Blog Recensies

Op zoek naar bezieling


De eerste dag van een festival is vooral aftasten: hoe zijn het terrein, het programma en de andere bezoekers? Op dag twee is er echt tijd om goed rond te neuzen. Zeker in de middag valt er van alles te ontdekken. De headliners worden immers tot ’s avonds bewaard.

Caribou © Maurice Dumont

Caribou © Maurice Dumont

Bij het betreden van het festivalterrein trekt er een luid en massaal gejuich over. Niet voor een optreden, echter: het blijkt een veld vol Belgen, die de verrichtingen van de Rode Duivels op groot scherm volgen. Tussen 15:00 en 17:00 is het inderdaad relatief rustig bij de verschillende podia. De rammelende mix van gospel en indie van Weaves (denk aan Bessie Smith met Pavement als begeleidingsband) is een vermakelijk begin van de dag. Dat niet alle Belgen voetbal kijken, blijkt bij de talrijke opkomst voor het optreden van de Waalse Alice Dutoit, alias Alice On The Roof in Podium THREE. Haar act is schatplichtig aan de dansbare triphop van Hooverphonic en Goldfrapp en steekt goed in elkaar. Een ideale festivalartieste, maar wel wat braaf en degelijk.

Britse bravoure

Dan maar eens in tent TWO bij Blossoms kijken, zo’n typisch veelbelovend Brits bandje, dat de nieuwe Oasis wil worden. Hun aanstekelijke, maar ook wat kitscherige single “Charlemagne” was al 3FM-megahit en het titelloze album, geproduceerd door The Coral-voorman James Skelley, kan elk moment uitkomen. De jonge band zet al een heel volwassen show neer, met veel nog onbekende nummers, die toch al vertrouwd klinken. De keyboards, die in de tot nu toe verschenen singles de boventoon voeren, vallen in het stevigere live-geluid wat beter op hun plek en associaties met The Verve, Dodgy of recenter, the Last Shadow Puppets, dringen zich op. Aan de overtuigingskracht en de souplesse van Blossoms is te merken dat het menens is; een aangename kennismaking, die nieuwsgierig maakt naar het album.

Rat Boy © Maurice Dumont

Rat Boy © Maurice Dumont

Ook het eveneens Engelse Rat Boy, dat draait rond de twintigjarige Jordan Cardy, heeft alleen nog enkele singles uit, waaronder het Beastie Boys-achtige “Move”. Toch weet de band een uur te vullen, al is niet al het materiaal even sterk. Cardy is echter een charismatische voorman, die het publiek binnen no time op zijn hand heeft en het weet op te zwepen tot crowdsurfen en slamdancen. Muzikaal horen we een mix van Arctic Monkeys en AudioBullys; niets nieuws, maar de aanstekelijke bravoure en de ongetemde energie, creëert precies de buzz waar we gisteren naar op zoek waren. Een vroeg hoogtepunt van dag 2.

Belegen bombast

Veel aandacht, vooral ook van de pers, is er voor harpist Remy van Kesteren, die zijn project Tomorrow Eyes presenteert en daarvoor trompettist Eric Vloeimans heeft meegenomen. Van Kesteren vertelt over het project en hoe spannend hij het vindt om met eigen werk op tournee te gaan. Anders dan bij een klassiek concert, lopen festivalbezoekers gewoon weg als het ze niet bevalt, óf als er in andere tent weer een ander bandje begint. De overwegend ingetogen albumstukken krijgen op het podium een nogal bombastisch jasje, rakend aan progressieve rock en jazzrock uit de jaren 1970. Fascinerend, maar ook zware kost, zeker na de feestmuziek van Rat Boy.

Ulrika Spacek werd door Preoccupations (voorheen Viet Cong) op sleeptouw genomen als voorprogramma en speelt zodoende ook op BKS. In het programmaboekje wordt de band aangekondigd als een mix van My Bloody Valentine en Galaxie 500 en dat wekt verwachtingen. In de eerste paar nummers steekt de band ook stevig van wal, met dikke lagen distortion. Wanneer men gas terugneemt, beginnen de onvastheid van de zang en de houterigheid van de drums steeds meer op te vallen en uiteindelijk te irriteren.

Routine

Bij FOUR, de dansarena aan het andere uiteinde van het veld, is Daphni, de dj-naam van Caribous Dan Snaith, al wat warm aan het draaien met edits die we herkennen uit de set waarmee hij in 2014 het Dekmantel-festival afsloot. Wat routinematig, dus, maar wel effectief, want het plein staat vol en er wordt al stevig gedanst. In TWO treedt Dinosaur Jr. aan voor een mud- en mudvolle tent. J. Mascis is, naar eigen zeggen, behoorlijk ziek en speelt daarom zittend. Aan zijn zang is dat niet te horen, maar het samenspel is de eerste paar nummers rommelig. Het uitbundige publiek laat zich daar niet door hinderen en klassiekers als “Out There” en “Feel the Pain” gaan erin als koek.

Air © Maurice Dumont

Air © Maurice Dumont

Op ONE, het grote openluchtpodium, mag vervolgens Air aantreden, een band die in haar twintigjarig bestaan niet vaak op Nederlandse podia, of in het algemeen op festivalpodia te zien was. Dat alleen al zorgt voor hoge verwachtingen. De vraag is wel of de stemmige muziek van Air standhoudt in de open lucht, in het volle licht. Al snel wordt het antwoord duidelijk: nee! De statische podiumpresentatie, de brave uitvoeringen, de te subtiele lichteffecten, het komt niet over. Anders dan Beck gisteren, lijken Dunckel en Godin totaal niet over de setlist nagedacht te hebben. Pas tegen het eind weet de band met de megahits “Sexy Boy” en “Kelly Watch the Stars” enige deining in het veld te veroorzaken. Echt een gemiste kans.

Bezieling

De teleurstelling vanwege Air voedt het verlangen naar een nieuwe uitschieter. Bob Moses, misschien? Met zijn mix van aalgladde soul en dansbare beats – à la Jamie Woon – zet deze droomprins de THREE op z’n kop. Dat begint erop te lijken. Het hoogtepunt van de dag volgt echter daarna: Low. Het trio rond Alan Sparhawk en Mimi Parker treft een enthousiast en toegewijd publiek en speelt een sterke set met zware kost uit hun ruime catalogus, waaronder “On my own” en “Monkey”. Het hoogtepunt is een lange, dreigende en uiteindelijk allesverzengende uitvoering van “Pissing”. De band speelt dreigende muziek met toewijding en ernst, maar ook met veel plezier. Na twee dagen overvoerd te zijn met allerlei muzikale en andersoortige indrukken, spuit Low ons de oren weer uit met een krachtig, bezield optreden.

Low © Maurice Dumont

Low © Maurice Dumont

Na deze reset kunnen we weer fris de nacht in met Caribou. Zijn albums “Swim” en “Our Love” hebben zich inmiddels bewezen als perfecte hybrides van indie-pop en dance, en komen in een live-setting uitstekend tot hun recht. Na een toegankelijk begin duiken Snaith en consorten de diepte in met onder andere het emotionele “Jamelia”, om daarna naar een uiterst opzwepende finale, met de hits “Can’t Do Without You” en “Sun” toe te werken. Beter dan dit kan het niet meer worden, dus wat er van de nacht rest, laten we aan ons voorbij gaan.


Reacties