Events

Roadburn Festival 2012 – vrijdag 13 april – pt.1


Elke dag krijgt u van twee Gonzoïsten én een fotograaf een geheel eigen interpretatie van “het beste van Roadburn 2012″ voorgeschoteld. Drie dagen lang trotseren we de decibels met gevaar voor eigen lijf en leden. En omdat er tegenwoordig niet veel nodig is om subversief te wezen, doen we zelfs geen oordopjes aan. Schorem dat we zijn!

Mijn kater kan het u vertellen: een avondje Leffe Tripel doorspoelen met een paar scheuten Bombay Sapphire gin als slaapmutsje is géén goed idee. Het goede voornemen om de dag rustig in te zetten met akoestische Wino en Hexvessel is er meteen aan voor de moeite, en onze tweede dag Roadburn wordt ingezet met het kamerorkest Manorexia van J.G. “Foetus” Thirlwell. Van achter zijn laptop leidde de spichtige Thirwell een handvol strijkers, pianist en slagwerker (ik durf te wedden de eerste vibrafoon ooit op het festival) doorheen zijn eigen cinematische composities- vol met knipogen naar zijn indrukwekkende kennis van soundtrackcomponisten en steeds subtiel op het randje van het experimentele. De fraaie medisch-klinische projecties maakten letterlijk het plaatje af. Jammer dat op dit uur (en misschien ook wel op dit festival) enkel connoisseurs op de afspraak verschenen, zodat de zaal voor de Main Stage slechts voor de helft gevuld was. Het gaf de performance geheel een eerder vrijblijvend karakter, en dat was volledig onverdiend.

Vervolgens hadden we een afspraak met ons eigen verleden. Kong vormde zowat de toevallige soundtrack van mijn studententijd. Ik heb de band toen zeker een dozijn keren aan het werk gezien, meestal zonder er enige moeite voor te doen- ze waren vaste prik op kleinere festivalletjes en in het clubcircuit. Destijds was het dan ook een opvallende live-ervaring, met hun quadrofonische opstelling met in elke hoek van de zaal een muzikant. Die aanpak lieten ze achterwege op Roadburn- iedereen stond gewoon netjes op een rijtje. Het ouwe repertoire sloot naadloos op het nieuwe aan, of zeg ik dat beter omgekeerd? Want hoe vernieuwend hun groove metal in de jaren negentig ook was, de laag electronica die ze over de strakke riffs laten lopen klonk bijwijlen jammerlijk gedateerd- de tijdsgeest zit nu eenmaal als een watermerk in de ‘Amen’-jungleloop gevangen. Als tijdsdocument had dit optreden zijn waarde, maar meer dan een lichte vlaag van nostalgie voelden we hier niet bij.

Valient Thorr

Mijn collega Niels zei het gisteren al, dus we gaan niet zeuren, maar: het is gewoon onmogelijk om het kleinste kamertje Stage01 een optreden te zien als je geen half uur op voorhand voor het podium postvat. We wierpen één blik op de rij die vanuit de zaal de hoek omdraaide voor Conan en we maakten rechtsomkeer. In de plek gingen we dan maar een biertje drinken aan de bar, waar ons door een doomfreak in blazer en zijn kalende compagnon op het hart werd gedrukt dat we zeker Valient Thorr niet mochten missen. “Die jongens zijn gewoon uit een cartoon weggeplukt!”- er was geen woord van gelogen, en dat is de bespreking van één zin die u hier mee krijgt. Met voorsprong het meest hilarische optreden op Roadburn, en de eerste échte energiestoot die we vandaag kregen. Voor de rest ga ik het komende fotoverslag voor zich laten spreken. Valient Thorr beweert van Venus te komen en we geloven ze blindelings. Dat er daar vooral high-octane motard-rock wordt gespeeld is een leuke opsteker.

Yob is ondertussen de poulain van Roadburn geworden. We zouden bijna zeggen “wereldberoemd in Tilburg”, ware het niet dat ze met steeds meer laaiende recensies en een Amerikaanse tour met Tool steeds meer een gevestigde waarde is aan’t worden. Tijdens hun vorige Europese tournee was de band echter niet in topvorm (het ontbreken van vaste drummer Travis Foster was daar vast niet vreemd aan) en van bij de eerste noten op Roadburn was het duidelijk dat Mike Scheidt- op en top bij stem- zich had voorbereid op een onontkoombare revanche. We werden getrakteerd op een volledige uitvoering van het meesterlijke album ‘The Unreal Never Lived’, met als absoluut hoogtepunt een verschroeiende versie van het opus ‘The Mental Tyrant’. Twintig minuten lang sleurden Scheidt en de zijnen een volgepakte Main Stage doorheen de constant muterende Escherconstructie van tergend trage doomriffs, met een denderend euforisch applaus als orgelpunt. Missie geslaagd: een hoogtepunt van het festival, en alle verwachtingen ingelost.

Gnod

Maar waar deze Roadburn nog aan ontbrak, was een compleet onbevangen revelatie- zo’n band waar je slechts zijdelings van hebt gehoord en die je over de spanne van één optreden tot een slaafse volger transformeert. En voor ondergetekende was die benijdenswaardige rol dit jaar weggelegd voor GNOD. Iemand vertelde ons dat hij een bandlid die middag al had horen pochen over de onaards goeie geluidsinstallatie die hun optreden naar een hoger niveau zou tillen. We kunnen enkel hopen dat de band vanaf nu voor élk optreden over zo’n PA mag beschikken, want dat betekent dat GNOD in geen tijd zal uitgroeien tot een mondiale religie. Om te beginnen was het bij voorsprong het meest kleurrijke ensemble op het festival: twee crustpunks met mohawk en dreadlocks, een piepklein grietje met een oversized bas, en als zanger-volksmenner een Ian Brown adept. En dat was niet de enige link met de baggy scene van dit Madchester collectief. De basis werd gevormd door afgekalfde doom en psych riffs en ritmes, maar de seismografische bassen maakten het geheel op een vreemde manier compleet dansbaar. Stilstaan was dan ook fysiek onmogelijk- de onmogelijk diepe basfrequenties vulden de volledige ruimte en het Patronaat veranderde van een provinciaal feestzaaltje tot een psychotronisch zwart gat van onmogelijk diepe grooves. Ik zou hier nog een boom kunnen opzetten over de immer muterende geluidslaag die een onzichtbare man achter de knoppen dubgewijs tevoorschijn toverde, maar eigenlijk is het zinloos om Gnod in menselijke bewoordingen proberen te vatten. Gaat dat zien, gaat dat zien- of haal ze zelf in huis, want ze gaan er prat op om al hun boekingen compleet break-even te houden.
A propos: na het optreden strompelde ik compleet verweesd de zaal uit, half struikelend over elke stap die ik zette en met slechts een vaag besef van richting. De eerste bekende die ik tegenkwam kreeg een onsamenhangende versie van voorgaande lofzang op z’n bord, liet me beleefd uitspreken en vertelde dan dat enkele andere vrienden  zonet Gnod hadden uitgeroepen tot het absolute dieptepunt van het festival. Het beste bewijs dat dit een band is die fanatieke zieltjes gaat winnen.

Op zoek naar méér ging ik nog even Huata uitchecken. Zeer verdienstelijk, met een potige sound die schipperde tussen Sunn O))) en meer traditionele doom. Maar het was duidelijk dat ik geen tweede keer van de sokken zou worden geblazen deze avond. Bovendien begon de cold turkey van de rechtstreekse basinjectie in het lijf begon zijn tol te eisen, en lichtjes natrillend zochten we de bedstee op.


Reacties