Events

S-O-T-U Festival – hoogtepunten nieuw Amsterdams festival


Hoe beoordeel je de eerste editie van een nieuw festival? Natuurlijk gaat er nog een en ander mis, maar in het algemeen was het een geslaagde eerste editie van het Sound Of The Underground Festival in Amsterdam. En we vernamen dat er een tweede editie komt, wat we alleen maar kunnen toejuichen want Amsterdam heeft SOTU hard nodig.

Het uitgangspunt was dan ook eentje van samenwerking in plaats van concurrentie. Diverse ‘clubs’ die in Amsterdam alternatieve avonden programmeren in de locaties rond het Vondelpark (Occii, OT301, Vondelbunker en Budapest) presenteerden er een staalkaart van hun line-ups. Dat zorgde niet voor versplintering, maar juist voor een organisch geheel waarbij je van de ene ontdekking in de andere viel. Terwijl het festival op vrijdag maar stilletjes op gang kwam (het weer werkte dan ook niet echt mee), heerste er op vrijdag en zondag een heuse festivalsfeer – geholpen door een waterig lentezonnetje – waarin je ook bekenden en nieuwe vrienden kon ontmoeten. Een mooie aanzet tot het beter profileren van de underground scène in Amsterdam – zeker in deze tijden waarin verschraling van het muzikale aanbod in de Nederlandse hoofdstad dreigt – is dus nauwelijks denkbaar. Andere lokale scènes kunnen hier een voorbeeld aan nemen. Geen wonder dus dat een hele bende Gonzo (circus)-redacteuren de weg vond naar het SOTU-festival. Hieronder hun hoogtepunten.

Ruth Timmermans: Lekkernijen‘ – de driekoppige band van Arvind Gang uit Den Haag – toonde helaas voor veel te weinig mensen in Occii een hypnotische set vol  gitaarvirtuositeit en enerverende ritmes. De dag erna mocht Arvind als ‘Every Bolt Rumbling’ in de ietwat muffig ruikende Vondelbunker een uitgebreider publiek kennis laten maken met zijn gefreakte gitaarspinsels. Ook in de Vondelbunker op zaterdag stond PAK – het alterego van Lauren Pakraadooni, een kunstenares en muzikante uit Rhode Island. Haar elektronische waar en cassettedecks had ze tegen de muur uitgestald op een staand palet. Een beetje wankele constructie die leidde tot onbedoelde extra noise, maar het geheel was bij vlagen betoverend. Daarna op naar OT301: na de kundige postrock van 78RPM, was het de beurt aan de Amsterdamse free improv band Dagora, die haar reputatie alle eer aan deed en het publiek heerlijk verwende, waarbij de geschifte drummer het publiek op de hand kreeg door te drummen op palen en de cimbalen door de concertruimte te laten spinnen. Zondagmiddag was het uitblazen in Budapest, een gezellig en onregelmatig geopend huiskamercafé met een uitgelezen selectie bieren (en helaas een onverdraagzame buurman). Helaas bleek Paul Labrecque (Head of Wantastiquet) zoek in Hamburg (altijd een valabel excuus), maar we pikten wel nog een gedreven set van Ab Baars & Jasper Stadhouders mee.

PAK

PAK

 

Niels Tubbing is erg kort over zijn hoogtepunten.

Teenage Radiation: Heerlijke analoge psychedelische noise, doet op de harde momenten soms aan het harde van Nadja denken. Allesverwoestend, geen ontkomen aan en dat is heerlijk.

Bazookaa: Noisy new wave punk uit Griekenland. Onverstaanbare teksten live, maar de galm over de zang is jaren tachtig verantwoord. Niets nieuws onder de zon, maar zeker goed en fijn uitgevoerd. Zelfs met wat shoegaze elementen.

Gay Anniversary: Grieks gekkenhuis. Noise, punk, herrie, chaos. Veel gitaargeweld en een voornamelijk in Grieks schreeuwende zanger plus een laag ouderwetse maar dikke drumcomputer geluiden. Overtuigende show!

 

Ook Oscar Smit is kort over zijn hoogtepunten. Het Amerikaanse duo Lucky Dragons en het nieuwe project van Vincent Koreman, Teen Radiation, waren in zijn ogen de absolute klappers.

 

Als laatste recensent vroegen we Arjan van Sorge  naar zijn mening. De eerste editie van het Sound Of The Underground (SOTU) festival in Amsterdam maakt de naam waar. Verdeeld over vijf locaties op relatief korte afstand van elkaar spelen vage, obscure en moedwillig experimentele bands en acts drie dagen lang een bijzondere rol in het Amsterdamse muziekleven. Veel variatie in het aanbod, enthousiaste vrijwilligers, een redelijk strakke planning en een heus festivalboekje met echte timetable laten blijken dat niet-commerciële muziek ook (nog steeds) een leven heeft. Per dag kost een ticket een tientje, en drie locaties zijn gratis toegankelijk of er wordt slechts om een donatie gevraagd. De publieksopkomst kan zeker beter, maar dat is dan voor een volgende aflevering van het festival. Opvallend is dat alle organisatoren ook een of meerdere optredens hebben; wat dat betreft lijkt het een uit de hand gelopen eigen feestje. Gelukkig is SOTU meer dan dat.

De voormalige atoomschuilkelder onder de Vondelparkbrug is niet de plek waar in de zestiger jaren in het eerste Nederlandse jongerencentrum Pink Floyd en Frank Zappa speelden, dat is een deur verderop – maar evengoed is het de gezelligste spot van SOTU. Het Schijnheilig collectief organiseert er al een tijdje concerten, films, exposities en andere creatieve uitlatingen, met mensen die – vrijwillig – meer door plezier gedreven worden dan door geld. Een podium is er niet maar dat maakt weinig uit, want in de Vondelbunker zijn artiest en publiek toch al redelijk met elkaar versmolten. Vrijdagavond doen een truttig geklede vrouw en een schonkige blanke rastaman zich tegoed aan bier en knetterharde noise vanaf de draaitafels, en ze lijken hun doel bereikt te hebben als het publiek en masse buiten gaat staan. Het duo en twee headbangers willen het nog harder hebben maar de geluidstechnicus ziet het nut er niet echt van in… Het Plattetozti Noise Orkest is een samenraapsel van de labels Plattegrond en Toztizok Sounds en neemt de grommende ruis subtiel over, maar naarmate het aantal muzikanten toeneemt wordt de chaos van deze labeljam steeds groter en verzandt het geheel in onduidelijk geïmproviseer. Buiten worden twee fietsen rondgereden met grote speakers voor- en achterop, met noisetonen die afhankelijk van de fietssnelheid hoger of lager / sneller of langzamer gaan. De brug vormt daarbij een mooie klankkast. Het is bijna middernacht maar de gegoede burgerij rond het Vondelpark stoort zich er blijkbaar niet aan.

In OT301 bouwt Heatsick (Steven Warwick, Berlijn) met een casio laag voor laag hypnotiserende technotracks op, maar met zijn ritmes en melodieën komt hij toch ook weer niet echt veel verder dan een soort alternatieve hotelorganist. Het publiek begint er eerlijk gezegd wel wat op stoom door te komen… In het aangrenzende café-restaurant speelt de De-Peper-Free-Form-Improv-Music-Group met een vreemde combinatie van drums, bas, cymbalom en bandrecorderloops een zich gestaag ontwikkelend trance-iets. De groep is samengesteld uit parkmuzikanten, conservatoriumstudenten en doe-het-zelvers, en heeft aardig wat tijd nodig om in te komen. In de OCCII speelt het Griekse Bazooka, labelgenoot van Acid Baby Jesus dat net een sterk debuutalbum op Slovenly Recordings uit heeft. Het gebrek aan goede liedjes denkt het drietal op te vangen door een oorverdovend volume, zodanig dat het zelfs bij geharde OCCII-bezoekers wat verbazing wekt. Maar psychedelisch en ruig is hun mix van grunge, punk en sixties trashrock zeker.

Bazooka

Bazooka

Zaterdagmiddag bijt de Vondelbunker de spits af met etherisch gitaarspel van Yutaka Hoshino, die onder de naam Treehouse een verzorgd maar wat saai en statisch optreden geeft. De zachte en vriendelijk getoonzette muziek combineert niet met  het donderende geraas van de overrijdende trams, en Yutaka schrikt vooral in het begin op van het contrasterende geluid. Indias Indios (Benjamin Altermatt, Berlijn) komt daarna met een mix van oude, opzettelijk verkeerd afgespeelde vakantiefilms uit Azië, aangevuld met vervormde stemmen, omgevingsgeluiden en lieflijk glijdende synthesizerklanken. Even later vormt snarengetokkel het vertrekpunt voor geluid dat gaandeweg afdrijft naar noise en vervormde radiostemmen.

Astropietra/Sea Urchin

Astropietra/Sea Urchin bestaat uit de Italiaanse Francesco Cavaliere en de Egyptische Leila Hassan, en zorgt voor de eerste aangename verrassing van deze middag. Schudden met belletjes wordt gecombineerd met spacegeluiden en vaag gestommel uit een stuk of vijf cassettedecks, en van een simpele maar doeltreffende lichtshow voorzien. Het licht bestaat uit slechts een fel spotje, wat prisma’s, kristallen, spiegeltjes en lenzen, die betoverende en kleurrijke vormvariaties laten zien op de grauwe bunkermuren. Vanuit de cassettes sijpelen langzamerhand vette en met veel ruimte omgeven beats door de mixer, die de in trance bewegende Francesco en de gehypnotiseerd de toetsen beroerende Leila – plus publiek – naar hogere sferen brengen. Pure magie. Van de technische problemen waar ze mee te kampen bleken te hebben, was daarbij niets te merken.

De Amerikaanse PAK (Lauren Pakradooni) heeft op ooghoogte een aantal cassettedecks en gitaareffecten bovenop de rand van een houten pallet gezet, en laat met de rug naar het publiek gekeerd wat noise horen, niet meer of minder. Tweede hoogtepunt van de middag is het optreden van Dolphins Into The Future van de Vlaamse Lieven Martens, die met natuurgeluiden (vogels, water) en subtiele elektronica voor even het beton, de trams en de muffe keldergeur doet vergeten. Een ouwe rot in het vak deze dolfijnenman, die zonder projecties, vrijwel bewegingloos en met het zicht strak op het laptopscherm, met golvende, glijdende tonen en diffuse beats een mystieke wereld oproept. Dat hij daarbij weinig ter plekke toevoegt aan zijn van tevoren gemixte materiaal maakt het niet minder boeiend… DITF is trouwens ook een van de weinige artiesten die af en toe tussen de muziekstukken door uitleg geeft aan de aandachtige toehoorders – maar met zijn obsessie voor de geschiedenis en toekomst van tropische eilanden heeft hij dan ook duidelijk een verhaal te vertellen.

Zaterdagavond speelt het Rooie Waas in de Vondelbunker. Eigenlijk een soloproject van Gijs Borstlap, een gitarist die al eerder in noisebands als Heroface en The KGB  speelde. In september komt het debuutalbum uit op Narrominded, maar dan met Gijs als mompelende, stuurse poëet, die zijn repetitieve, Nederlandstalige teksten op een rauw spijkermatras van overstuurde en tot op het bot gestripte industrial hiphopbeats laat schuren. De elektronische drums zijn niet helemaal goed afgesteld waardoor de muziek ietwat aan kracht verliest, maar de set is evengoed overdonderend, en de door de vierkoppige band geproduceerde energie is zeker goed voor een jaar overleven na een nucleaire fall-out. We zitten goed in deze bunker! Een flinke steenworp verderop, in de OCCII, doet Gum Takes Tooth uit Londen de Apocalyps nog eens dunnetjes over, met twee drummers die zich tribaal uitleven op donderende drums, dicht op de huid gezeten door het derde bandlid dat allerlei elektronische effecten door de muur van (ritmisch) geluid heen foefelt en van een soort hypnotiserende zang probeert te voorzien. Twee drummers aan het werk leidt vaak tot een vol geluid, maar in deze combinatie spat de intensiteit er pas echt helemaal vanaf. De hippiedans en de fluwelen zang van de gangmaker versterken het geheel niet echt, maar de beats staan als een bunker.

Basketball

Tussendoor vond dan nog de grote vraag van de avond plaats, namelijk wat de doorsnee latin van Bomb Diggy op een festival als dit doet? Reden te meer om van OT301 naar de OCCII te verkassen… Daar gaat Eva van Deuren onder de naam Orphan Fairytale met uitgekiende, fijnmazige ritmes aan de slag, onder de projectie van wat obligaat filmmateriaal. De neo-acid van Antwerpenaar Eric von Stroheim – onder de naam Hungry Soul – sluit daar mooi op aan, en zijn gelaagde en stuiterende beats zijn al  snel aanleiding voor het publiek om wat aan beweging te gaan doen. Terug naar OT301, waar het even wachten is op het zonderlinge kwartet met de doodnormale naam Basketball, met bandleden van over de hele wereld (Bosnië, China) die elkaar in Canada hebben leren kennen. Mafkezen eerste klas, een soort hippies gedrenkt in GHB, lijzig en lanterfantend wandelen ze door de muziekgeschiedenis, en ondanks hun onmogelijke ritmes, kosmische gitaarspel en warrige prietpraat komen ze toch steeds weer uit op krakers die de dansvloer doen schudden en in een vaste greep houden. Het adembenemende bewijs dat je een boek niet op de cover moet beoordelen. Daarna, straight from Bangladesh: Narain Ashad die met wat cd-spelers en een microfoon een gelikte maar toch losse en leuke DJ-set neerzet. Alles aan de beats is tropisch, en gaat er bij de dansers in als zoete koek.

Zondagmiddag in OV Budapest is gewijd aan de wat meer verfijnde klanken. Het buurthonk van de bewoners van het WG-terrein is slechts twee middagen per week in werking, en stelt nu haar deuren open voor SOTU. De bierkaart is – zeker voor zo’n kleine gelegenheid – ongeëvenaard, de hapjes zijn met liefde gemaakt en via donatie verkrijgbaar. De zon schijnt en Chant & Chicory speelt dus buiten, naast een enorme boeddha en een klaterend fonteintje. Een mooie match, want het door akoestische gitaar en viool voortgedreven samenspel is zacht en dromerig en vloeit aangenaam kabbelend voort in een hypnotiserende cadans. De perfecte festivaluitsmijter, zeker op een zondag na twee dagen sonisch geweld. Het gezelschap had slechts drie keer geoefend, maar op deze middag is er net die vonk, de magie die alles vloeibaar en hypergevoelig maakt. Voor herhaling vatbaar, uitgezonderd de niet geplande, overstuurde piep aan het eind natuurlijk.

Sleep Gunner

Een overgevoelige buurtbewoner die waarschijnlijk dacht aan het einde van de week loom en lekker te genieten van zijn oude en vertrouwde kroegje, trekt het in blues en country gedrenkte gitaarspel van Sleep Gunner niet, en flipt helemaal. Intelligente en gedreven uitgevoerde bewerkingen van de jaren 1950 muziek van The Louvin Brothers blijken zelfs op zo’n heerlijke en relaxte soort van afterparty teveel te kunnen zijn – ziedaar het bestaansrecht van een festival als SOTU, en de vooroordelen waar undergroundmuziek nog steeds mee te kampen heeft. De messcherpe en met liefde bewerkte blues kan gelukkig wel tegen een stootje, en vriendelijk genoeg besluiten Mark Morse en Jeroen Kimman om de pijn voor de buurtbewoner(s?) wat te verzachten. Een aardig gebaar, maar festivalmanager Frank Schouten heeft wat minder op met zulke feestverstoorders. Gelijk heeft-ie, underground heet niet voor niets zo en zal altijd wel mensen een onaangename verrassing bezorgen – het grootste deel van de mensheid zelfs. Maar SOTU heeft bewezen dat er echter genoeg te genieten is in de ondergrondse en tegendraadse muziekcultuur, en dat er nog een wereld te winnen valt.

 


Reacties