De ondervinders


Luk Sponselee: Nederlandse kunstenaar en labelbaas van Zesde Kolonne in België. Griet Menschaert: Belgische kunstenaar en artistiek verantwoordelijke van KONT Magazine in Nederland. Beiden zijn ze de grens overgestoken, maar in tegenovergestelde richting. Ergens in het midden vinden ze elkaar met deze briefwisseling.

Beste Griet,

Bijna dertien jaar woon ik nu in Antwerpen, wat eigenlijk onze tweede keus was na Gent, en ben er best tevreden over. Het voelt als reserve-Belg, afkomstig uit Zeeuws-Vlaanderen, als een soort van thuis komen: die majestueuze wolkenpartijen als ik op de kade bij de Schelde sta en vooral de zilte zeelucht. Waar ik als ‘Ollander’ alleen wat minder over ben te spreken, is de aansluiting met de scene hier in ’t Stad. Op zoek daarnaar liep ik braaf de nocturnes op het Zuid: galerie in galerie uit. Iedere openingsronde kwam ik dezelfde mensen tegen, kunstliefhebbers, makers zelfs, maar praten met elkaar deden we niet. Misschien waren we digitale vrienden, maar zeker niet bij dit soort gelegenheden. Ook niet bij de Scheld’apen, het equivalent van een kruising tussen activiteitencentrum 2B en Artspace Flipside in Eindhoven: allemaal vrije geesten en artiesten met een hoek af. Zo schat ik mezelf ook een beetje in. Jij als veteraan hier in het Antwerpse, Wat had jij me toen voorgesteld om me in de scene te kunnen nestelen?

Het zit nu helemaal snor. En ik kom voor mijn werk ook in Gent, soms Hasselt en een enkele keer Brussel, Aalst, Kortrijk, Oostende en zelfs Geel. Of Meerhout, bij het kunstenaarscollectief Tarmac. Een rijk cultureel landschap, tot aan de taalgrens. Wat jammer dat jullie die (Waalse) helft van je land zomaar laten liggen! Alsof het niet bestaat! Toch heb ik het gevoel dat kunst en cultuur hier dieper is geworteld in de maatschappij. Het is bijna normaal om kunstenaars (in de breedste zin van het woord) aan het woord laten en naar hun mening te luisteren (of er iets mee wordt gedaan is iets anders). Dat heb je in Nederland veel minder. Alleen al StuBru is schier onmogelijk in Nederland. Dan hoor (en weet) ik dat het nu niets meer is vergeleken bij vroeger. En nu is het nog (steeds) goed!
Het is jou ook aardig gelukt met het magazine en de Eindhovense cultuurprijs vorig jaar. Hoe heb je je voet tussen de deur weten te krijgen?

Ik zie je reactie tegemoet.
mvg
Luk

Dag Luk,

Allereerst: ik ben geen veteraan in Antwerpen. Ik heb nooit ‘gediend’ – ben veel te tegendraads daarvoor en: ik heb Antwerpen pas leren kennen als ‘Nederlander’! Echt waar! Voordien was het voor mij de meest arrogante stad van België, met vooral mannen met dikke nekken (zo werd dEUS in mijn regio bijvoorbeeld beschouwd). Ik kwam zelden in die stad. Sinds 2003 woon ik in Eindhoven en van hieruit heb ik geleidelijk Antwerpen verkend, vanuit mijn kunstenaarschap, en via mijn eerste Nederlandse lief dat net als jij een Zeeuw is en bijgevolg meer over die stad wist dan ik. Daarom is deze briefwisseling een goed idee: jij en ik lopen elkaar mis, precies zoals jij beschrijft over je wedervaren in de Antwerpse galeries… Dat heb ik daar trouwens evenzeer, hoor. En wees eerlijk: hoe interessant vinden kunstenaars galeries nou eigenlijk? Ik vind er weinig aan, steeds minder, te eendimensionaal. Ik verkies de mengvormen met literatuur, dans, muziek, onnozelheid, filosofie… Ik tref liever de ideeën, de bronnen, de mensen, dan de eindproducten met de prijskaartjes ernaast. Ik ben trouwens afkomstig uit Vollezele, vlakbij Ninove (recent veel in het nieuws geweest). Ik ging naar het zwembad in het Frans (Edingen) en mijn vader had Franstalige patiënten. Voor mij is Wallonië met andere woorden veel minder abstract dan voor de gemiddelde Antwerpenaar.
Hoe ik me heb ingekapseld in Eindhoven? Ik denk dat mijn journalistieke achtergrond heeft geholpen: veel subtiel geduld, expliciete interesse en observatievermogen. Nederlanders praten graag over targets die ze behalen, Belgen dóén meer, denk ik, wroeten en doorzetten, hoewel zij meer klagen en zich graag tekortgedaan lijken te voelen. Bij Belgen, en ook bij mij, draait het minder om het resultaat als doel, meer om het bezig zijn, denk ik. En er valt genoeg te doen in Eindhoven.
Dat je over ‘jullie’ praat als je het tegen mij als Belg hebt, kwetst me een beetje, raar genoeg. Ik ben inderdaad Belg, en daar blij om, maar ik ben niet alle Belgen, en ik woon al meer dan vijftien jaar in Nederland, dus ik ben intussen ook onderdeel van die andere ‘jullie’. Ik besef dat ik met deze reactie overkom als een botte Nederlander en dat ik jou een beetje ervaar als een verongelijkte Belg, haha. Zou ik misschien meer Nederlander zijn dan jij intussen!? Mijn familie krijgt nog gelijk. Zij noemen mij al lang ‘onzen Ollander’. Ik zie het niet zo gescheiden: Vlaanderen en zuidelijk Nederland vormen als geheel het territorium dat ik het beste ken. Verder is mijn leven dat van een kunstenaar, altijd in beweging, de grenzen en de liefde zoekend in de contexten waarin ik terechtkom. België is trouw aan mij, ook aan mij als kunstenaar, ik zal er altijd omarming vinden. Nederlanders houden meer van competitie, onderlinge wedstrijdjes, zijn minder onvoorwaardelijk, wat ik best plezierig vind. Je hebt er meer zuurstof, maar bent daardoor wel meer op jezelf aangewezen.
Het afgelopen jaar heb ik door het maken van KONT03 magazine met Eindhovense en Antwerpse deelnemers, veel op die as vertoefd. Het is interessant om te ontrafelen hoe de identiteiten en geschiedenissen van beide steden hun kunstscene vormen. Ik vind Eindhoven op dit moment misschien zelfs spannender. Deze stad wil snel veel bewoners aantrekken en loopt op verschillende niveaus haast blindelings achter de kapitalistische groeigedachte aan. Wat is mijn rol in deze context als kunstenaar? Wat moet ik trachten te bewaken? Ik blijf stug volhouden dat mensen als jij en ik hard nodig zijn in zo’n omgeving. Daarom zal ik Eindhoven niet snel verlaten. Ik heb er namelijk het onderwerp van mijn kunstenaarschap van gemaakt, zo je wil. Tegelijk breng ik sinds dit jaar meer tijd in Antwerpen door en wil ik de band die ik ermee heb opgebouwd ook niet meer loslaten… The best of both worlds?

Groet!
Griet

Dag Griet,

Het ‘jullie’-woord is inderdaad niet zo goed gekozen. Ik heb het ook nooit zo gevoeld, maar in het kader van deze briefwisseling is het naar boven komen drijven in een verongelukt vergelijkingsdrama.
Als je drie kilometer van de grens opgroeit en ieder weekend letterlijk wordt overspoeld door gretig inkopende Zuiderburen, is Amsterdam en de Randstad erg ver weg. Zeker met de Schelde als noordelijke grens. De weg naar Eindhoven voert vanuit Hulst ook voor het grootste deel door België.
Eindhoven was er begin jaren 1980 een culturele vrijplaats: de oude Effenaar, het Apollohuis, de Fabriek, al die kraakpanden, de BKR (Beeldende Kunstenaars Regeling) bestonden nog, een bijstandsuitkering kon je zien als basisinkomen, de openingen in het Van Abbemuseum waren de plekken waar tout creatief Eindhoven samenkwam. En ons eigen pand 2B gaf je vleugels. Het was ook een stad met een magneetfunctie. Niet alleen mensen uit Hamont, de vaste stek van de Vlaamse punkband De Brassers, maar ook uit het Ruhrgebied, New York en Berlijn kwamen over de vloer. Alleen de Belgen, zo dichtbij zo ver weg, waren wat minder vertegenwoordigd. Ze kwamen dan wel niet in grote getale naar ons toe, maar wij wel naar het Zuiden. Sluitingstijd bestaat in België niet. De Stadswaag in ’t Stad, was de moeite waard om ‘s nachts na twee uur nog even naartoe te rijden.
Het heeft mij altijd verbaasd dat al die zuidelijke Nederlanders zo op het Noorden gefixeerd zijn gebleven. Zeeland, Brabant en Limburg hebben zoveel meer gemeen met Limburg, Antwerpen en Oost- en West-Vlaanderen. Het eerste wat we deden voor onze eerste activiteit in 2B, was bier halen in Arendonk en Belgische acts boeken. Nu, 35 jaar later, doen we dit nog steeds, en met een volle glimlach: wie verkoopt er nu het biermerk Freedom?
Die dwarsigheid, dat afzetten tegen een gevestigde orde. Niet om het te verwerpen, maar misschien meer om het te corrigeren, te sturen, richting te geven. En een vastberadenheid om dingen aan te gaan ondernemen, daar heb je gelijk in en dat heb ik ook gemerkt in Antwerpen. Maar ook buiten de grote steden. Dat is leuk aan België: men is sneller bereid om te reizen voor een expo, concert of evenement. Je vindt ook op de meest onlogische locaties de gekste organisaties. Ze hebben een plek gevonden en zijn gewoon begonnen. Zoiets als Verbeke Foundation of het Kunstenfestival Watou. Dat merkte ik in Noord-Brabant heel erg: stay-put. En in Eindhoven nog meer. In 2003 was Strijp-S voor veel mensen echt ver weg!
Vanuit een onbezonnen nieuwsgierigheid hoopte ik in de galeries op het Zuid net die ene slecht gekopieerde zwart/wit flyer tegen te komen, waar ik wel mijn draai bij kon vinden. Net die organisatie of plek, waar het wel allemaal door elkaar liep: theater, muziek, film, kunst. Dat was ook het eerste waar ik aan dacht toen ik daar rondliep: het is allemaal te netjes en te georganiseerd.
Momenteel sta ik nog steeds met een klein beentje in Eindhoven, onder andere als RaRaRadio dj en met T56. Nee, naar Eindhoven kom ik vooral terug voor de sociale contacten, die vaak weer mensen kennen die iets nieuws maken. Er heerst een soort ‘solidariteit tussen gekken’ die ik elders nog niet zo heb gevoeld. In Antwerpen ervaarde ik veel meer aparte scenes en een ‘klasse’strijd. Maar de tijd heeft daarbij geholpen. We hebben bijna dertien jaar in Antwerpen gewoond en dan kom je steeds dezelfde mensen tegen, op verschillende locaties. Dan kan er iets ontstaan. Dat is zeker gebeurd en die vriendschappen blijven goed.
The best of both worlds? Ik heb het altijd heel prettig gevonden, en nog steeds, om van een werkplek in de ene stad, naar een woonplek in de andere stad te reizen. Dat reizen geeft afstand, reflectie, nieuwe verbindingen, een frisse blik. Dus ja, dat beste van twee werelden is zeker op mij van toepassing. Als ik eenmaal geaard ben op een locatie, ga ik gelijk als een rhizoom aan de slag.
Als die plek er de volgende keer nog wel is. Het gaat immers snel in Eindhoven. Voordat een initiatief zich goed en wel heeft gevestigd, moet het alweer weg. De omloopsnelheid van locaties is groot. Of aarden we door de snelheid van de maatschappij juist bewust op een vertrouwde locatie en hijsen we ons gezellig grijs geworden op een barkruk?

Ik zie je reactie tegemoet,

Met een vriendelijke nazomers groet gedrenkt in zilte zeelucht,

Luk

PS: ik ben het met je eens dat ze mensen zoals wij hard nodig hebben, overal en altijd. Daar kom ik volgende keer op terug.

Dag Luk,

Ik ben aan het bekomen van een pittig weekend. We hadden KONT03 magazine al gelanceerd in Eindhoven bij TAC waar alles soepel en vriendschappelijk verliep, en deden dat afgelopen vrijdag in Antwerpen bij Sint-Lucas, in het bijzijn van de deelnemers uit beide steden. Bij de Sint-Lucas School of Arts ben ik ‘nieuw’. Het is zoals je zegt: in Eindhoven is het culturele veld heel vriendschappelijk met elkaar, ook nu nog, al herken ik wat je zegt over die tijdelijkheid. Bij TAC voel ik me kind aan huis, en daarom houd ik mijn hart vast voor de toekomst, want ook zij lijden net als veel kunstinitiatieven in Eindhoven, aan het gehijg van de vastgoedmarkt in hun nek. De prijzen worden onhoudbaar. Tegelijk zijn ook artistieke initiatiefnemers die veel jonger zijn dan jij en ik flexibel en heel gepassioneerd, en ik merk dat zij zich – net als ik met mijn magazine – dan maar nomadischer inrichten.
In Antwerpen kan je Sint-Lucas trouwens maar beter niet de ‘academie’ noemen als je pijnlijke stiltes wilt vermijden, want ‘de academie’ is binnen de Antwerpse kunstwereld een heel andere school – of zal ik voor de zekerheid maar ‘educatieve instelling’ zeggen? Er blijken nogal wat mijnen te liggen tussen Sint-Lucas en ‘de academie’, maar het is mij niet duidelijk hoe die daar zijn terechtgekomen. Ik was vergeten hoezeer de Belg zich persoonlijk gekwetst kan voelen als je dat soort nuances niet kent, en als je zo’n soort ‘verspreking’ na één keer gecorrigeerd te zijn geweest, niet aanpast. Het is voor de Belg een vorm van respect dat je weet waarover je het hebt. Anders zwijg je gewoon, dan maak je jezelf ook niet onnodig belachelijk. Belgen luisteren om die reden beter, denk ik, of ze vissen op z’n minst andere elementen uit een gesprek. Ook denken ze langer na over hetgeen ze ondernemen. Het gevoel je belachelijk te maken, ligt hier steeds op de loer. Nederlanders schamen zich veel minder als ze op hun bek gaan. Dat hoort erbij als je de wereld wilt veroveren – en dat zit nu eenmaal toch in de Nederlandse genen. (Veralgemeniseren is niet altijd gewenst, maar soms wel lekker!)
Ik ben wat uitgeknepen van het vele werk voor die lancering, ik was afgelopen week ziek en oververmoeid. Ook dat is de realiteit van het trekken van een kunstinitiatief: als jij het niet draagt, zijn er weinig alternatieven. Als ik op zo’n avond niet aanwezig ben, dan is KONT er in feite niet – meteen een nadeel van een nomadisch bestaan. We werden gesponsord door de ambassade van Het Koninkrijk der Nederlanden, voor hapjes die dan wel Nederlands moesten zijn. De kaas van het Eindhovense Genneper Hoeve viel enorm in de smaak, alsook de stukjes peperkoek en het Fries roggebrood, maar dat ik in Tripel Karmeliet een biersponsor had gevonden, vond ik toch geruststellend. De Belg is honkvast als het op zijn bier aankomt, nietwaar!
Wat je schrijft over het wonen en werken tussen de twee steden, daar kan ik me in vinden zoals je merkt. Ik ben aan het testen of ik voor mezelf ook een dergelijke formule kan arrangeren, wie weet komen we elkaar dan vaker tegen. Ik heb trouwens gehoord dat City Marketing Eindhoven ook in Antwerpen ‘op onderzoek’ uit is. Ik vraag me af wát zij er precies willen onderzoeken. Ik hoop dat het zo onschuldig is dat het over niet meer dan een snellere treinverbinding tussen Eindhoven en Antwerpen gaat, want ik krijg de kriebels van de mate waarin de hele stadsinrichting in Eindhoven op dit moment gedicteerd wordt vanuit die hoek! Gelukkig weten jij en ik dat het niet zo vanzelfsprekend is om in België even te komen vertellen hoe het beter kan!!

Groet!
Griet

Ha Griet,

Ik heb gelijk om je lancering van KONT03 te vieren ook maar wat Karmeliet in huis gehaald.

Voor kartrekkers is er geen pauze, en ziekte bestaat niet; de wereld van de getormenteerde kunstenaar wordt altijd glimlachend tegemoet getreden. Aan ons vak, of passie of hobby, zoals je het maar wil bekijken, zitten een aantal mindere kantjes. Een daarvan is, dat je niet overal gewaardeerd of begrepen wordt. Dit brengt met zich mee dat het moeilijk kan zijn om je te nestelen op een plek. Dat is ook de consequentie van het kartrekken (of met een subsidietechnisch mooier woord: avant-gardist). Dan loopt zij/hij te ver vooruit en dan wordt hij/zij ingehaald voor het grote publiek. Ook dat is een kat-en-muisspel, zoals de relatie van het kunstenaarsinitiatief met de stad een draaiende cirkel om elkaar heen is. Het kunstenaarsinitiatief wordt door een stad vaak te progressief gevonden en daardoor slecht ondersteund, maar als het initiatief vervolgens verdwijnt wordt dat wel betreurt omdat het karakter aan de stad gaf. Wie bijt wie dan in de staart?
Ook in Antwerpen en andere grote steden heb ik initiatieven zien komen en gaan. Soms is het duidelijk: in een stadsdeel waar vernieuwing dringend nodig is, mogen de kunstenmakers nog een tijdje spelen (zoals aan de Hogeweg in Borgerhout). Maar ik zie ook totaal overbodige paradoxale sanering, zoals bij de Boot Tenace. Temeer omdat je dan een ambtenaar spreekt, die op de dokken rond het eilandje – het nieuwe Antwerpen aan de noordzijde – een gezellige Amsterdamse woonbotensfeer wil neerzetten.
Het is soms pijnlijk om een plek te zien verdwijnen, omdat je ook weet dat er een stuk cultuur wegvalt. Dat zag je bij de Scheld’apen, maar ook bij de oude Effenaar en 2B. Vooral in Eindhoven werd daar de twintigste-eeuwse cultuur definitief begraven. Het Bos en TAC ademen nog wel die sfeer, maar het groezelige, onbeduidende, het niet definieerbare – de angel – is er wel uit.
Maar in tegenstelling tot Eindhoven, die het nu hoog in haar Brainport-bol heeft, houden ze in Antwerpen er niet van om bevelen uit te voeren. Met mijn uitwisselingen heb ik ook altijd wat van Antwerpen/Vlaanderen/België meegenomen naar Eindhoven en Nederland. Voor mijn gevoel hebben ze daar in Nederland meer van nodig: een Flamenficatie; om eens met een open mind naar de zuiderburen te luisteren. Niet alleen ter reflectie, maar ook om een volksaard of mentaliteit terug te vinden, die met het Calvinisme verloren is gegaan.
Ja, en dan dat kunstenaarschap. Ook daar trek je twee sporen op eenzelfde pad. Al lijkt het pad niet altijd dezelfde kant op te gaan. In allebei de gebieden is een diepgeworteld erfgoed van uitstekende meesters aanwezig, gewaardeerd en alom geroemd. Als ik in een jury zou zitten, een soort Idols voor de kunst, dan zet ik mijn troeven in op België. Film? Origineler! Theater? Gewaagder! Mode? Muziek? Beeldende kunst? Fotografie? Literatuur? Het voelt gewoon beter in België. Nou vooruit eentje voor Nederland dan: Architectuur.
Antwerpen, en in haar kielzog Brussel en Gent, heeft me meer een wereldburger gemaakt. Dat is met Eindhoven als vergelijkingsmateriaal natuurlijk niet moeilijk. Antwerpen prikkelt meer; in een uurtje loop je door de hele wereld. Onze eerste woning was in de orthodox-joodse wijk rond het station. Daarnaast ligt Chinatown, om de hoek stap je Congo binnen, iets verder Nigeria, Marokko, om via Turkije en Polen weer thuis te komen. Wat een verademing om uit die Vinex-sfeer weg te zijn. Het stadsleven ontstaat organischer, minder geregeld en wettelijk bepaald.
De keerzijde: al die troep op straat. Wat een vieze stad. Dat heeft me (nogmaals en dieper) doen beseffen dat de wereld echt een zooitje is; een grote vuilnisbelt. En al die mooie kunst maakt de troep niet minder. En waar is dan het engagement van de kunstenaar? Dat mis ik wel. Waar is de nar? De schenenschopper? Banksy met zijn versnipperaar? Geef me dan maar Greta Thunberg. Zij spreekt mij meer tot de verbeelding. Door haar missie – onze missie – voel ik me meer aangesproken dan een zoveelste Ai Wei Wei, met zijn miljoen zonnepitjes in het Tate.
Nog steeds ben ik enorm productief, maar ik laat weinig zien van wat ik allemaal doe. Heeft het wel zin om het allemaal zo snel te laten zien? Ik voel er meer voor om werk te laten rijpen. Om meer tijd te nemen alvorens het aan een publiek te laten zien. Vertragen. Als het goed is blijft het goed.
Mijn energie en kwaliteit wil ik meer inzetten om iets te doen met circulaire kunst. Nieuwe dingen creëren met afval en overbodige materialen. Recyclebare kunst. Het gaat te ver om de uitpuilende vuilnisbakken in Antwerpen en de troep in de berm van de snelweg hier alle credits voor te geven, maar ik ben er zeker door beïnvloed.
Het beste maar weer, de herfst is begonnen.

Cheers
Luk

Lees ook het essay van Harold Schellinx over grenzen

Lees ook het rondetafelgesprek over Vlaams-Nederlandse samenwerking.

Dit initiatief werd mede mogelijk gemaakt door Grensverleggers, regeling ter ondersteuning van culturele samenwerkingen tussen partijen in Vlaanderen, de Provincie Noord-Brabant, de Provincie Limburg en de Provincie Zeeland.


Dit artikel verscheen eerder in GC #154.

Koop deze editie in onze webshop!

Reacties