Blog

In Memoriam: Scott Walker (1943-2019)


In de geschiedenis van de muziek is er geen carrière vergelijkbaar met die van de eerder deze week overleden Scott Walker. Niemand anders heeft tot nu toe de extremen van hyperpopulariteit en compromisloze eigenzinnigheid, van meelijwekkende irrelevantie en gelauwerd kunstenaarschap in één fascinerend leven van slechts 76 jaar weten te proppen.

Scott Walker was de artiestennaam van Noel Scott Engel, een Amerikaan die halverwege de jaren 1960 met twee andere muzikanten (die ook geen Walker heetten) doorbrak met The Walker Brothers. Scott was de voornaamste zanger, met een donkere bariton die meisjesharten tot grof gehakt maalde en platenbazen deed kwijlen. Met ijzersterke hits als Make it Easy On Yourself en The Sun Ain’t Gonna Shine Anymore bestormden ze de hitparades. Binnen de kortste keren waren ze tieneridolen die voor zalen vol krijsende meisjes optredens voortijdig afbraken om een veilig heenkomen te zoeken. De Walker Brothers-fanclub telde op een gegeven moment meer leden dan die van The Beatles.

Kluizenaar

De enorme populariteit zat de jonge Scott niet lekker. Hij trok zich terug uit de hysterie om in een klooster op Isle of Wight Gregoriaans gezang te bestuderen. Hij wilde meer van zijn muzikale carrière maken en ging solo verder als een soort Engelstalige chansonnier. Met Brel-vertalingen en andere covers en bewerkingen scoorde hij in de late jaren zestig hits en verkocht veel platen. Toen hij zelf steeds meer liedjes begon te schrijven droogde de verkoop en ook de aandacht op. Na het geweldige maar toentertijd grotendeels genegeerde album Scott 4 en de opvolger Til the Band Comes In, dat voor nog minder rimpelingen in de vijver zorgde, was het gedaan met de pogingen tot een serieuze carrière. Walker stopte met schrijven en werd het soort zanger dat komt opdraven in gezellige televisieshows voor bejaarden en tourde met een zorgwekkend western-repertoire langs bedompte Engelse provincietheaters.

Er volgde een reünie van The Walker Brothers. Een hit zorgde voor een kortstondige opleving van populariteit, maar verder was deze reünie een opeenstapeling van verkeerde keuzes – zoals nog meer countryplaten. Tot de laatste plaat. Platenmaatschappij GTO was alweer uitgekeken op de Walker Brothers en met hele andere artiesten bezig toen de derde – en volgens contract laatste – reünieplaat moest worden opgenomen. Het gebrek aan aandacht van het label en weinig hoop op een succes bij de ‘broers’ zorgde voor een onorthodoxe aanpak voor de plaat Nite Flights: de drie muzikanten besloten in plaats van beproefd middle-of-the-road materiaal of countryklassiekers zelf aan het schrijven te gaan.

Ieder nam een deel van de nummers voor zijn rekening. Gary had nog wel een paar liedjes in zich, John bleek allerlei invloeden van zwarte muziek in te zetten om tot een viertal onderhoudende radiofunknummers te komen. De plaat opent echter met de vier nummers van Scott. Opener Shutout en Fat Mama Kick hebben meer gemeen met de postpunk die toen elders in Engeland werd gemaakt dan met de countryklanken van voorheen. Titeltrack Nite Flights koppelt opzwellende strijkers aan elektronica en abstracte teksten en met The Electrician zet Scott Walker de toon voor de rest van zijn verdere werk: grimmige, duistere muziek, doodenge teksten, gierende strijkers en een bloedstollende gitaarlijn. En dat was het dan.

Grimmig

Het was muzikant Julian Cope die begin jaren 1980 met een compilatie van nummers van Walker nieuwe interesse in zijn werk wist te veroorzaken. Walker tekende een contract bij Virgin en leverde in 1984 de plaat Climate of Hunter af. Een plaat vol wrange, artistieke popliedjes. De helft van de nummers had geen echte titel meegekregen. Door credits van gastmuzikanten uit de jazz en improvisatie (Evan Parker, Mark Isham) en uit de pop (Billy Ocean, Mark Knopfler) ontstaat er op papier een beeld van de plaat dat beluistering direct onderuit trekt. Het is tot dan toe met afstand het abstractste werk van Walker, zonder meezingers, zonder hits.

De tweede helft van de carrière van Scott Walker kenmerkt zich door grote leegten. Het duurde elf jaar voordat hij met een vervolg op Climate of Hunter kwam. En na die plaat, Tilt, duurde het nog eens elf jaar voordat The Drift zich aandiende. Zes jaar daarna was er opeens Bish Bosch. Deze platen zijn een soort muzikale zwarte gaten. Duisternis die zo loodzwaar uit de speakers druipt dat het psychologisch uitdagend is om in één ruk van zeventig minuten uit te zitten. De muziek is onherbergzaam, schril en dissonant, bezaaid met de geluiden van zwepen, vlees en messen. Zijn stem, zijn soepele bariton, werd tot steeds vreemdere extremen geduwd. Hij klonk soms meer als een operazanger dan als een popzanger en was het eigenlijk wel zingen wat hij deed?

Het was meer een soort declameren van teksten. Die teksten graven diep in de menselijke ziel op zoek naar de schimmeligste hoekjes. Srebrenica, de aanslagen van 11 september 2001, het doodgeboren tweelingbroertje van Elvis, ziekte en marteling, dwergsterren en vechthanen, Nicolai Ceaușescu en Benito Mussolini komen allemaal voorbij in teksten die nooit het achterste van hun tong laten zien. Teksten die Walker ook nooit heeft willen uitleggen of toelichten. Hooguit waren er wat hints, of suggesties in schaarse interviews. En toch zijn er temidden van al die duisternis glimpjes van medemenselijkheid, van bijna uitgedoofde oude levens die zich uit de hebberige klauwen van de dood proberen te worstelen, van de liefdevolle blik van de minnares aan de briesende dictator.

Filmmuziek

Sinds de jaren 1990 is de invloed van Scott Walker in de muzikale avant-garde niet meer weg te denken. Artiesten als Ute Lemper, Bat for Lashes en bands als Pulp en Sunn O))) werkten met hem samen of introduceerden zijn werk aan nieuw publiek. Smog (Bill Callahan) en Sonic Youth kwamen voor op de soundtrack van de film Pola X van Leos Carax, waarvoor Walker de rest van de muziek verzorgde. Het was een eerste stap in de wereld van de filmmuziek, waarnaar Scott Walker in de laatste jaren van zijn leven terugkeerde. In 2015 maakte Walker de muziek voor de debuutfilm van Brady Corbet, The Childhood of a Leader. Het is een abstracte, grimmige, vlezige film over de jonge jaren van een soort generieke Europese fascistische dictator in de jaren 1920. Ja, die beschrijving klinkt opvallend als die van een Scott Walker-werk.

Corbets tweede film heeft op het eerste gezicht veel minder Walker-kenmerken. De laatste muziek die Scott Walker uitbracht, geschreven voor de film Vox Lux, moet het doen in een context van neon, vuurwerk, Auto-Tune en glitter. Walker verzorgde een score van dikke strijkerspartijen, sopraanzang en ijle voice pads uit de synthesizer. Vox Lux gaat over de opkomst van een kindsterretje dat gepolijste, sentimentele popliedjes zingt, voor de film geschreven en geproduceerd door de zangeres Sia. Maar de film gaat ook over monsterlijk geweld en over de donkere, onmenselijke kant van hyperpopulariteit.
En dan moet je toch weer even aan Scott Walker denken.

Coen Polack


Reacties