Musica
Events

Nog één dag beuken


De zondag van Roadburn droeg tot een aantal jaar geleden de naam ‘Afterburner’. Al geruime tijd is de zondag echter niet meer een klein feestje voor degenen die niet naar huis willen, maar een volwaardige vierde festivaldag. De line-up maakt dat nog eens meer dan duidelijk.

Ook dit jaar werden we weer door een dubbel gevoel overvallen bij het ingaan van de laatste dag van het festival. Aan de ene kant waren we op, murw gebeukt door drie dagen lang fantastische muziek (en vooruit, liters bier). Aan de andere kant zaten we vol inspiratie en met een line-up om van te watertanden waren we blij dat we nog niet naar huis hoefden. Een laatste verslag van de plek die we eigenlijk nooit willen verlaten.

Emo-vacuüm

Op papier was Have A Nice Life misschien wel de reden waarom we dit jaar absoluut in Tilburg wilden zijn. Het verhaal achter deze slaapkamerband (in casu twee jeugdvrienden Dan Barrett en Tim Macuga uit Connecticut) is behoorlijk curieus. Ze maakten twee platen – ‘Deathconsciousness’ uit 2008 en zes jaar later gevolgd door ‘The Unnatural World’ in eigen beheer- maar nooit met de intentie om die op een volwaardige manier uit te brengen. Het was iets persoonlijks, iets voor hunzelf. Tegen alle verwachtingen in zijn die twee albums gaandeweg hun eigen leven gaan leiden; met een cultstatus als uiteindelijk gevolg. Plots werden dat fel gezochte items en werd de vraag om re-issues steeds luider. Die zijn er sindsdien blijven komen. Op Roadburn speelden ze twee keer een volwaardige set, waarbij op de slotdag het volledige debuut aan de beurt zou komen. Op die twee albums wordt een bijzondere vorm van postpunk gebracht, waarbij evenveel wordt geplukt uit postrock, shoegaze, drones, doom, gothic, indie, black metal en ambient. Het publiek in de grote zaal zag het duo aangevuld met een extra gitarist, een bassist, een drummer (die ook nog flink wat elektronica voor zijn rekening nam) plus een jonge snaak die met livecoding de bij momenten intrigerende visuals voor zijn rekening nam. Centrale pool van de show was zanger Barrett die vanaf de instrumentale opener diep ging. Héél diep. Hierdoor worstelde de band af en toe met hun geloofwaardigheid, omdat Barrett op die momenten iets te gretig de emokaart trok. Getormenteerde zielen zorgen vaak voor beklijvende kunst, maar het was bij momenten jongleren op een slappe koord tussen pathos en oprechtheid. Het vijftal speelde echter strak, de set kende voldoende stilistische afwisseling en de devote fans op de eerste rijen in het midden werden ruimschoots op hun wenken bediend. Een grapje over de security zorgde gelukkig voor wat lucht in dat emo-vacuüm. Al bij al speelde de band een  beklijvende show, maar we vragen ons nu wel af of het mysterie van die plaat niet een beetje verloren is gegaan.

Schetsen en waanzin

Er zijn weinig artiesten die kunnen zeggen dat ze zes maal hebben gespeeld op Roadburn. De bescheiden Belg Dirk Serries, alias Fear Falls Burning, is zo iemand. Geen twee concerten zijn bovendien ooit hetzelfde. Improvisatie is namelijk altijd het uitgangspunt. Even avontuurlijk en wisselend is het instrumentarium van dit project. Drummer Tim Bertilsson (Switchblade) is ondertussen een vaste gast en ook saxofonist Colin Webster is een compagnon de route geworden in de vele freejazzprojecten van Serries. Een opmerkelijke gast was nog een tweede Zweed, namelijk Per Wiberg, de ex-keyboardspeler van Opeth. Zoals altijd bij Fear Falls Burning wordt er gespeeld met dynamiek en wordt de tijd genomen om te komen tot een of meer climaxen. Concerten zijn reeksen van schetsen; en schetsen van reeksen waarbij wordt toegewerkt naar hoogte- en eindpunten. Soms minutieus en gracieus. Soms monolithisch en apocalyptisch. Dat was dit keer niet anders.

Met  Alexis Marshall beschikt Daughters over een maniakale zanger die je ’s nacht niet alleen wil tegenkomen in een donkere steeg. Strak in het pak –in het  begin alvast- zag hij eruit als een gevaarlijke Russische gangster uit ‘Eastern Promises’. De band heeft met ‘You Won’t Get What You Want’ vorig jaar een opmerkelijk ontregelende plaat uitgebracht vol chaotische noiserock van de vuigste soort. The Locust of Arab On Radar overgoten met vitriool. Zoiets. Dat was voldoende voor Cop Shoot Cop om op hun Facebookpagina de loftrompet boven te halen voor deze band uit Providence, Rhode Island. Begrijpelijk want door de scheve elektronica snappen we die aanbeveling door uitgerekend die band wel. Na een jarenlange pauze staat Daughters scherper dan ooit. Marshall braakte zich letterlijk door de show, bewerkte zijn hoofd tot bloedens toe met zijn microfoon, kroop op de toog aan de zijkant, dook voortdurend in het publiek en op het einde ging hij zijn al behoorlijk bekraste en gestriemde rug te lijf met zijn broeksriem. Zelfkastijding werd hier tot kunst verheven,  hoe ongemakkelijk het soms ook binnen kwam. “David Yow van The Jesus Lizard”, riep een vriend ons in het oor, “maar dan kwader”. Precies dat. Voeg daar gerust nog de predicaten smerig, gevaarlijk, ontregelend, negatief, gewelddadig en intens aan toe. Dit was geen concert, dit was een rel.

Jacob Bannon

Met Marissa Nadler stond een wellicht wat vreemde eend in de Roadburn-bijt geprogrammeerd. Al jarenlang een darling van het alternatieve indie-circuit (haar prachtige nummer ‘Heart Paper Lover’ staat al een klein decennium in onze afspeellijsten), maar op een festival dat heavy hoog in het vaandel heeft staan deed het ons benieuwen hoe haar set van gitaar en zang zou vallen bij het publiek. Wat dat betreft had Emma Ruth Rundle in 2017 al een soortgelijk kunststukje uitgehaald, dus echt verbaasd dat het vrijwel stil was tijdens de prachtige muziek van Nadler waren we niet. Met een vertederende opening waarbij er iets mis ging met de geluidsinstellingen (en Nadler vertelde hoe haar droom die zojuist uitkwam binnen tien seconden in een nachtmerrie leek te veranderen) at het publiek al rap uit haar hand. Vooral toen vriend Stephen Brodsky nog twee nummers mee kwam spelen, waaronder een nummer van een nieuw project van de twee (Droneflower) dat deed uitkijken naar de release ervan.

Brodsky moest zich vervolgens haasten naar de overkant om alweer het hoofdpodium te betreden, ditmaal met Old Man Gloom. Waar hij een dag eerder met zijn eigen band Cave In met een gitaar om zijn lijf over het podium denderde, stond hij nu met een basgitaar om zijn lijf, om de partijen van de overleden Caleb Scofield voor zijn rekening te nemen. Old Man Gloom brak de zondag vrijwel letterlijk doormidden met een geweldige, brute, beukende, fantastische en overtuigende set. Sodemieters. Een van de absolute hoogtepunten van het festival, temeer daar Jacob Bannon van Converge als verrassing nog twee nummers mee kwam schreeuwen. Drummer Santos Montano, het social media-genie van de band die eerder tijdens het festival nog furore maakte als cocktailbrouwer, knalde als een malle ritmes de zaal in waarover Aaron Turner agressieve gitaarlijnen liet stuiteren en waarbij wij dan weer bijkans een nekhernia opliepen. Machtig.

Stedelijk kwaad

Ook machtig: Sleep. De twee uur die zij een dag eerder speelden waren nog niet genoeg voor de band en de festivalgangers, want zij brachten gezamenlijk gewoon nogmaals twee uur met elkaar door onder een deken van legendarische stoner. We hoeven er verder geen woorden aan vuil te maken, want Sleep speelde wederom fenomenaal sterk. Tijdens Sleep speelden er tegelijkertijd overigens nog twee juweeltjes in de Hall of Fame en in Het Patronaat, te weten Coilguns en Birds in Row. Die eerste, een uit Zwitserland afkomstige band, sloopte bijkans de Hall of Fame in een show die bol stond van plezier en energie. De frontman bestond uit één deel hardcore zanger, één deel experimenteel danser en één deel maatschappijkritische komiek. Met voormalige leden van het Duitse The Ocean was kwaliteit op voorhand te verwachten, maar dat we zodanig weggeblazen zouden worden hadden we dan weer niet verwacht. Direct erna aanschouwden we Birds in Row in Het Patronaat en ondanks dat hun op posthardcore georiënteerde geluid (dat op momenten deed denken aan een band als Thursday) wellicht wat buiten de toch aardig opgerekte Roadburn-grenzen viel stond het gebouw op zijn kop. De sympathieke Fransen speelden een heerlijk strakke set en wisten zich gesteund door meezingende fans vooraan in de moshpit. Beide bands spelen op 23 juni in dat andere Patronaat, in Haarlem, samen met het Amerikaanse Cult Leader (die een van de betere metal albums van 2017 op hun naam hebben staan). Daarbij aanwezig zijn lijkt ons een must.

Over Het Patronaat gesproken: volgend jaar staat het prachtige gebouw niet meer op het Roadburn-affiche. Overgenomen door een nieuwe eigenaar die commerciële evenementen op het oog heeft zal het geen podium meer bieden aan fijn metalgeweld. We konden ons geen betere afsluiter van zowel de dag als Het Patronaat zelf bedenken dan de Amerikaanse black metal band Imperial Triumphant. Hun ziedende en van jazz-ritmes doordrenkte black metal, gespeeld met mathematische precisie door mannen met gouden maskers en zwarte gewaden, vormde het perfecte decor voor de ontmanteling van het Goede door het Kwade (ja, we nemen grote woorden in de mond). In een interview dat we in 2017 met de band hadden gaven de heren aan dat hun muziek bestaat uit ‘observaties van het stedelijk kwaad’. Waarvan akte. Benieuwd hoe Roadburn de afwezigheid van haar kathedraal in 2020 gaat opvangen. We zullen erbij zijn.

Gezien: Roadburn 2019 – Tilburg – zondag 14 april 2019
Tekst: Serge de Pauw en Niels Tubbing – Foto’s: Paul Verhagen


Reacties