Blog

RECENSIE: De subtiliteit van Eliane Radigue


Voor wie studeerde bij Pierre Schaeffer en een carrièrestart kende als assistente voor Pierre Henry, bezit de bandrecorder ongetwijfeld maar weinig geheimen. Toch heeft de tapecollagetechniek altijd een veel kleinere rol gespeeld in het werk Eline Radigue, dan in de musique concrète van de twee legendarische Pierre’s die haar hebben onderwezen. Het eigenzinnige oeuvre van de Franse componiste kwam recent opnieuw sterk onder de aandacht te staan met een aantal re-issues, en ook het tweejaarlijkse Ars Musica festival trapte de 2014-editie in gang met een concert waarbij het werk van Radigue centraal stond.

Eliane Radigue

Eliane Radigue

Radigue is vooral gekend om haar elektronische composities waarin ze, met behulp van onder andere feedback en haar legendarische ARP 2500 synth lange, meditatieve drones opwekt, die in schril contrast staan met het meer fragmentarische klankbeeld dat kenmerkend is voor heel wat early electronics. ‘Geelriandre’ is zo’n werk met naast elektronica, opgenomen op tape, ook een prepared piano in de bezetting. Die laatste hoort, zo staat te lezen in de toelichting die Radigue bij de compositie schreef, enkel en alleen bemand te worden door Gérard Frémy (Geelriandre is ook aan hem opgedragen), die eerder dit jaar overleed. Op Ars Musica dus geen live piano, maar wel een interpretatie en spatialisatie door Lionel Marchetti. ‘Geelriande’
is in vele opzichten typerend voor de stijl van Radigue. Het klankenpallet dat aan de basis ligt van het werk is allerminst divers te noemen, maar wordt zorgvuldig genoeg benut om een half uur lang te boeien. De gemanipuleerde feedbacktonen zwellen soms eens aan of worden even wat scherper, maar verdwijnen doen ze niet. Die lange monotone drone vormt de achtergrond voor het meer fragmentarische verhaal van de pianopartij. Het resultaat is zowel onheilspellend als rustgevend, spannend maar toch meditatief. Een goed spatialisatie kan precies die aspecten uitvergroten, en de luisteraar de mogelijkheid bieden om quasi letterlijk in het werk op te gaan.
Jammer genoeg was dat op Ars Musica maar weinig aan de orde: de geluidsinstallatie was te beperkt om zo’n versmeltend effect te genereren, een tweedimensionale klank was het resultaat. Daarmee is uiteraard niet gezegd dat het een onaangename ervaring werd, maar de meerwaarde van het livegebeuren bleef ietwat op de achtergrond.

Na meer dan 40 jaar trouwe dienst verdween de ARP in 2001 grotendeels van Radigue’s toneel: ze schrijft sindsdien hoofdzakelijk instrumentaal werk. Van die carrièrewending is ‘Occam Ocean’ het meest recente uitvloeisel, en uit deze monumentale cyclus werden drie delen gespeeld in Brussel. Het eerste daarvan werd vertolkt door een altviool (Julia Eckhardt), het tweede door cello (Deborah Walker) en altviool (Catherine Lamb), en in het derde en laatste deel werden die bezettingen gecombineerd tot een trio. Meteen valt op hoe het werk stilistisch gezien helemaal niet zo ver verwijderd is van wat we eerder konden horen in ‘Geelriandre’, ondanks de totaal verschillende klankbronnen. Ook in ‘Occam Ocean’ vormt een eenvoudig aangehouden lijn het uitgangspunt, en opnieuw zorgen subtiele manipulaties van die basis voor de auditieve rijkdom. De titel van het werk is dan ook gebaseerd op het zuinigheidprincipe van Willem van Ockham. Naar eigen zeggen ziet Radigue in het aanwenden van akoestische instrumenten vooral een mogelijkheid tot dialoog met de uitvoerders, die er in elektronisch werk uiteraard veel minder is. Dat de muzikanten in ‘Occam Ocean’ heel wat verantwoordelijkheid toebedeeld krijgen is inderdaad een understatement. Ze moeten het immers stellen met een minimum aan materiaal – ze herhalen vrijwel de hele tijd dezelfde tonen – maar ook zijn de klassieke wegen tot expressiviteit doelbewust
afgesloten. Er zijn geen opvallende volumeschakeringen, accenten of
uithalen. Met minimale wijzigingen op vlak van boogdruk proberen de uitvoerders tot een maximale spanning te komen. En daar lukten de muzikanten op Ars Musica wonderwel in, ze bewezen weer maar eens dat soberheid en expressiviteit hand in hand kunnen gaan. Nog meer dan in ‘Geelriandre’ is subtiliteit de voornaamste pijler waarop ‘Occam Ocean’ steunt. En zo werd ook de luisteraar betrokken in de dialoog met Radigue: aan de passieve luisteraar ging ‘Occam Ocean’ immers hopeloos voorbij.

Gezien: ‘Occam Ocean’ van Eliane Radigue, Protestantse Kapel Kunstberg Brussel, 14 november 2014

Het Mini-Maxi festival van Ars Musica loopt nog tot 30 november, www.arsmusica.be


Reacties