Blog

Kreng


Naast zijn acteerwerk voor televisie, film en theater, is Pepijn Caudron op muzikaal gebied erg actief. Niet alleen componeert hij voor de producties van het theatergezelschap Abattoir Fermé en werkt hij in Hollywood als componist, hij bracht ook eigen werk uit bij Miasmah. En op 9 oktober is hij aan het werk te zien in Leuven, op 10 oktober in Dordrecht, als onderdeel van de Miasmah-labelnights.

Kreng

Kreng

Vanuit een drang naar perfectionisme had Pepijn Caudron tien jaar gewacht om iets uit te brengen. Na een gesprek met collega-muzikant Wim Lots – die hem aanraadde alle twijfels los te laten, de muziek op te nemen en naar labels te sturen – maakte Caudron een democd met tien nummers dat hij meegaf aan John ‘Xela’ Twells (Type Records). Die speelde het cdtje weer door aan Miasmah Records-labelbaas Erik Skodvin. Pepijn Caudron: Erik heeft een eerste selectie gemaakt. Vervolgens ben ik een weekend naar Oslo geweest, wat nog goed uitkwam omdat we er toch moesten spelen met Abattoir Ferm. Daar hebben we alles besproken. Met die bagage ben ik terug naar huis vertrokken, waar het album in tien dagen is afgewerkt. LAutopsie Phnomnale De Dieu is eerst op een beperkte vinyloplage van vierhonderd stuks uitgebracht. In juni volgde de cd-release. Het vinyl was al uitverkocht voor de cd uit was, wat me een enorme stimulans gaf. Ik heb dus veel te danken aan Miasmah. Leuk is dat mensen nu de muziek herontdekken en downloaden die ik eerder al als Kreng online gratis beschikbaar had gesteld.
De woorden LAutopsie Phnomnale De Dieu klinken zowel mystiek als luguber. Het is een titel die vragen oproept. Caudron: Alle titels van het album verwijzen naar beelden of scnes uit het theater, waar ik met Kreng vooral functionele muziek moet maken. Muziek die in functie staat van beelden. Voor de plaat moest dat dan autonome muziek worden die zelf verhalen vertelt. Een vreemde titel kan dan de fantasie van de luisteraar aanzwengelen. De naam van het album is afkomstig van een project van de legendarische regisseur Wilfried Pateet-Borremans die in de jaren 1970 een heleboel bizarre dingen maakte. Abattoir Ferm heeft hem herontdekt. Wij hebben een moeizaam contact met hem, maar hij maakt af en toe nog zeer inspirerend materiaal. LAutopsie Phnomnale De Dieu moest de titel worden van zijn nooit voltooide magnum opus. Beschouw de hele plaat gerust als een hommage aan zijn werk.

Associaties

Pepijn Caudron ziet in de wisselwerking tussen zijn solowerk en zijn werk voor Abattoir Ferm een ideale voedingsbodem. Caudron: We werken al bijna zes jaar samen en dat werpt zijn vruchten af. Beelden zijn zeer inspirerend om van te vertrekken. Door die wisselwerking ben ik in staat om te vertrekken van een beeld waar ik zelf nooit zou opkomen. Veel heeft ook te maken met het tempo van theater, waardoor de muziek een dynamisch verloop krijgt gedurende een voorstelling. Er ontstaat een element van tijdsvervreemding en dat is voor mij een heel rijk gegeven dat ik in mijn muziek maximaal exploreer. Het geeft mij de mogelijkheid om bepaalde muzikale ideen echt tot op het bot uit te puren. De samenwerking met Abattoir Ferm helpt mij dus creatief vooruit. Als je muziek maakt voor een album kun je dingen minder lang uitrekken en word je gedwongen bondiger te werken – of het wordt gewoon een strontsaaie plaat.
Op LAutopsie Phnomnale De Dieu is een amalgaam aan geluiden en instrumenten te horen. Pepijn Caudron zegt altijd te vertrekken vanuit een moleculaire basistechniek. Caudron: Een echt nummer kun je het dan nog niet noemen, eerder een verzameling losse ideen. Dan ga ik op zoek naar wat dat ruwe concept nog nodig heeft. Als ik het niet vind in de kast (wijst lachend naar een indrukwekkende verzameling vinylplaten en cds vol samples, oc), dan probeer ik het zelf op te nemen. Ik ben zelden tevreden over eigen opnames en heb de neiging om dingen te herwerken. Hetzelfde geldt voor bestaand materiaal dat ik met Kreng in de nummers verwerk. Neem bijvoorbeeld een oude bluesplaat op 78 toeren. Je kunt die klank nooit reproduceren. Dat heeft te maken met hoe dat is opgenomen en met de tijdsperiode waaruit de plaat stamt, die een heel associatiekader met zich meebrengt. Door deze klanken te herwerken, roep je nieuwe associaties op, wat niet zomaar artificieel lukt.
Door elementen uit verschillende tijdsperiodes met elkaar te combineren, krijg je een bevreemdend, bijna surrealistisch effect. Daardoor worden klanken heel verhalend. Ik ben bijvoorbeeld gek van klankopnames met stemmen uit de jaren 1910, 1920 en 1930. Die mensen zijn al lang dood, maar door die stemmen opnieuw te gaan interpreteren worden dat als het ware spoken.
Ik roep zo dus nieuwe associaties op bij de luisteraar, op basis van grotendeels bestaand materiaal. Daarmee toon ik aan dat ik in een bepaalde traditie werk. Ik heb geen zin in een abstracte, hybride vorm van elektronica. Die muziek heeft zeker haar verdienste, maar je kunt niet doen alsof er de afgelopen honderd jaar geen muziek is geschreven. Je moet traditie gebruiken om verder op te bouwen. Pioniers zijn broodnodig om nieuw leven in de muziek te blazen en ik volg ze op de voet, maar ik zie Kreng vooral als muziek gevoed door filmcomponisten zoals Ennio Morricone, Max Steiner, Franz Waxman en vele anderen.
Morricones werk uit de jaren 1970 is voor mij heel belangrijk. Ik heb dat werk nog maar vier jaar geleden ontdekt, maar toen ik het de eerste keer hoorde, dacht ik: Fuck, dat lijkt gewoon een plaat van Kreng en hij deed het dertig jaar geleden al. Bernard Herrmann is voor mij eveneens een groot voorbeeld. Hij werkte veel voor Hitchcock. Als het gaat om ruimtelijkheid en suspense in geluid, zonder gejaagd te willen doen, is hij voor mij het voorbeeld bij uitstek. Maar eigenlijk ben ik een muzikale veelvraat; ik luister zowel naar exotica, jazz, klassiek, dub, elektronische muziek, musique concrte, rock, funk, dubstep, improv als naar B-film soundtracks, kitsch, easy listening, mambo.

Tegengif

Hoewel LAutopsie Phnomnale De Dieu erg cinematografisch klinkt, en daarbij associaties oproept met films van David Lynch of oudere horrorfilms, verklaart Caudron eigenlijk niet zo veel naar films te kijken. Caudron: Ik kijk gemiddeld n film per week, maar beluister wel twintig of dertig platen per week. Ik luister ook graag naar soundtracks zonder de film te zien, omdat je zo echt de muziek op zichzelf laat werken. Het is moeilijk te zeggen of film echt een bewuste invloed is voor Kreng. Voor het werk van Abattoir Ferm is het dat absoluut wel. Stef Lernous (artistiek leider van Abattoir Ferm, oc) heeft een obsessie voor beelden en hij heeft een even ziekelijke collectie als ik, maar dan van dvds (lacht).
Uiteindelijk denk ik dat mijn muziek het beste zou passen bij de oude Russische en expressionistische (Duitse) cinema, met die zwaar aangezette ogen, het overdreven spel en de onheilspellende sfeer. Fritz Lang had me altijd mogen bellen… Ik heb gewoon iets met de jaren 1920 en 1930. De sfeer van die films en opnames weerspiegelt een heel apocalyptische periode. De wereld kon elk moment vergaan, terwijl het nog nooit zo erg is geweest als in onze huidige tijd.
Het besef in een politiek en maatschappelijk woelige tijd te leven, heeft grote invloed op Caudrons werk. Caudron: Ik wil in mijn werk de politieke situatie zeker aankaarten. Maar de enige manier om dat te doen, bestaat er voor mij in het via een omweg te behandelen – wat we met Abattoir Ferm eveneens doen. Het gaat er vooral om de geijkte manier van kijken naar de dingen open te gooien. Mensen verder te laten kijken dan hun neus lang is en hen een eigen referentiekader te laten ontwikkelen. Met Abattoir Ferm bieden we ook in het theater geen afgewerkt verhaaltje. Mensen krijgen elementen van een verhaal en gaan daarmee aan de slag. Een tegengif bieden voor alle kant-en-klare brokken die mensen normaal gezien in hun strot geduwd krijgen, dat vind ik wel een maatschappelijke daad.

Stilte

In het geluid van Kreng wordt een belangrijke plaats ingenomen door stilte. De evocatie van stilte lijkt verband te houden met het theaterwerk voor Abattoir Ferm. Caudron: Inderdaad, er is niets zo angstaanjagend als stilte. Vooral omdat we dat niet meer gewend zijn. Als je bijvoorbeeld luistert naar het werk van Morton Feldman, een componist uit de jaren 1960, hoor je dat hij heel veel werkt met stiltes. Hij schreef stukken waarin je een klank hoort, gevolgd door vijf seconden volledige stilte. Die seconden brengen je op het puntje van je stoel omdat je vol spanning wacht op de volgende klank. Stilte werkt exalterend, je wordt nieuwsgierig. Ik vind dat soort emotie opwekken bij de luisteraar veel interessanter dan een hoop noise. Ik wil mensen omhoog krijgen in plaats van naar beneden.
Het is echter niet dat het gebruik van harde geluiden in composities zijn doel voorbij schiet; plots hels kabaal zal zijn effect niet missen. Ik vind het gewoon een minder interessant uitgangspunt. Ik geloof vooral in contrast, in juxtapositie. Een ongelooflijk smerige lap lawaai kan heel goed werken, als je die combineert met andere elementen zoals stilte. Dynamiek is even belangrijk als tempo, textuur of volume.
Wat de toekomstplannen betreft is Caudron helder: Het komende jaar staat volledig in het teken van Abattoir Ferm, dat tien jaar bestaat. Vanwege dit jubileum gaan we de volledige ‘Chaos’-trilogie opnieuw spelen. Ook ‘Galapagos’, waar ik eveneens als acteur aan meewerk, brengen we opnieuw. We zijn net begonnen aan een ‘Index’-trilogie, waarvan het eerste deel, ‘Snuff’, al is uitgekomen. Deel twee en deel drie komen volgend jaar uit. Het derde deel zal vertrekken vanuit Kreng; dat wordt eigenlijk een liveset van Kreng. Ik had echter geen zin in een man met een baard achter een laptop, met dias erbij. Zulke dingen hebben we wel gehad. Daarom is het de bedoeling om samen met Stef Lernous een heel straffe liveshow in elkaar te steken. De eerste shows zijn gepland voor 2010.
Maar ik heb toch ook wel weer veel zin om als Kreng te gaan spelen, dus misschien moet er dan toch maar een man met een baard achter een laptop kruipen. LAutopsie Phnomnale De Dieu is een studioproject en de liveset zou je als een volgende episode kunnen zien. Misschien dat die liveset dan wel opnieuw de basis kan vormen voor een tweede plaat van Kreng. Daarbij zal zich wel een vergelijkbaar probleem stellen als met Abattoir Ferm: visualisatie. Het geluid op zich is niet visueel en valt ook moeilijk te visualiseren. De meeste klanken of stemmen die ik in mijn nummers verwerk en die de basis vormen voor het verhaal zijn immers afkomstig van mensen die al lang dood zijn. Gelukkig zijn er nog voldoende dingen die ik mooi vind om te zien bij mijn muziek en waarmee ik ook wel overweg kan, zoals een zingende kettingzaag op een meter van het publiek (lacht).


Dit artikel verscheen eerder in GC #93.

Koop deze editie in onze webshop!

Reacties