Events

Le Guess Who?: Niet te missen


Er zijn muziekfestivals, en dan is er Le Guess Who?.

Waar op het doorsnee festival een oude bekende tegenkomen al gauw uitmondt in biertjes en onheil, is dat bij deze internationale showcaseparel anders – muzieknerds van alle landen kruisen elkaar verwoed marcherend op de roltrappen van TivoliVredenburg, maken zich van hun ontmoeting af met een korte indicatie van hun volgende etappe, en verdwijnen dan in het intieme gedruis van de concerthallen, die dit jaar de Sint-Janskerk, de Stadsschouwburg, BASIS en talrijke andere locaties in Utrecht opvullen met de crème de la crème van de hedendaagse geluidspoëzie.

Op Le Guess Who? stuit zelfs de meest doorwinterde muziekveteraan op verrassingen: zo is terugkeren van dit festival altijd een beetje wakker worden uit een droom, en tuimelen we van de bevreemding naar betovering en terug dankzij een hoogstaand geluidsbuffet dat geen spaan heel laat van onze saaie verwachtingspatronen. Dat is omdat Le Guess Who? niet alleen rasmuzikanten programmeert, maar ook op zoek gaat naar performers: zo kunnen de radioklare teksten van de extravagante R&S-ontdekking Gabriels toch ergens bekoren dankzij het uitbundige zangtalent en het schijnbaar ongelimiteerde bereik van hun flamboyante frontman, die zo energie straalt als een kerstmarkt. In scherp contrast hiermee druipen velen af als ze merken hoe diep experimenteel Lori Goldsteins act in Hertz is. Toch beloont ze het geduld van haar publiek rijkelijk met een ontzettend subtiele, en dan weer licht ontluisterende partij op cello, die ze ondanks haar statements dat ze ‘muziek vooral ontleerde’ beheerst als ware het een ledemaat. In extase brengt ze een spel dat klassieke melodieën met een lichtvoetige folkteneur ontroerend maakt, waarop allerhande effecten onheil in de muziek laten binnenwaaien.

Kalverliefde

Het volgende monstertalent op de line-up is Shannon Lay, die zichzelf als een welp van Nick Drake en begeleidt op de gitaar, waarbij ze ontwapenende verhalen over kalverliefdes vermengt met allusies op de sterren en alles daaronder. ‘I have to get out of California – the days go by like smoke in the wind – oh to grow, oh to discover – the nature without the nature within’, zinspeelt haar perfect toonvaste stemgeluid, haar publiek oprecht omarmend met deze doorleefde poëzie in woord en klank.

Scotch Rolex, MC Yallah en Duma’s Lord Spikeheart geven volledig gestalte aan de toon die gezet is op het op Hakuna Kulala uitgebrachte album ‘Tewari’: ze zijn rauw en direct, met beats cooler dan David Lynch. Verwarrend hoogtepunt is Space Afrika, een set die low-key Burial-vibes uitspeelt tegen een soundscape vol geknars en wars van enige melodie. Als het hun doel is om hun publiek te verwarren, dan zijn ze hier glansrijk in geslaagd: een overheersend wit publiek ziet er dankzij de visuals met lede ogen aan hoe Afrikaans-Amerikanen achternagezeten worden door de politie en gearresteerd worden, terwijl een collage van wazige leftfieldsamples mondjesmaat tot beweging verleidt. Dansen is niet mogelijk en stilstaan ook niet echt. Alle conventies waar men zich op beroept tijdens een muziekfestival zijn plots geen optie meer, en we worden overgeleverd aan de moeilijke taak, te zoeken naar houvast in dit wazige muziekgeheel.

Meanderend

En dan is er de volgende namiddag eindelijk Kelman Duran. Met het apocalyptische ‘1984’ trok hij reggaeton de toekomst in, en productief als hij is, verbaast het niet dat hij zijn eigen plaatjes draait tijdens een back-to-back met Lil’ C. Aan elkaar gewaagd, hitsen ze niet alleen elkaar, maar ook de bezoekers van de BASIS-club op; zo voelt deze om vier uur ’s middags al aan alsof we in vol ornaat de opkomende zon aan het negeren zijn. Camille Mandoki brengt ons wat later terug naar aarde. Door dit onontgonnen talent te programmeren bewijst de geniale Lucrecia Dalt nog eens dat ze even goed kan luisteren als ze kan spelen, en geeft ze het podium aan een zangproject dat alle melancholie en distortion van Portisheads geluid concentreert, maar slechts hele subtiele akoestische begeleiding geniet.

Absoluut hoogtepunt is echter saxofonist Bendik Giske, die zich met zijn hele lichaam overgeeft aan zijn instrument – een uur lang zie je hem nauwelijks ademhalen, slaagt hij er als een engel in om klarinet-achtige meanderende klanken uit het logge instrument te worstelen. Finse producer Vladislav Delay komt op in een witte marcel die een bloedplekje aan de kraag lijkt te hebben; met zijn haar ludiek in een palmboompje opgestoken, vuurt hij trage en onderzoekende glitchnoise op ons af, terwijl hij zijn achternaam kracht bijzet door de organische clubritmes die hij aankaart nooit echt uit te diepen.

Antiritmes

Dan is het Keniaanse grindcoreduo Duma het mooiste trauma: zanger Martin Khanja toont hoe zeer hij die kunst van het roepen tot in de uithoeken beheerst. Existentiële knelpijn vermengt zich in dit gekrijs met enerverende synth-based ritmes en antiritmes, en slaagt er in deze uitbarsting van woede en waarheid toch weer in om een concert-lange moshpit van liefhebbers te bezweren; ze zijn één van de absolute hoogtepunten van het Nyege Nyege-label, en maken een indruk die niet uit te wissen valt.

Op Le Guess Who? wordt duidelijk in wat voor een antibarok tijdperk we leven. Zelden is er muzikale balans te bespeuren zonder een vleugje desintegratie, en onrust lijkt zich te vertalen in hoe instrumenten van al hun vanzelfsprekendheid ontdaan worden en in al hun levendige kwetsbaarheid worden getoond. Zo was ook het festival zelf gevoelig aan beleidswijzigingen door het coronavirus – plots werden er voor de evenementenwereld nieuwe beperkingen van kracht, een uitdaging die de organisatie soepel als een ballerina opving door de programmatie vanaf zaterdag om 18u af te ronden, en de massa rustig en stipt te delegeren. ‘Embrace the uncertainty’, zei Shannon Lay op het einde van haar set, en laat dat nu net exact zijn wat er gebeurt in alle lagen van het niet te missen Le Guess Who?.


Reacties