Events

Le Guess Who op zaterdag – beter dan een krat van ons favoriete bier


LeGuessWho logo 2013Het Utrechtse stadsfestival LE GUESS WHO begint indrukwekkende vormen aan te nemen. Niet alleen bestrijkt het programma een indrukwekkend spectrum aan genres, ook de kwaliteit van deze line-up over vier dagen is verrassend consistent. Er staat een mooie collectie gevestigde waarden, maar de nieuwe of onbekende namen zijn niet gewoon maar vullertjes – hier vallen nog ontdekkingen te doen. En dankzij de verspreide locaties werd het soms letterlijk een ontdekkingstocht. Graag delen we hier ons wedervaren op onze tweede – en meteen ook laatste – dag op het festival.

Le Guess Who speelt zich voornamelijk ’s avonds af, maar voor wie ook overdag behoefte heeft aan zijn bandjesfix is er ook nog de MiniGuessWho. Een stel showcases doorheen Utrecht van voornamelijk jonge, vaak nog onbekende bandjes. En daarvan kunnen we er na ons avontuur van afgelopen nacht nog welgeteld twee meepikken. In het gezellige cafeetje TILT botsen we op The Afterpartees, een stel piepjonge Limburgers met een handvol geinige garageriedels op zak. Er mag nog wat aan een eigen sound worden gesleuteld, maar met de podiumprésence zit het al helemaal goed – met bonuspunten voor de wel zeer hilarische bindteksten.

Tijdens de MiniGuessWho krijgen we ook de kans om een extra set van Vex Ruffin mee te pikken, wat ons alvast wat keuzestress zal besparen later op de avond. In een schimmige herinnering dachten we ooit wel mee te zijn met Vex Ruffin op plaat, maar live is het de eerste tegenvaller van het festival. Het kan aan ons liggen, maar zijn persoonlijke versie van electro-postpunk zou zoveel meer geholpen zijn met een echte liveband. De keuze voor een setup met twee samplers valt daarentegen wat mager uit, en de zaak wordt niet geholpen door de wel zeer monotone zangstem van Vex zelf. Hij smijt zich evenwel helemaal, en krijgt bijgevolg zijn publiek wel mee. Zelf blijven we hier echter onbewogen bij.
NOOT: op verschillende live video’s kunnen we achteraf zien dat Vex Ruffin zich doorgaans laat begeleiden door een band, met bas en drum. Geen idee of zijn “officiëel” optreden later op de avond in volle bezetting was, maar voor de duidelijkheid: onze review slaat dus enkel op de duobezetting die we op MiniGuessWho aan het werk zagen. Laat ons in de comments vooral weten hoe het tweede optreden was.

Lonnie Holley

Lonnie Holley @LGW 2013 ©2013 Jelmer de Haas (http://www.jelmerdehaas.com)

Onze tweede festivaldag wordt na een copieuze maaltijd (voor wie het interesseert: in Filmkafé Oskar, lekker menu voor een zacht prijsje) dan ook pas echt ingezet in de Sint-Janskerk, die voor de gelegenheid van een werkelijk gewéldige verlichting is voorzien. Projecties en schijnwerpers strijken langs het koepelgewelf en baden het oksaal in een onwezenlijke gloed. We pikken een stukje mee van Douglas Dare, geen artiest waar we ooit een ticketje voor zouden kopen maar binnen deze sfeer heeft het nog wel wat. Gelukkig laat Derrick zich ook ondersteunen door een werkelijk geweldige drummer, maar zijn eigen theatrale pianosongs zijn geen spek voor ons bek.
De zingende kunstenaar Lonnie Holley (noem hem alsjeblieft geen “outsider artist”) daarentegen is balsem voor onze ziel, en als dusdanig helemaal op zijn plaats in deze sacrale omgeving. Dat merkt hij overigens ook zelf op, tijdens één van zijn meanderende monologen die naadloos overgaan in zijn toondichten – en is er eigenlijk een verschil? Want zelfs in zijn songs doet Lonnie eigenlijk niet meer dan filosoferen over zijn leven, hét leven en de wereld zoals die is, was en immer zal zijn. Wie houvast zoekt in melodie of ritme heeft het verkeerd begrepen – Lonnie’s keyboardspel klinkt verraderlijk ongeschaafd, zeker omdat hij het een heel optreden lang binnen één toonaard houdt. Maar de manier waarop hij de kadans van zijn zwervende zanglijnen volgt blijkt bij nader luisteren geweldig subtiel, constant in beweging en – eens men zich laat meevoeren – onvermijdbaar meeslepend. Ontluisterend mooi dus, én een weldaad voor de geest – dit is gospel in zijn pure naakte vorm.

Na de commotie rond zijn debuutplaat in 2009 heeft DM Stith zijn solocarrière op een laag pitje gezet, ten voordele van samenwerkingen als The Revival Hour (met John-Mark Lapham) en sessiewerk bij ondermeer Sufjan Stevens. Het was dus een kleine verrassing om hem op de affiche van Le Guess Who te zien opduiken, en uit nieuwsgierigheid moeten we even een kijkje gaan nemen – om te zien of hij al nieuwe songs had bijvoorbeeld. Mocht dit het geval zijn, dan is het tijdens de tweede helft van zijn set in elk geval niet te merken. Ook jammer dat zijn stereotiepe laagjes van over elkaar gedubde stemmetjes veel te weinig worden bovengehaald. Daarzonder is DM Stith gewoon een degelijke singer-songwriter, die dus dringend eens wat nieuwe songs mag schrijven ook. Laten we dit concert als een bemoedigend opstapje beschouwen.

Over het concert van Mats Gustafson’s powertrio The Thing heeft Peter Bruyn een hartgrondig uitgebreid stuk geschreven waar u gerust even tijd voor mag uittrekken. Laat ons hier volstaan met te zeggen dat dit misschien wel onze favoriete Gustafson project is, met een perfect evenwicht tussen twee brute natuurkrachten: die van de mokerriff, en die van Mats’ blèrende gierende uithalen. Hoe groot zijn instrument ook wordt (en hij heeft een sax die makkelijk z’n lichaamslengte evenaart), Mats kan hem altijd de baas en schept er een duidelijk genoegen in om het ding zwetend te mismeesteren. Soms lost hij de teugels voor een intense freakout, maar dan is er altijd de zwaar metalen ritmesectie om hem terug naar de begane grond te halen. Dat maakt van The Thing een band die we even makkelijk zien gedijen op een rockaffiche als in een jazz line-up. ’t Is maar een ideetje, beste programmatoren.

The Thing @LGW 2013  ©2013 Jelmer de Haas (http://www.jelmerdehaas.com)

The Thing @LGW 2013 ©2013 Jelmer de Haas (http://www.jelmerdehaas.com)

Metz is alweer één van de vele, vele garagerock groepjes die ten dage het mooi weer maken, en heeft weinig om zich van het peleton te onderscheiden. Een paar catchy songs hebben ze allemaal wel steken, maar daartussen moeten we het bij hun concert vooral stellen met enkele variaties op dezelfde riff. De band heeft daarnaast ook een vrij crappy podiumgeluid bij dat de boel helemaal in een éénvormige sleur doet verzanden. In de eindsprint lijkt de band zich plots bewust te worden van haar tekortkomingen, en steekt terstond een tandje bij. Er wordt nog een blik furieuze noise opengetrokken, en voor onze ogen verandert Metz opeens in een spannende liveband. Besluit: ze kunnen het wel, maar ze moeten nog willen. We houden het op een twijfelgeval.

Omdat we even niks anders te doen hebben én omdat het alweer een tijd geleden is, schuiven we aan bij James Pants. Eerste bemerking: wie ons de mixtape kan bezorgen die vlak voor het optreden speelt, bezorgen we bij ons volgend bezoek aan Utrecht een krat van ons (of zijn/haar) favoriete Belgische bier. Werkelijk perfécte space disco en dus de ideale smaakmaker voor de fratsen van James. Want ondertussen lijkt hij het nog altijd niet te hebben geleerd: het evenwicht vinden tussen de clown uithangen en een stevig feestje bouwen. Telkens wanneer we goed op dreef raken, vindt hij het nodig om één van de schmaltzige pastiches aan te zetten die ook het gros van zijn platen ontsiert. Misschien dat andere mensen vatbaar zijn voor zulke ongein, maar het haalt telkens weer de vaart uit een show die evengoed van voor tot achter zou kunnen funken dat het geen aard heeft. Ooit krijgen we nog de kans om het hem eerlijk te zeggen, en wedden dat James Pants vanaf dàn een artiest wordt om onder geen beding te missen?

Edan The DJ/Rapper

Edan The DJ/Rapper

Even een noot van kritiek: als je ergens James Pants programmeert, en vervolgens ook nog Edan The DJ moet neerzetten, houdt het dan geen steek om die gewoon op één podium te steken? In plaats daarvan moesten we wederom naar Tivoli De Helling, een tocht naar de rand van de stad waar duidelijk weinig volk zin in had. Edan moest zijn ding doen voor een meer dan halflege zaal, en laat dat ding nu nét het perfecte feestje zijn ter afsluiting van een mooi gevulde zaterdagnacht. Zo gaat de man natuurlijk nooit een dijk van een reputatie bouwen, en hij doet nog zo z’n best. Alleen zijn timing laat soms wat te wensen over: in 2005 verscheen zijn pièce de résistance ‘Beauty and the Beat‘, een grensverleggende combinatie van surrealistische raps en psychedelische rock – helaas net op het hoogtepunt van de egotripperige navelstaarderij binnen de hiphop. De plaat schoof onopgemerkt voorbij (en is dringend aan een herwaardering toe) en zijn output heeft zich sindsdien beperkt tot een enkele dj-mix (‘Echo Party‘ uit 2009). Want Edan is naast begenadigd rapper ook een wandelende encyclopedie van obscure hiphop en alles wat een groove heeft, en zijn dj-sets zijn steevast om vingers en duimen te likken. De magere opkomst laat hij niet aan zijn hart komen, en ook in zijn bindteksten (Edan is een deejay van de ouwe stempel, die nog een praatje durft slaan tussen de nummers) blijft hij every inch the gentleman. Naar het einde lukt het hem zowaar om enige feeststemming af te dwingen, en met zijn ondertussen klassiek geworden ‘Johnny The Fox’ routine (klik de link, dat bespaart ons de uitleg) kan hij in waardigheid en stijl afsluiten. Hopelijk is zijn verschijning de voorbode van grandioze comeback, met eindelijk het succes dat Edan zo hard verdient. Voor ons is het alvast de geslaagde apotheose van een hard gesmaakte Le Guess Who.


Reacties