Events

Go Short 2013: drie dagen charmante braafheid


Van 13 tot 17 maart vond in Nijmegen de vijfde editie van het kortfilmfestival Go Short plaats. Naast de gebruikelijke Europese, Nederlandse en Breaking Shorts competities was er dit jaar ook een focusprogramma rondom Zweedse kortfilms en een Milestones-programma, waarin werd teruggeblikt op de belangrijkste kortfilms uit de filmgeschiedenis.

Still uit Fireworks

De Breaking Shorts competitie bleek vorig jaar leverancier van de meest interessante kortfilms, maar viel dit jaar wat tegen. Een hoogtepunt uit deze competitie was Fireworks, dat vooral imponeerde door de toelichting die regisseur Giacomo Abbruzzese na de vertoning gaf in een kort vraaggesprek. Onderwerp van de film is de Italiaanse stad Taranto, volgens de maker de meest vervuilde stad van West-Europa. De stad wordt omsloten door een industriegebied dat drie keer groter is dan de stad zelf, en in die zin al het uitzicht van de bewoners belemmert: de horizon wordt letterlijk bevuild, maar werpt ook een ondoordringbare schaduw over de toekomst van de bewoners. Een groep eco-terroristen onderneemt actie om de stad te bevrijden van deze industriële schaduw, en blaast de fabriek op tijdens oudejaarsavond. De film zelf is aardig en valt vooral op door de gelikte beelden – bijzonder, want de regisseur vertelt na afloop dat de meeste shots in slechts twee takes zijn gemaakt. Dat komt door de grote haast tijdens het schieten: de crew was steeds illegaal aanwezig op het terrein. De ene keer met toestemming op basis van een vals screenplay, de andere keer echt illegaal: op de eerste dag van het jaar stond de radar uit op het terrein, dus huurde de regisseur een helikopter en landde stiekem op het verboden terrein. “We hadden meestal maar tijd voor twee takes, omdat we dan weer moesten vluchten voor de beveiliging”. De film is uiteindelijk niet bekroond, maar groeide wel uit tot een publieksfavoriet tijdens het festival. Verder bleven de verrassingen uit in deze competitie. Zo was daar uit België nog Rosa, Zusje van Anna (Janet van den Brand), een gefluisterde vertelling over de relatie tussen drie jonge zusjes. Aardig aan de film was licht bevreemdende atmosfeer, maar als verhaal wist de kortfilm niet te bevredigen. De Russische documentaire Inside a square Circle werd door techische problemen zonder ondertitels vertoond, wat essentieel bleek voor een goede waardering. Uit Oostenrijk tot slot kwam Michael Krummenacher, die zijn Everybody’s Here situeerde rondom een schooluitstapje in een uitgestrekt bos – een premisse voor een nare afloop, die je helaas al van mijlenver ziet aankomen.

Europese competitie

Still uit The Centrifuge Brain Project

De Europese competitie bleek interessanter, al schoot de balans ook soms wel ver uit naar beneden. Winnaar van deze competitie was het hilarische The Centrifuge Brain Project, van de Duitser Till Nowak, over een geheim wetenschappelijk onderzoek dat in pretparken en op kermissen wordt uitgevoerd in de meest uitzinnige constructies. Een ander hoogtepunt was Gates of Life (Häivähdys Elämää, Finland 2012), dat een experimentele kijk op alledaagse ogenblikken bood. Ook sterk in hetzelfde blok was A Society, van de Zweed Jens Assur. Negen Afrikanen en twee Chinezen zitten in een donkere container, die vermoedelijk per boot over zee wordt vervoerd. Ze zijn teruggeworpen op de kale essentie van het overleven, met als enige uitzicht een klein gaatje waardoor licht naar binnen valt. Een in beklemmend zwart-wit geschoten reis, met een steeds donkerder einddoel. Het licht aan het einde van de tunnel is klein, te klein om iedereen door te laten. Nog beklemmender, en zelfs ronduit naargeestig, was

Satellites (Oostenrijk 2011, Karin Fisslthaler): een compilatie van schimmige Youtube-beelden waarop kinderen elkaar wurgen tot ze flauw vallen. De film onthoudt zich van commentaar en toont puur de beelden, die krachtig genoeg zijn om een weeïg gevoel in je onderbuik te veroorzaken.

Buiten deze hoogtepunten was de rest nogal middelmatig wat betreft de vorm, en vooral nietszeggend qua verhaal. De film Ebb & Flow (Gabriel Mascaro, 2012) werd uiteindelijk bekroond met een prijs, maar was in mijn ogen nauwelijks interessant – met name door een gebrek aan zeggingskracht. Absolute dieptepunten in deze competitie waren Rivers Return van de Belg Joe Vanhoutteghem – een flauw spelletje met quasi-spirituele kledingwisseltrucs – en Lisboa Orchestra (Guillaume Delapierre, 2012), dat werd bekroond door de jongerenjury. Deze laatste film was een flauw en vele malen eerder uitgehaalde truc om een symfonie te smeden uit stadsgeluiden.

Swedish shorts

Vorig jaar dongen er elf Zweedse kortfilms mee in de competities op Go Short, waarvan er drie bekroond werden met een prijs. Reden voor een focusprogramma op Zweden, als prominent leverancier van kwalitatieve kortfilms – al viel het land in het blok dat ik zag nogal door de mand. Zo begon Autumn Man (Jonas Selberg Augustsén, 2010) aanvankelijk hoopvol, in de traditie van de uniek zwartgallige Scandinavische slapstick zoals we die onder andere kennen uit het werk van Anders Thomas Jensen (The Green Butchers, Adem’s Apples) en Lars von Trier (The Boss of it All en de heerlijke miniserie The Kingdom). Helaas bleek een halfuur veel te lang om steeds dezelfde grappen uit te halen, wat gecombineerd met het trage tempo uiteindelijk een uiterst vervelende kortfilm opleverde. Ook de andere films waren absurdistisch, maar dat werd vervolgens zo lang uitgesmeerd dat er weinig te lachen overbleef – dat was met name het geval in de films Linerboard en Svitjod 2000. Deze laatste titel begon met een leuk uitgangspunt: waarom zijn er zo weinig mensen in Zweden, en zou de boel niet worden opgevrolijkt als er wat mensen (lees: 20 miljoen) bijkwamen in dit land? Met deze vraag trokken de makers het land in, maar helaas bleven ze die vraag 11 minuten lang herhalen met steeds min of meer hetzelfde antwoord tot gevolg.

 Milestones

Still uit Meshes of the Afternoon

Een interessanter focusprogramma was het Milestones-programma, samengesteld door het Internationaal Kortfilmfestival Leuven. De selectie bevatte voor de hand liggende keuzes als Le Voyage dans la lune, Un Chien Andalou, La Jetée, Meshes of the Afternoon en The Great Train Robbery, maar ook verrassingen als Un chant d’amour, Flowers and Trees (Silly Symphony van Disney, de eerste film ooit in technicolor), Lily from Belgium en Chromophobia. Dat leverde een interessant en uiteenlopend programma op, waarin het belang van kortfilms binnen de filmhistorie nog eens onderstreept werd: korte films bleken meer dan eens een catalysator voor beslissende technische ontwikkelingen binnen de filmgeschiedenis.

Drie dagen kortfilms kijken bleek uiteindelijk een charmante exercitie, en schijnt vooral een licht op de potentie van de vaak jonge filmmakers die de kortfilm als opstap gebruiken naar latere grotere projecten. Enkele kortfilms uitgezonderd bleef de vernieuwing echter uit, en blonken de makers vooral uit in het gedwee afleveren van hun verhaal. Dat levert veelal brave films op, die te vaak ronduit suf zijn.


Reacties