Blog Columns

OPINIE: muziekfestivals en maatschappelijk engagement – oprecht of opportunisme?


In elke editie van Gonzo (circus) geeft een man/vrouw uit Vlaanderen of Nederland zijn of haar visie op de vernieuwing in muziek en cultuur. Pascal Gielen merkt op dat veel festivals hun maatschappelijk engagement benadrukken. Is het oprecht of opportunisme?

Tegenwoordig zien we het steeds meer. Niet alleen muziekfestivals en –organisaties, maar ook musea en schouwburgen pakken uit met een sociaal geëngageerd programma. Muzikanten gaan de wijk in.
Kunst dient om de sociale cohesie op te dirken en het gemeenschapsgevoel aan te wakkeren. Wanneer een immigrant of illegaal op het podium staat mee te zingen, zou dat goed zijn voor de integratie. Festivalorganisatoren zetten hun maatschappelijke betrokkenheid in de etalage. Hebben we te maken met een 1970-revival? Komen we na een periode van nuchtere zakelijkheid terug in een conjunctuur van bewogen en welgemeend idealisme? Of hangt rondom dit nieuwe engagement een opportunistisch geurtje?
Belangrijk verschil met de jaren 1970 is alvast dat kunstenaars en cultuurondernemers veel gemakkelijker subsidies kunnen vangen wanneer ze een sociaal projectje aan hun festiviteiten koppelen. Het demonstreren van wat maatschappelijke bewogenheid loont. En, waarom zou men aarzelen deze potjes aan te spreken wanneer aan de andere kant de subsidies worden weggehakt? Vormen de gelden voor wat sociaal engagement geen welkome alternatieve cultuurfinanciering?
Boeiender is de vraag of al dit creatief geïnspireerd maatschappelijk werk enig effect resulteert. Voor Nederland valt alvast op dat menig community art project in dezelfde wijken verrijst waar een decennium geleden de stekker uit de lokale welzijnsvoorzieningen werd getrokken. Op plaatsen waar eerder een schooltje, een buurthuis of een lokaal medisch centrum werd opgedoekt, moet vandaag een streepje muziek de sociale omgeving opbeuren. Maar kan dit creatief engagement wel de kaalslag van het huidige neoliberalisme opvangen? Kan kunst de excessen van een al te vrije markt corrigeren? Moeten de riff op een gitaar en de glimlach van een CliniClown de kwalijke bijwerkingen van een geprivatiseerde zorgsector verzachten?
Community art heeft alvast omwille van zijn tijdelijke en publieke karakter een hogere pr-waarde voor politici dan het schooltje of het buurthuis dat er altijd al was. Bovendien is zo’n artistiek engagement stukken goedkoper dan structurele welzijnsvoorzieningen. Gemeenschapskunst steunt hoofdzakelijk op dergelijke tijdelijke projecten en weinig structurele voorzieningen. Wanneer de muzikant zoals altijd ‘een fantastisch’ project heeft nagelaten, trekt hij de wijk weer uit waarna de nog broos opgebouwde sociale cohesie weer gemakkelijk in elkaar stuikt. Waar die illegaal is gebleven? Dat is de muziekorganisator al lang vergeten. Die staat weer enthousiast klaar voor een volgend creatief, hoogst innovatief project en… een nieuwe subsidieaanvraag. Zoiets heet tegenwoordig ‘goed cultureel ondernemerschap’.

Pascal Gielen (1970) is hoofddocent kunstsociologie en directeur van het onderzoekscentrum Arts in Society verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is onder andere mede-auteur van het boek ‘Community Art’. Het onderzoek van Gielen focust op cultuurpolitiek en de institutionele context van de kunsten.

Deze column is ook verschenen in Gonzo (circus) #114
beeld: Wouter Medaer
 


Reacties