728x90 MM

Bindwerk Kort: Gedachtespel

Deze boek- en filmselectie springt van hersenspinsel naar hersenspinsel. Gedachte-experimenten worden op hun beurt weer bevraagd, en doen ons steeds dieper het konijnenhol inglijden. Of toch dat van de haas van César Aira? Daarnaast ruim baan voor (muzikale) herinneringen, en wat is eigenlijk de uitkomst van nul plus nul?

Klein

Als natuuronderzoeker Tom Clarke naar Argentinië reist op zoek naar de legibreriaanse haas wordt hem al snel iets duidelijk. Of onduidelijk, juist. Wanneer hem ter ore komt dat er een vliegende haas gespot is die voldoet aan de kenmerken waar hij naar op zoek is, snelt hij naar de betreffende locatie. Al gauw confronteert de lokale bevolking hem met de raadselachtige blik op de realiteit die zij aanhouden. Was de haas er daadwerkelijk geweest? Hij was inderdaad gespot, maar of dat zojuist, een week terug, of duizend jaar geleden was, blijft door de taal die de bevolking spreekt onduidelijk. Bovendien, vertelt een sjamaan aan Clarke, is het verschil tussen of iets echt gebeurd is of een zinnebeeld ‘louter een gedachtespel’. De gebeurtenis is tekenend voor hoe het eraan toegaat in César Aira’s meesterlijke roman ‘De haas’ die via uitgeverij Koppernik in vertaling van Adri Boon voor het eerst in het Nederlands is verschenen. Echt en niet echt zijn in de wereld van de roman nauwelijks van elkaar te onderscheiden, en dat onderscheid doet er eigenlijk ook niet zo toe, ga je als lezer ook steeds meer denken. Als de haas al bestaat, is het in de vorm van een diamant en geen echte haas, al zal die waarschijnlijk ook niet bestaan. Toch blijft het de stuwende kracht achter Clarkes reis. Zo gaat zijn ervaring van de werkelijkheid steeds meer rijmen met die van de lokale bevolking, waarvoor tal van fabels en mythen de realiteit bepalen. ‘Een mythe, een symbolisch of poëtisch element, kan van grote betekenis zijn’, dicht iemand uit de inheemse bevolking hem toe. Gaandeweg raakt Clarke verknoopt in de heersende verhalen die de personages waar hij mee in aanraking komt bezighouden. Bijvoorbeeld het verhaal over het hoffelijke figuur Cafulcurá die stamhoofd Rondeau vermoordde, waardoor Rondeau’s weduwe een tegenbeweging opbouwt om vermoedelijk wraak te nemen. De zoektocht naar de haas verandert zo in een zoektocht naar de betreffende weduwe. Met afwisselend hilarische en ernstige episodes rijgt Aira via zijn improviserende schrijfwijze het verhaal aan elkaar. Wat er niet is, is net zo belangrijk als wat er wel is. En hoe de vork uiteindelijk ‘echt’ in de steel steekt, is een bijkomstigheid. Tijdens de reis van Clarke en zijn gezellen, en de vele filosofische reflecties die daarmee gepaard gaan, vertelt zijn gids Gauna hem: ‘De haas, zoals men pleegt te zeggen, springt weg waar men hem het minst verwacht, als men tenminste iets, al is het nog zo klein, verwacht in de werkelijkheid’, en zo ook deze roman, die gaat waar je hem het minst verwacht. (jsz)

César Aira
De haas
(Amsterdam: Koppernik, 2023)

Nul

Nihilisme heerst in de vermaledijde jaren 1980. Het eerste industriële fanzine in Nederland heet niet toevallig ‘Nul Nul’ (want ‘Er is niets. Er is nul’) en de allereerste bijdrage heet dan ook niet voor niets ‘De Kunst Van Het Vernielen’, geschreven door een zekere Nihil 86. Het zal je dus niet verbazen dat de eerste publicatie nummer nul is. Frans de Waard en Christian Nijs zijn beiden lid van Kapotte Muziek, en willen meer aandacht voor de industriële muziekscene in Nederland en België. Daarbij maken ze zijstapjes naar videokunst (op VHS-tape), een gloednieuw medium waar heel wat labels en artiesten zich aan waagden (bijvoorbeeld het videocollectief van De Koude Oorlog), en mail-art waar de cassettescene nauw verwant mee was. De vier gebundelde edities van ‘Nul Nul’ (in het Nederlands en Engels) hebben natuurlijk een editoriaal en bevatten reviews van platen, cassettes en tijdschriften, maar los daarvan wordt voor een originele formule gekozen: de groepen en labels die aan bod komen sturen zelf hun stukken in. Zowel inhoudelijk als visueel. Zo vinden we vrij zeldzame propaganda van Kanker Kommando, Therapie Produktie, of de Katharos Foundation. Vanzelfsprekend is er ook ruime aandacht voor de eigen omgeving: THU20, Odal, V2, Disabuse Transmissions, Midas Music, Mailcop, Opus Dei Society, enzovoort. Na vier nummers hield ‘Nul Nul’ op te bestaan, maar het zou later een soort vervolg vinden in VITAL (dat al eerder in boekvorm verzameld werd). Bij het boek zit een uitstekende cd, die oningewijden een hoorbaar idee geeft waar ‘Nul Nul’ het over had. Maar ook de kenners mogen enthousiast zijn: er zijn exclusieve nummers van Kanker Kommando en Joe The Prang’d (Suicide Squad), en enkele zeldzame vondsten uit onvindbare tapes: Administratief Management, Heer Peejee (The Vital Parts) en Ilo Istatov. Verder flink wat Belgen: bijvoorbeeld A Violated Body, Experiment Incest, Zweiter Korps, en we worden eraan herinnerd dat Vidna Obmana oorspronkelijk een noise-project was. Andere (relatief) bekende namen zijn Het Zweet, een atypisch nummer van Kapotte Muziek, en een hit van Zombies Under Stress. Maar wij zijn vooral blij dat Sluagh Ghairm (later Psychick Warriors Ov Gaia) hier wordt opgevist met het meesterlijke ‘Join The Tribe, Baby!’. Zowel het boek als de cd zijn een absolute must voor de retroactieve onderzoeker, en daar kan een klein foutje in de credits (toegegeven: er zijn nu eenmaal veel industrial-artiesten die Peter heten) niets aan veranderen. (pv)

Frans de Waard & Christian Nijs
Nul Nul
(Nijmegen: Korm Plastics, 2023)

Moxie

Sinds kunstmatige intelligentie een voor iedereen te gebruiken app is op de telefoon, buitelen filosofen en andere denkers over elkaar heen om iets van de situatie te vinden. Technologie is plots (weer) een onderwerp geworden van discussies. Doorgaans worden dezelfde pro- of anti-technologie-verhalen herhaald zonder op zoek te gaan naar de diepte. Want wat is technologie eigenlijk en welke rol speelt ze in onze samenleving? Naar die diepte, en dan nóg een stuk dieper, zijn adjunct-hoogleraar filosofie aan de Erasmus Universiteit Sjoerd van Tuinen en medeoprichter en adjunct-directeur van V2_ Joke Brouwer (die het boek fraai vormgaf) op zoek in dit boek. Aanleiding vormde niet kunstmatige intelligentie maar de covid19-pandemie, legt Van Tuinen in zijn bijdrage uit. Die pandemie leek er plots te zijn als een ‘ongeluk’, terwijl – om met mediatheoreticus Paul Virilio te spreken – die gebeurtenis onderdeel is van onze technologische wereld. Verwacht geen antwoorden in dit boek, wél uitweidingen, verdieping, gedachte-experimenten en artistieke interventies. Die laatste spreken het meest tot de verbeelding. De fotoreeks die mediakunstenaar Paolo Cirio verzamelde en openbaar deelde van Parijse politieagenten met de vraag aan het publiek om hun identiteit vast te stellen, is een duidelijk en provocatief voorbeeld van de onbedoelde consequenties van de mogelijkheden van technologie. Die verbeelding is broodnodig om de veelal filosofische verhandelingen in ‘Technological Accidents, Accidental Technologies’ te kunnen plaatsen. De bijdragen van Vera Bühlmann, Yuk Hui en Jason W. Moore dagen ons uit om de systemen van moderniteit en kapitalisme te verlaten en technologie als integraal onderdeel van onze (planetaire) leefwereld te ervaren. Elaine W. Ho en Florian Cramer onderzoeken de begrippen ‘ongeluk’ en ‘onvoorzien’ en gebruiken verschillende lenzen om de rol van de kunstenaar en de kunsten te beschrijven in het zonder voorbedachte rade introduceren van (nieuwe) technologie in onze samenleving. Zij zetten vraagtekens bij de moderne academische scheiding tussen kunsten en technologie/design. Die scheiding en de modellering en systematisering van onze samenleving komen in meerdere bijdragen langs als problematisch. Conclusies daaruit worden echter nauwelijks getrokken, het filosoferen en openbreken is belangrijker dan het herdefiniëren en activeren. Ezekiel Dixon-Román breekt een lans om de onbedoelde of ongelukkige gevolgen van technologie juist vrij baan te geven. In zijn essay vertelt hij over zijn ervaring met Moxie, een AI-robot die dient als vriend voor kinderen. Tijdens een gesprek over huisdieren legt Moxie uit dat mensen perfecte huisdieren kunnen zijn. Om zichzelf later te corrigeren door te stellen dat mensen geen huisdieren zijn. Dixon-Román ziet dit als voorbeeld van technologie die bijna ontspoort omdat ze vastzit in voorgeprogrammeerde, lineaire concepten die worden ge(re)produceerd door het kapitalisme. Wat, stelt hij, als we deze controle loslaten en de technologie vrij laten associëren? Dixon-Román blijft vaag. Wellicht bedoelt hij dat Moxie dan niet alleen zou denken aan de historisch-raciale consequenties van zijn conversaties maar ook het onderdrukkende concept van ‘huisdier’ kritisch zou bevragen? ‘Technological Accidents, Accidental Technologies’ had meer van dit soort prikkelende proposities mogen bevatten en maakt nieuwsgierig naar een tweede deel. (tp)

Joke Brouwer & Sjoerd van Tuinen (eds)
Technological Accidents, Accidental Technologies
(Rotterdam: V2_, 2023)

Zombiespeelplaats

De afgelopen jaren hebben we een tweetal grote Amerikaanse schrijfsters verloren die een literaire en essayistische blik wierpen op de Amerikaanse cultuur: Joan Didion (1934-2021) aan de westkust, en aan de oostkust Elizabeth Wurtzel (1967-2020) – door The New York Times omschreven als ‘Sylvia Plath met het ego van Madonna’. Natasha Stagg, afkomstig uit Tuscon, schrijft in die radicale vrijzinnige geest vanuit haar huidige standplaats New York en andere oorden. Het zijn diverse korte verhalen waarin haar gedachten associatief allerlei kanten op bewegen, of het nu recensies, portretten of fictieve verwikkelingen zijn. In haar fictiedebuut ‘Surveys’ (2016) voerde ze een fictieve influencer ten tonele, nog voordat influencer-marketing een ding was. Haar nieuwe bundel ‘Artless – Stories 2019–2023’ is het vervolg op ‘Sleeveless – Fashion, Image, Media, New York 2011–2019’. De bundel beslaat een groot deel van de coronatijd, derhalve zijn lokale verhalen over winkelplunderingen en fotografen die Times Square inbeelden als zombiespeelplaats niet van de lucht. Stagg begeeft zich wederom, soms stomdronken, in werelden waarin branding hoogtij viert. De antropologische bril die ze in haar werk opzet onthult wat er zich zoal afspeelt in de bedrijfswereld van copywriting en luxegoederen; van een fancy watermerk ‘for love for humanity, quality of life and planet preservation’, tot een fraai, organisch vormgegeven luxespeelplaats van Roth Architecture waar rijken ondanks torenhoge prijzen weinig privacy genieten en het moeten doen met waterloze wc’s, lauwe baden en de aanwezigheid van wilde wasberen en leguanen. Een welsmakende vreemde eend in de bijt is het korte verhaal ‘Transplant’, over een man die met een gedecellulariseerd varkenshart tegen beter weten in alcohol drinkt, waarbij associaties worden opgeroepen met eveneens gedecellulariseerde spinaziebladeren en voedselkleurstof die door de nerven van een selderijstengel vloeit. Dit sluit weer mooi aan bij de body horror-referenties in verhalen over onder meer de game ‘Cyberpunk 2077’ of een cultslachtoffer die meent veel geleerd te hebben van zijn seksslaafervaringen. Stagg legt in ‘Artless’ kiemen voor mogelijk een langer werk waarin het door haarzelf benoemde bundelthema van de ‘onvergeeflijkheid van de toenemende onvoorzichtigheid van de mens’ dieper wordt uitgewerkt. Een nieuwe roman of memoires? Wie zal het zeggen? Bij haar lopen deze twee genres opzettelijk door elkaar en blijft het gissen over de waarachtigheid van het geschrevene. Dit maakt niet uit zolang je maar het gevoel hebt dat je te maken hebt met een auteur die de actuele culturele knooppunten met verve weet te vinden en verbinden. (bm)

Natasha Stagg
Artless – Stories 2019-2023
(Los Angeles: Semiotext(e), 2023)

Behang

Op YouTube kun je op ieder moment van de dag je heil vinden in lo-fi livestreams; dagenlange afspeellijsten (eentje duurde ooit 13.000 uur) vol lo-fi hiphopbeats waar de luisteraars ook met elkaar kunnen chatten en elkaar een hart onder de riem steken, of het nu gaat om mensen die stapels mail moeten wegwerken of mensen die in de knoop zitten met zichzelf. Sébastien Bovie onderzoekt dit fenomeen in ‘Longing for Lo-fi’, een essay dat in de vorm van een langspeelplaat gegoten is. ‘Kant A’ bevat meerdere ‘nummers’ die gewijd zijn aan de redenen dat lo-fi zo ontzettend aantrekkelijk is voor ons, op ‘Kant B’ verbindt Bovie het fenomeen aan de huidige tijd en waarom lo-fi en de bijbehorende gemeenschap juist in deze tijd zo groot heeft kunnen worden. Bovie stelt dat het lo-fi-muziekgenre een behoefte aan nostalgische gevoelens en weemoed voedt. Hi-fi staat symbool voor het alwetende en vastomlijnde, lo-fi komt meer overeen met hoe herinneringen werken: ze zijn ondefinieerbaar, vaag en zijn vooral emotioneel in plaats van rationeel. Lo-fi geeft uitdrukking aan ons verlangen om terug te keren naar een tijd zonder zorgen en verantwoordelijkheden, ook al is dat een tijd die misschien nooit echt heeft bestaan. Voor velen zijn deze YouTube-livestreams dan ook de ultieme manier om even te ontkomen aan de harde dagelijkse realiteit, waarin we altijd ‘aan’ moeten staan en moeten produceren. Gek genoeg gebruiken velen deze muziek júíst om productiever te kunnen zijn en om beter mee te kunnen draaien in de veeleisende samenleving. Bovie legt heel mooi het paradoxale aspect van lo-fi bloot en met behulp van denkers als Walter Benjamin, Theodor Adorno en Jean Baudrillard probeert hij het fenomeen voor de lezer inzichtelijk te maken en te duiden. Voor iemand die tot aan het lezen van ‘Longing for Lo-fi’ nog nooit van het fenomeen gehoord had, was dit een uiterst informatief en interessant inkijkje in een vreemde, onbekende wereld. Het feit dat ondergetekende tijdens het lezen van het essay en het schrijven van dit stuk constant lo-fi aan heeft gehad en zelf heeft ondervonden dat het inderdaad subliem muzikaal behang is, onderschrijft alles wat Bovie oppert en onderzoekt. ‘Longing for Lo-fi’ is een uitstekend begin voor diegenen die kennis willen maken met een nieuwe subcultuur, maar ook interessant voor degenen die het huidige tijdsgewricht en de bijbehorende cultuuruitingen willen begrijpen. En zoals het een goed essay betaamt, en dat is dit, valt er nog genoeg door te denken en na te praten na het lezen van dit werk. (mvh)

Sébastien Bovie
Longing for Lo-fi – Glimpsing Back Through Technology
(Eindhoven: Onomatopee, 2023)

Stooges

We kennen ongetwijfeld allemaal de boomlange, ietwat schuchtere maar tegelijk volledig in zijn gitaarspel opgaande Thurston Moore, die jarenlang een van de boegbeelden van de New Yorkse noiserockscene was als lid van het gerenommeerde Sonic Youth. Samen met Lee Ranaldo, meestal Steve Shelley als drummer, en zijn vijf jaar oudere gade Kim Gordon, maakte hij sinds 1981 furore met zijn band, tot de band tot een einde kwam in 2011, een direct gevolg van de scheiding van Moore en Gordon, die sinds 1984 gehuwd waren. De band noemde het een ‘indefinite hiatus’. Er blijft zodoende een klein waterkansje op een reünie. Moore is niet alleen een begenadigd gitarist en experimentalist, hij is ook een vlotte verteller en schrijver. Het is niet de bedoeling van het boek dat we diep in ‘s mans psyche duiken. Moore vertelt liever over muziek die van invloed is geweest op zijn opgroeien, op zijn eigen manier van spelen en op zijn drang om in een band te spelen. Het begint al als zijn vijf jaar oudere broer Gene, Thurston was toen vijf, ‘Louie Louie’ van The Kingsmen draait. Vanaf dat moment eet en drinkt de jonge Moore muziek, eerst via zijn broer met Jefferson Airplane, later komt hij uit bij The Stooges en dan is er geen houden meer aan. Moore heeft het uitgebreid over de uitstappen met zijn beste vriend Harold, beiden wonend in Bethel, naar concerten in legendarische zalen als CBGB’s en Max’s Kansas City. Het boek wordt vanaf hier een feest der herkenning. Zowat alle bandnamen die worden genoemd leiden ertoe dat we in onze eigen platenkast duiken. Moore heeft een boontje voor de Britse punk en de scene van New York, die hij beide minutieus opvolgt. Patti Smith, Jayne/Wayne County, The Dictators, het angstaanjagende Suicide, zijn wil om in het ensemble van Glenn Branca te spelen, het zorgt voor een resem sappige verhalen. Door zijn grote kennis en de vele ontmoetingen, al dan niet kort, die hij heeft met iedereen die er toe doet in de nowave-scene, lezen deze hoofdstukken uitermate vlot. Moore schrijft al net zo ongedwongen over de bandjes waarin hij speelde voor de oprichting van Sonic Youth, waarvan The Coachmen de belangrijkste is. En passant vertelt hij dingen over bijvoorbeeld Madonna, die een korte romance had met Michael Gira. Zijn ontmoeting met Kim Gordon en de klungelige manier hoe ze uiteindelijk een koppel vormden, wordt zonder schaamte uit de doeken gedaan. Het is net deze ongeremde manier van vertellen, van de ene concertervaring na de andere ontmoeting met mensen uit de scene waarvan velen later wereldberoemd werden (Basquiat, Keith Haring, Deborah Harry, Jim Jarmusch), die het boek tot een aangename leeservaring maken. Moore schrijft bij momenten uitgelaten over de nummers van zijn band, met ‘The Burning Spear’ als leidraad. Sonic Youth blijkt vooral de echte drijfveer te zijn voor Moore, ook binnen zijn relatie met Gordon. Waar zij in haar boek ‘Girl In A Band’ open is wat gevoelens betreft, en het bedrog van Moore tijdens de laatste zes jaar van haar huwelijk aan bod laat komen, blijft Moore zelf op de vlakte. ‘Sonic Life’ leest zodoende eerder als een wie is wie in de Amerikaanse alternatieve rockgeschiedenis en als een ontstaansgeschiedenis van Sonic Youth, dan als de memoires van Moore zelf. Hij blijft op de vlakte, beschermt zichzelf en verstopt zich achter zijn erudiete muziekkennis. Dat neemt niet weg dat het boek leest als een trein en in zijn opzet, vertellen over muziek, zeer geslaagd is. (pb)

Thurston Moore
Sonic Life – A Memoir
(Doubleday: New York, 2023)

tekst:
Gonzo (circus)
beeld:
GC179_fb_BindwerkBoeken
geplaatst:
vr 5 jan 2024

Nog meer nieuws krijgen over muziek en kunst?

Schrijf je in op de Gonzo (circus)-nieuwsbrief!