een vibrerende, dunne plaat metaal. Het gevolg is een soort diepe drones, die geleidelijk overgaan in wild gespetter, als hij er druk over de knoppen glijdend allerlei tonen uitperst. De trompettist switcht naar een geluid dat het midden houdt tussen didgeridoo en misthoorn, en gaat dan over naar uiterst gecontroleerd spel met tong, lippen, ventielen en effectpedalen – alles maximaal versterkt. Soms verrassend, maar vaak veel drukte om niks. Wat daarna volgt is een stukje Jimi Hendrix, spelend met de feedback van de versterker. In de finale lijkt Nate Wooley zijn trompet zelfs in te slikken.

Wederom verschijnen Tromp Percussion en Slagwerk Den Haag, ditmaal met zes muzikanten die met hun vilten bollenstokjes een constant ritme neerzetten op evenzoveel houten balken. Betoverend en repetitief, met naar alle hoeken van de ruimte verglijdende klanken. Korte of langere balken steunen daarbij op onderliggende balken, gescheiden door meer of minder materiaal ertussenin. De muziek golft, en is ondanks alle aanslagen heel meditatief.

Al heel lang staan Jesca Hoop en nog twee muzikanten klaar op het grote podium, maar als ze moeten beginnen laat de techniek het afweten. Sowieso leek de altijd zo vlekkeloos verlopende technische ondersteuning van het festival steeds meer te haperen, naarmate de avond vorderde. Afijn, Jesca en een zangeres en gitarist vangen hun deprimerende set aan, die vergezeld gaat van langdurig gitaarstemmen en vage toespraakjes, waarschijnlijk bedoeld om de sfeer er bij het publiek in te brengen. Helaas. Jesca Hoop ontstijgt de gemiddelde singer-songwriter zo af en toe, maar ook weer niet echt heel erg. Waarom ze überhaupt op een spraakmakend festival als NOTU geprogrammeerd staat, mag een groot raadsel heten.

Jameszoo moet gedacht hebben: hee, een experimenteel festival, laat ik lekker experimenteel beginnen! We gaan er lekker weird in! Het rommelige intro gaat over in een zouteloos mengsel van jazz, house en dubstep, maar uiteindelijk blijft er drie keer niks over. Het duo slaagt er niet in om uit hun zompige put te klauteren; hoe wild de jonge, Brabantse producer ook tekeer gaat met shaker en laptop. De magere ritmebox-geluidjes als ondersteunende beat doen de muziek ook geen goed, en zo verzandt het slotakkoord van The Night Of The Unexpected 2012 editie Amsterdam uiteindelijk in een beschamende vertoning. Het grootste gedeelte van het publiek is dan al afgehaakt. Zelfs van een doorlopende, overlappende programmering is geen sprake, zodat al snel de rust in de hoofdstedelijke poptempel terugkeert – op vrijdagavond.

Gezien: vrijdag 7 september 2012, Paradiso Amsterdam

tekst:
Arjan van Sorge
beeld:
NUlogo2012
geplaatst:
wo 12 sep 2012

Nog meer nieuws krijgen over muziek en kunst?

Schrijf je in op de Gonzo (circus)-nieuwsbrief!