LSD

Met een artiestennaam als LSD wek je bepaalde verwachtingen op. Laat het nou net zo zijn dat de muziek van dit techno drietal (Luke Slater, Steve Bicknell en Dave Sumner) wel goed tot zijn recht zou komen onder de invloed van het een en andere chemische substantie. Het album komt overigens in hetzelfde jaar uit als de film ‘Climax’ van Gaspard Noé in de Belgische en Nederlandse bioscopen binnen walst. Die film gaat over een groep dansers die het padje helemaal kwijtraakt nadat zij sangria met LSD hebben gedronken. De soundtrack van Noé’s film zit vol jaren 90 techno en house en bevat muziek die de kijker gek probeert te maken. De muziek van dit trio zou daar ook niet in misstaan. LSD probeert namelijk een haast surreële setting te creëren waarbij zij hun ep ‘Process’ uit 2017 voortzetten. De zes nummers op dit album zijn gitzwart, maar bevatten steeds een glinsterende melodie op de achtergrond. De muziek is heel sterk geënt op zwaar dreunende beats en snel pulserende drumpatronen die als een moker neerdalen. Soms klinkt het drietal hetzelfde als op de laatste plaat ‘Who Else?’ van Modeselektor, qua lomp- en onverschrokkenheid. Maar in andere nummers komt de nachtelijke acid house van een Ellen Allien ook om de hoek kijken. Net als op haar laatste plaat ‘Alientronic’ verkent LSD hier het grensgebied tussen ambient, house en techno. Je zou daarom niet direct verwachten dat er een Engelse techno-act achter dit album schuilt. Met het tien minuten durende kopstuk ‘Process 3’ worden de denkbeeldige deuren naar een club als Tresor of Berghain opengezet. Het repetitieve karakter van de muziek werkt wellicht beter in een live-setting dan in album formaat, maar als je in de juiste stemming bent kan deze ogenschijnlijk simpele beukmuziek je doeltreffend door elkaar klutsen.