Deze editie van Soulcrusher ontvouwde zich als een strijdlustige viering van muziek die, hoe pikzwart en loodzwaar ook, kan samenbrengen. Bands pleiten vanuit Doornroosje te Nijmegen herhaaldelijk voor solidariteit en vormen een front tegen de kwade buitenwereld, met een line-up die deze editie meer afwisseling biedt dan de vorige. Dat voelt als een passende vertaling van een tijdsgeest waar men tussen zwaarmoedige wereldgebeurtenissen toch af en toe snakt naar wat luchtigs.
‘Let music save us all!’ scandeert healthyliving-frontvrouw Amaya López-Carromero (a.k.a. Maud The Moth) richting het einde van twee dagen Soulcrusher door de kleine zaal van Doornroosje. Het is een van de optredens in Soulcrusher die verlichting biedt. Want hoewel hun alternatieve rock in een flinke goth-saus gedoopt is, geven de zwevende en echoënde tonen van de band wat ademruimte tussen alle zware, lage black, doom en sludge waar de festival z’n identiteit vooral mee heeft opgebouwd. Een passende strijdkreet voor deze editie van het festival misschien ook wel, waar optredens zich kenmerken door catharsis en escapisme. Gedurende de twee Soulcrusher-dagen zijn er bands die hun woede uitschreeuwen, zich via hun muziek verzetten, en het publiek bij vlagen ook de mogelijkheid bieden om je over te geven aan het verlangen je van alles te onttrekken.
Nestwarmte
Want soortgelijke kreten zijn ook al op het begin van het festival te vinden, zoals bij mainstage-opener op de eerste dag: The Devil’s Trade. De folk prefix van hun folk-doom waar de band zich mee in de kaart speelde is inmiddels goeddeels vervaagd. De muziek van hun nieuwe album ‘Nincs szennyezetlen szép ‘ – toepasselijk vrij vertaald ‘geen schoonheid blijft onbesmeurd’ – waarvoor de groep zich bij Pelagic Records heeft gevoegd, is namelijk zoals je die bij Soulcrusher verwacht: duister, zwaar en vooruitstrevend. Met zijn grootse baritonstem luidt zanger Dávid Makó het startschot van het festival, waarmee hij boven het gitaar- en basgebrom van zijn band uittorent. Hun instrumentatie heeft misschien wat aan uniciteit ingeboet, maar wat overblijft voelt nog steeds uniek. Ondanks wat er allemaal gaande is in de wereld, zo benadrukt Makó tussen zijn nummers door, is de band blij op een festivalpodium te spelen waar hij zich zo op z’n plek voelt.
Later in de kleine zaal confronteert Terzij de Horde de gruwelen van deze tijd nog het meest direct. Met hun nieuwe album ‘Our Breath Is Not Ours Alone’ dat op dezelfde dag is uitgekomen, puilt de band op het podium uit van de energie. Het publiek net zo goed overigens, dat met een luidkeelse ‘JOOST!!’ zanger Joost Vervoort begroet. De band speelt een vorm van blackmetal die voelt alsof hij door een straalmotor is aangedreven. Vervoort spuugt op verbeten wijze zijn verstaanbaar gegrunte teksten uit, en werpt tussendoor telkens in kenmerkende pose zijn armen op. Er is een hoop ellende gaande, maar we moeten door. Samen valt er een vuist te maken tegen de onrechtvaardigheden die doelmatig de wereld ingebracht worden, zo pleit Vervoort tussen de nummers door. Een welgevoelde ‘FUCK’ waar hij een van hun eerste nummers mee afsluit brengt hun boodschap nog krachtiger over. Met een optreden als dit maakt Terzij de Horde nog maar eens duidelijk waarom de Utrechtse blackmetalscene ze op handen en voeten draagt. Stadsgenoten Throwing Bricks komen volgende dag met een vergelijkbare boodschap, en tonen zich met hun mix van post-hardcore, sludge, en postmetal als vissen in het water op het hoofdpodium. Frontman Niels Koster springt over het podium, en injecteert hun show met een hardcore-energie vergelijkbaar met die van Terzij de Horde. Allebei bands die uit alle genres die hun lief is putten en daarin steeds beter worden.
Staartbijter
Niet alle optredens op het hoofdpodium zijn even impactvol, blijkt ook meermaals gedurende het festival. De door Poolse broeders opgerichte, in Engeland gevestigde instrumentale postmetalgroep Telepathy valt gevoelsmatig namelijk wat uit de toon met een lichtvoetig geluid dat nooit echt in weet aan te slaan. Waar wij vanuit het publiek dan weer maar geen vat op krijgen: Igorrr, de bizarro-jukebox van ver uiteenliggende genres (industrial metal, drum ‘n’ bass, opera, en verzin er nog maar een paar) waarvan de losse componenten indrukwekkend klinken, maar er als geheel maar moeilijk grip op te krijgen is. En om dan maar gelijk van de echte tegenvallers af te zijn (want die zijn spaarzaam op Soulcrusher): in de kleine zaal vindt op de zaterdag nog een optreden plaats van het stel spierbonken van Fange, intens de zaal in starend. Aan intensiteit doet de show niet onder, maar een zeker doorgesnoven karakter heeft het toch ook.
Doorgaans gaat het er namelijk in de kleine zaal een stuk spannender aan toe. Een band als Master Boot Record, die het zelfbenoemde genre ‘Computer Metal’ speelt, blijkt een grote publiekstrekker. Hun digitale instrumentele thrashmetal is als een muzikale achtbaan en werkt aanstekelijk als escapistische oase tussen al het Soulcrusher-duister. De Italianen maken muziek die gewoon de hele tijd gaat, plankgas van begin tot eind. Niet verrassend dus dat ze ook de soundtrack van een game als Ultrakill coveren. De melodische doom van het Rotterdamse Gavran aan het begin van de zaterdagmiddag is dan weer van een stuk lager van tempo, maar toont zich een band om in de gaten te houden. Met gemak switchend tussen Mizmor-achtig gekrijs en een iele zangstem die nog het meest doet denken aan die van iemand als Colin van Eeckhout, wisselt de band van het een op ander moment het loodzware in voor het etherische. De zaal wil nog niet echt vullen, maar laten we dat vooral houden op dat festivalbier van de voorafgaande avond.
Catharsis
Verspreid over het weekend zijn er vanzelfsprekend bands die de naam van het festival eer aandoen door zo zwaar te klinken dat het voelt alsof je van binnen en buiten in elkaar wordt geperst. Op de eerste dag is dat het sludgemetal-instituut Bongripper. De band uit Chigaco danst al zo’n twintig jaar rondom hetzelfde geluid – een mix van sludge en doom – en heeft dat op het livepodium tot hogere kunst verheven. Met epossen van twintig minuten brengen ze het publiek volledig in trance, en voel je de lucht in de zaal fysiek zwaarder worden. Het is zo’n band waarvan je aan de positie van de basgitaar kan aflezen hoe zwaar en laag ze spelen. In dit geval hing die bijna op de grond. De dag erna klinkt het Bostonse Fórn met een vergelijkbare genremix nog harder en heftiger. Modderiger ook, maar op een manier die de intensiteit van de band benadrukt. Waar Bongripper nog wel eens een toefje stoner in de mix gooit, duwt Fórn hun geluid zo ver mogelijk de sludge-kant op. Inclusief lichamelijke performance van Lane Shi, die zich sinds vorig jaar bij de band voegt. Halverwege het optreden ben je haar opeens kwijt omdat ze een tocht naar de achterkant van de zaal heeft gemaakt. De hardheid van de show heeft iets cathartisch, vooral wanneer zanger Chris Pinto en Lane Shi met hun armen om elkaar schreeuwend eindigen. Soms vraagt al die ellende in de wereld ook gewoon om een goeie krijssessie.
Soulcrusher is een festival dat je moet prijzen om zijn diepe en rijke programmering, want naast al het kleinschaliger, spannend goeds wat verspreid over het festival te vinden is, vormen een paar van de meest klinkende namen de absolute hoogtepunten. Het zijn tevens de shows die nog het meest ontsnapping bieden aan het hier en nu door je mee te nemen naar andere tijden, werelden en dimensies. Imperial Triumphant helpt het publiek ontsnappen naar jaren twintig New York. Door hun gemaskerde bandleden, Art Déco-aankleding en ouderwetse soundbites waan je je even in een andere tijd. En in de sinistere bovenlaag van de maatschappij, waar alles omhuld is door goud. Geniet nog maar even van de frisheid van die champagne die de band traditiegetrouw over het publiek uitstort, want hun extreem dissonante deathmetal draagt ook een waarschuwing in zich: hoogmoed komt voor de val. De band klinkt hier live fantastisch, met Steve Blanco die ondanks een kortstondig technisch mankement de show steelt door hoe hij zijn basgitaar helemaal afrost, zijn snaren alle kanten op trekt en over het podium danst. Met vlammende trombone is het spektakel compleet. Dat de band niet op het grote podium staat – zoals enkele jaren terug op Roadburn – voelt als een gemiste kans.
Ontsnapping
Het eind van het festival naderend, vindt er een interdimensionale tweetrapsraket plaats op het hoofdpodium. Als voorlaatste band weet Oranssi Pazuzu met hun ongrijpbare muziek hun publiek naar duistere dimensies te brengen. Ooit maakte de band blackmetal, maar met hun laatste album ‘Muuntautanja’ zijn ze uitgekomen op een eigenzinnig ongrijpbaar geheel waar elektronica en gitaar/bas elkaar continu afwisselen. Iedere keer dat de band optreedt, lijken ze weer beter dan de vorige keer. Het titelnummer van hun laatste album klinkt op plaat al strak, sluimerend elektronica met een bizarre plasmische laag, maar live verwordt het al helemaal tot iets onontkoombaars. Die climax klinkt hier echt gigantisch. Je vraagt je geregeld af hoe de band al die bizarre klanken voortbrengt. Het blijft een soort zwarte magie, waarvan je de origine misschien ook maar beter niet kan weten. Voor menig band is het een grootse uitdaging om zo’n overrompelend optreden op te moeten volgen, maar laat dat maar aan Blood Incantation, die sinds de release van hun psychedelische deathmetalmeesterwerk ‘Absolute Elsewhere’ met een lange zegetocht bezig is. Een flink uitgedost podium omhult met pilaren verleidt des te meer tot volledige overgave. Hun nauwkeurig uitgekiende liveshow helpt daarbij, die live ook nog eens subliem klinkt. De overgangen van prog naar deathmetal gaan mokerhard, de fingertappende headbangsolos zijn fantastisch, en wij laten ons na een weekend duisternis maar al te graag mee door de door Blood Incantation geopende stargate slingeren.
En zo eindigt een weekend vol duistere verlossing. Vergeleken met de vorige editie lijkt de focus van het festival dit jaar weer iets verschoven. Uiteenlopende genres waren er altijd al te vinden, maar ditmaal was er af en toe zelfs wat ruimte voor een iets minder duister geluid. Gedurende het festival ontvouwde zich een fijne balans tussen activistische catharsis bij bands als Terzij de Horde en Fórn, en het pakkende escapisme van bands als Master Boot Record, Oranssi Pazuzu en Blood Incantation.
Festivals als deze staan niet bekend om een lichtzinnig gemoed, maar dat het ventiel af en toe gelucht wordt, blijkt steeds meer op zijn plaats. Daarbuiten raast een storm, hoe het hier binnen stormt hebben we tenminste in eigen hand.
