De navel van Daphne


Zet kunst maar op een plek waar niemand er last van heeft. Deze houding wordt geïllustreerd in ‘De navel van Daphne’, het nieuwe boek van dichter en filosoof Maarten Doorman. Kunst is iets voor een kleine groep geïnteresseerden geworden. Kan ze daarom nog invloed uitoefenen op de maatschappij?

PHVorig jaar ontstond er ophef nadat de gemeente Arnhem een tweetal kunstwerken van Lieven Hendriks had aangekocht: eentje roze, eentje geel. Door een optische illusie lijkt het alsof beide doeken gekreukt zijn. De lokale PVV was woest dat die kunstwerken met belastinggeld werden betaald. Op de Facebook-link naar een artikel over die ophef over Hendriks’ schilderijen volgden uiteraard reacties. Die varieerden van ‘Dat wil ik voor vijf euro ook wel voor je doen’ tot ‘Dat is geen kunst! Rembrandt en Picasso, dat is kunst!’. Het grote publiek en de hedendaagse kunst zijn van elkaar vervreemd. Je kunt de schuld natuurlijk bij de massa neerleggen: die wil geen moeite doen, die snapt het niet. Dat is geregeld waar, maar ik denk dat het ook reëel is om kunstenaars zelf de schuld geven. Even gechargeerd: het komt allemaal door Marcel Duchamp. Sinds hij een urinoir signeerde en daar zo kunst van maakte, weet niemand meer wat kunst precies is. De haai van Damien Hirst en de pindakaasvloer van Wim T. Schippers: hetzelfde verhaal. Wat wel kunst is en wat niet wordt blijkbaar niet meer op basis van goede smaak en gezond verstand bepaald.

Wereld op zich

We leven in een sterk geïndividualiseerde samenleving, die zich vaak uit in een ‘als ik er maar geen last van heb’-houding. Volgens velen mag je best gelovig zijn, als zij er zelf maar geen last van hebben. Vluchtelingen mogen best opgevangen worden, maar alleen als dat in een ander dorp kan. Dat kunst bestaat, prima, maar val ons er niet mee lastig, en betaal het vooral niet van onze belastingcenten.
In zijn boek haalt Doorman ‘Santa Claus’ aan, beter bekend als ‘Kabouter Buttplug’. Deze grote sculptuur van Paul McCarthy zou aanvankelijk in de Rotterdamse openbare ruimte geplaatst worden, maar na heel wat protest werd het (tijdelijk) op de binnenplaats van Museum Boijmans Van Beuningen weggestopt. Een paar jaar later kwam het standbeeld op een prominente plek in de openbare ruimte terecht. Verder protest bleef uit.
Een werk dat meerdere keren terugkeert in Doormans boek is Hans Haackes ‘Condensation Cube’, een plexiglazen kubus met wat gecondenseerd water erin. Doorman schrijft: ‘Dit werk is vaak opgevat als een beeld voor de geïsoleerde plaats van kunst in de wereld: de condens van het water vertoont in het felle licht een levendig esthetisch effect, maar het blijft altijd aan de binnenkant, zoals kunst binnen de muren van het museum blijft.’ Tijdens de Romantiek werd kunst autonoom: een wereld op zich, een vrijplaats waarin maatschappelijk ongeaccepteerd of ander ongewenst gedrag wél kan. Als iemand op straat een mes in zijn buik steekt, kan hij op een psychologisch onderzoek rekenen. Als Marina Abramović als performance met een mes een Jodenster in haar buik kerft, dan mag dat, want kunst is autonoom.

Geen dubbelzinnigheid

Het pleit voor Doorman dat hij niet in een te makkelijke ‘kunst/literatuur/popmuziek/een-andere-vorm-van-cultuur moet zich verdorie eens engageren’-verhandeling verzandt, maar juist geëngageerde kunst gewoonweg signaleert en daar vervolgens kritisch naar kijkt. Op de achterflap wordt de ongemakkelijke houding tussen kunst en engagement uitstekend gekarakteriseerd: ‘In de beeldende kunsten is niets wat het is. Kijk maar: je ziet niet wat je ziet. Maar van de politiek en van de moraal wordt juist ondubbelzinnigheid verlangd. Hoe kan kunst dan politiek of moreel zijn?’
Een andere terechte bewering die helaas op veel kunst van toepassing is: ‘[Zodra] je er achter [sic] komt welke minderheid of welke natuur onrecht wordt aangedaan, kun je schouderophalend naar de volgende aanklacht. Wat is er verder aan wanneer de betekenis duidelijk is, wat voegt het werk zelf daar dan nog aan toe?’ Veel geëngageerde kunst is inderdaad saai in haar pamfletisme. De Boodschap moet overkomen, dus er moet blijkbaar zo duidelijk mogelijk gecommuniceerd worden.
Een bijna terloops vallende sleutelzin in het boek is ‘Wat brengt sociaal betrokken kunst eigenlijk teweeg?’. De vraag lijkt een toespeling te zijn op Audens roemruchte ‘Poetry makes nothing happen’, dat uit zijn in memoriam-gedicht voor Yeats komt. Als dichter/politiek activist Yeats maatschappelijke invloed heeft gehad, dan is dat niet in diens hoedanigheid als dichter geweest.
Voor kunst lijkt de situatie weinig anders te zijn. Veel avant-gardistische kunstenaars hadden ideeën over hoe de wereld eruit moest zien, van de constructivisten in het interbellum tot de land art en performancekunst van de jaren 1970. Hun werk bleef echter een niche; massale interesse van alle rangen en standen bleef uit. In de postmoderne tijd was er bovendien een einde gekomen aan de grote verhalen als rationalisme, liberalisme, marxisme en fascisme, die een sluitend wereldbeeld pretendeerden te bieden. Robrecht Vanderbeeken merkt in dat licht in zijn boek ‘Buy Buy Art’ op: ‘Iedere filosofische aanspraak op het ware, het schone of het goede reduceren we tot “een zoveelste mening”.’

Geen ander

‘De navel van Daphne’ is eigenlijk ook gewoon een fijn leesboek, en dat heeft zo z’n voor- én nadelen. Het boek leest gemakkelijk, maar het theoretisch kader blijft beperkt, waarschijnlijk omwille van de toegankelijkheid. Doorman komt bijvoorbeeld op het terrein van postkolonialisme en de Ander als hij Marlene Dumas’ schilderij ‘The Neighbour’ behandelt: ‘het gezicht van de moordenaar van Theo van Gogh, Mohammed B., zonder balkje voor zijn ogen. Het beeld maakt […] een heel zachte, haast weke indruk op de toeschouwer, die zo haaks staat op het beeld dat we uit de media kennen, en op de brute moord van de dader, dat het haast onbehagelijk is om er naar te kijken.’ In andere woorden: Mohammed B. is hier niet meer de absolute Ander. Door die terminologie te gebruiken, had Doorman dat unheimische net wat scherper kunnen duiden. Het is makkelijk om B. neer te zetten als oosterse, islamitische moordenaar, die zo het tegenovergestelde zou zijn van ons: beschaafde, seculiere westerlingen. Maar dat ‘fotonegatief’ is B. op dit portret helemaal niet. Wat we dachten te weten, komt op losse schroeven te staan. Misschien is dat de effectiefste geëngageerde houding die kunstenaars in kunnen nemen: door via de dubbelzinnigheid van kunst laten zien dat de wereld nu eenmaal dubbelzinnig is. Als ieder ander z’n mening een ‘zoveelste mening’ is geworden, dan is iemand anders aan het denken zetten misschien het ‘hoogste’ of ‘concreetste’ dat kunst kan laten gebeuren.
Maar wie moet er aan het nadenken worden gezet? Zou iemand die hoge bedragen neerlegt voor bijvoorbeeld een print van Banksy (een opvallende afwezige in Doormans’ boek) zich iets aantrekken van diens antikapitalistische ideeën? Ik dacht het niet. Veel kunst- en cultuurliefhebbers zijn bovendien tegen de verarming van de culturele sector, tegen discriminatie, politiegeweld, slavernij, milieuvervuiling enzovoort enzovoort, nietwaar? Het is daarom een reëler scenario dat, a la Haackes ‘Condensation Cube’, de geventileerde ideeën binnen het wereldje van de kunstliefhebbers blijft, terwijl zij al dergelijke ideeën hebben. De al eerder genoemde Robrecht Vanderbeeken merkt bijvoorbeeld op over Ai Weiwei: ‘Zijn werk verkoopt vlot maar is een bevestiging van het westerse zelfbeeld dat zich ziet als het rationale en humane deel van de mensheid.’ Misschien gaat het niet te ver om van die ‘maar’ een ‘want’ te maken. Wellicht zijn we ook als kunstliefhebbers vooral geïnteresseerd geraakt in wat bij onze leefwereld aansluit, en sluit de kunst zich daar zelf ook bij aan. Doorman vraagt zich in een interview rond ‘De navel van Daphne’ dan ook hardop af: ‘Wordt er nog iets gemaakt dat ons verrast en verbaast en doet twijfelen?’. Het lijkt mij dat tot die tijd de kans klein is dat kunst iets laat gebeuren.


Dit artikel verscheen eerder in GC #132.

Koop deze editie in onze webshop!

Bibliografie

Maarten Doorman, De navel van Daphne (Amsterdam: Prometheus, 2016)
Robbrecht Vanderbeeken, Buy Buy Art (Berchem: Epo, 2015)

Reacties