Magazine

Radicale vrijheid: weerstand omdat het moet


Ooit hield kunst de mens een spiegel voor en leverde zo (on)bewust kritiek op de maatschappij. Inmiddels is kunst opgeslokt door de gevestigde orde en bevestigt ze de status quo. Is de rol voor kunst in onze postindustriële samenleving uitgespeeld?

Zo begint het derde deel van Radicale Vrijheid, de reeks artikelen waarin ik op zoek ga naar de (on)mogelijkheid om weerstand te bieden tegen de heersende orde in onze huidige westerse samenleving. Met die prachtige illustraties van Yorick Bergsma (vergeet vooral niet www.yorickbergsma.nl te bezoeken). Drie gehad, nog drie te gaan. Tijd om een tussenbalans op te maken? Lastig. Gaat immers niet om een kwantitatieve exercitie. De stand van zaken dan? Kan wel. Die stemt droevig en rooskleurig tegelijk. Over beide wordt overigens te weinig geschreven en gesproken. In onze huidige cultuur wordt de wereld, en dus ook internet, genomen zoals ze is. Drie eeuwen empirie heeft z’n sporen achtergelaten. Heeft op een bepaalde manier deterministen van ons zeker. Zeker wanneer het om technologie gaat. Merk ik dagelijks. Dat technologie niet de drijvende kracht is achter alles, of eigenlijk: dat je dat ook anders kunt zien – hangt immers van je uitgangspunt af – krijg ik maar niet aan het verstand gebracht bij de meeste collega’s van het Instituut voor Interactieve Media, de opleiding van de Hogeschool van Amsterdam waar ik lesgeef.

Jammer. Om rooskleurig of droevig te zijn is los komen van gangbare denkstructuren juist noodzakelijk. Afgelopen vrijdag deed Andrew Keen, bekend van het boek ‘The Cult Of The Amateur’ dat tijdens het iBeta/event in Heerlen. Ja, Keen spreekt vaak in Europa. Maar nee, storend is dat niet. In Heerlen waarschuwde hij voor een toekomst waarin mensen niet meer zijn dan data. Web 3.0, zo betoogde de antichrist of Silicon Valley, draait om mensen die grote hoeveelheden data verzamelen. En die data, die zijn geld waard. Voor bedrijven en voor de overheid. Over het gevaar bleef Keen op de vlakte. Zo stipte hij kort het herkennen van patronen in die grote hoeveelheden data aan. Precies daar zit ‘m het grootste probleem: patronen vragen om en leiden toe normalisatie. Een maatschappelijk proces dat vanaf de jaren negentig van de vorige eeuw een hoge vlucht heeft genomen. Wie niet in een patroon, een hokje past? Is raar, vreemd, bestaat niet en is, uiteindelijk, gevaarlijk.

Op een zonovergoten terras aan een gracht in Amsterdam vertrouwde Keen me toe dat hij niet zo veel heeft met Douglas Rushkoff. Toch denk ik dat de twee critici inhoudelijk prima met elkaar overweg kunnen. Rushkoff kwam aan het woord in deel twee van Radicale Vrijheid. Hij ziet dezelfde gevaren als Keen, maar is optimistisch. Er is maar één ding nodig: dat mensen doorhebben dat zij de baas zijn, niet bedrijven, techniek of systemen. “Probeer een wortel te laten groeien. In je achtertuin, of desnoods in een bloempot. Dat is iets kleins, maar het geeft een ontzettend goed gevoel als het lukt. Soms is het écht zo simpel om mensen met elkaar te verbinden. Word bijvoorbeeld lid van een netwerk van gewone mensen die hun eigen groente verbouwen en eet díe op in plaats van ze te kopen bij de supermarkt.” Loskomen van dwingende structuren en zélf kiezen, daar hamert Rushkoff op. En de angst dat je in je eentje niets kunt veranderen? Onzin, fulmineert hij. “Dát is precies de angst die we achter ons moeten laten. We zijn sociaal geprogrammeerd om te denken dat we individueel geen invloed kunnen uitoefenen. Echte mensen die echte dingen doen is al genoeg. Mensen zijn juist de acteurs op het grote podium. Als mensen anders gaan denken en anders gaan doen, dan gaat ook de wereld veranderen.”

Tja, in theorie is kritische weerstand inderdaad zo eenvoudig. Feit blijft dat de meeste mensen zo vastgeroest zitten in discoursen die succesvol zijn ‘geprogrammeerd’ dat een dergelijke verandering in denken een lastige opgave gaat worden. Anderen moeten hen daar op wijzen. Wakker schudden, als het ware. Vroeger was dat de belangrijkste taak van kunst, zo beweer ik in deel drie van Radicale Vrijheid. De Belgische filosofen Gideon Boie en Matthias Pauwels, samen de onderzoeksgroep BAVO, haken er aan bij het standpunt van Keen en Rushkoff. De kunstenaar moet loskomen van de dwingende structuren rondom kunst. Moet weer naar zichzelf kijken en handelen vanuit zichzelf. “Kunst zou een uiting moeten zijn van oprecht cultureel burgerschap”, beweren ze. Genoeg stof voor deel vier. Daarin ga ik op zoek naar de essentie van die sociale programmatie waar Keen, Rushkoff, Boie en Pauwels het over hebben. Ontdek ik, vrij naar Jean Baudrillard en Slavoj Žižek, wellicht de woestijn van de werkelijkheid, waar enkel nog stof en hitte zijn te vinden? Ik ben benieuwd.

Nog benieuwder ben ik naar de mening van de Gonzo (circus)-lezer. Tenminste, van de lezer die m’n Radicale Vrijheid-reeks heeft gelezen. Anders wordt het discussiëren zo lastig. Geef hieronder dus vooral commentaar. Eens kijken of we gebruik kunnen maken van de kracht van het netwerk.

Comments


Reacties


  1. Naam
    Bericht

    Artikel in Gonzo (circus) niet gelezen, hè @DeWitt? 😉

  2. Naam
    de witt
    Bericht

    Mag ik er dan, om de vrijheidscirkel rond te maken, ook bewust mijn eten in de supermarkt kopen?

Geen facebook? Reageer hier

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.



%d bloggers liken dit: