We spraken na afloop van deze Summer Bummer een paar kameraden die hadden beslist om een festivaleditie over te slaan omdat ze drie dagen vrije muziek misschien toch van het goede een beetje te veel vonden. Fair enough, twee dagen vrijheid is misschien al griezelig in tijden waarin vrijheid op meer dan één manier een schaars goed is geworden, maar doe ons toch maar een extra dagje paradijs.
Bart van Dongen en Antoon Versteegde (NL)
Peter Brötzmann, Roscoe Mitchell, Ornette Coleman, Moki Cherry… Vrije muziek en beeldende kunst zijn altijd nauw verbonden geweest. Sinds Summer Bummer zich in Trix afspeelt, heeft het festival beschikking over een ruime tuin. Een ideaal ‘dorpsplein’, waar je tussen concerten door kan eten, schommelen, konijntjes spotten, verbroederen met nieuwe en oude muzikale vrienden. En dit jaar kon je er ook muzikale installatiekunst ondergaan. Bart van Dongen (van het Eindhovense POM) en Antoon Versteegde bouwden samen ‘Electric Grand’, een installatie van bamboe, waaraan 72 bloempotjes met ingebouwde speakers opgehangen zijn. Die speakers zijn op hun beurt met piezo-microfoons verbonden met de 72 toetsen van een elektrische piano. Dagelijks speelt Van Dongen er meerdere improvisaties op, terwijl het publiek vrij kan rondwandelen doorheen de installatie, om zo zelf mee het klankbeeld te bepalen. Als we op zaterdag aankomen laat Craig Leon (zie dag één) zich door Van Dongen uitleggen hoe de installatie werkt, om er daarna zelf mee te experimenteren. Fijn om te zien hoe een veteraan als Leon – die de eerste plaat van Ramones producete en Suicide scoutte als A&R-man – nog steeds op zoek is naar nieuwe geluiden.
1984: Sakina Abdou / Mariam Rezaei / Kobe Van Cauwenberghe (BE/FR/UK)
Sakina Abdou, Mariam Rezaei en Kobe Van Cauwenberghe delen een geboortejaar. Die groepsnaam was dus snel gevonden. Van Cauwenberghe introduceerde de samenwerking door op Summer Bummer 2024 Abdou uit te nodigen en eerder dit jaar betrok het trio een residentie in het Leuvense STUK. Inspiratie werd gevonden in Ursula Le Guins sci-fi-roman ‘The Dispossessed’ en het intervallensysteem dat Henry Threadgill uitschreef voor Zooid.
Het trio begint er ingetogen aan. Van Cauwenberghe lijkt aanvankelijk losse flarden uit zijn steelstring te schudden, terwijl Rezaei met haar turntables pedalsteel-achtige klanken tevoorschijn tovert. Stilaan zorgt Rezaei met in delay gedrenkte geluiden voor een beetje samenhang. Van Cauwenberghe op zijn beurt schakelt over naar elektrische gitaar om in duel te gaan met de circulaire lijntjes die Abdou uit haar sax haalt.
Voor het tweede stuk experimenteert Rezaei met saxgeluiden uit haar turntables, produceert Van Cauwenberghe langgerekte gitaarnoten, en ontstaat een kakofonie van in delay verzuipende turntable-klanken, waartegen Abdou’s meer lyrische spel een vleugje houvast biedt.
Wat later speelt Van Cauwenberghe bijna cartooneske gitaarlijnen, terwijl Abdou het op een shredden zet, en belandt het trio in een situatie van zelf-gegenereerde chaos, waarbij het lijkt of er tien verschillende alarmsignaalmelodieën door elkaar klinken. Net als we bedenken dat dit een heerlijke viering van anarchistisch lawaai is, gooit Rezaei er nog een verknipte hiphopbeat tegenaan.
Tegen het einde van de set tovert Van Cauwenberghe nog een akoestisch stukje, dat lichtjes naar countryblues ruikt. Net voor de finish terug naar de roots, na een set die ons alle hoeken van de grote zaal heeft laten zien…
Zinc & Copper (UK/GR/DE)
Robin Hayward (microtonal tuba, tuning vine) / Elena Kakaliagou (french horn) / Hilary Jeffery (trombone, trumpet) / Oei!
Zinc & Copper is de derde aanvulling op het programma die door Jakke Jalink en Eline Cremers van Oei! geselecteerd werd. In zijn inleiding geeft Master of Ceremonies Guy Peters een sneer naar de – toegegeven, stilaan op fascistoïde leest gerunde – gaststad. Dat zit zo: Zinc & Copper lieten zich voor ‘Words of Paradise’, dat ze vandaag brengen door Johannes Goropius Becanus, de zestiende-eeuwse etymoloog, die er na lang en secuur onderzoekswerk op uitgekomen was dat Brabants – Antwerps dus – het taaltje was waarvan Adam en Eva zich in de Tuin van Eden bedienden.
We kunnen u alvast geruststellen: er was weinig Antwerps te horen in de set van Zinc & Copper. Des te meer uitgepuurde koperklanken: het trio ging toch vooral aan de slag met microtonaliteit en natuurlijke stemmingen.
Om beurten produceren Hayward op zijn microtonale tuba, Elena Kakaliagou op hoorn en Hilary Jeffery op trombone korte stootjes klank terwijl een ononderbroken computergegenereerde toon klinkt van Tuning Vine, Haywards zelfontworpen interface voor microtonale tuning. Geduldig gaan de drie op zoek naar toon, Jeffery af en toe met een wah-demper op zijn trombone. Stilaan verandert de grondtoon, en een enkele keer doet iemand een voorzichtige uithaal, of legt Jeffery een zeldzame langere lijn neer.
Dat alles op een ongezien laag volume dat je er op den duur je eigen bloedsomloop hoort doorkomen. Zoetjesaan wordt er wat meer gelijktijdig gespeeld, en de digitale grondtoon wordt minder prominent, maar het minimalisme blijft de rode draad. Mensen met een beter ontwikkeld muzikaal oor, zullen vast nog veel meer gehoord hebben, maar ook voor luisteraars als onszelf, met een niet zo theoretisch ontwikkeld oor, was dit een fijne luistertrip naar een oord waar de omringende stilte net zo belangrijk was als de klanken die in dat territorium gespeeld werden.
OTTO: Camille Émaille / Gabriel Valtchev / Pol Small (FR)
Voor velen dé revelatie van gisteravond: Camille Émaille. Vandaag wordt ze in het trio OTTO vergezeld van Gabriel Valtchev en Pol Small. De drie, gehuld in ‘Justice en Palestine’-t-shirts hebben elk een tapan-drum omgegord, een op een grote floortom lijkende drum met oorsprong in de Balkan. Ze bouwen, temidden van het publiek, sereen op, spelen met dunne en dikkere stokken op verschillende delen van de drumvellen aan beide zijden van de trommels. Het spel aan beide kanten van de trommels geeft een ratelende klank, met luide uithalen, waarbij door een vel extra op te spannen een spectaculair, talking-drums-achtig effect geeft. Daarna volgt een ronduit woest, hamerend ritme, met wobbly geluidjes uit de tapan-drums. Gisteren vond Émaille met haar solo-opstelling het instrument heruit, maar vandaag keerde ze met het trio naar de originele oervorm terug. Ter voorbereiding van de finale zet ze zich nog achter een grote gong ageng (de grootste gong uit het gamelanspectrum), bedekt met cymbalen, om uit te pakken met een bijna industrieel ritme met een mysterieuze boventoon, die na afloop het publiek weer wild doen raden of er misschien elektronica in het spel was. Over de technische achtergrond van al die geluiden kwam er geen consensus, maar dat dit weer een hoogtepunt was, daar leek iedereen het wel over eens.
Space: Lisa Ullén (piano) / Elsa Bergman (bass) / Anna Lund (drums) (SE)
Lisa Ullén op piano, Elsa Bergman op contrabas en Anna Lund op drums: Space is welgesteld de ritmsectie van Anna Högberg Attack. Een pianotrio dus, dat toch weer iets helemaal fris uit die klassieke formule weet te wringen. Ten eerste door het unieke, van alle overbodig vet ontdane drumspel van Anna Lund: onwaarschijnlijk precies en efficiënt, vaak met niet meer dan een shakertje en wat basdrum, valt ze toch nooit zonder swing. Ullén grossiert in vinnige pianolijnen en duikt een enkele keer onder de vleugel van haar piano voor het betere plukwerk, en Elsa Bergman levert met haar snelle baslijnen een stevige ruggengraat, maar gaat ook af en toe abstracter, bijvoorbeeld wanneer ze er de strijkstok bijhaalt. Hoewel het trio vaak all-in gaat, spelen ze in se nooit een noot teveel, ook niet wanneer Bergman en Lund een uitzinnig bas-drum-duet aangaan. Een heerlijk lesje less-is-more.
Rodrigo Amado / David Maranha (PT)
De Portugese delegatie dan. MC Guy Peters heeft een stevige boon voor de Portugese scene en Rodrigo Amado heeft een goede band met het festival. De set die hij in 2018 met The Attic (met Gonçalo Almeida en Onno Govaert) op het festival speelde werd zelfs uitgebracht onder de naam ‘Summer Bummer’. David Maranha kennen we vooral van een magistraal concert in De Nor, met Richard Youngs en Chris Corsano. Vorig jaar brachten Maranha en Amado ‘Wrecks’ uit, waarop Maranha elektrisch orgel speelt en Amado sax. Is ‘Wrecks’ nog een zorgvuldig opgebouwde affaire, dan gaan Amado en Maranha voor dit concert meteen in overtreffende trap-modus. Vanavond speelt Maranha niet op een elektrisch orgel, maar op twee samplers volgetankt met Hammond-klanken, die via wat effecten door gitaarversterkers gestuurd worden. Op die manier legt hij een geluidstapijt van fel bewerkte, shimmery klanken, die voor Amado dienen om zijn soulvolle saxgeluid overheen te leggen, een combinatie van lange langoureuze lijnen met repetitieve melodieën, afgewisseld met hoge, extatische uithalen. Gedurende het hele concert betrappen we Amado niet op één maat rust, alsof hij bang is om de magie te onderbreken. Ondertussen blijft Maranha zijn waterval van overtonen over het publiek uitstorten, een enkel keertje variërend met een ijle, lichtjes overstuurde passage of een lijntje van Amado echoënd. Dit was muzikale topsport: een lang volgehouden powermeditatie die op geen enkel moment macho werd, een uitputtingsslag die louterend was voor alle aanwezigen.
Hamid Drake / Ava Mendoza (US)
Ava Mendoza is een prima voorbeeld van hoe op Summer Bummer ook naarstig aan de community gewerkt wordt. Op het binnenplein zie je artiesten die mekaar lang niet gezien hebben, of mekaar net ontmoet hebben, verbroederen. Mendoza is daarenboven één van de artiesten die doorheen het weekend regelmatig in de zaal te spotten zijn, om concerten van andere artiesten mee te pikken.
Hamid Drake stond op Summer Bummer 2022 Peter Brötzmann bij voor wat later zijn laatste Belgische concert zou blijken en speelde hij een gastrol op het concert van Christer Bothén, met wie hij een verleden aan de zijde van Don Cherry gemeenschappelijk heeft.
Mendoza speelt al een jaar of zes samen met Drake’s vaste baspartner William Parker, en sinds enkele jaren vormen ze met hun drie Circular Pyramid. Maar vanavond spelen Mendoza en Drake dus als duo. De set wordt opgebouwd rond Mendoza’s songs, met veel ruimte voor improvisatie. Drake legt een losse groove onder Mendoza’s hevig distorted gitaarspel, een soort woestijnblues, maar dan de Amerikaanse variant en niet de Afrikaanse.
In ‘The Shadow Song’ (uit ‘The Circular Train’, dat vorig jaar verscheen) toont Mendoza met een in reverb gedrenkte solo aan dat shredden geen vies woord hoeft te zijn. Als Mendoza na die song even tijd nodig heeft om haar gitaar bij te stemmen, speelt Drake dat moment met de vingers in de neus dicht met een verschrikkelijk ontspannen intermezzo, waarvan het smullen is.
Vervolgens zingt Mendoza over ‘’a tunnel under the ground, right under the border wall”, en we hebben door dat ze het over haar eigen situatie heeft, in de USA van vandaag, waar ook zij als Amerikaans-mét-paspoort, maar roots in Europa en Latijns-Amerika, moet vrezen voor de totaal waanzinnige raids van Trumps ICE. Waarbij elk woord urgent klinkt, een song als een gebed, en door de extra diepgang een waar pleidooi voor meer zang (én politiek) in de vrije muziek. Bovendien krijgen we er ook nog eens een spacey solo bovenop, compleet met Eddy Van Halen-tapping en een mineur gevechtje van Mendoza met haar microfoonstandaard. Alweer met een stevige twang in Mendoza’s gitaarklank, die David Toop (wiens eerste gitaarles The Shadows’ ‘Apache’ was) vast tof had gevonden. Onder al die heftigheid voegt Drake met zijn drum de nodige finesse toe.
Na een iets abstractere ingewikkelde solo van Mendoza, verzeilt het duo alsnog in een full-on improv-kraker. Drake haalt er uiteindelijk het tempo uit door met zijn handdrum aan de slag te gaan, te neuriën en te zingen Mendoza draait haar distortion naar beneden, en met de cleanere klank die daaruit resulteert, klinkt er plots wél iets Malinees door in haar blues.
Een terugkeer naar de basis, en daarmee een mooie kroon op tien jaar Summer Bummer.
We houden alvast vier dagen vrij in onze agenda voor 2026.
(Summer Bummer 2026 zal plaatsvinden op vrijdag 28 en zaterdag 29 augustus 2026)
