Blog Magazine

Astrid Sonne


Op haar indrukwekkende debuut ‘Human Lines’ mengde de Deense Astrid Sonne altviool met elektronica, en onderzocht daarmee de spanning tussen het organische en het digitale. Gonzo (circus) spreekt haar in het teken van haar optreden op het Rewire-festival, waar ze in samenwerking met lokale strijkers het project ‘Cycles of Lost and Found’ zal presenteren.

Hoewel de bassen soms vervaarlijk snerpen, en hoezeer de elektronica af en toe glitchy, dan weer noisy uitspat, blijft Astrid Sonnes op Escho’s verschenen debuut ‘Human Lines’ óók heel menselijk: een opgenomen zangerige Duitse radiostem, een serene altvioolmelodie, en twee door de mangel gehaalde koorstukken herinneren de luisteraar aan de menselijke aanwezigheid in de digitale wereld.
‘Het album onderzoekt de balans tussen het organische en het digitale,’ vertelt Astrid Sonne via de telefoon, en ze licht toe hoe dit tot uiting komt in de voortdurende wisselwerking tussen haar instrument en de computer. ‘Het zit hem in hoe je een geluid op verschillende manieren construeert en structureert. Wanneer ik mijn altviool bespeel, wordt er bijvoorbeeld een signaal verzonden dat iets in de computer in werking zet, waardoor de computer sommige geluiden in volume laat afnemen en andere weer laat toenemen.’ Daar reageert Sonne dan weer op. ‘De machine speelt iets, en daar kom ik dan in terecht, om mijn eigen stempel er weer op te drukken. Het is de natuur versus het perfecte universum. Ook de albumhoes van ‘Human Lines’ speelt met die spanning: op het eerste gezicht lijkt een bosbodem afgebeeld, maar wanneer je beter kijkt, zie je dat het eigenlijk een verbrande glascontainer met blikjes en verbrand papier erin is.’

Lijnen

De altvioliste is van kleins af aan klassiek geschoold, maar wierp zich in de experimentele elektronicascene van Kopenhagen. ‘Toen ik meer met de computer bezig was, begon ik daardoor echter het analoge te missen. Nu probeer ik te werken met alles wat ik in mijn rugzak heb zitten,’ vertelt Sonne. Het instrument en de computer karakteriseren elkaar nu in hun samenspel: op afsluiter ‘Alta’ na klinkt de altviool nergens zoals hij normaliter klinkt, terwijl de gegenereerde elektronica tijdens de rustige, harmonieuze stukken soms lijkt gegoten in door een strijkstok uitgestreken muzieklijnen. De titel van het album lijkt op die verschijnende en verdwijnende lijnen te wijzen. ‘Maar de titel verwijst ook naar de lijnen die in de huid van onze eigen handen staan.’
Het verschijnen en verdwijnen voltrekt zich dikwijls volgens een cyclische structuur. ‘Het concept van een ‘cyclus’ speelt een belangrijke rol in mijn muziek. Dat uit zich onder meer in de liedstructuur, die op- en weer afgebouwd wordt. Het gaat erom hoe je omgaat met tijd, en hoeveel informatie je in die tijd wil communiceren. Ik heb iets met ronde vormen: je begint, gaat daarvan weg, onderzoekt het, om vervolgens weer terug te keren. Waarschijnlijk heeft mijn klassieke achtergrond die klassieke A-B-A-vertelstructuur beïnvloed die op mijn album sterk aanwezig is. Volgens dat schema keer je terug waar je begon, maar de ervaring daarvan is nét anders: het heeft bijvoorbeeld een andere klankkleur gekregen. Ik voel me aangetrokken tot die ‘thuis-uit-thuis’-constructie.’

Contrast

Dat verschijnen en verdwijnen gaat op het album gepaard met dynamische contrastwisselingen. Zo verrassen de pompende bastonen uit de opening van ‘Real’, ingezet na de rusttrack ‘In’. Ze vagen echter weg, om na een met koorstuk verweven opbouw extra hard terug te keren.
Ook wordt de luisteraar na het serene begin van ‘00000’ verrast door een snerpende noise-eruptie halverwege. ‘Ik werk veel met contrasten, en vraag me af hoe je verschillende contrasten bij elkaar brengt. Dat is onderdeel van mijn harmonische taal. Ik gebruik een tonaliteit die niet mineur noch majeur is, maar altijd iets daartussenin. In die gemengde harmonische taal voel ik een soort verlangen. Dat is niet uitgesproken, maar beschikt over een ander soort sterkte. Die gemengde grond resoneert met mijn emotionele gemoedstoestand: ik wil elke harmonische verandering voelen.’ Sonne suggereert dat het dynamische karakter mogelijk inherent is aan haar instrument: ‘Misschien heeft dat te maken met het feit dat ik een strijkinstrument bespeel. Als je met een strijkstok een toon aanzet, dan ‘sluip’ je die toon er als het ware in. Een strijkinstrument heeft van nature een dynamisch karakter: dynamiek verandert van laag naar hoog, en ook door de snelheid waarmee je speelt. Dat heb je al wat minder bij bijvoorbeeld een piano.’

Minimalistisch

Hoezeer het album ook speelt met de afwisseling van contrasten, de dynamiek wordt voornamelijk vanuit een minimalistische narratieve benadering verhaald. ‘Ik ben een minimalist in hart en nieren. Soms heb ik er moeite mee als té veel dingen tegelijkertijd gebeuren. Als ik een nieuw element aan mijn muziek toevoeg, vraag ik mezelf meteen af of het voor het stuk wezenlijk verschil maakt.’ Figuren uit zowel de experimentele elektronicascene als de klassieke muziekwereld dienen daarbij als haar voorbeelden. ‘Het afgelopen jaar heb ik bijvoorbeeld veel naar Caterina Barbieri (zie portret op bladzijde XX, red) geluisterd,’ vertelt Sonne, die in haar werk eenzelfde minimalistische aanpak herkent. ‘Er zit veel ‘ruimte’ in haar muziek. Bij het opbouwen van haar tracks laat ze de luisteraar vaak één narratief volgen. Alsof ze je aan de hand meeneemt en zegt: ‘Nu laat ik je dit zien, en nu dit.’ In die aanpak kan ik me goed vinden.’
De composities van landgenoot Pelle Gudmundsen-Holmgreen zijn voor de artieste eveneens van belang. ‘Hij schrapt alles wat er niet écht toe doet. Hij heeft ontzettend gave koorstukken geschreven, die tegelijkertijd toch eenvoudig zijn,’ zegt Sonne, nadat ze voorafgaand aan die verklaring even tussen neus en lippen vroeg: ‘Oh, hoe spreek je eigenlijk ‘Louis Andriessen’ goed uit? Naar hem luister ik ook veel!’

Rewire

Op de vrijdag van het Rewire-festival zal Astrid Sonne in samenwerking met lokale muzikanten het project ‘Cycles of Lost and Found’ presenteren. ‘Dat zal een samenwerking worden met muzikanten die goed kunnen improviseren, en die niet telkens op hun partituur hoeven te kijken.’ De cyclusstructuur die ook haar debuutplaat tekende zal eveneens in haar liveperformance een belangrijke rol spelen. ‘Ik ben van plan korte melodieën te schrijven, die voor de muzikanten als ‘regels’ dienen, en waarmee ze zelf aanvoelen en improviseren wanneer welke melodie moet worden gespeeld.’ Die kleinere motiefjes maken onderdeel uit van een groter geheel. ‘Ik maak dus kleine onderdelen, die vervolgens in elkaar gepuzzeld zullen worden. Die motieven zullen opnieuw en opnieuw verschijnen, maar telkens in een andere vorm. Mijn muziek gaat vaak over een balans tussen herhaling en vernieuwing. Met het project ‘Cycles of Lost and Found’ wil ik dat verder uitdiepen.’


Dit artikel verscheen eerder in GC #150.

Koop deze editie in onze webshop!

Live

29/03

Discografie

Human Lines (Escho, 2018)

Lees meer

Lees meer over Caterina Barbieri in GC # 150

Reacties


Wat is jouw mening?

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.



%d bloggers liken dit: