Events

Roadburn festival 2010, dag 1 – 15 april 2010


Er bestaan makkelijker verteerbare binnenkomers dan het Noorse Shining. Opgericht door een Jaga Jazz-ist die er wat harder tegenaan wou gaan, en met hun nieuwe plaat “Blackjazz” herdefinieert het collectief alvast de term ‘over the top’. Het leek nauwelijks denkbaar dat de jongens die rondspattende noise-doomjazz op een podium enigszins accuraat zouden reproduceren, maar ze slaagden met verve. Elke virtuoze passage, vuilhete groove en onaards gehuil werd moeiteloos en met een verbeten oerkracht de zaal in gesmeten. Saxofonist Jørgen Munkeby was met z’n graatmagere lijf nog niet helemààl geloofwaardig wanneer hij een death grunt uit z’n strot perste, maar hij maakte des te meer indruk door los, en soms midden in een nummer, zijn sax te wisselen voor electrische gitaar, of een ongedefinieerd blaasinstrument dat klonk als Caspar Brotzmann in een slechte bui. Nauwelijks één band ver in de Roadburn, en we waren alweer een verrassing rijker.

Poster Roadburn 2010

Maar een goed deel van het programma bestaat dit jaar ook uit gevestigde waarden, en zo voeren we met Yob al in meer vertrouwde wateren. De gerespecteerde doomband speelt sinds de reünie in 2009 enkel nog live wanneer ze daar zin in hebben, waarvan acte. Zanger-gitarist Mike Scheidt kondigde bij aanvang doodleuk aan, dat de band vier nummers zou spelen, ‘and that will be the show’. Volgde een strakke set van minimale, in delay en reverb gedrenkte stoner met die lekker uitgesponnen opbouw waar een volle Roadburn wel pap van lust. En waar de band zelf ook zichtbaar plezier in kreeg. De concurrentie van Earthless op een ander podium maakte toch dat we vroegtijdig de zaal verlieten, om dan aan het Midi Theater toch de deur te worden gewezen: Earthless zat nokvol, en zo weten we slechts van horen zeggen dat de toeloop meer dan gerechtvaardigd was.

Bizar moment van de avond: het optreden van Eyehategod, een band die met hun misantropische sludge niet direct een imago van vrolijke Franzen kweekt, maar hier op het podium nog het meest de uitstraling had van een stelletje boerenrockers in de plaatselijke jeugdhonk. Er werd afgetrapt met onduidelijke technische storingen, waarbij de leemte werd opgevuld door humoristisch bedoelde aanzetten van ‘Sweet Home Alabama’. De setlist leek soms tussen de nummers door bedisseld te worden, en gitarist Jimmy Bower amuseerde zich te pletter met constante smoelentrekkerij naar z’n fans. Allemaal geen probleem, want het zat een strakke set niet in de weg, en de band beschikt over een oeuvre riffs om met overschot de zaal plat te krijgen.

Even verderop kwamen we in heel andere sferen terecht: Sons Of Otis hadden in het eerste deel van hun set de zaal duidelijk in trance gekregen met hun bedwelmende stoner instrumentals, dus was het voor laatkomers als wijzelf aanvankelijk wat moeilijk om nog mee te geraken. Nochtans viel er op het optreden niets af te dingen: deze jongens weten waar ze mee bezig zijn, en wie niet volgt blijft maar achter.

Niet zo bij Enslaved, waar we voorgaande vuistregel herschreven zagen tot: ‘wie niet volgt, loopt gewoon weg’. Er valt moeilijk de vinger op te leggen wàt er precies schortte. Hun melodieuze progmetal is weliswaar niet zo voor de hand liggend, maar dat kan van vele andere bands hier gezegd worden, die wél het publiek op hun hand kregen. En er werd op hoog niveau gemusiceerd. Misschien dat de plaatsing tussen de rechtoe-rechtaan mokerslagers Eyehategod en Goatsnake wat ongelukkig was? Wat er ook van zij: halverwege de set vertoonde de grote zaal heel wat lege plekken, en de sfeer was nihil.

We schoven verder naar de Green Room via het ‘sluispodium’, de Bat Cave, waar we met genoegen een verlengde pitstop maakte voor de revelatie van de avond: Night Horse. Werkelijk niéts doen ze, wat niet al eerder is gedaan. Maar hun psychedelische seventies retrorock werd zo aanstekelijk gebracht, dat iedere toevallige voorbijganger niet anders kon dan even blijven staan, om dan spontaan beginnen mee te feesten. Eender welke programmator die nog een gaatje heeft op de affiche van z’n festival, weet meteen wat gedaan. We misten zo wel het hele optreden van Monarch! (die om onbegrijpelijke redenen dan ook nog eens ruim een half uur vroeger dan gepland van het podium stapten), maar dat deerde geen moer.

De verwachtingen waren voelbaar gespannen voor de terugkeer van de nineties doomlegende (post-Obsessed, met zware QOTSA-banden? Hallo!) Goatsnake in originele bezetting. Ze maakten het helemaal waar. Op de hele avond niet zo’n muurdikke, gruizelige, alles in de omgeving vermalende sound gehoord, en dat wil wat zeggen op een festival als Roadburn. Zanger Pete Stahl had een paar nummers nodig om erin te komen, maar vanaf toen zat hij er ook plék op. Hoe bevredigend was dit optreden voor het wildenthousiaste publiek? Toen na afloop de organisatie nog even het woord nam, met de onvermijdelijke lijst gecancelde bands en programmawisselingen, werden ze enkel op gejuich onthaald. Toegegeven, het extra concert van Earthless dat voor de tweede festivaldag werd aangekondigd, zal daar zeker ook een aandeel in hebben, maar toch. Goatsnake beweest dat je in de doom waardig ouder kan worden. Met lustig fluitende oortjes trokken we de nacht in.


Reacties