Blog Magazine

Report: Online Radio


Er zijn al vele vlaggetjes, verjaardagstaarten en kaarsjes voorbijgekomen. Online radio is haar prille jeugd ontgroeid en heeft zich gevestigd als medium om rekening mee te houden. Gonzo (circus)’ Allart van der Woude sprak met oprichters, liefhebbers en auteursrechtenorganisaties over waar online radio zich nu bevindt: waar knelt ze en waar floreert ze?

Online radio gaat al een poosje mee. De volgende stations verdienden eervolle vermeldingen: dublab in LA (begonnen in 1999), New Yorks East Village Radio en ook Ferenc van der Sluijs’ CBS/Intergalactic FM-imperium in onze eigen Lage Landen. Vanaf grofweg 2010 kent het radiolandschap echter een wereldwijde en vooral beeldschone wildgroei aan stations. Nu ook de grote namen van deze generatie (het Amsterdamse Red Light Radio, NTS in Londen, Berlin Community Radio) gestaag in leeftijd toenemen, tekent zich af welke rol online radio heeft aangenomen: een muzikaal toonaangevend medium, dat steden in staat stelt hun eigen culturele uithoeken te verenigen en daarmee internationaal veelal jonge, toegewijde luisteraars te bereiken. Derek Walmsley van ‘The Wire’ noemde online radio al eens een virtuele platenzaak, waar liefhebbers rondhangen, discussiëren en vooral liefdevol over de omvang van hun muziekbibliotheken pochen – maar dan grenzeloos toegankelijk, met een openbaar archief.
Als een oprechte liefhebber van online radio ben ik louter enthousiast over deze groei tijdens de laatste jaren. Het is echter belangrijk dat dit medium de ruimte krijgt om zich gezond te ontwikkelen. Een aantal knelpunten lijkt mijns inziens bij alle stations op te duiken. Hoe zit het bijvoorbeeld muziekrechtelijk – op welke wijze kan het uitbetalingssysteem eerlijker en vooral begrijpelijker worden gemaakt? Hoe kunnen de radiozenders hun archieven stroomlijnen en zekerstellen, en in hoeverre kan Mixcloud daarin voorzien? Als medium geniet online radio bovendien de uitzonderlijke positie wél toegang te hebben tot een overwegend jong publiek, maar níet te worden gewantrouwd. Hoe kunnen radiozenders die proberen verschillende vormen ‘serieus’ discours uit te zenden, daarin beter slagen in de toekomst?
Allereerst moet gezegd worden: niets dan lof voor de huidige staat van dienst van online radiozenders. Voor muziekliefhebbers zijn steden gaandeweg onlosmakelijk verbonden met hun stations: platforms waardoor lokaal talent zich heeft kunnen ontwikkelen, en waardoor mensen aan de andere kant van de wereld zich in nagenoeg elke scene kunnen verdiepen. Niet alleen puur muzikaal worden er grenzen overschreden. Zoals curator en radiomaker Femke Dekker afgelopen jaar onderstreepte tijdens het Online Radio Festival – waarvan de discussies via de Mixcloud van The Rest Is Noise is terug te luisteren – ‘het feit dat vier (van de vijf) deelnemers van paneldiscussie over online radio vrouwen zijn, zegt al genoeg over wat online radio kan betekenen.’ In tegenstelling tot traditionele radiozenders zijn er geen hooghartige muziekredacteurs en geen veelvoud aan barrières die je moet overbruggen voordat je zendtijd bemachtigt. ‘Je hebt simpelweg minder gatekeepers. Bij ons loop je zelfs letterlijk direct de studio in, als je wilt,’ voegde Tabitha Thorlu-Bangura van NTS daaraan toe. Gevestigd in een bescheiden hokje aan het Londense Gillett Square bedient het station duizenden luisteraars wereldwijd, terwijl af en toe het geluid van ernaast gelegen snackbars, kapperszaken en skaters te horen zijn.

Kiosken
Het valt op dat de stations bijzonder plaatsgebonden zijn. Amsterdams eigen Red Light Radio (RLR) vind je tussen de peeskamers op de Amsterdamse Wallen, en kun je je ondertussen moeilijk op een andere plek voorstellen. Hetzelfde geldt voor The Lot Radio in Brooklyn. Gelegen op een bescheiden, voorheen verlaten driehoek tussen industriegebouwen en een kerk, is de zeecontainer met studio en kiosk ferm verankerd in de gemeenschap – letterlijk en figuurlijk. Tijdens mijn bezoek aan het radiostation wijst de geboren Brusselaar François Vaxelaire, die The Lot Radio twee jaar geleden opzette, op een al dan niet legaal gespannen kabel die vanuit de studio, via meerdere bomen, in de kerk verdwijnt. ‘Zonder hen geen internet,’ lacht Vaxelaire. ‘Maar daar houdt het niet bij op. Wij zochten een ruimte voor optredens, het kerkbestuur wilde het orgel laten restaureren. Een jaar lang hebben de opbrengsten van onze concerten voor de restauratie betaald.’ Kiosken zijn blijkbaar geliefd. Brussels eigen Kiosk Radio spreekt voor zich, en ook dublab in Keulen heeft er eentje. Joscha Creutzfeldt, de oprichter van dublab.de: ‘Normaal gesproken hebben we een eigen studio, een beetje afgelegen, maar in de zomer trekken we weer naar het Ebertplatz, middenin de stad.’ Op het plein, in een kiosk, gaan de shows dan verder. ‘Zo kunnen we ook live met Keulenaars over hun stad praten – wat ons internationale publiek geen barst interesseert, maar voor ons wél belangrijk is.’
Bij het bezoeken en bewonderen van de verscheidenheid aan online radiostations valt op dat het sommige voor de wind gaat, maar voor het gros is het liefdewerk oud papier. Vooral de beginjaren zijn bijzonder precair en gaan vaak gepaard met het opofferen van spaargeld en vrije tijd. Is er verder nog iets? ‘Ja, gewoon heel hard werken,’ vertelt oprichter Hugo van Heijningen in het kantoortje boven de studio van RLR. ‘Een baan hebben en elk vrij uurtje investeren in een platform waar je gelukkig van wordt. Ik heb altijd in bands gespeeld en kwam dan voor een kratje bier opdagen. Hier was dat hetzelfde, maar dan minus het kratje bier.’ Na bijbaantjes, een crowdfundingactie en steun van de stad tijdens de eerste prille jaren, weet RLR een sterk merk op te bouwen, en daarmee partners te vinden in commerciële namen (Jägermeister, Converse) en instituten (Gerrit Rietveld Academie, EYE Filmmuseum); partnerschappen die het runnen van de radiozender financieren. Ondertussen nemen de online radiozenders ook de rol van curator aan op festivals ‘van São Paulo tot Sint-Petersburg’, iets waarvoor organisatoren graag geld lijken te betalen: een aantrekkelijke naam die zelf voor een podium zorgt én wereldwijd uitzendt. ‘Het is gewoon een logische deal: het scheelt zo’n festival een hoop kopzorgen,’ stelt ook Creutzfeldt van dublab.de, die jaarlijks bij Meakusma de ‘Sleepless Floor’ voor zijn rekening neemt. ‘Wij doen wat wij goed kunnen: we leveren ons netwerk en onze techniek.’ Deze formule van partnerschappen en curatorschap voert als zakelijk model de overhand, er zijn echter ook alternatieven. The Lot Radio serveert koffie en bier, min of meer direct vanuit de studio, RLR heeft ook nog een winkel met merchandise geopend en NTS verkocht zendtijd, net als de traditionele piratenradiozenders destijds. Dan is er natuurlijk nog subsidie, die echter zelden met de regelmaat of omvang komt die een gezond station nodig heeft.

Stadsteun
Nu is een gebrek aan subsidie niet aan de radiozenders voorbehouden, maar vandaag de dag is de precaire situatie bijzonder problematisch. Dit uit zich vooral in het schijnbare onvermogen van online radiozenders om zowel collectief als intern stelling te nemen tegenover structurele, gezamenlijke uitdagingen. Het jongleren van partnerschappen, kiosken, winkels en de immer wederkerende subsidieaanvragen, drijft de focus verder en verder af van het daadwerkelijke radiomaken. Thema’s als systematische en toegankelijke archivering, een transparanter muziekrechtenbeleid en aandacht voor politieke content, zouden bijzondere baat hebben bij het ontlasten en verenigen van radiostations, mogelijk gemaakt met een doorlopende, non-commerciële inkomstenbron – zoals subsidies.
Waarom zijn steden zich schijnbaar niet bewust van de duidelijke meerwaarde van dergelijke radiostations, en daarmee bereid hun actiever te ondersteunen? In het muzikale milieu van een stad is een goede radiozender nu al duidelijk toonaangevender dan podia. Eventuele steun zou de slanke organisaties met relatief weinig steun kunnen laten uitgroeien tot een gezonder en breder medium dan het nu is. Ondertussen richt een Amsterdammer zich eerder tot RLR dan de Melkweg voor muzikale duiding. ‘Dat was natuurlijk ooit anders,’ onderstreept Radna Rumping, radiomaakster en oprichtster van Ja Ja Ja Nee Nee Nee Radio en het Online Radio Festival in Amsterdam. Tijdens dit tweejaarlijkse festival in het Muziekgebouw aan ’t IJ komen online radiozenders samen, om – niet geheel verrassend – radio te maken. Belangrijker nog is dat de makers de kans krijgen elkaar te ontmoeten, een van Rumpings doelstellingen. ‘Iedereen was zijn eigen ding in een of andere stad aan het doen. Het leek mij een geschikt moment die mensen bij elkaar te brengen.’ Het publieke festival koppelde concerten van grote namen uit de undergroundscene aan eigenzinnige radioshows, een line-up die gezamenlijk is gecureerd door de uitgenodigde stations, en openbare discussies werden gehouden. Er werd gesproken over financiering, sociale projecten, politieke plichten en, héél kort: over muziekrechten.

Referentierepertoire
Als diep in de muziek gewortelde gemeenschap zou je denken dat er omtrent copyright en royalty’s duidelijk stelling wordt genomen bij online radiozenders. Doorgaans is iedereen het inderdaad met elkaar eens: geen slapende honden wakker maken. Murky waters, onbegonnen werk, mijnenveld, en ‘reine teleurstelling’ zijn steekwoorden voor de houding van radiozenders ten opzichte van copyright. Er zijn twee vlakken waarop dit zich uit: live-uitzendingen en het online archief. Voor het eerste geldt normaal gezien een forfaitair bedrag dat wordt afgedragen aan organisaties als Buma/Stemra of Sabam. Een tarief wordt online radiostations in rekening gebracht, naar omzet (Nederland) of zendtijd (Duitsland, België). Daar waar Sabam in België ter identificatie van muziek nog de mogelijkheid geeft om jaarlijks een grof geschatte playlist in te dienen, worden tracklists in Duitsland en Nederland geheel geweerd. Het bedroevende ‘referentierepertoire’ wordt ingezet, waarbij muziek wordt geïdentificeerd aan de hand van een schatting die uitgaat van het repertoire van grotere radiostations. RLR’s ode aan de underground, aan alle non-commerciële uithoeken van de muziek, draagt dus via 3FM’s muziekredactie geld af aan Calvin Harris en Ed Sheeran. ‘De kosten wegen in dit geval niet op tegen de baten als het gaat om het een-op-een verwerken van de gespeelde nummers,’ vertelt Buma/Stemra. Dat is inderdaad hetzelfde Buma/Stemra dat op een beleggingsfonds zit van meer dan tweehonderd miljoen van ‘geld dat wacht op uitkering aan rechthebbenden.’ Ergens schuurt dit. Nu zijn zulke praktijken, hoofdzakelijk mogelijk door de de facto monopolies van dergelijke instituten, nagenoeg niet te voorkomen of te bestrijden. De gemiddelde radiomaker betaalt zijn licentie, en daarmee klaar. Aangezien copyright een internationale beerput van rechtelijke ellende lijkt te zijn, houdt iedereen zich verder stil, begrijpelijkerwijs.

Mixcloud
Eén organisatie die vitaal is voor online radio, heeft het echter anders aangepakt: Mixcloud. Nagenoeg alle grote radiostations maken dankbaar gebruik van de Britse archiefdienst. Die is namelijk gratis te gebruiken, min of meer overzichtelijk, en gemakkelijk (alhoewel beperkt) te implementeren in een website. Alleen al het archief van NTS beslaat inmiddels vier jaar aan ononderbroken audio, tegen de tijd dat dit artikel uitkomt zal daar nog een kwartaal aan zijn toegevoegd. Het is een overweldigende chaos, waardoor je je op de NTS-website kunt navigeren dankzij zorgvuldige tags, shows en vindbare tracklists; een indrukwekkende investering van webdevelopment en administratieve moeite die niet alle stations kunnen of willen opbrengen. De waarde van zo’n databank valt niet te onderschatten. Een publiek toegankelijk archief van bijvoorbeeld piratenradio in de jaren 1980 zou het mogelijk maken minutieus de ontwikkeling en verbreiding van muziek te volgen. Maar dat niet alleen: er zijn honderden kleine bands, nooit uitgebrachte tapes en persoonlijke interviews ‘in de ether’ geweest die, in tegenstelling tot commerciële uitzendingen, nooit zijn opgenomen. Bij online radiostations vergt het opzetten en beheren van een dergelijk archief een tijdsinvestering die onbetaalbaar lijkt te zijn voor hen die wél jaren aan content bezitten, maar níét over de organisatorische capaciteiten beschikken om daarvoor manuren uit te trekken. Waar de radioshows op inhoudelijk vlak een lokaal karakter hebben, hebben ze wel de vorm waarin ze worden getoond gemeen: op basis van series, labels, genres enzovoort – een vruchtbare grond voor samenwerking.
Een gestroomlijnd archief of niet, een acuter euvel blijft het feit dat alle bestanden bij een derde partij liggen. Waarom maakt dat iets uit? Laten we hiervoor naar een waarschuwende casus kijken: SoundCloud. Dit Berlijnse bedrijf vervult een soortgelijke rol als Mixcloud, maar richt zich minder op de longform audio en meer op muziek gemaakt door de gebruikersgemeenschap. Het platform was jarenlang populair voor dj-sets, edits, radioshows en andere vormen van langere, veelzijdige stukken muziek. Deze verhouding verzuurde toen de dienst op grote schaal in de problemen kwam door copyrightclaims, een hindernis waar het bedrijfsmodel duidelijk niet tegen bestand was. SoundCloud viel bij gebrek aan alternatieven terug op een ongeliefde tactiek die de marktwaarde van het bedrijf heeft doen kelderen, en waarbij honderden banen verloren gingen. Door middel van antipiraterijsoftware werd op grootschalige wijze content verwijderd en werden accounts geblokkeerd, waardoor bijvoorbeeld RLR zich gedwongen zag zijn gehele archief te verhuizen – een ontwikkeling waarbij niet alleen veel data, maar ook luisteraars verloren zijn gegaan.

Streamingroyalty’s
Daar waar SoundCloud nooit van plan was rechten uit te betalen, laat Mixcloud zich voorstaan op precies het tegenovergestelde. Tien jaar geleden begon het bedrijf een lang proces van deals sluiten met alle belanghebbenden partijen – uitgeverijen, grote labels, en organisaties als Buma/Stemra – om hun stukken te mogen aanbieden. Dit ogenschijnlijk eerlijkere model brengt ook een zwakte met zich mee. Mixclouds grootste punt van trots – het opzetten van een bedrijf zonder investeerders – lijkt te zijn gebroken door de (onverwachte) verhoging van streamingroyalty’s in de VS, afgelopen januari. Drie maanden later kondigde Mixcloud aan elf miljoen dollar te hebben aangenomen van investeringsmaatschappij WndrCo, waarbij deze partij een aanzienlijke inspraak in het bestuur heeft gekregen. De streamingroyalty’s zijn voor Mixclouds model een onheilspellende ontwikkeling, een dreiging die niet alleen uitgaat van de VS. Buma/Stemra’s en Sabams Britse evenknie, PRS for Music, stelde bijvoorbeeld afgelopen jaar nog dat het dichten van de betaalkloof – oftewel de oneerlijke verhouding tussen streamingroyalty’s en andere vormen van muziekconsumptie – tot hun grootste prioriteiten behoort. De vraag is dan: kan Mixcloud deze tendens overleven zonder ingrijpende veranderingen voor gebruikers? Wanneer ik met Mixcloud spreek, laat het bedrijf weinig los over toekomstbeelden. ‘Bruggen slaan binnen de gemeenschap’, ‘een betrouwbare partner zijn’ en soortgelijke spreuken worden in overvloed geuit; technische vragen over hun overeenkomsten met organisaties van rechthebbenden, evenals hun plannen voor betaalde accounts, worden veelal doorverwezen naar ‘ergens later dit jaar.’ Het is wellicht tijd dat online radiozenders, zoals door I-F voorgesteld op het Online Radio Festival, de handen ineenslaan en een eigen platform scheppen: het talent, het netwerk en de gemotiveerde achterban is voorhanden. Het is verstandig de vraag te stellen hoeveel massale verhuizingen de gemeenschap kan doorstaan, voordat die tijd daadwerkelijk aanbreekt.

Politiek
Een punt dat voor mij van persoonlijk belang is, is het politieke vermogen van online radio. Duizenden toegewijde, hoofdzakelijk jonge luisteraars worden dagelijks bereikt: een demografische groep waartoe traditionele media doorgaans geen toegang meer hebben. Als platform met deze uitzonderlijke rol, kun je je afvragen of radiozenders zich zowel als bron van maatschappelijke kennis als kritiek moeten beschouwen. ‘In het huidige politieke klimaat moeten we eenvoudigweg stelling nemen, want de meeste mensen drijven af richting een populistische, neoliberale positie. We hoeven niet te pushen, maar een verantwoordelijkheid hebben we wel,’ stelde Femke Dekker afgelopen jaar tijdens het Online Radio Festival. Dat is iets dat radiozenders vanzelfsprekend niet graag horen, maar wel een feit blijft. Een ander niet te bestrijden gegeven is dat het maken van een sterke non-muzikale show simpelweg een uitdaging is, iets dat ook blijkt uit de eigen ervaringen van de radiostations. NTS lanceerde haar tweede kanaal, dat zich richt op ‘vooral gesproken content … meer in de richting van radiodocumentaire,’ zoals oprichter Femi Adeyemi destijds in een interview toelichtte. Van deze voornemens is anno 2018 weinig over. NTS staat daarin niet alleen: meerdere stations programmeerden aanvankelijk discussies en lezingen, om daar vrij snel weer de stekker uit te trekken.
Aan de wil lijkt het de radiostations niet te ontbreken; de oorzaak ligt dus elders. ‘Ik kan me voorstellen dat het ook met de economie van de organisatie van radiostations maken heeft,’ vertelt Radna Rumping. Dj’s, labels en promoters draaien zonder een vergoeding daarvoor te krijgen, omdat de publiciteit die ze daarmee genereren ze doorgaans meer boekingen of bezoekers kan opleveren. ‘Maar als jij een paneldiscussie organiseert of een lezing, dan word jij daardoor niet op een feestje geboekt. De show is jouw doel.’ Een uurtje non-muzikale radio kan met gemak meerdere dagen aan voorbereiding vergen, wie gaat zoiets onbetaald doen? Faciliteert het huidige economische model zulke inhoud überhaupt? Het antwoord ligt wellicht bij samenwerkingen die academisch-politieke achtergronden met de normale programmering verenigen.

Lef
Zo leent dublab.de eens per maand de studio uit aan het Institut für Betrachtung, een collectief van kunsthistorici, die bijvoorbeeld in een aflevering over Sun Ra via afrofuturisme bij een bespreking van rassenongelijkheid terechtkomen. Voor NTS gingen journalisten van ‘The Wire’ uitvoerig in op Turkse psychedelische rock, om daarbij ook de maatschappelijke ontwikkelingen van de jaren 1970 te analyseren. Het hoeft ook niet strikt volgens deze formule, meer shows waarin wordt gesproken over het nieuws van de dag zouden al een groot verschil maken. ‘Neem bijvoorbeeld Charlie (Bones, van NTS), die vertelt over zijn dag, over waar hij mee zit. Hij maakt grappen, stelt vragen aan de luisteraars – zo kan het ook,’ zegt Rumping. Wat dat betreft kan er wellicht meer lef worden getoond, met persoonlijke uitzendingen die licht werpen op de maatschappij. Uiteindelijk mag een instituut ook zijn publiek willen informeren. In dit geval komt het de radiostations direct ten goede. ‘We gaan geen subsidie krijgen zolang we onze regering niet veranderen,’ aldus Thorlu-Bangura.
Dan popt direct een lastige tegenstelling op. Enerzijds hebben stations subsidie nodig om een gezonde groei door te kunnen maken, anderzijds zijn ze gebonden aan commerciële partijen, die hun politieke statements onvermijdelijk inperken. Als tegendraads platform kun je moeilijk anti-establishment zijn en maatschappijkritische projecten uitvoeren die het logo van een multinational dragen. Om het eenvoudiger te zeggen: branded content bepaalt zeker niet de inhoud, het beperkt wel de boodschap. Kijk bijvoorbeeld naar Red Bulls media-imperium, met een sterke radiozender, academie en journalistiek orgaan, dat zich toelegt op de zogenaamde underground, terwijl het merk zelf toch ethisch ietwat dubieus blijft. Het ontbrak Londons voormalige Radar Radio (opgezet met ‘fout’ geld) hetzelfde soort vertrouwen, dat toch een vereiste is voor een platform dat door, in en vooral vóór een gemeenschap ontstaat. Het is voor andere stations hierdoor een opgave een balans te vinden: tussen het recht tot spreken enerzijds en het comfort van commerciële partnerschappen anderzijds.

Muziek
Gemakshalve zal ik mijn oorspronkelijke woorden herhalen: de staat van dienst van online radiozenders verdient niets dan lof. Online radio is een onmisbaar cultureel medium dat een ongelooflijke invloed heeft op hoe steden zichzelf organiseren en waarnemen, door middel van een simpel maar robuust platform waarop ieder zich kan laten horen. Tegelijkertijd ben ik er zonder twijfel van overtuigd dat ze zich nog veel verder kan ontvouwen, een ontwikkeling waarvoor steun en samenwerking nodig is. Als de radiostations van een bescheiden maat van financiële zekerheid worden voorzien, ontstaat voor hen de mogelijkheid om, hopelijk verenigd, structurele uitdagingen aan te gaan die wellicht spoedig dringend worden. Zo heeft misschien elke wezenlijke stad over tien jaar een online radiostation, verankerd in de muzikale gemeenschap, met een eigen openbaar archief, eerlijke royaltybetalingen en de ruimte voor maatschappelijke reflectie. Maar toch vooral muziek. Véél, van alle soorten, de hele dag door. Laat ons niet vergeten – leve de radio!

Comments


Dit artikel verscheen eerder in GC #146.

Koop deze editie in onze webshop!

Reacties




%d bloggers liken dit: