Blog Magazine

Interview: Sasu Ripatti (Vladislav Delay)


Met zijn nieuwe projecten betreedt Sasu Ripatti – bekend van projecten als Vladislav Delay en Luomo – de dansvloer. Onbewust. Sinds de Finse producer zich terugtrok op een ruw eiland in de Baltische Zee, mijdt hij clubs en moderne dansmuziek.

“Meen je dat echt? Ik ben geschokt. Ik volg dansmuziek al een tijdje niet meer, maar als het klopt wat je zegt en mijn nieuwe muziek echt zo klinkt, dan heb ik gefaald”, mailt Sasu Ripatti me als antwoord op mijn, ik geef het toe, gewaagde vraag.

Vorig jaar sprak ik met de Britse muziekjournalist Simon Reynolds over ‘nowism’: de trend in hedendaagse pop om dermate aanwezig te zijn dat de luisteraar haast in de muziek verdrinkt, volledig door het geluid wordt omgeven en geen kant meer op kan – zoals bij Skrillex en veel muziek in het trap-genre (de term die oorspronkelijk werd gebruikt om hiphop uit het zuiden van de Verenigde Staten te omschrijven en de afgelopen jaren een comeback maakte in de clubscene).

Ergens bekruipt me eenzelfde gevoel bij de muziek die Ripatti sinds kort onder zijn eigen naam uitbrengt. In mijn e-mail omschrijf ik zijn recente werk als de ultieme dansmuziek: gezichtsloos, aanwezig én afwezig tegelijk. Daar schrikt Ripatti van. “Ik raak verward door je omschrijving. Ik kom oorspronkelijk uit de free jazz en geïmproviseerde muziek, en daar komt soms ook voor wat jij beschrijft: de verschillende onderdelen van muziek volgen elkaar zo snel op dat je niet meer kunt volgen. Frank Zappa maakte ook vreemde en complexe mash-ups, maar daar zat betekenis in, net als bij free jazz. Ik ben daar zelf echt niet mee bezig en ik ben er ook niet in geïnteresseerd. Misschien is er een geheime code in de muziek van Skrillex die ervoor zorgt dat, ondanks al die continue veranderingen, er toch een bepaalde betekenis in zit. Ik hoop dus dat het toeval is dat je mijn muziek zo omschrijft. Het muzikale staat absoluut centraal.”

Daar heeft Ripatti volkomen gelijk in. Zijn muziek is juist betekenisvol. Toch schurkt hij tegen die nieuwe trend aan, zoals hij altijd een neusje heeft voor trends. Dat hoor je duidelijk terug in zijn werk als Vladislav Delay – zijn bekendste alias – en Luomo. Samen met partner Antye Greie (AGF) maakt hij muziek en treedt hij regelmatig op, en als Uusitalo schurkt hij dicht tegen techhouse aan. Zo zijn er nog een handvol namen waaronder de Fin muziek heeft uitgebracht.

Furore maakte hij dus vooral als Vladislav Delay, waarmee hij in 1997 debuteerde met de ep ‘The Kind Of Blue’, en te gekke albums uitbracht op het legendarische platenlabel Mille Plateaux en later op Raster-Noton, ook al zo’n legendarisch label. In de meer experimentele elektronische muziekkringen is de naam Vladislav Delay zelf eigenlijk net zo, eh, legendarisch geworden. De derde release op zijn nieuwe label zal er eentje worden van Vladislav Delay – daarover later meer.

Zeep

Dat Ripatti de nieuwe trends feilloos aanvoelt, is opmerkelijk. De Fin heeft het drukke Berlijn zes jaar geleden ingeruild voor Hailuoto, een rustig eiland in de Baltische Zee. “Een behoorlijk afgelegen plek met vooral veel natuur en weinig mensen”, benadrukt hij. Prima plek, meent Ripatti. “De scenes, trends en muziekindustrie heb ik achter me gelaten. Die zijn zo oppervlakkig dat ik mijn interesse lang geleden ben verloren. Ik geef nu de voorkeur aan het boerenleven, de eenvoud en de stilte. Ik probeer dicht bij mezelf en mijn creativiteit te blijven.” Elektronische dansmuziek is verworden tot een product, meent Ripatti. “Zoals zeep. De meeste mensen nemen genoegen met een goedkope, eenvoudige zeep.”

Zo kun je met de producersoftware van Ableton Live exact de muziek reproduceren die je hebt gehoord. “Zoals je een plaatje in je geheugen neemt dat je zag op een tijdschriftcover, maak je een geluid na dat je hoorde op een mixtape. Met die manier van omgaan met muziek heb ik helemaal niets. Dansmuziek bestaat tegenwoordig voornamelijk uit generische geluiden en ideeën: samen zorgen ze voor een homogeen geluid. Ik hoop dat mijn muziek niet binnen in een bepaalde trend past; ik vind het volgen van trends een enorme tijdsverspilling.”

Dat zijn nieuwe muziek toch aansluit bij de recente ontwikkelingen in dansmuziek? Toeval. Of misschien ook niet. Hier en daar vangt Ripatti iets op en dat verwerkt hij wellicht onbewust in het materiaal dat hij maakt. Toch blijft hij erbij: de nieuwe trends zijn niet aan hem besteed. En nee: hij volgt ze niet. “Het lijkt erop dat de wereld verandert en ik blijf zitten in de wereld waarin ik altijd heb gezeten. Muzikaal gesproken dan. De nieuwe generatie heeft een compleet ander idee van wat elektronische muziek is en moet zijn. Ruimte om over creativiteit te praten is er niet meer.”

Thuishaven

Het mag dan wel verbitterd klinken, maar dat is het niet. Ripatti maakt zich er niet druk om en doet zijn eigen ding, zoals hij dat sinds midden jaren 1990 doet. Zo richtte hij onlangs Ripatti op, een platenlabel onder zijn eigen naam. In het verleden bracht hij zoals gezegd muziek uit onder allerlei verschillende namen op kwaliteitslabels, en stond hij aan de basis van het Finse label Huume. “Daar zat verder geen gedachte achter. Het idee was eenvoudig: een label oprichten, muziek uitbrengen en die muziek verkopen.”

Dat is nu anders, legt Ripatti uit. Zijn nieuwe label is een thuishaven, een plek waar hij kan doen wat hij wil doen, in een chaotische wereld die weinig betekenis meer voor hem heeft. “Het label draait niet om het verdienen van geld, juist niet. Het draait om het bepalen van prioriteiten. Doen wat voor mij belangrijk is.” Vandaar ook zijn eigen naam en niet weer een alias. “Daar heb ik er al genoeg van”, grapt hij. “Dat wil overigens niet zeggen dat de muziek die ik uitbreng persoonlijker is of meer zegt over wie ik echt ben. Muzikaal wijk ik niet af van de dingen die ik eerder maakte onder andere namen. Al vind ik het wel weer leuk dat door mijn eigen naam te gebruiken, het idee ontstaat dat mijn nieuwe muziek persoonlijker is.”

Ripatti, het label dus, wordt de plek waarop de Fin al zijn muziek gaat samenbrengen. Handig in een radicaal gefragmenteerde wereld. Tot nu toe zijn er twee platen uitgekomen. Eentje onder zijn eigen naam en een tweede van Heisenberg, zijn samenwerking met Max Lodenbauer, met wie hij eveneens actief is in het Moritz von Oswald Trio.

Imaginaire club

Onder zijn eigen naam maakt Ripatti muziek die niet misstaat op de dansvloer. Onbewust, zo bezwoer de Fin al. “Mijn grootste inspiratiebron was dat ik al tijden geen dansvloermuziek meer heb gemaakt. Ik vind het een fijn idee om muziek te maken voor mijn eigen club waar mijn fantasie-deejay plaatjes draait, al heb ik niets meer met dansmuziek en met clubs. Het snellere tempo is een geleidelijke ontwikkeling geweest. Ik raakte uitgekeken op house en vierkwartsmaten. Ambient begon me te vervelen. Als Vladislav Delay begon ik harder en sneller materiaal te maken, dat uiteindelijk niet is uitgekomen op Naster-Noton. Dat materiaal vormt de basis voor mijn project. Door mijn verleden als drummer ben ik altijd meer geïnteresseerd geweest in ritmes dan in harmonieën. Dat is bij clubmuziek ook het geval. De imaginaire club die ik beschreef geeft me dus de ruimte om te experimenteren. Zo is Luomo, waar ik pop en zang bij betrek, ook ontstaan.” De poppy deep house van Luomo is duidelijk terug te horen in het hectische geluidspallet van zijn nieuwe project. Evenals de stuiterbeats en stotterende sampleherhalingen van Rustie. Wat echter het meest opvalt is de positieve ondertoon.

Terug naar de euforie, de essentie van de dansvloer in de jaren 1990 en het begin van deze eeuw. Is dat de wereld waarin Ripatti is blijven hangen en waarnaar de huidige producers proberen terug te grijpen? Kan best, meent de Fin, maar de keuze heeft hij dus niet bewust gemaakt. Ook Heisenberg, vernoemd naar het hoofdpersonage uit de Amerikaanse serie Breaking Bad, is clubmuziek. Tenminste, je kunt erop dansen. Eigenlijk was het de bedoeling om rustige, ja, zelfs stille ambient te maken, maar de jamsessies die Lodenbauer en Ripatti opnamen in de huisstudio op het eiland Hailuoto klinken het tegenovergestelde. Heisenberg is ontspoorde techno: hard, meedogenloos, rauw, hoekig en ergens toch funky, speels en verleidelijk. Beide projecten laten een nieuwe Ripatti horen. Ja, misschien wel een herboren Ripatti. Die, ondanks zijn zelfspot, niet buiten maar middenin de huidige ontwikkelingen in de elektronische muziek staat. Laat het ‘m maar niet horen.

EXTRA: Derek Holzer

Sinds de Amerikaanse geluidskunstenaar en instrumentenbouwer Derek Holzer (1972) zich van zijn computers heeft losgemaakt, mijdt hij het gebruik van digitale technologie tijdens zijn optredens. “Er was een tijd waarin iedereen in de wereld van geluidskunst zijn toevlucht nam tot software, maar ik geloof niet dat de laptop een instrument is dat thuishoort bij live geïmproviseerde muziek. De meeste mensen die een laptop gebruiken zijn op zoek naar een enorme controle op hun optreden, met van tevoren opgenomen delen. Meer playback dus dan een echte livesituatie”, meent Holzer.

Daar komt nog eens bij dat software wordt gemaakt door iemand anders. De vrijheid om helemaal zelf te doen wat je wilt, heb je als gebruiker dus niet. En dan is er nog het live-aspect. Holzer: “Mijn invloeden komen vooral uit punk, hardcore en heavy metal. Een optreden is voor mij een manier om stoom af te blazen. Ik wil agressiviteit en zweet voelen. Een laptop is daar veel te delicaat voor.”

Dus bouwt hij zijn eigen instrumenten. Met TONEWHEELS als pronkstuk. Holzer baseert zich op optical sound-technologie die na de Tweede Wereldoorlog in de vergetelheid raakte. Een primitieve manier van geluid produceren, waarbij beeld wordt omgezet in geluid. Het resultaat is onvoorspelbaar, maar “het publiek observeert het proces zonder symbolische black box in het midden. Er is niets van tevoren bedacht. Ik bepaal zelf waar het werk tijdens het optreden naartoe gaat, en door de aard van het instrument voer ik gegarandeerd een gevecht tussen controle houden en verliezen. Dat zorgt ervoor dat het interessant blijft.”

TONEWHEELS is geïnspireerd door instrumenten als het Lichttonorgel van Edwin Welte (1936), de ANS Syntesizer van Evgeny Murzin (1958) en het Oramics System van Daphne Oram (1959). Door de interface via een overheadprojector achter zich te projecteren, krijgt het publiek te zien wat Holzer precies doet. “Elk optreden is een uitdaging en elke set die ik speel is anders. Wanneer ik begin vraag ik me altijd af of ik genoeg controle ga krijgen om er iets interessants van te maken.”

Ondertussen werkt hij verder aan nieuwe concepten waarin optische geluidstechnologie centraal staat. Voor een Frans museum maakte Holzer vorig jaar een TONEWHEELS Hurdy-Gurdy. “Het combineren van oude en nieuwe geluidsinterfaces vind ik uitermate boeiend, zeker wanneer het publiek direct kan participeren, zoals in het geval van de Hurdy-Gurdy.”

Toch geeft hij de voorkeur aan optreden. “Ik wil het publiek deelgenoot maken van een fenomenologische ervaring waarin beeld en geluid een spel met elkaar spelen. Dat komt misschien abstract en academisch over, maar dat is het niet: het gaat erom dat het publiek een relatie aangaat met het beeld en geluid, die fundamenteler is dan welke slimme, intellectuele analyse dan ook.” Daarvoor gebruikt Holzer het liefst een oude hippie-uitspraak: ‘Be here now’.


Dit artikel verscheen eerder in GC #119.

Koop deze editie in onze webshop!

Discografie

Ripatti - Ripatti 01 (Ripatti, 2013, 12
Heisenberg - Ripatti 02 (Ripatti, 2013, 12

Reacties