Geluid

Super Heavy Metal

Music For Cymbals


Artiest:Super Heavy Metal
Titel:Music For Cymbals
Label:Hubro
Distributeur:Konkurrent

Artiest:Christian Wallumrød Ensemble

hubromusic.com

Drummer Kim Åge Furuhaug speelt al meer dan een decennium bij de Noorse, maar in het Verenigd koninkrijk verblijvende, rockband The Alexandria Quartet, samen met Chris Holm, Odd Martin Skålnes en Øystein Braut. Tijd voor eens totaal wat anders vond hij en hij verzocht producer Anders Bjelland om hem bij te staan tijdens het maken van zijn solodebuut. Recent hadden we meer dan lovende woorden over voor het solodebuut van René Aquarius (onder meer Dead Neanderthals), waar de Nijmegenaar op een zeer eigenzinnige manier zijn drumstel verkende zonder dat het als dusdanig klonk. Wel, drummer en percussionist Furuhaug beperkt zich nog verder en kiest ervoor om louter en alleen de cymbalen te gebruiken voor een indrukwekkende luistertrip. Hij behandelt zijn cymbalen als het ware als een geprepareerde piano, door gebruik te maken van stokken, tapes, effecten, rateltjes, zijn handen en uiteraard worden de geluiden door een resem apparatuur gehaald waar ze laag op laag worden gelegd. Daardoor klinken de zeven ongetitelde nummers heel elektronisch van aard en is de oorsprong van de geluiden, met name de cimbalen, nauwelijks te achterhalen. Toch klinkt ‘Music For Cymbals’ ritmisch, coherent en avontuurlijk, net zoals ‘Blight’ van Aquarius geen seconde verveelde, is dat dus ook hier niet het geval. Na zijn solodebuut ‘Pianokammer’ van enkele maanden geleden; keert de Noor Christian Wallumrød terug naar zijn vertrouwde ensembleomgeving. Sinds zijn debuut ‘No Birch’ uit 1996 op ECM volgden heel wat platen van deze ascetische muzikant en componist die bij voorkeur met keyboards aan de slag gaat, akoestisch of elektronisch. Al schrikt hij geenszins terug voor een partijtje inventief pianospel. Na jaren bij ECM maakt hij nu ook met zijn ensemble de overstap naar Hubro. Opener ‘Haksong’ verrast omdat het nummer quasi als popmuziek klinkt, maar dan met een ensemble en neigend naar perfectie in plaats dan naar een wegwerpproduct. Vanaf daar vervelt de plaat stilaan, geeft Wallumrød ruimte aan zijn ensembleleden om even van zich te laten horen en naar het einde van de plaat toe, op ‘Arpsam’ bijvoorbeeld, gaat de klemtoon opnieuw helemaal liggen op zijn piano- en keyboardspel. Door deze opzet zit er een lijn in, die geleidelijk naar andere sferen verhuist, zonder dat we het echt doorhebben tot het te laat is. Ook hier verafschuwt Wallumrød de tierelantijntjes. Hij beperkt zich tot de basis, in zijn geval pure muzikale schoonheid.

Reacties